35.526

Tijdelijke wet maatregelen Covid-19



Dit wetsvoorstel dient ter vervanging van de noodverordeningen waarin de maatregelen ter bestrijding van het covid-19 virus op dit moment zijn vastgelegd. Hiermee wordt het mogelijk om voor de periode na de zomer van 2020 noodzakelijke maatregelen te nemen ter bestrijding van het covid-19 virus en die maatregelen te kunnen op- of afschalen. Het wetsvoorstel is gericht op een balans tussen enerzijds de noodzaak van snelheid en flexibiliteit van handelen en anderzijds de noodzaak van democratische legitimatie en waarborgen voor de bescherming van grondrechten.

Met dit wetsvoorstel wordt aangesloten bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat bevoegdheden niet meer bij de veiligheidsregio’s, maar op gemeentelijk niveau komen te liggen, met controlemogelijkheden van de gemeenteraad.

De wet en de daarop gebaseerde maatregelen vervallen in beginsel drie maanden nadat de wet in werking is getreden. Aangezien niet duidelijk is hoe het verloop van de verspreiding van de epidemie van het covid-19 virus er uit zal zien en nog onduidelijk is wanneer middelen ter bescherming tegen het covid-19 virus – zoals een vaccin – beschikbaar komen, voorziet de wet in de mogelijkheid van eerdere maar ook latere beëindiging. Elke drie maanden moet een nieuwe verlengingsbeslissing aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, B) is op 13 oktober 2020 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA en ChristenUnie met uitzondering van het lid Voordewind.

Tegen: SP, Krol, PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, PVV, FVD en Van Haga en het lid Voordewind (ChristenUnie).

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 27 oktober 2020 na hoofdelijke stemming aangenomen.

Voor: 48 stemmen (CDA, D66, VVD, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SGP, OSF en 50PLUS)

Tegen: 24 stemmen tegen (Fractie-Otten, FVD, PVV, PvdD en SP)

Tijdens het debat zijn vier moties ingediend.

Uitvoering motie Janssen

De Eerste Kamer heeft op 23 februari 2021 een debat gevoerd met de ministers van J&V en van VWS over de uitvoering van de motie-Janssen c.s., (EK, L) het verslag van een nader schriftelijk overleg van 28 januari 2021 (35.526, AC) het verslag van een nader schriftelijk overleg (EK, AJ) en het ontwerpbesluit houdende verlenging van de geldingsduur van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.PDF-document

Tijdens het debat zijn een tweetal moties ingediend. De stemmingen over de moties vonden plaats op 2 maart 2021.

De Eerste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid (J&V), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) leveren op 16 maart 2021 in het kader van de toezegging T03021 inbreng voor een schriftelijk overleg over de brief van de minister van VWS ter aanbieding van de Regeling ivm verlenging van het maatregelenpakket, toestaan uitoefening contactberoepen, verhoging leeftijd voor buitensporten, toestaan winkelen op afspraak, aanpassing uitzonderingen verplichte antigeentestuitslag, opneming regels landelijke avondklok en de Regeling ivm het verlengen verzwaarde maatregelen voor het ho en de bso en het heropenen van het vo en beroepsonderwijs en de stand van zaken van COVID-19 (EK 35.526 / 25.295, AM met bijlagen).

De Eerste Kamercommissie voor J&V, VWS en BiZa/AZ leveren op 16 maart 2021 in het kader van de toezegging T03020 inbreng voor een schriftelijk overleg over de brief van de minister van VWS ter aanbieding van de Regeling ivm verlenging van het maatregelenpakket, toestaan uitoefening contactberoepen, verhoging leeftijd voor buitensporten, toestaan winkelen op afspraak, aanpassing uitzonderingen verplichte antigeentestuitslag, opneming regels landelijke avondklok en de Regeling ivm het verlengen verzwaarde maatregelen voor het ho en de bso en het heropenen van het vo en beroepsonderwijs en de stand van zaken van COVID-19 (EK 35.526 / 25.295, AM met bijlagen).

De Eerste Kamercommissies voor Justitie en Veiligheid (J&V), voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) en voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) hebben bij brief van 26 januari 2021 vragen gesteld over de brief van de ministers van VWS, van I&W en van J&V over de negatieve testverklaring voor het internationaal openbaar personenvervoer per bus en trein (EK 35.526, T met bijlage) en over de verplichte negatieve testuitslag voor lucht- en scheepvaart (EK, 35.526, U met bijlage).

De Eerste Kamer heeft bij brief van 13 oktober 2020 verzocht om voorlichting over dit voorstel (EK, D). De Eerste Kamer heeft bij brief van 22 oktober 2020 de voorlichting van de Raad van State over dit wetsvoorstel (EK, F) ontvangen. Zie voor een samenvatting van de voorlichting de website van de Raad van State.

Op 7 juli 2020 vond een mondeling overleg plaats van de commissies voor VWS, voor J&V en voor BiZa/AZ met de ministers van VWS, J&V en BZK over de COVID-19, tegen de achtergrond van de aangekondigde Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (EK 25.295 / 35.300 VI, I herdruk). Naar aanleiding van dit overleg hebben de commissies op 15 juli 2020 een schriftelijke reactie gestuurd aan de drie betrokken ministers. Het videoverslag van dit overleg treft u hier aan.


Kerngegevens

ingediend

13 juli 2020

titel

Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van Covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen Covid-19)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-152] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-152] documenten