E120004
  ruit icoon
Laatste revisie: 24-04-2019

E120004 - Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van individuen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de autoriteiten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van strafbare feiten en betreffende het vrije verkeer van die gegevens



De Europese Commissie stelt een nieuw regelgevend kader voor dat bestaat uit een algemene verordening gegevens bescherming en een richtlijn die betrekking heeft op de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële activiteiten.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

Op 12 november 2018 is de wet tot wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter implementatie van Europese regelgeving over de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen gepubliceerd in het Staatsblad. Op 13 maart 2019 is de richtlijn geïmplementeerd.

Europees

Op 4 mei 2016 werd richtlijn 2016/680/EUPDF-document bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (L119/89). De richtlijn diende uiterlijk op 6 mei 2018 geïmplementeerd te zijn


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2012)10PDF-document, d.d. 25 januari 2012

rechtsgrondslag

artikel 16 lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de EU

commissies Eerste Kamer

beleidsterrein

verwante dossiers


Implementatie

Op 4 mei 2016 werd richtlijn 2016/680/EUPDF-document bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (L119/89). De richtlijn diende uiterlijk op 6 mei 2018 geïmplementeerd te zijn.

Op 16 februari 2018 werd het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter implementatie van Europese regelgeving over de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, ingediend bij de Tweede Kamer.

Op 19 juli 2018 is de Nederlandse regering door de Europese Commissie in gebreke gesteld wegens het overschrijden van de implementatietermijn.

Op 12 november 2018 is de wet tot wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter implementatie van Europese regelgeving over de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen gepubliceerd in het Staatsblad. Op 13 maart 2019 is de richtlijn geïmplementeerd.

Het kamerstukdossier (34.889) geeft een volledig overzicht van de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer.

Bron: Stand van zaken implementatie richtlijnen eerste kwartaal 2019


Behandeling Eerste Kamer

Op 12 april 2016 bespraken de commissies I&A/JBZ en V&J de brief van de minister van veiligheid en Justitie van 6 april 2016 inzake schriftelijke stemming gegevensbeschermingspakket en namen het voor kennisgeving aan.

Op 26 januari 2016 zijn de brieven van de regering van 7 januari 2016, 15 januari 2016 en 19 januari 2016 over gegevensbescherming voor kennisgeving aangenomen door de commissies I&A/JBZ en V&J.

Het agendapunt over deze richtlijn met de vraag of de leden inbreng ten behoeve van schriftelijk overleg wensen te leveren, wordt op verzoek van de SP-fractie aangehouden tot 26 januari 2016.

Op 19 januari 2016 verstuurde de minister van Veiligheid en Justitie een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het vierde kwartaal van 2015 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Deze brief wordt naar verwachting op 26 januari 2016 besproken.

Op 15 januari 2016 stuurde de minister van Veiligheid en Justitie een brief met antwoord op de vragen van de commissies I&A/JBZ en V&J over gegevensbescherming. De commissies I&A/JBZ en V&J zullen naar verwachting deze brief op 19 januari 2016 bespreken.

Op 7 januari 2016 stuurde de minister van Veiligheid en Justitie een afschrift van een brief aan de Tweede Kamer met de stand van zaken van de onderhandelingen en de compromisteksten van de ontwerprichtlijn en ontwerpverordening over gegevensbescherming. De commissies I&A/JBZ en V&J zullen naar verwachting deze brief op 19 januari 2016 bespreken.

Op 16 december 2015 hebben de bewindspersonen van V&J een brief verzonden aan de Kamers over de stand van zaken van de verschillende JBZ-dossiers die onder Nederlands Voorzitterschap zullen worden behandeld, waaronder van gegevensbeschermingspakket. De brief bevat een overzicht van de belangrijkste thema's en wetgevingsdossiers en van de ambities van de Nederlandse regering op het gebied van JBZ.

Op 22 december 2015 bespreekt de commissie I&A/JBZ het verslag van de JBZ-Raad, waarin gegevensbescherming ook wordt behandeld.

Op 8 december 2015 bespraken de commissies V&J en I&A/JBZ de brief van de minister van 26 november 2015 tijdens een gezamenlijke commissievergadering en nam het voor kennisgeving aan.

De minister van Veiligheid en Justitie stuurde op 26 november 2015 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het tweede kwartaal van 2015 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Er wordt van iedere afzonderlijke triloog verslag gegeven. Voor de richtlijn is een akkoord in de verslagperiode nog niet bereikt.

Op 23 november 2015 stuurden de commissies I&A/JBZ en V&J een brief met vragen naar de minister van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van passages uit het verslag van de JBZ-Raad van 8-9 oktober 2015 over gegevensbescherming.

Op 3 november 2015 bespraken de commissies I&A/JBZ en V&J het verslag van de JBZ-raad van 8-9 oktober 2015, waarin de richtlijnsvoorstel stond geagendeerd, waarbij de fractie van de SP aangaf 10 november 2015 inbreng te zullen leveren voor schriftelijk overleg met de regering.

De commissies I&A/JBZ en V&J namen op 22 september 2015 de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie inzake de onderhandelingen over het Europese gegevensbeschermingspakket over het tweede kwartaal van 2015 voor kennisgeving aan.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 1 september 2015 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het tweede kwartaal van 2015 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Uit het verslag blijkt dat het volledige gegevensbeschermingspakket uiterlijk eind 2015 moet zijn afgerond.

Op 16 juni 2015 hebben de commissies I&A/JBZ en V&J de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 8 juni 2015 voor kennisgeving aangenomen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 8 juni 2015 per brief gereageerd op het verzoek van 26 mei 2015 om de formulering van het krachtenveld in de kwartaalrapportages met betrekking tot de onderhandelingen over het gegevensbeschermingspakket voortaan te voorzien van verwijzingen naar documentnummers van interne Raadsdocumenten, om zo het parlement te helpen de betreffende informatie volledig te kunnen inzien via de EU-Extranet database. Hij is bereid gehoor te geven aan dit verzoek. Deze brief zal op 16 juni 2015 besproken worden.

De commissies voor I&A/JBZ en voor V&J hebben bij brief van 26 mei 2015 de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verzocht de formulering van het krachtenveld in de kwartaalrapportages met betrekking tot de onderhandelingen over het gegevensbeschermingspakket voortaan te voorzien van verwijzingen naar documentnummers van interne Raadsdocumenten, om zo het parlement te helpen de betreffende informatie volledig te kunnen inzien via de EU-Extranet database.

De commissies I&A/JBZ en V&J hebben op 19 mei 2015 de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 april 2015 met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het eerste kwartaal van 2015 hebben plaatsgevonden besproken. De commissies hebben besloten met de regering in schriftelijk overleg te treden en krijgen binnenkort een ambtelijk opgestelde conceptbrief ter goedkeuring aangeboden.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 2 februari 2015 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het vierde kwartaal van 2014 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Hieruit blijkt onder meer dat Nederland teleurgesteld is over het soms felle verzet van enkele lidstaten dat in de weg staat aan een akkoord op de onderlinge samenwerking tussen toezichthouders. Nederland is bezorgd over de consequentie die het niet bereiken van een dergelijk akkoord heeft. De druk op het opvolgend voorzitterschap stijgt hierdoor aanzienlijk. De commissies I&A/JBZ en V&J bespraken de kwartaalrapportage op 10 februari 2015 en namen deze voor kennisgeving aan.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 3 november 2014 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het derde kwartaal van 2014 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De commissies I&A/JBZ en V&J namen de kwartaalrapportage op 25 november 2014 voor kennisgeving aan.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 14 juli 2014 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het tweede kwartaal van 2014 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De commissies namen deze voortgangsrapportage op 9 september 2014 voor kennisgeving aan.

Op 6 mei 2014 bespraken de commissies I&A/JBZ en V&J de voortgangsrapportage van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 april 2014 en besloten deze voor kennisgeving aan te nemen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 22 april 2014 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het eerste kwartaal van 2014 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie reageerde op 3 februari 2014 op de brief van de commissies I&A/JBZ en V&J van 16 januari 2014 over artikel 4 van de ontwerprichtlijn. De commissies namen de brief op 11 februari 2014 voor kennisgeving aan.

Op 14 januari 2014 besloten de commissies voor I&A/JBZ en V&J naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 19 december 2013 inzake de vierde kwartaalrapportage gegevensbescherming in schriftelijk overleg te treden met de regering. In de kwartaalrapportage geeft de regering aan het voorstel van een andere delegatie te steunen om in artikel 4 van de ontwerprichtlijn een nieuw lid op te nemen dat voorziet in de mogelijkheid van verwerking van persoonsgegevens voor doelen die niet verenigbaar zijn met het doel van de oorspronkelijke verwerking. In de brief verzoeken de commissies de staatssecretaris om in te gaan op wat deze andere doelen (kunnen) inhouden en wat de motivatie van de regering is om dit voorstel te steunen. De brief aan de regering werd op 16 januari 2014 verstuurd.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 19 december 2013 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het vierde kwartaal van 2013 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Uit de rapportage blijkt onder andere dat de frequentie van de vergaderingen van de raadswerkgroepen – en daarmee de intensiteit en voortgang van de onderhandelingen – nauw wordt afgestemd op de voortgang van de onderhandelingen over de ontwerpverordening, zodat de beide rechtsinstrumenten tegelijk kunnen worden vastgesteld. Bij een aantal lidstaten bestaan echter grote reserves ten opzichte van nut en noodzaak van de ontwerprichtlijn. Deze lidstaten achten het wenselijk eerst de evaluatie van het kaderbesluit dataprotectie, dat in sommige lidstaten nog niet volledig is geïmplementeerd, af te wachten voordat deze wordt vervangen door een richtlijn. De minister doet verder geen uitspraken over het verdere verloop van de onderhandelingen in 2014.

Op 10 december 2013 besloten de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en voor Veiligheid en Justitie (V&J) de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 november 2013 voor kennisgeving aan te nemen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie reageerde op 27 november 2013 op de vragen van de commissies I&A/JBZ en V&J van 1 november 2013. De commissies besloten op 3 december 2013 de bespreking van de reactie van de staatssecretaris aan te houden tot 10 december 2013 .

Naar aanleiding van de reactie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 november 2013 besloten de commissies voor I&A/JBZ en V&J op 19 november 2013 uit haar midden enkele leden aan te wijzen (Witteveen (PvdA), Duthler (VVD), Franken (CDA), Gerkens (SP) en Strik (GL) die, mede met het oog op het eventueel organiseren van een expert meeting, een gezamenlijk voorstel zullen doen voor het scherpstellen van de onderwerpen en vragen die naar aanleiding van de brief en van recente nieuwe feiten nadere toelichting vergen. De commissies zullen op 17 december 2013, mede op basis van het voorstel, besluiten welke vervolgstappen zij wenst te nemen.

Op 15 november 2013 reageerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie, de minister van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie op de brief van de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad en voor Veiligheid en Justitie van 15 oktober 2013 over NSA, privacy en (economische) spionage.

Op 29 oktober 2013 stelden de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad en voor Veiligheid en Justitie een conceptbrief met nadere vragen van de VVD, CDA, SP, D66 en GroenLinks aan de regering over de EU-regelgeving gegevensbescherming en de PRISM zaak vast. De brief werd op 1 november 2013 verstuurd.

Op 15 oktober 2013 stuurde de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad en voor Veiligheid en Justitie een brief aan de minister van Veiligheid en Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over NSA, privacy en (economische) spionage. In de brief wordt ook zijdelings verwezen naar de Europese voorstellen over de bescherming van persoonsgegevens.

Op 8 oktober 2013 bespraken de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad en voor Veiligheid en Justitie de reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 2 oktober 2013. De leden van de VVD fractie gaven aan inbreng te leveren voor nader schriftelijk overelg met de regering

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie reageerde op 2 oktober 2013 op vragen van de commissies voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad en voor Veiligheid en Justitie van 10 juli 2013 over de voorstellen bescherming persoonsgegevens en PRISM.

Op 10 september 2013 besloten de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) de kwartaalupdate over de onderhandelingen bescherming persoonsgegevens van 2 september 2013 voor kennisgeving aan te nemen.

De commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) leverden op 2 juli 2013 inbreng voor schriftelijk overleg met de regering naar aanleiding van de reactie van de staatssecretaris van V&J van 17 juni 2013 op vervolgvragen van de commissies en de laatste ontwikkelingen rond het PRISM-programma van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). De brief aan de staatssecretaris van V&J werd op 10 juli 2013 verstuurd.

Op 25 juni 2013 bespraken de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) de reactie van de staatssecretaris van V&J van 17 juni 2013 op vervolgvragen van de commissies. Daarnaast bespraken de commissies de laatste ontwikkelingen rond het PRISM-programma van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). De commissies besloten naar aanleiding hiervan om op 2 juli 2013 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bood de Eerste Kamer op 21 juni 2013, mede namens de Minister van Economische Zaken, een afschrift van een brief aan de Tweede Kamer aan met daarin het rapport "Toetsing Europese Dataprotectieverordening". Dit rapport is opgesteld door Sira Consulting om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de administratieve lasten en nalevingskosten, gemoeid met het voorstel. De uitkomsten van het rapport zijn dat de verordening leidt tot administratieve lasten (rapportageverplichtingen aan de overheid) van € 1,4 mln. per jaar en tot nalevingskosten van € 1,12 mld. tot € 1,46 mld. per jaar voor het Nederlands bedrijfsleven. De thans geldende Wet bescherming persoonsgegevens levert € 1,7 mln. per jaar op aan administratieve lasten en € 72,5 mln. per jaar aan nalevingskosten op voor het Nederlands bedrijfsleven. De staatssecretaris geeft in de begeleidende brief aan dat hij een uiterste inspanning zal leveren om de nalevingskosten zoveel als mogelijk is terug te dringen. Verder acht de staatssecretaris het onvermijdelijk dat in de verordening op veel grotere schaal wordt voorzien in de mogelijkheden van gedeeltelijke, of zelfs algehele vrijstelling van verplichtingen voor het midden- en kleinbedrijf en zelfstandigen zonder personeel.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J) reageerde op 17 juni 2013 op de vervolgvragen van de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) van 17 mei 2013. In de reactie geeft de staatssecretaris onder meer aan dat ondanks het feit dat het zwaartepunt van de onderhandelingen in de Raad tot nu toe op de verordening ligt, er op dit moment geen aanleiding is te veronderstellen dat de beide rechtsinstrumenten niet als een samenhangend pakket ter goedkeuring aan de Raad kunnen worden voorgelegd. Verder geeft de staatssecretaris in zijn reactie antwoord op de overige vragen van de verschillende fracties.

Op 17 mei 2013 stuurde de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) een brief aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie met vervolgvragen over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. In de brief worden onder andere vragen gesteld door de fracties van VVD en D66 over de samenhang tussen de verordening en de richtlijn. Daarnaast stellen de fracties van VVD, CDA, SP, D66 en Groenlinks vragen over onder andere de positie van de publieke sector, de actieve informatieplicht, grensoverschrijdend gegevensverkeer, de risico-georiënteerde benadering, privacy by design en privacy by default en samenwerkingsverbanden.

De commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) leverden op 14 mei 2013 inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering.

Op 7 mei 2013 namen de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) kennis van de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J) van 26 april 2013 met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het eerste kwartaal van 2013 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De commissies besloten om inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg met de regering, mede naar aanleiding van de eerdere brief van de staatssecretaris van V&J van 9 april 2013.

Op 26 april 2013 stuurde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het eerste kwartaal van 2013 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens.

Op 16 april 2013 bespraken de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) de reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J) van 9 april 2013 op de brief van de commissies van 19 maart 2013.

Op 9 april 2013 stuurde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een reactie op de brief van de commissies van 19 maart 2013.

Op 19 maart 2013 hebben de commissies I&A/JBZ en V&J een brief gestuurd aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie met vragen over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. Hierin bepleiten de commissies onder meer dat Nederland zich inspant om de ontwerpverordening en de ontwerprichtlijn als pakket te blijven behandelen, ook nu het geluid klinkt dat de nieuwe richtlijn geen draagvlak zou hebben in de Raad. Andere onderdelen van de brief hebben betrekking op de vraag of de publieke sector extra ruimte voor gegevensverwerking moet krijgen, op informatieverstrekking aan betrokken burgers over gegevensverwerkingen en op het recht van burgers op een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Ten slotte bevat de brief vragen over de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen (met name de Verenigde Staten), de opslag van data in de Cloud en de vaststelling van gedelegeerde regelgeving door de Europese Commissie.

De commissies I&A/JBZ en V&J hebben op 5 maart 2013 de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 11 februari 2013 en de brief van de Europese Commissie van 22 februari 2013 besproken. Naar aanleiding hiervan hebben de commissies op 12 maart 2013 besloten om inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg met de regering

De commissies I&A/JBZ en V&J besloten op 26 februari 2013 de bespreking van de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 11 februari 2013 inzake stand van zaken onderhandelingen aan te houden tot 5 maart 2013 en dan tevens te spreken over de inmiddels ontvangen brief van de Europese Commissie van 22 februari 2013.

Op 11 februari 2013 stuurde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een brief met de stand van zaken van de onderhandelingen over de voorstellen gegevensbescherming.

Op 18 december 2012 hebben de commissies I&A/JBZ en V&J de brief van de staatssecretaris voor kennisgeving aangenomen. De commissies besluiten de volgende kwartaalupdate van de regering inzake de onderhandelingen over de voorstellen af te wachten alvorens verdere vragen te stellen.

Daarnaast heeft de commissie I&A/JBZ op 18 december 2012 besloten om de volgende keer dat de voorstellen dataprotectie geagendeerd worden ook vragen te stellen over de toegang van de autoriteiten van de Verenigde Staten tot gegevens van Europese burgers en de rechtsbescherming van die burgers.

De staatssecretaris van V&J reageerde op 11 december 2012 op de brief van de commissies I&A/JBZ en V&J van 23 november 2012 over de voorstellen bescherming persoonsgegevens.

Op 23 november 2012 hebben de commissies V&J en I&A/JBZ gereageerd op de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 23 oktober 2012. De commissie stelt verschillende vragen aan de staatssecretaris en merkt op dat de beide voorstellen onderdeel zijn van één pakket dat strekt tot herziening van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens binnen de Europese Unie. Ongeacht de vraag of het beter was om de beide voorstellen te integreren in één voorstel, hechten de commissies er grote waarde aan dat de bepalingen van beide voorstellen in ieder geval gelijktijdig in werking treden.

De fracties van de VVD en D66 leverden op 13 november 2012 inbreng voor nader schriftelijk overleg over de voorstellen dataprotectie. Het streven is een commissiebrief te sturen.

Naar aanleiding van de reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 23 oktober 2012 besloten de commissies I&A/JBZ en V&J om op 13 november 2012 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 23 oktober 2012 gereageerd op de brief van de commissies van 2 oktober. In zijn brief geeft hij de stand van zaken aan over de onderhandelingen in Brussel over de Algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging en gaat hij in op de vragen van de commissies.

Naar aanleiding van de brief van de minister van Veiligheid en Justitie (V&J) van 13 juli 2012 en het verslag van de JBZ-Raad van 23 en 24 juli 2012 hebben de commissies nadere vragen over de voorstellen dataprotectie. Op 2 oktober 2012 is een brief met vragen over onder meer cameratoezicht aan de minister van V&J verstuurd.

Bij bespreking van het verslag van de JBZ-Raad van 23 en 24 juli 2012 bleek dat de commissies enkele vragen hebben over het standpunt van de Nederlandse regering in het verslag dat geen aanvullende eisen mogen worden gesteld aan publiek cameratoezicht. Op 25 september 2012 besloot de commissie deze vragen schriftelijk voor te leggen aan de regering.

Op 11 september 2012 hebben de commissies I&A/JBZ en V&J de brief van de minister V&J voor kennisgeving aangenomen. De commissies constateerden dat de minister over diverse zaken navraag heeft gedaan of zal doen bij de Europese Commissie of bij de behandelde Raadwerkgroep. De minister van V&J zal per brief worden gevraagd de resultaten van deze navraag aan de Eerste Kamer te sturen.

Tijdens de vergadering van de commissie I&A/JBZ op 11 september 2012 kwamen de voorstellen bescherming persoonsgegevens ter sprake bij de bespreking van de geannoteerde agenda en het verslag van de informele JBZ-Raad van 23 en 24 juli 2012. De commissie gaf aan in een een latere vergadering haar reactie te bepalen op enkele standpunten van de Nederlandse regering in het verslag inzake de voorstellen bescherming persoonsgegevens.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft op 13 juli 2012 gereageerd op de brief van de commissie van 16 mei 2012. De reactie wordt na het zomerreces, op 11 september 2012, besproken. De brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2012 over onder meer het onderhandelingsproces in Brussel over de voorstellen bescherming persoonsgegevens is als bijlage aan deze brief van de 13 juli toegevoegd (zie voor de brief aan de Tweede Kamer de paragraaf Behandeling Tweede Kamer ).

Op 21 mei 2012 is de brief aan de Europese Commissie verstuurd namens de commissies voor I&A/JBZ en V&J. De commissies hebben onder meer vragen over de bestaande meldingsplicht die met het voorstel voor de algemene privacyverordening wordt afgeschaft en de uit te breiden informatieplicht.

De brief aan de regering met vragen van de leden van de fracties van de VVD, PvdA, CDA, D66 en de SP is op 16 mei 2012 verstuurd. Er zijn onder meer vragen gesteld over de samenhang tussen de voorgestelde specifieke privacyrichtlijn voor strafzaken en de voorgestelde algemene privacyverordening en over het, volgens sommige organisaties, te lage niveau van gegevensbescherming in het richtlijnvoorstel.

De commissies I&A/JBZ en V&J hebben op 15 mei 2012 ingestemd met de conceptbrieven aan de regering en aan de Europese Commissie met vragen over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De brief van de minister van V&J d.d. 9 mei 2012 is op 15 mei voor kennisgeving aangenomen.

Op 9 mei 2012 heeft de minister van Veiligheid en Justitie gereageerd op de brieven van de commissies van 9 maart 2012 en 20 april 2012. Hij geeft aan dat hij zal voldoen aan het verzoek van de commissies om de informatie die aan de Tweede Kamer wordt aangeboden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens ook aan de Eerste Kamer te sturen. De commissies I&A/JBZ en V&J spreken op 15 mei 2012 over de brief. Diezelfde dag zullen zij brieven vaststellen aan de regering en de Europese Commissie met vragen over de voorstellen.

De commissies besloten op 8 mei 2012 in overleg te treden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens met de regering en met de Europese Commissie. Er wordt inbreng geleverd door de leden van de fractie van de VDD met vragen aan de regering en vragen aan de Europese Commissie. De leden van de fracties van de PvdA, CDA en D66 hebben vragen aan de regering. De leden van de fracties van de SP en GroenLinks sluiten zich eventueel aan bij de vragen. Op 15 mei 2012 zullen de commissies de brieven vaststellen.

Op 27 april 2012 heeft de minister van V&J een brief gestuurd aan de Eerste Kamer met een brief aan de Tweede Kamer over de schriftelijke inbreng van het College bescherming persoonsgegevens en de Commissie Meijers over de EU-voorstellen ter herziening van de Europese wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. In de brief worden de vragen die de Commissie Meijers opwerpt in een notitie van 2 maart 2012 (zie voor notitie Reacties Derden ) beantwoord.

De commissies I&A/JBZ en V&J voerden op 17 april 2012 een gesprek met de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, dhr. Kohnstamm. De commissies besloten vervolgens om het leveren van inbreng aan te houden tot 8 mei 2012. Tevens besloten zij een brief te sturen aan de staatssecretaris van V&J waarin zij aandringen op spoedige beantwoording van de brief d.d. 9 maart 2012 en waarin zij de staatssecretaris vragen alle in het kader van het behandelvoorbehoud toegezegde informatie aan de Tweede Kamer ook rechtstreeks naar de Eerste Kamer te verzenden. Deze brief is op 20 april 2012 verstuurd.

De commissies besloten op 13 maart 2012 de beantwoording van hun brief d.d. 9 maart af te wachten alvorens verdere actie te ondernemen op deze dossiers.

Op 9 maart 2012 is de minister van V&J per brief gevraagd om de vragen die de Commissie Meijers in de notitie van 2 maart j.l. stelt te beantwoorden.

De commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en voor Veiligheid en Justitie (V&J) besloten op 6 maart 2012 om over de beide voorstellen voor gegevensbescherming op 3 april 2012 inbreng te leveren. Daarnaast willen de commissies graag een technische briefing over de voorstellen en zal de regering worden gevraagd om de vragen die de Commissie Meijers in een notitie stelt (d.d. 2 maart 2012, zie Reacties derden ) te beantwoorden.

Op 20 februari 2012 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gereageerd op een brief van de commissie V&J over de Notitie privacybeleid d.d. 7 februari 2012. De staatssecretaris geeft aan dat het enkele feit al dat de Europese Commissie op 25 januari 2012 voorstellen voor de herziening van het Europese gegevensbeschermingsrecht heeft ingediend bij de Raad en het Europese Parlement van belang is voor de mogelijkheden die op nationaal vlak bestaan om op de onderwerpen die worden bestreken door de ingediende voorstellen wetgeving vast te stellen.

De commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en voor Veiligheid en Justitie (V&J) besloten op 7 februari 2012 het BNC-fiche af te wachten alvorens te beslissen over het in behandeling nemen van de voorstellen over de bescherming van persoonsgegevens. Indien het BNC-fiche tijdig beschikbaar is, worden de voorstellen op 6 maart 2012 opnieuw voor procedure geagendeerd.

De commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en voor Veiligheid en Justitie (V&J) spraken op 7 februari 2012 over de procedure van het voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van persoonsgegevens.


Behandeling Tweede Kamer

Op 2 december 2015 bespreekt de commissie voor Veiligheid en Justitie bespreekt de brief van de minister van Veiligheid en Justitie over de onderhandelingen EU-gegevensbeschermingspakket van 27 november 2015 tijdens het algemeen overleg over de JBZ-Raad van 3-4 december 2015.

De commissie voor Veiligheid en Justitie heeft schriftelijk overleg gevoerd met de minister en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over onder andere de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 9-10 juli 2015. Er zijn onder meer vragen gesteld over de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Op 3 juli 2015 is het verslag schriftelijk overleg vastgesteld.

Tijdens het algemeen overleg over de JBZ-Raad van 15-16 juni 2015 op 10 juni 2015 besprak de commissie Veiligheid en Justitie het gegevensbeschermingspakket.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stuurde op 22 april 2015 een brief aan beide Kamers met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het eerste kwartaal van 2015 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De brief is geagendeerd voor een algemeen overleg op 11 juni 2015 over de JBZ-Raad van 15-16 juni 2015.

Voorafgaand aan de JBZ-Raad van 12-13 maart 2015 heeft de commissie voor Veiligheid en Justitie met de minister van Veiligheid en Justitie schriftelijk overleg gevoerd. De brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 2 februari 2015 met daarin een verslag van de onderhandelingsronden die in het vierde kwartaal van 2014 hebben plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens werd bij dat overleg betrokken. Van het overleg is op 11 maart 2015 een verslag uitgebracht.

Op 3 december 2014 voerde de commissie voor Veiligheid en Justitie een algemeen overleg met de minister van Veiligheid en Justitie over de JBZ-Raad van 4-5 december 2014. De voorstellen gegevensbescherming kwamen uitgebreid ter sprake.

De commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) heeft op 24 april 2014 een algemeen overleg gevoerd met de staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie over gegevensbescherming. Ook de richtlijn en verordening gegevensbescherming kwamen uitgebreid ter sprake. De staatssecretaris gaf onder meer aan dat de onderhandelingen sinds oktober vorig jaar vertraging hebben opgelopen. Waar eerst rekening werd gehouden met afronding in het najaar van 2014, dan wel in 2015, lijkt dat nu zelfs ook nog moeilijk te worden. In het het overleg geeft de staatssecretaris verschillende redenen hiervoor weer.

Tijdens een procedurevergadering op 6 november 2013 besloot de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) naar aanleiding van de rapportage 3e kwartaal 2013 over de onderhandelingen EU-regelgeving gegevensbescherming de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie te verzoeken voor het kerstreces 2013 de Kamer te informeren over de stand van zaken van de EU-regelgeving over gegevensbescherming en daarbij specifiek in te gaan op de recente besluitvorming daarover in het Europees Parlement.

Op 10 oktober 2013 werd het verslag van een schriftelijk overleg gepubliceerd met vragen van de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van de brief van 21 juni 2013 over gegevensbescherming en administratieve lasten en het rapport Toetsing Europese Dataprotectieverordening.

Onderhavig voorstel is besproken tijdens een algemeen overleg over de JBZ-Raad van 7-8 oktober 2013 op 3 oktober 2013. De minister van Veiligheid en Justitie gaf onder meer aan dat het heel belangrijk om de hele politiepraktijk in één instrument te bevatten. Overigens bleek dat andere lidstaten principiële bezwaren hebben tegen de richtlijn, met name Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent dat het nog een hele toer wordt om de verordening en de richtlijn tegelijkertijd te behandelen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bood de Tweede Kamer op 21 juni 2013, mede namens de Minister van Economische Zaken, het rapport "Toetsing Europese Dataprotectieverordening" aan.

Op 6 maart 2013 hebben de commissies V&J, EUZA en BZK een AO gevoerd met de minister voor V&J en de staatssecretaris voor V&J over de JBZ-Raad van 7 en 8 maart 2013. De voorstellen bescherming persoonsgegevens zijn hier onder meer besproken.

De commissie V&J organiseerde op 23 januari 2013 een rondetafelgesprek over dataprotectie.

Op 23 juli 2012 is een verslag schriftelijk overleg over onder meer de voorstellen bescherming persoonsgegevens vastgesteld.

Op 5 juli 2012 vond stemming plaats over de moties die tijdens het verslag algemeen overleg (VAO) zijn ingediend. Alle moties zijn aangenomen. De moties gaan onder meer over doelbinding in het verordeningsvoorstel en over het hanteren door de regering van een eenduidige definitie van persoonsgegevens.

Op 3 juli 2012 vond er een algemeen overleg (AO) plaats tussen de commissie voor V&J en de minister voor V&J over onder meer de BNC-fiches over de voorstellen bescherming persoonsgegevens en de antwoorden van de minister van 14 juni 2012 op vragen over de voorstellen bescherming persoonsgegevens van 29 maart 2012. Het verslag van dit AO is op 5 september 2012 vastgesteld. Naar aanleiding van het overleg vond er op 5 juli 2012 een verslag algemeen overleg (VAO) plaats in de plenaire vergadering, zodat de Kamerleden moties konden indienen.

Op 29 juni 2012 heeft de staatssecretaris van V&J een brief gestuurd over onder meer het verloop van het onderhandelingsproces over de voorstellen in Brussel. De voorstellen worden door de Raadwerkgroep Data Protection and Information Exchange (DAPIX) behandeld.

Op 28 juni 2012 heeft de Tweede Kamer voorlichting ontvangen van de Raad van State (RvS) over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De RvS geeft aan dat het complexe en ingrijpende voorstellen betreft op een maatschappelijk en constitutioneel belangrijk terrein. De Afdeling advisering heeft daarom besloten de voorstellen diepgaand te analyseren als grondslag van de beantwoording van de vijf gestelde voorlichtingsvragen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 14 juni 2012 de vragen van de commissie V&J van 29 maart 2012 beantwoord. De staatssecretaris geeft onder meer aan dat het hem niet bekend is waarom een deel van artikel 42, zoals het in het conceptvoorstel stond, niet in het voorstel dat door de Commissie is ingediend, is opgenomen.

De Tweede Kamer heeft op 26 april 2012 ingestemd met het voorstel van de commissie voor Veiligheid en Justitie over de voorlichtingvraag aan de Raad van State over de EU-voorstellen bescherming persoonsgegevens.

Op 29 maart 2012 heeft de commissie V&J inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering over de voorstellen bescherming persoonsgevens. Er wordt onder meer gevraagd naar de redenen voor het verdwijnen van een deel van artikel 42 in de definitieve versie van het voorstel voor de algemene dataprotectieverordening dat nog wel in de gelekte conceptversie stond.

Op 27 maart 2012 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de gewijzigde motie Elissen over tegenstemmen tegen EU-wetgeving indien met deze EU-wetgeving een lager beschermingsniveau van persoonsgegevens en/of de privacy wordt bereikt dan Nederland zonder de invoering van deze wetgeving heeft. De stemming over deze motie was op 20 maart 2012 aangehouden.

Naar aanleiding van het AO d.d. 7 maart heeft er op 15 maart 2012 een Verslag Schriftelijk Overleg (VAO, een kort plenair debat ter afronding van een algemeen overleg van een Kamercommissie) plaatsgevonden. Hierbij zijn verschillende moties ingediend. Drie moties zijn op 20 maart 2012 aangenomen, namelijk de motie Elissen/Van Toorenburg over eisen aan de uitwisseling van persoonsgegevens, de motie Elissen over de inzet bij de onderhandelingen en de motie Elissen over huidige wetgeving als ondergrens voor Privacybescherming.

Op 14 februari 2012 heeft de Tweede Kamer plenair besloten de regering te verzoeken om een parlementair behandelvoorbehoud te laten vastleggen. Op 29 februari 2012 heeft de commissie V&J een besloten gesprek gevoerd met de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens over de voorstellen bescherming persoonsgegevens en op 7 maart 2012 heeft er een algemeen overleg plaatsgevonden over deze voorstellen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de TK op 2 maart 2012 een brief gestuurd ten behoeve van het algemeen overleg van 7 maart om kort de achtergrond en de onderlinge verhouding van de voorstellen van de Commissie te schetsen.

De commissie V&J heeft de Tweede Kamer op 9 februari 2012 geadviseerd een parlementair behandelvoorbehoud te plaatsen bij de voorstellen inzake de bescherming van persoonsgegevens. De commissie heeft eveneens besloten de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken te verzoeken het BNC-fiche uiterlijk 2 maart 2012 aan de Kamer te doen toekomen. Het voornemen is om een gesprek te voeren met de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevensen en om de Afdeling advisering van de Raad van State te verzoeken voorlichting te geven over de gevolgen van de Europese voorstellen voor de Nederlandse wetgeving en praktijk.

De Tweede Kamercommissie Veiligheid en Justitie heeft het wetgevingskader voor gegevensbescherming eveneens als prioritair dossier geselecteerd uit het Werkprogramma 2010 van de Europese Commissie. De voorstellen zijn geagendeerd voor de procedurevergadering van 8 februari 2012.


Standpunt Nederlandse regering

UIt het bnc-fiche blijkt dat Nederland in beginsel positief staat ten opzichte van het voorstel van de Commissie. Uitgangspunt van het kabinet is dat de regels op het niveau van de Unie een duidelijke meerwaarde moeten bieden voor de burgers en de rechtshandhavingsdiensten. Anders dan het huidige kaderbesluit gegevensbescherming is de ontwerprichtlijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, ongeacht of de gegevens aan andere landen worden verstrekt. De burgers en de rechtshandhavingsdiensten zijn hierbij gebaat omdat hiermee wordt voorkomen dat binnen de lidstaten verschillende regimes van gegevensbescherming ontstaan voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de rechtshandhaving. Daarnaast bevat de ontwerprichtlijn een meer uitgewerkt systeem voor de verstrekking van persoonsgegevens aan derde landen. De vaststelling van eenvormige regels op Europees niveau voor dergelijke verstrekkingen is van groot belang voor de bescherming van persoonsgegevens.

Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer is geen absoluut recht, maar moet worden afgewogen tegen andere belangen, zoals het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De regels van de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging dienen een goed evenwicht te vormen tussen een zorgvuldige gegevensbescherming en een adequate criminaliteitsbestrijding. Vanuit dit perspectief noemt de regering in het fiche enkele aandachtspunten.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Richtlijn bescherming persoonsgegevens van 1995 was een mijlpaal in de geschiedenis van de dataprotectie, maar deze richtlijn werd vastgesteld toen het Internet nog in de kinderschoenen stond. De Europese Commissie constateert daarom dat de huidige richtlijn, ondanks het feit dat haar algemene beginselen geldig blijven, verouderd is. De toen vastgestelde regels missen het vereiste niveau van harmonisatie en efficiency om het recht op bescherming van persoonsgegevens te waarborgen in de uitdagende digitale omgeving van vandaag. De Europese Commissie stelt daarom een nieuw regelgevend kader voor dat bestaat uit een algemene verordening en een richtlijn die betrekking heeft op de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële activiteiten.

Belangrijke elementen van het nieuwe regelgevende kader zijn onder meer opname van een 'recht om vergeten te worden' en een recht op 'dataportabiliteit', versterking van de onafhankelijkheid en bevoegdheden van nationale toezichthouders voor gegevensbescherming, invoering van een algemene verplichting om zogenaamde datalekken onverwijld te melden en introductie van een 'one-stop-shop' systeem van toezicht voor bedrijven met vestigingen in meerdere EU-lidstaten. Gelet op de specifieke aard van het terrein wordt de verwerking van persoonsgegevens door politie en justitie niet geregeld in de algemene verordening, maar in een aparte richtlijn. Het is het streven van de Europese Commissie tegen het einde van 2012 een akkoord te bereiken met het Europees Parlement en de Raad.

Lees meer: uitgebreide samenvatting

In december 2011 heeft Statewatch een gelekte conceptversie van het voorstel voor een algemene verordening dataprotectie d.d. 29 november 2011 gepubliceerd. Onder meer artikel 42 is aangepast in de definitieve versie.


Behandeling Raad

Op 8 april 2016 heeft de Raad haar positie van de eerste lezing over het gegevensbeschermingspakket aangenomen door middel van een schriftelijke stemming.

JBZ-Raad 3-4 december 2015

Tijdens de Raad informeerde het Voorzitterschap over de stand van zaken van de onderhandelingen inzake het pakket gegevensbescherming, waarbij het de lidstaten opriep om steun te geven aan het pakket en om te werken aan een gebalanceerd en toekomstbestendig kader. Het Voorzitterschap uitte de wens om het gegevensbeschermingspakket nog voor het eind van 2015 af te ronden.

JBZ-Raad 8-9 oktober 2015 (agendapunt II.9)

Tijdens de Raad is er een algemene benadering bereikt over deze ontwerprichtlijn, zodat zo spoedig mogelijk kan worden begonnen met de triloog. De Commissie is akkoord met de huidige (delicate) balans tussen de belangen van de handhavingsautoriteiten en de rechten van de burgers. Wel gaven de Commissie en enkele lidstaten aan om aandacht te schenken voor de gevolgen van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Schrems. Het Europees Parlement wil de ontwerprichtlijn gegevensbescherming samen met de ontwerpverordening gegevensbescherming goedkeuren (als een "package deal"). De triloog over de ontwerpverordening is reeds begonnen; het streven is de trilogen over de richtlijn en verordening voor het einde van het jaar te hebben afgerond.

Europese Raad 25-26 juni 2015

De Europese Raad besprak de digitale interne markt en legde de nadruk op snelle aanname van de Telecom-verordening en het databeschermingspakket.

JBZ-Raad 15-16 juni 2015 (agendapunt III.9)

Het inkomende Luxemburgse Voorzitterschap gaf tijdens de JBZ-Raad aan dat het vóór de triloog over het gegevensbeschermingspakket een routekaart zal presenteren met de data voor besprekingen met EP. Luxemburg stelt als doel dat voor het einde van het jaar een akkoord is bereikt over het hele pakket inclusief richtlijn. Daarnaast zijn onderhandelingen in de Raad over de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging nog gaande.

JBZ-Raad 12-13 maart 2015

Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 12 en 13 maart 2015 heeft het Voorzitterschap toegelicht dat de nadruk in de onderhandelingen binnen de Raad tot nu toe heeft gelegen op de algemene verordening gegevensbescherming (E120003). De richtlijn en de verordening vormen echter een pakket. Het Voorzitterschap wil in april 2015 weer starten met discussie over de richtlijn op werkgroepniveau.

Informele JBZ-Raad 29-30 januari 2015 (agendapunt I.4)

Tijdens de Raad heeft er een discussie plaatsgevonden over de verhouding tussen de algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging. Nederland nam het standpunt in dat dat de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de handhaving van de openbare orde, de hulpverlening en de uitvoering van bestuursrechtelijke wetgeving door de politie (incl. Wet wapens en munitie én de Vreemdelingenwet) zoveel mogelijk onder de richtlijn worden gebracht. De meeste lidstaten waren net als Nederland voor een brede reikwijdte van de richtlijn.

JBZ-Raad 4-5 december 2014 (agendapunt I.8)

Tijdens de Raad is de laatste stand van zakenPDF-document over het voorstel besproken. Commissaris Avramopoulos (Migratie en Binnenlandse Zaken) meldde dat het Europees Parlement (EP) de verordening en richtlijn als pakket benadert. Enkele lidstaten vonden dat de Raad zich moet uitspreken over de gelegde (nieuwe) link door het EP: het EP wil namelijk geen PNR zonder goedkeuring van de richtlijn.

JBZ-Raad 9-10 oktober 2014 (agendapunt II.15)

Tijdens de Raad is de laatste stand van zaken over het voorstel besproken. Inmiddels is op technisch niveau de reikwijdte van de richtlijn aan de orde gekomen, in het bijzonder voor de politie. Sommige lidstaten willen één instrument toepasselijk op politiediensten. Andere lidstaten hebben echter activiteiten als luchtvaartbeveiliging en vervoer van gevangenen uitbesteed aan private partijen en hier moet ook een voorziening voor komen.

JBZ-Raad 5-6 juni 2014 (agendapunt II.1)

Tijdens de Raad is de laatste stand van zakenPDF-document met betrekking tot het richtlijnvoorstel besproken. Het Voorzitterschap gaf aan dat sommige lidstaten bezorgd waren over het begrip “openbare orde” in deze richtlijn. Er is nu gekozen voor de woorden “maintaining public safety”. De Commissie gaf aan tevreden te zijn met de benadering van het Voorzitterschap om nu aan beide voorstellen over gegevensbescherming (verordening en onderhavige richtlijn) te werken. Een consistente aanpak op beide instrumenten is nodig.

JBZ-Raad 3-4 maart 2014 (agendapunt II.6)

Tijdens de Raad is de laatste stand van zakenPDF-document met betrekking tot het richtlijnvoorstel besproken. Het Voorzitterschap kondigde voor de komende Raad een overzicht aan met de geboekte vooruitgang in de raadswerkgroep. Het lichtte wel al toe dat over de volgende punten nog geen overeenstemming is tussen lidstaten: de reikwijdte, de invulling van het begrip openbare orde, de mogelijkheid voor lidstaten om te voorzien in meer stringente waarborgen, de wens van enkele lidstaten om een vereiste van toestemming voor verwerking van gegevens, de wens van veel lidstaten voor een data protection officer op vrijwillige basis.

Europese Raad 24-25 oktober 2013 (agendapunt II.1)

Tijdens de Raad zijn de voorstellen gegevensbescherming besproken. De regeringsleiders concludeerden dat de spoedige vaststelling van een sterk uniaal algemeen gegevensbeschermingskader van doorslaggevend belang is om de digitale eengemaakte markt in 2015 te kunnen voltooien. In het kader van de recente berichten rondom mogelijke inlichtingenactiviteiten van Amerikaanse diensten benadrukten de staatshoofden en regeringsleiders dat inlichtingenvergaring van vitaal belang is voor de strijd tegen terrorisme. Een partnerschap tussen de Verenigde Staten en Europa dat gebaseerd is op wederzijds vertrouwen is daarbij onontbeerlijk. Daartoe zal langs twee lijnen worden gewerkt: de EU-VS werkgroep inzake gegevensbescherming zal zijn werk snel en constructief voortzetten en tegelijkertijd zullen Frankrijk en Duitsland bilaterale gesprekken met de Verenigde Staten houden teneinde te komen tot een overeenstemming over wederzijdse betrekkingen op inlichtingenterrein. Andere lidstaten kunnen zich hierbij aansluiten. Nederland beoordeelt het initiatief van Duitsland en Frankrijk positief, neemt hierover contact op met beide landen, en zal aan dit initiatief waar mogelijk een actieve bijdrage leveren.

Informele JBZ-Raad 18 en 19 juli 2013 (agendapunt II.3)

Tijdens de Raad heeft een debat plaatsgevonden over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. De Commissie en enkele lidstaten wezen op de kwestie rond het Amerikaanse PRISM programma, en het belang daarvan voor de onderhandelingen. Commissaris Reding en het EP pleitten voor het zo spoedig mogelijk afronden van de onderhandelingen. Bij voorkeur moet afronding plaatsvinden onder Litouws Voorzitterschap en voordat het huidige EP ontbonden wordt vanwege de verkiezingen van 22–25 mei 2014.

Informele JBZ-Raad 17 en 18 januari 2013

De Raad gaf de richting aan voor de verdere onderhandelingen op een drietal punten:

  • 1. 
    Individuele personen die incidenteel gegevens verwerken moeten buiten de werkingssfeer van de verordening blijven, als zij dit niet beroeps- of bedrijfsmatig doen.
  • 2. 
    Het recht om vergeten te worden werd verwelkomd, maar bij de toepassing worden grote problemen voorzien.
  • 3. 
    Over de noodzaak van sancties bestond geen verschil van mening. Veel delegaties vonden de boetes te dwingend en te hoog, wilden over meer sanctie-instrumenten kunnen beschikken en de toepassing daarvan aan nationale gegevensbeschermingscolleges overlaten.

JBZ-Raad 6 en 7 december 2012 (agendapunt II.7)

Het voorzitterschap presenteerde de stand van zaken van de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging.

Ten tijde van het sturen van de geannoteerde agenda van de Raad was op raadswerkgroep-niveau de artikelsgewijze bespreking gevorderd tot en met artikel 8.

Het inkomende Ierse Voorzitterschap gaf aan gegevensbescherming als belangrijke prioriteit te hebben. De ambitie is om halverwege 2013 tot een akkoord te komen.

Informele JBZ-Raad 23 en 24 juli 2012 (agendapunt II. 3)

Het Cypriotisch voorzitterschap heeft het komende half jaar zes tweedaagse vergaderingen ingepland voor het gegevensbeschermingspakket. Tijdens dit voorzitterschap ligt de prioriteit bij de ontwerpverordening. Nederland is voorstander van de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging en zal deze lijn uitdragen in Europa. De regering verwijst in de geannoteerde agenda naar de brief die de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 29 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin is de Kamer geïnformeerd over het verloop van het onderhandelingsproces in Brussel wat betreft de verordening en de richtlijn gegevensbescherming.

JBZ-Raad 7- 8 juni 2012

De voorstellen bescherming persoonsgegevens waren niet geagendeerd voor deze Raad, maar er is over gesproken tijdens lunchbesprekingen. Nederland stelde dat de rechtshandhavingsdiensten zijn gebaat bij zoveel mogelijk eenvormige regels voor de verwerking van persoonsgegevens. Daarom steunt Nederland de keuze van de Commissie voor een ruime reikwijdte van de ontwerprichtlijn. Wat betreft de verordening is Nederland voorstander van een doelmatig gebruik van persoonsgegevens door de overheid. De verordening zou geen onnodige belemmeringen moeten oproepen voor het delen van gegevens tussen overheden onderling.

Op 9 maart 2012 heeft het algemene secretariaat van de Raad van de EU een notitie van de Europese Commissie met een vergelijkingstabel tussen de Dataprotectierichtlijn uit 1995 en het voorstel voor een Algemene dataprotectieverordening uit 2012 aan de raadswerkgroep gegevensbescherming en informatie-uitwisseling gestuurd.

Informele JBZ-Raad 26 en 27 januari 2012 (agendapunt 4)

De Commissie presenteerde na twee jaar discussie met de lidstaten, stakeholders en dataprotectieautoriteiten nieuwe voorstellen. Er was geen discussie voorzien.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 14 april 2016 heeft het Europees Parlement de richtlijn aangenomen samen met de verordening gegevensbescherming en de EU PNR-richtlijn. Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de bepalingen van de gegevensbeschermingsrichtlijn in de nationale wet om te zetten.

Op 17 december 2015 heeft de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) gestemd voor het akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad over het gegevensbeschermingspakket.

Op 1 december 2015 besprak de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) werden door de twee rapporteurs Albrecht en Lauristin bijgepraat over de onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over gegevensbescherming. Beide rapporteurs streven een overeenkomst over dit voorstel te bereiken tegen het einde van 2015. De volgende trilogen over deze richtlijn worden waarschijnlijk op 7 en 17 december 2015 gehouden.

Het Europees Parlement stelde op 12 maart 2014 haar standpuntPDF-document in eerste lezing vast. Het standpunt werd aangenomen met 371 stemmen voor, 276 tegen en 30 onthoudingen.

De commissie voor Burgelijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) van het Europees Parlement stemde op 21 oktober 2013 in met het ontwerpverslag. Tevens stemde de LIBE commissie in met een mandaat om onderhandelingen te starten met de Raad. Het verslag van de LIBE commissie werd op 21 november 2013 gepubliceerd.

Op 20 maart 2013 heeft de commissie voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) de amendementen besproken die zijn ingediend bij het ontwerpverslag van rapporteur Dimitrios Droutsas. Er zijn meer dan 670 amendementen ingediend.

Op 20 december 2012 is het ontwerpverslag van de rapporteur, Dimitrios Droutsas, van de commissie voor Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement gepubliceerd.

De LIBE-commissie heeft op 9 en 10 oktober 2012 een interparlementaire commissievergadering over de voorstellen dataprotectie georganiseerd.

Op 9 oktober 2012 is een werkdocument van de LIBE-commissie over het richtlijnvoorstel bescherming van individuen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door autoriteiten gepublcieerd.

Op 6 juli 2012 is een werkdocument van de commissie voor Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) over het voorstel voor een algemene verordening gegevensbescherming gepubliceerd.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling in Comité van de Regio's

Op 10 oktober 2012 heeft het Comité van de Regio's een advies aangenomen over het pakket gegevensbescherming.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Zweedse Riksdag en de Duitse Bundesrat hebben op 30 maart 2012 met redenen omklede adviezen aangenomen over het voorstel voor een richtlijn bescherming persoonsgegevens.

Op 27 maart 2012 heeft de commissie voor Europese Zaken van het Spaanse parlement een met redenen omkleed advies aangenomen dat stelt dat het voorstel voldoet aan de subsidiariteitsprincipes, maar dat het noodzakelijk is om aan te geven wat de betekenis en reikwijdte is van het begrip 'nationale veiligheid' om de werkingssfeer van de richtlijn duidelijk te definiëren en om rechtsonzekerheid te voorkomen.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

De European Data Protection Supervisor (ESDP) heeft op 15 maart 2013 aanvullende opmerkingen gestuurd aan het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad over de voorstellen dataprotectie. In de aanvullende opmerkingen dringt de EDPS erop aan dat de definitie van uitdrukkelijke toestemming gehandhaafd blijft als een van de hoekstenen van het kader voor gegevensbescherming. Daarnaast waarschuwt de ESDP dat de EU-wetgevers moeten waken tegen de druk van de industrie om de voorstellen gegevensbescherming verder af te zwakken.

De Commissie Meijers heeft de LIBE commissie op 23 november 2012 een notitie gestuurd over de voorstellen dataprotectie. In de notitie worden amendementen voorgesteld ten aanzien van (1) de voorgestelde richtlijn, (2) profilering en (3) de taken en bevoegdheden van de toezichthoudende instanties.

European Digital Rights (EDRI) heeft in oktober 2012 een position paper gepubliceerd over de dataprotectievoorstellen. Daarnaast is een website van EDRI gelanceerd over het voorstel voor de dataprotectieverordening, protectmydata.eu.

De Artikel 29 Werkgroep heeft op 5 oktober 2012 een advies gepubliceerd met input voor de discussie over de dataprotectievoorstellen.

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft op 19 juni 2012 een brief aan de Tweede Kamer over de EU-voorstellen bescherming persoonsgegevens van 4 juni 2012 in afschrift aan de Eerste Kamer gestuurd. Het CBP reageert in haar brief op de brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 27 april 2012 (zie voor deze brief de paragraaf Behandeling Eerste Kamer ). Het CBP constateert op basis van de brief van de regering dat de inzet van de minister ertoe kan leiden dat het niveau van bescherming van de verordening lager uitvalt dan de bescherming op basis van de huidige Nederlandse wetgeving.

Op 23 maart 2012 heeft de Artikel 29 Werkgroep een advies gepubliceerd over de dataprotectievoorstellen. De Werkgroep geeft onder meer aan dat het ernstige bedenkingen heeft bij de bevoegdheden die de Europese Commissie krijgt om gedelegeerde regelgeving aan te nemen zoals voorgesteld in de ontwerpverordening.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) heeft op 7 maart 2012 een advies gepubliceerd over de voorstellen bescherming persoonsgegevens. In de conclusies en aanbevelingen geeft de EDPS aan dat ze de voorstellen verwelkomt, maar dat ze over een aantal punten teleurgesteld is. Voor deze punten draagt de EDPS aanbevelingen aan.

VNO-NCW en MKB-Nederland hebben op 5 maart 2012 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer over de herziening van het Europees Kader bescherming persoonsgevens. Zij geven aan dat ze positief staan tegenover een herziening, maar vragen aandacht voor de negatieve gevolgen die de verordening kan hebben op het bedrijfsleven. In bijlage 1 geven VNO-NCW en MKB-Nederland eerst een algemeen commentaar. In bijlage 2 volgt hun reactie op de individuele artikelen van de verordening.

Op 5 maart 2012 heeft het College bescherming persoonsgegevens een afschrift van de brief aan de Tweede Kamer over de voorstellen bescherming persoonsgegevens aan de Eerste Kamer gestuurd. Het Cbp geeft daarin zijn voorlopige standpunt op de hoofdlijnen ten aanzien van een aantal essentiële aspecten van het voorstel voor een nieuw juridisch raamwerk voor gegevensbescherming.

De Commissie Meijers heeft op 2 maart 2012 een kopie van een brief met notitie over de dataprotectievoorstellen gericht aan de Tweede Kamer aan de Eerste Kamer gestuurd. In de notitie wordt aandacht gevraagd voor drie thema's die naar de mening van de Commissie Meijers essentieel zijn voor de rechtsbescherming van burgers en op basis van het voorliggende voorstel van de Europese Commissie tot vragen leiden, namelijk:

  • 1) 
    de verwerking van persoonsgegevens in de politiële en justitiële sector;
  • 2) 
    profilering;
  • 3) 
    de toezichthoudende autoriteiten.

Op 25 januari 2012 hebben Bits of Freedom, the European Data Protection Supervisor, Article 29 Working Pary en het College Bescherming Persoonsgegevens een eerste reactie gegeven op de dataprotectievoorstellen van de Europese Commissie.


Achtergrondartikelen

Statewatch heeft in april 2012 een Statewatch analyse gepubliceerd over het richtlijnvoorstel bescherming persoonsgegevens. Het Kaderbesluit bescherming persoonsgegevens uit 2008 (zie dossier E090225) dat vervangen zal worden door de richtlijn wordt vergeleken met het richtlijnvoorstel.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via