E110017
  rondje   ruit icoon
Laatste revisie: 18-07-2017

E110017 - Voorstel voor een verordening over de vermogensrechtelijke gevolgen van een scheiding van koppels uit andere relatievormen



Met dit voorstel wil de Commissie ervoor zorgen dat er in de Europese Unie een duidelijk rechtskader komt op grond waarvan kan worden bepaald welk gerecht bevoegd is en welk recht op de vermogensrechtelijke aspecten van geregistreerde partnerschappen toepasselijk is.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

Nationaal

Op 7 juni 2016 heeft de Eerste Kamer plenair ingestemd met de brief van de commissies I&A/JBZ en V&J aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het advies in te stemmen met de voorstellen inzake huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen. Op dezelfde dag is de brief met deze mededeling naar de minister van Veiligheid en Justitie verstuurd.

Europees

Op 20 mei 2017 werd het voorstel voor een verordening over de vermogensrechtelijke gevolgen van een scheidig van koppels uit andere relatievormen, ingetrokken door de Europese Commissie.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

document Europese Commissie

COM(2011)127PDF-document, d.d. 16 maart 2011

rechtsgrondslag

Artikel 81 van het Verdrag betreffende de werking van de EU

commissies Eerste Kamer

beleidsterrein

verwant dossier


Behandeling Eerste Kamer

Op 7 juni 2016 heeft de Eerste Kamer plenair ingestemd met de brief van de commissies I&A/JBZ en V&J aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het advies in te stemmen met de voorstellen inzake huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen. Op dezelfde dag is de brief met deze mededeling naar de minister van Veiligheid en Justitie verstuurd.

Op 2 juni 2016 stuurden de voorzitters van de commissies I&A/JBZ en V&J een brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het advies in te stemmen met de voorstellen inzake huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen.

Op 31 mei 2016 bespraken de commissies I&A/JBZ en V&J de brief van de minister van V&J inzake het instemmingsverzoek d.d. 30 mei 2016. De commissies stellen in meerderheid voor de Kamer te adviseren om op 7 juni 2016 instemming te verlenen aan de ontwerpverordening inzake geregistreerde partnerschappen. De leden van de fracties van de PVV en van de SGP wensen bij die gelegenheid aantekening te vragen dat zij geacht worden instemming te onthouden.

De commissies I&A/JBZ en V&J bespraken op 17 mei 2016 de brief van de minister van Veiligheid en Justitie met nadere informatie over nauwere samenwerking inzake huwelijksvermogensrecht en geregistreerd partnerschap en besloten de brief voor kennisgeving aan te nemen.

Op 29 april 2016 stuurde de minister van Veiligheid en Justitie een brief met nadere informatie over het proces voor de totstandkoming van de voorgenomen nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijk recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake huwelijksvermogensrecht en de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerd partnerschap. De brief zal op 17 mei 2016 worden besproken door de commissies I&A/JBZ en V&J.

Op 28 januari 2016 stuurde de voorzitter van de Eerste Kamer een brief naar de minister van Veiligheid en Justitie waarin de minister wordt geïnformeerd dat de Kamer het advies van de commissies V&J en I&A/JBZ om in te stemmen met het verzoek van de minister heeft overgenomen.

Op 26 januari 2016 is de brief van de commissies V&J en I&A/JBZ als hamerstuk afgedaan. De fracties van de PVV en de SGP is daarbij aantekening verleend.

Op 19 januari 2016 bespraken de commissies V&J en I&A/JBZ de brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 15 januari 2016 met daarin het verzoek om in te stemmen met een verzoek aan de Europese Commissie om bij de Raad een voorstel in te dienen tot machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan met betrekking tot de ontwerpverordeningen inzake huwelijksvermogensrecht en inzake vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. De commissies adviseren de Kamer hiermee in te stemmen. De fractie van de SGP wenst bij die gelegenheid een stemverklaring af te leggen.

Op 15 januari 2016 stuurde de minister van Veiligheid en Justitie een brief over nauwere samenwerking inzake het huwelijksvermogensrecht en geregistreerd partnerschap met het verzoek om in te stemmen met een verzoek aan de Europese Commissie om bij de Raad een voorstel in te dienen tot machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan in het dossier vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. Op 19 januari 2016 wordt de brief en het verzoek besproken door de commissies I&A/JBZ en V&J.

Op 22 december 2015 nam de commissie voor Immigratie en Asiel/ JBZ-Raad het verslag van de JBZ-Raad voor kennisgeving aan en is de brief over de stand van zaken van de verschillende JBZ-dossiers aangehouden tot 19 januari 2016.

Op 16 december 2015 hebben de bewindspersonen van V&J een brief verzonden aan de Kamers over de stand van zaken van de verschillende JBZ-dossiers die onder Nederlands Voorzitterschap zullen worden behandeld. De brief bevat een overzicht van de belangrijkste thema's en wetgevingsdossiers en van de ambities van de Nederlandse regering op het gebied van JBZ. Het huwelijksvermogensrecht werd ook in deze brief genoemd.

Op 14 december 2015 stuurde de bewindslieden van V&J het verslag van de JBZ-Raad van 3-4 december 2015, waarin de verordening over de vermogensrechtelijke gevolgen voor geregistreerd partnerschap werd behandeld. In het verslag staat onder andere dat Nederland bereid is om die weg in te slaan op basis van de teksten die tijdens de Raad werden voorgelegd.

De commissie voor Immigratie en Asiel/ JBZ-Raad besloot op 8 december 2015 het instemmingsverzoek onder andere voor deze ontwerpverordening van de minister van Veiligheid en Justitie in te stemmen, welke plenair bezegeld is aan het begin van de vergadering van de Eerste Kamer op dezelfde dag.

Op 30 november 2015 stuurde de minister van Veiligheid en Justitie een brief naar de Eerste Kamer met het verzoek om op 1 december 2015 in te stemmen met de ontwerpverordeningen huwelijksvermogensrecht en vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen die voor akkoord stonden geagendeerd voor de JBZ-Raad van 3-4 december 2015. De commissie I&A/JBZ adviseert de Eerste Kamer instemming in dit stadium te onthouden, gelet op het feit dat de Kamer haar instemmingsrecht niet naar behoren kan uitoefenen wegens de korte voorbereidingstijd. De commissie bespreekt de ontwerpverordeningen nader op 8 december 2015.

De commissies voor Immigratie en Asiel/ JBZ-Raad (I&A/JBZ) en Veiligheid en Justitie (V&J) hebben op 22 november 2011 de reactie van de staatssecretaris van 8 november 2011 voor kennisgeving aangenomen.

De staatssecretaris van V&J heeft op 8 november 2011 gereageerd op de brief van 31 mei 2011. De staatssecretaris geeft aan dat in het BNC-fiche d.d. 2 mei 2011 (zie Nederlandse regering ) is aangekondigd dat de verordeningen ter advisering aan de Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht zouden worden voorgelegd. Op 27 oktober 2011 heeft de staatssecretaris het advies ontvangen. De vragen die beide commissies hebben gesteld worden door de staatssecretaris beantwoord aan de hand van het advies. Daarnaast geeft hij aan dat de onderhandelingen over de ontwerpverordeningen zich momenteel nog op het niveau bevinden van de inhoudelijke besprekingen in de raadswerkgroepen. Vooralsnog valt niet te verwachten dat spoedig inhoudelijke keuzes zullen moeten worden gemaakt.

Op 24 mei 2011 hebben de fracties van het CDA en de PvdA inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering. Deze brief werd op 31 mei 2011 ondertekend en verzonden.

De commissies Justitie en JBZ hebben op 29 maart 2011 besloten om de behandeling van COM(2011)127 te koppelen aan de behandeling van COM(2011)126.


Behandeling Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft op 8 juni 2016 plenair ingestemd met het instemmingsverzoek van de minister van Veiligheid en Justitie van 30 mei 2016 inzake het huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen.

De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van een versneld verzoek van de minister voor parlementaire instemming in het zelfde dossier in december 2015 op 14 april 2016 een brief verzonden over de procedure voor parlementaire instemming. Hierin wordt onder andere verzocht om in de dossiers waarin parlementair instemmingsrecht geldt, tijdig geïnformeerd te worden. De brief is mede namens de commissies I&A/JBZ en V&J van de Eerste Kamer verzonden.

Op 2 december 2015 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het instemmingsverzoek van de minister van Veiligheid en Justitie over dit voorstel die tijdens tijdens een Europese raad in 2015 nog kan worden aangenomen.

Op 18 januari 2012 hebben de commissies voor Europese Zaken en voor Veiligheid en Justitie (V&J) overleg gevoerd met de staatssecretaris van V&J over Europese ontwikkelingen op het terrein van het civiele recht. De verordeningen huwelijksvermogensrecht/ geregistreerd partnerschap zijn hierbij aan bod gekomen.

De commissie voor Veiligheid en Justitie heeft op 29 september 2011 een algemeen overleg gevoerd met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over onder andere de verordeningen huwelijksvermogensrecht/ geregistreerd partnerschap.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 29 juni 2011 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin hij aangeeft dat hij de Kamer zo spoeding mogelijk zal informeren over de resultaten van het onderzoek van de voorstellen voor verordeningen over huwelijksvermogensrecht door de Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht. Daarnaast geeft de staatssecretaris aan dat hij vanzelfsprekend zal voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het parlementair instemmingsrecht. De inhoudelijke besprekingen van de voorstellen bevinden zich thans nog in een verkennend stadium.

De commissie voor Veiligheid en Justitie besloot op 25 mei 2011 naar aanleiding van het BNC-fiche dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zal worden verzocht de resultaten van het onderzoek door de Staatscommissie voor het Internationale Privaatrecht te zijner tijd naar de Tweede Kamer te zenden, te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het parlementair instemmingsrecht en in aanvulling daarop de Tweede Kamer vroegtijdig en regelmatig te betrekken bij de inhoudelijk bespreking van de voorstellen voorafgaand aan het formele moment van instemming, nader uiteen te zetten hoe de regering van plan is het veld te betrekken bij oordeelsvorming over dit dossier. Dit onderwerp zal worden geagendeerd voor het algemeen overleg over huwelijks- en echtscheidingsrecht.


Standpunt Nederlandse regering

Uit het BNC-fiche blijkt dat Nederland positief staat ten opzichte van het idee achter beide verordeningen, namelijk het bieden van meer rechtszekerheid voor burgers en het verminderen van de administratieve lasten voor burgers, doordat niet meer in verschillende lidstaten hoeft te worden geprocedeerd. In het Stockholm Programma wordt aangegeven dat de wederzijdse erkenning van gerechtelijke beslissingen moet worden uitgebreid tot gebieden waarop dit beginsel nu nog niet van toepassing is, maar die van groot belang zijn voor het dagelijks leven. Hierbij worden onder meer het huwelijksvermogensrecht en de vermogensrechtelijke gevolgen van een scheiding expliciet genoemd.

Door de toegenomen mobiliteit van burgers binnen de Europese Unie zijn er steeds meer (echt)paren van verschillende nationaliteit. Burgers lopen tegen praktische problemen aan, doordat de regels over welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is in de verschillende lidstaten uiteen lopen. Het is daarom wenselijk dat niet alleen voor de bepaling van het op het huwelijksvermogensstelsel en de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen toepasselijk recht een uniforme regeling wordt getroffen, maar ook voor de afwikkeling van de boedel in geval van ontbinding van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap. Voor de burger betekent dit dat de afwikkeling van de boedel in één lidstaat van Europese Unie kan geschieden.

Alvorens Nederland een nader standpunt inneemt, zal de Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht om advies worden gevraagd. Ook zullen de ontwerp-verordeningen in overleg met het veld op de consequenties voor de praktijk worden bekeken.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Met dit voorstel wil de Commissie ervoor zorgen dat er in de Europese Unie een duidelijk rechtskader komt op grond waarvan kan worden bepaald welk gerecht bevoegd is en welk recht op de vermogensrechtelijke aspecten van geregistreerde partnerschappen toepasselijk is. Ook worden er regels voorgesteld over de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke aspecten van geregistreerde partnerschappen. Voor de vermogensrechtelijke aspecten van huwelijken heeft de Commissie een afzonderlijk voorstel voor een verordening ingediend (E110016) omdat beide vormen van verbintenis eigen kenmerken en rechtsgevolgen hebben.

Lees meer: uitgebreide samenvatting


Behandeling Raad

Raad Algemene Zaken 24 juni 2016

De Raad heeft zonder discussie de twee voorstellen voor verordeningen aangenomen, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de nauwere samenwerking, een voor gehuwden en een voor geregistreerde partners (8115/16PDF-document + 8118/16PDF-document).

JBZ-Raad 9-10 juni 2016

De Raad stelde het machtigingsbesluit (document 8112/16PDF-document) met betrekking tot nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake de vermogensstelsels van internationale paren, met name van zowel gehuwden als geregistreerde partners vast. Daarnaast bereikt de JBZ-Raad een algemene oriëntatie over de twee verordeningen (8115/16PDF-document + 8118/16PDF-document) waarmee uitvoering wordt gegeven aan deze nauwere samenwerking, een voor gehuwden en een voor geregistreerde partners.

JBZ-Raad 10-11 maart 2016

De Europese Commissie heeft op 2 maart 2016 een nieuw pakke tvan drie voorstellen gepubliceerd om te komen tot nauwere samenwerking tussen zeventien lidstaten op het gebied van het huwelijksvermogensrecht en geregistreerd partnerschap. Dit pakket wordt door de Commissie tijdens de JBZ-Raad van 10-11 maart 2016 toegelicht.

JBZ-Raad 3-4 december 2015 (agendapunt II.13)

Het Luxemburgs voorzitterschap heeft een compromisvoorstel opgesteld die thans ter goedkeuring aan de Raad werd voorgelegd. Het is echter niet gelukt om tijdens de Raad met algemene stemmen een politiek akkoord te bereiken. Nederland kon niet instemmen omdat met deze verordening beide Kamers der Staten-Generaal op basis van de bijzondere wetgevende procedure van art. 81, lid 3 VWEU de goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon instemmingsrecht hebben op dit dossier. De Eerste Kamer had op 8 december 2015 aangegeven meer tijd nodig te hebben om het instemmingsverzoek van de regering te behandelen. De Raad kwam niet tot een unanimiteitsoordeel omdat twee lidstaten expliciet tegen het voorstel hebben gestemd.

JBZ-Raad 15-16 juni 2015 (agendapunt III.12)

Tijdens de JBZ-Raad van 15-16 juni 2015 gaf het Luxemburgse Voorzitterschap aan zich verder te zullen inspannen om over huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen overeenstemming te bereiken voor het einde van 2015.

JBZ-Raad 4-5 december 2014 (agendapunt II.20)

Tijdens de Raad heeft het Italiaanse Voorzitterschap een compromistekst geagendeerd. Er zal nu een interne reflectie plaatsvinden over de compromistekst, de reflectie dient voor het einde van 2015 te zijn afgerond. Nederland blijft zich inzetten voor een zo gelijk mogelijke behandeling van het huwelijksvermogensrecht, ongeacht of dit een huwelijk tussen personen van verschillend of van gelijk geslacht is, en van de vermogensrechtelijke gevolgen van een geregistreerd partnerschap.

JBZ-Raad 5-6 december 2013 (agendapunt II.14)

Tijdens de Raad bleek dat het werk op technisch niveau is afgerond maar dat er nog politieke bezwaren zijn in een enkele lidstaat.

JBZ-Raad 6 en 7 december 2012 (agendapunt II.4)

Tijdens deze bijeenkomst van de Raad is een oriënterend debat gevoerd over de voorstellen inzake huwelijks-vermogensrecht. De Raad stelde politieke richtsnoeren vast voor de verdere onderhandelingen. De richtsnoeren beogen meer politiek draagvlak voor de verordeningen te creëren en daarmee een impuls aan de onderhandelingen te geven. Ten aanzien van de verordening huwelijksvermogensrecht werden er voorstellen gedaan om te bepalen welke rechter bevoegd is. Nederland kan zich grotendeels in die voorstellen vinden, maar vindt dat de keuze van de echtgenoten de doorslag moet geven. De verordening biedt daarvoor niet in alle gevallen ruimte. Nederland dringt erop aan dat die ruimte wel wordt geboden.

De Nederlandse regering vreest dat de thans voorliggende politieke richtsnoeren ertoe zouden kunnen leiden dat de behandeling van de verordening over de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen wordt opgeschort of achterblijft bij de verordening over de huwelijksvermogensstelsels. Dit is onwenselijk. De Nederlandse regering stelt zich op het standpunt dat beide verordeningen samen moeten worden behandeld en zal erop aandringen dat dit gebeurt.

JBZ-Raad 11-12 april 2011 (agendapunt 14 en 15)

De Eurocommissaris voor Justitie, Grondrechten en Burgerschap zal tijdens de bijeenkomst van deze Raad een presentatie geven over beide ontwerpverordeningen. Beide verordeningen regelen de vraagstukken van internationaal privaatrecht in verband met de vermogensrechtelijke betrekkingen van internationale paren. De verordeningen bepalen:

  • welk gerecht bevoegd is voor de vereffening van het huwelijksvermogensrecht of de vermogensrechtelijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap;
  • welk recht van toepassing is op de vereffening;
  • de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen.

Het standpunt van het kabinet zal zoals gebruikelijk worden neergelegd in een BNC-fiche dat aan uw Kamer zal worden toegezonden.

Tijdens de Raad zette de Eurocommissaris uiteen dat steeds meer burgers de nationale grenzen overschrijden en er zo steeds meer paren met een internationale dimensie worden gevormd: echtgenoten met een verschillende nationaliteit, paren die in een lidstaat verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, die goederen bezitten in verschillende lidstaten of die soms uit de echt scheiden in een ander land dan hun land van herkomst. Het probleem is dat het voor de betrokkenen erg lastig is om te weten welke gerechten bevoegd zijn voor en welk recht toepasselijk is op hun persoonlijke situatie en op hun goederen. Daardoor ondervinden zij niet alleen in het dagelijkse beheer van hun goederen, maar ook bij scheiding of overlijden onvoorziene en nadelige gevolgen.

De Commissie heeft de twee voorstellen bewust samen gepresenteerd ("gender neutraal"). De Eurocommissaris voor Justitie, Grondrechten en Burgerschap toonde zich ervan bewust dat niet alle lidstaten het geregistreerd partnerschap kennen. De Commissie wil echter de rechten voor burgers die voor een dergelijk partnerschap kiezen tastbaar maken. De ontwerp-verordening kent daarom ook artikelen die deze rechten tastbaar maken, maar de voorstellen raken niet aan de inhoud van het (nationale) familierecht. De Commissie is zich ervan bewust dat deze voorstellen nog veel analyse vergen en dat er nog veel discussie over gevoerd zal worden binnen de Raad en het Europees Parlement.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 23 juni 2016 heeft het Europees Parlement voor de nieuwe voorstellen inzake huwelijksvermogensrecht en geregistreerde partnerschappen gestemd.

Op 10 september 2013 stelde het Europees Parlement haar standpunt vast in eerste lezing. Het voorstel dient nu nog officieel goed te worden gekeurd door de Raad.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Roemeense Senaat heeft op 30 mei 2011 een met redenen omkleed advies aangenomen inzake het voorstel over de vermogensrechtelijke gevolgen van een scheiding van koppels uit andere relatievormen. De Senaat heeft een subsidiariteits- en proportionaliteitsbezwaren.

Tijdens de plenaire sessie van 25-26 mei 2011 heeft de Poolse Senaat een subsidiariteitsbezwaar vastgesteld. Het instituut geregistreerd partnerschap wordt door minder dan de helft van de lidstaten erkend. Daarnaast is het aantal geregistreerde partnerschappen nog steeds beperkt. Om die reden is de Poolse Senaat van mening dat er geen grond is om uniforme regels vast te stellen die in de hele EU gelden.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via