Toezegging Toezending conceptversie richtlijn (22.112 / 31.544, CK) (T01237)
De staatssecretaris voor Europese Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een verzoek van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin, toe dat, wanneer het richtlijnvoorstel in de besluitvormende fase komt, het kabinet voorafgaande aan de desbetreffende Raad de definitieve (concept)versie van de richtlijn aan de Eerste Kamer opstuurt.
| Nummer | T01237 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 april 2009 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Schriftelijk overleg |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | discriminatie gelijke behandeling richtlijnen |
| Kamerstukken | Europees voorstel voor richtlijn gelijke behandeling (31.544) Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie (22.112) |
Kamerstukken I 2008/09, 22 112 / 31 544, CK, p. 2:
De commissie verzoekt de regering de definitieve versie van de richtlijn waarover in de Raad besluitvorming moet plaatsvinden ruimschoots voorafgaand aan de desbetreffende Raad aan de Kamer te doen toekomen opdat nog de mogelijkheid van een (nader) overleg bestaat.
Kamerstukken I 2008/09, 22 112 / 31 544, CK, p. 3:
Wanneer het richtlijnvoorstel in de besluitvormende fase komt, zal het kabinet – zodra de betreffende stukken beschikbaar zijn – voorafgaande aan de desbetreffende Raad de definitieve (concept)versie van bovengenoemde richtlijn aan u doen toekomen.
Zie voor meer informatie ook Edossier E080071
Brondocumenten
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
10 maart 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 maart 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
Op 10 maart 2020 voor kennisgeving aangenomen door de commissie BiZa/AZ, voor zover betrekking hebbend op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237).
EK, C
-
-
24 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Toezegging T02655 afgedaan door de cie. BDO op 24 september 2019.
Op 24 september 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie voor BiZa/AZ voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft.
EK, G
-
-
23 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BuZa en de minister voor BHenO inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Op 23 april 2019 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen wat betreft de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)).
De deadline van toezegging Rechtsbescherming als basisvoorwaarde voor het al dan niet instemmen met TTIP (T02124 ) is op 14 mei 2019 door de commissie BDO verlengt tot 1 juli 2021.
EK, C
-
-
2 oktober 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de stand van zaken van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
- op 2 oktober 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ met betrekking tot de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237)
EK 34.775 V / 34.775 XVII, D
-
-
22 mei 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
op 22 mei 2018 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen voor zover het verslag ziet op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237))
EK, C
-
-
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen die aan de Eerste Kamer zijn gedaan
op 12 september 2017 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen voor zover het verslag ziet op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237))
EK, D
-
-
21 februari 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 februari 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 februari 2017 door de commissie BiZa/AZ voor zover betrekking hebbend op de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)
EK, C
-
-
13 september 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
- voor kennisgeving aangenomen op 13 september 2016
- op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ voor zover betrekking hebbend op de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)
EK, F
-
-
17 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 17 mei 2016 voor zover het verslag op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) ziet
EK, E
-
-
29 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ voor zover het de 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft
EK, A
-
-
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
24 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
op 24 maart 2015 voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor BZK/AZ
EK, D
-
-
23 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie BZK/AZ op 23 september 2014 voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft.
De commissie EUZA besloot als volgt: de toezeggingen met nummer T01943, T01936 en T01942 worden als voldaan beschouwd. De status van de toezeggingen met nummer T01191 (deels voldaan), T01712 (openstaand), T01937 (openstaand), T01941 (openstaand) blijft ongewijzigd. De toezegging met nummer T01944 wordt afgevoerd als toezegging.
EK, A
-
-
13 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake het halfjaarlijks rappel toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BZK/AZ op 13 mei 2014 (voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft)
voor kennisgeving aangenomen door de commissie BDO op 13 mei 2014: toezegging T01862 (op 27 mei status: voldaan) en toezegging T01863 (status: voldaan)
voor kennisgeving aangenomen door de commissie BDO op 20 mei 2014:toezegging T01347 (status: voldaan)
EK, G
-
-
3 oktober 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
op 8 oktober 2013 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) wat betreft de stand van zaken ten aanzien van de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237)
EK, A
-
-
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
9 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ) op 9 april 2013
- voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) op 2 juli 2013
EK, G
-
-
14 september 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 25 september 2012 voor zover van toepassing op toezegging T01237
EK, AH
-
-
3 april 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
Wat betreft toezegging T01237 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 3 april 2012
EK, R
-
-
25 januari 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
Wat betreft toezegging T01237 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 31 januari 2012
Voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties op 7 februari 2012
EK, G
-
-
19 april 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken ten aanzien van de toezeggingen die door de minister aan de Eerste Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 17 mei 2011 door de commissie voor Justitie voor toezegging T01128
EK, S
-
-
7 april 2009
toezegging gedaan
Toezegging In de voortgangsbrief aandacht besteden aan wijze van evaluatie en monitoring (34.864) (T02887)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat in de voortgangsbrief uiteengezet wordt hoe de onafhankelijke evaluatie na vijf jaar en de jaarlijkse monitoring vorm worden gegeven.
| Nummer | T02887 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet evaluaties monitoring |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 11-14
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Dan het vierde en laatste punt: de monitoring en de evaluatie. De minister heeft in het debat op 27 en 28 januari aan deze Kamer toegezegd dat er een onafhankelijke evaluatiecommissie komt die jaarlijks rapporteert en dat we dat ook digitaal kunnen volgen. Dank daarvoor. Kan de minister aangeven of er ook specifiek door die onafhankelijke evaluatiecommissie wordt gerapporteerd over vergunningverlening, toezicht en handhaving, zeker met betrekking tot het thema bodem?
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
(…) De heer Rietkerk vroeg ook of ik kan toezeggen dat de onafhankelijke evaluatiecommissie de monitor VTH ook meeneemt als het om de bodem gaat. Ook mevrouw Kluit vroeg dat. Het antwoord is: ja, de monitor VTH kan input leveren. We gaan dus jaarlijks monitoren en een keer in de vijf jaar is er een evaluatie. Dan komt er informatie naar de Kamers toe. We moeten die twee zaken niet door elkaar halen.
De heer Rietkerk (CDA): Een verduidelijkende vraag. De onafhankelijke evaluatiecommissie rapporteert jaarlijks. Hoe past dat erbij?
Minister Van Veldhoven-van der Meer: De onafhankelijke evaluatiecommissie doet de evaluatie na die vijf jaar. Elk jaar komt er een monitoring. Je wilt het stelsel ook even in werking zien om te kunnen evalueren of het werkt. Daar kijkt die onafhankelijke evaluatiecommissie dus naar. In de tussentijd blijven we al die dingen monitoren. Daar krijgt u ook jaarlijks een monitoringsverslag van.
De heer Rietkerk (CDA):
Dan zijn we des te meer geïnteresseerd in de voortgangsbrief, omdat we volgens mij een toezegging hebben uit het debat van 27 en 28 januari. Daarin heeft de CDA-fractie met andere fracties geen motie ingediend, omdat de toezegging is gegeven dat de onafhankelijke evaluatiecommissie jaarlijks rapporteert. Dan zullen we goed kijken naar de formulering.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat heb ik misschien niet goed in mijn hoofd. Dan zullen we even goed kijken naar de formulering in de brief. Daar gaan we absoluut nog even naar kijken. We delen met elkaar dat onafhankelijk het beeld moet worden vastgesteld. Ik zal nog even nakijken hoe het precies daar is toegezegd. We zullen ook zorgen dat het in de brief helder verwoord wordt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
7 oktober 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
12 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
1 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de stand van zaken van de invoering van de Omgevingswet
Op 9 november 2021 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, CP
-
-
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Brede financiële consequenties van het DSO voor decentrale overheden (34.985) (T03000)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor de voorhang van het inwerkingtredings-KB inzake de Omgevingswet.
| Nummer | T03000 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 30 juni 2020 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister voor Natuur en Stikstof Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Aanvullingswet natuur Omgevingswet Digitaal Stelsel Omgevingswet natuur Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34.985) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 12, blz. 6-20
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Dan de uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten zijn wat de CDA-fractie betreft nog onvoldoende in beeld en om een antwoord te geven op de vraag of dat haalbaar en betaalbaar is, is dat wel nodig. In de memorie van antwoord geeft de minister een deelantwoord op de vragen van de CDA-fractie met betrekking tot meerjarige investeringen. De fractie van het CDA vraagt de minister om bij de jaarlijkse evaluatie meerjarig inzicht te geven in de noodzakelijke kosten voor aankoop, inrichting en beheer van natuurgebieden. We begrijpen dat het overzicht bij de beantwoording van de vragen nog tot 2027 liep, maar deze investering reikt tot 2040 of 2050. Kunnen de provincies bij het aannemen van deze wetsvoorstellen de natuur goed in het digitale systeem voegen, in het DSO, en zijn ze daar financieel toe geëquipeerd? Dat zijn vragen die voorgangers ook stelden. Kan de minister ook ingaan op de brief van de VNG namens de gemeenten waarin staat dat zij zorgen hebben over de financiering van de uitwerking van het DSO? Kunnen de extra middelen — ik dacht 300 miljoen per jaar — die volgens mij door minister Schouten zijn gepresenteerd namens het kabinet ook ingezet worden voor het oplossen van knelpunten specifiek met betrekking tot Natura 2000, zodat je natuurherstel krijgt, maar er ook ontwikkelruimte komt?
(…)
De heer Rietkerk (CDA):
Natuur is een van de onderdelen van het DSO. Kan de minister toezeggen dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor het slaan van het KB?
Minister Ollongren:
Ja, zeker. Dat klopt. We hebben daar eigenlijk wel goede afspraken over gemaakt met de provincies. Zij hebben daar een reservering voor opgenomen. Wij staan voor het centrale deel en de medeoverheden staan voor het decentrale deel. Dat gaat goed.
De heer Rietkerk (CDA):
De VNG-brief die wethouders bij ons onder de aandacht brengen als het gaat om de uitvoering, geeft een wat ander perspectief. Zij geven zorgen weer in brede zin, en over corona. Daarin worden ook de omgevingswetgeving, de uitvoering, kwaliteit en capaciteit van mensen, en het DSO genoemd. Herkent deze minister dat, of niet?
Minister Ollongren:
Het coronapunt herken ik zeker. Dat is ook een van de redenen waarom we na onderling overleg met alle betrokken overheden gezegd hebben: laten we kiezen voor een latere inwerkingtredingsdatum. Corona heeft de boel namelijk een tijd stilgelegd. Dat herken ik dus zeker.
Over de financiën: provincies hebben hier gewoon middelen voor vrijgemaakt. Gemeenten hebben in het geheel van hun financiën soms wel knelpunten. Dat herken ik, in die zin dat dat niet per se gerelateerd is aan dit traject. Sommige gemeenten moeten überhaupt nog eens heel goed kijken naar de gemeentelijke financiën. Daarover is het kabinet in gesprek met zowel de VNG als met individuele gemeenten.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 34, item 12
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 juni 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 juni 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Natuur en Stikstof -
24 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Natuur en Stikstof -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit -
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 juni 2020
toezegging gedaan
Toezegging Ratificatie Conventie 108+ (35.242) (T03247)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Dittrich (D66) en Nicolaï (PvdD), toe Conventie 108+ te ratificeren en het Rijkswetsvoorstel daartoe na het zomerreces in te dienen.
| Nummer | T03247 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 8 juni 2021 |
| Deadline | 1 juli 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Conventie 108+ rijkswetten wetsvoorstellen |
| Kamerstukken | Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (35.242) |
Handelingen I 2020-2021, nr. 40, item 3, blz. 3.
De heer Nicolaï (PvdD):
Voorzitter. Los van de vraag of de uitspraak in de Big Brother Watch-zaak met zich meebrengt dat aan toezichthouders doorzettingsmacht moet worden toekomen — een vraag waarover de door mij bedoelde deskundigencommissie zich ook zou kunnen buigen — hebben we ook nog de Europese Conventie 108+. Die conventie heeft Nederland nog niet geratificeerd. Kan de minister bevestigen dat de regering gaat voorstellen aan het parlement om Conventie 108+ te ratificeren en op welke termijn kan dat worden verwacht?
Handelingen I 2020-2021, nr. 40, item 8, blz. 8.
De heer Dittrich (D66):
Begrijp ik dan goed dat de ratificatie van 108+ meegenomen wordt in de analyse van hoe het met de recente jurisprudentie is? En de tweede vraag is, daaraan gekoppeld: wanneer kunnen we de ratificatie verwachten?
Minister Ollongren:
Het is heel goed dat de heer Dittrich mij daaraan herinnert, want die vraag moest ik ook nog beantwoorden. We zijn inderdaad gewoon voornemens om het verdrag te ratificeren. Het is een voorstel voor een goedkeuringswet en we zijn er ook al heel ver mee. Die wet had er eigenlijk ook al kunnen zijn, maar het wordt een rijkswet. Dat hadden we aanvankelijk niet gedacht, maar we hebben er toch voor gekozen om er een rijkswet van te maken. Dat betekent dat die goedkeuring moet hebben in het hele Koninkrijk en dat heeft het wat vertraagd. De planning is nu dat we het op de agenda hebben in de eerste Rijksministerraad na het zomerreces. Dat betekent dat de indiening van het wetsvoorstel en de ratificatie dus na de zomer zullen zijn.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2020/2021, nr. 40, item 8
-
behandeling Verslag EK 2020/2021, nr. 40, item 3
-
28 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
14 december 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de stand van zaken met betrekking tot toezeggingen inzake de analyse van uitspraken van het EHRM en inzake de ratificatie van Conventie 108+
Op 14 december 2021 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, F
-
-
23 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
8 juni 2021
toezegging gedaan
Toezegging Met de landen te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Kamer daarover te informeren (35.570 IV) (T03273)
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe met de Caribische landen van het Koninkrijk te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Kamer daarover te informeren.
| Nummer | T03273 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 6 april 2021 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | homohuwelijken |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2021 (35.570 IV) |
Handelingen I 2020-2021, nr.33, item 7, p.49
De heer Dittrich (D66)
Voorzitter, tot slot één ding dat ik niet heb kunnen bespreken. Wij hebben op 1 april hier — in Nederland bedoel ik — de openstelling van het huwelijk gevierd. Daar werden allerlei mensen geïnterviewd, ook van de eilanden. Die zeiden tegen ons: "Het is toch echt heel jammer dat wij, paren van gelijk geslacht, niet op Curaçao of Aruba kunnen trouwen. Wij moeten dan naar Bonaire, terwijl wij wel gelijke rechten willen hebben en daar ook recht op hebben volgens de uitspraak van de Hoge Raad." Dus mijn vraag aan de staatssecretaris is: welke invloed kan Nederland uitoefenen, zodat gelijke rechten ook echt gelijke rechten zullen zijn in heel het Koninkrijk?
Handelingen I 2020-2021, nr.33, item 7, p.54
Knops:
De heer Dittrich vroeg wat voor invloed Nederland kan uitoefenen om ervoor te zorgen dat gelijke rechten, in dit geval dat partners van gelijk geslacht kunnen trouwen, in heel het Koninkrijk gelijke rechten zijn. Ik ben bereid om dit punt met de landen te bespreken. Als ik daar nu meer info over had, had ik dat gezegd. Maar ik heb nu niet meer info dan dit, dus ik kom erop terug.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2020/2021, nr. 33, item 7
-
14 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
1 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK met beantwoording toezegging Dittrich over huwelijk tussen personen van gelijk geslacht in het Caribisch deel van het Koninkrijk
Voor kennisgeving aangenomen op 1 oktober 2024
EK, I
-
-
11 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
19 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
27 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
12 september 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 juli 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 mei 2023
nieuwe deadline: 15 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
13 december 2022
nieuwe deadline: 1 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
21 juni 2022
nieuwe deadline: 1 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 35.925 VII / 35.925 IV, I
-
-
6 april 2021
toezegging gedaan
Toezegging Inventarisatie van het Rijksvastgoedbedrijf naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen (35.925 VII) (T03355)
De Minister van VRO zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe de Kamer medio 2022 te informeren over de inventarisatie van het Rijksvastgoedbedrijf naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen.
| Nummer | T03355 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 december 2021 |
| Deadline | 1 juli 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | inventarisatie Rijksvastgoedbedrijf statushouders vergunninghouders |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 (35.925 VII) |
Handelingen I 2021/22, nr. 12, item 4, blz. 3.
De heer Van Hattem (PVV):
Verder heeft het Rijksvastgoedbedrijf met het COA locaties in eigendom geïnventariseerd die met spoed gereedgemaakt kunnen worden voor tijdelijke bewoning door vergunninghouders. Ook heeft het Rijksvastgoedbedrijf met het COA, het ministerie van Defensie, Aedes, de branchevereniging voor woningcorporaties, en commerciële partijen zoals Koninklijke Horeca Nederland en bouwbedrijven in bredere zin bestaand vastgoed geïnventariseerd dat eenvoudig geschikt kan worden gemaakt voor tijdelijke bewoning door statushouders. Is de minister bereid om deze inventarisaties ook beschikbaar te stellen aan het parlement? Zijn de gemeenteraden waar deze ontwikkelingen voorzien zijn, aan de voorkant op de hoogte gebracht van deze plannen? Zo nee, waarom wordt de lokale democratie hierover niet geïnformeerd? Welke mogelijke rechtsmiddelen kunnen omwonenden nog inzetten tegen zo'n tijdelijke inzet voor huisvesting voor statushouders? Graag een reactie van de minister.
Handelingen I 2021/22, nr. 12, item 4, blz. 9.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik heb toch nog een openstaande vraag die niet beantwoord is door de minister. Ik overweeg in tweede termijn daarover een motie in te dienen als daar geen duidelijk antwoord op komt. Ik had gevraagd naar de inventarisatie die het Rijksvastgoedbedrijf, dat onder de portefeuille van deze minister valt, heeft gedaan naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen. Is de minister bereid om die inventarisatie te verstrekken? In hoeverre zijn de gemeenteraden van de betreffende gemeenten waar eventueel locaties voorzien zijn op de hoogte gesteld?
Minister Ollongren:
Excuses, die ben ik inderdaad vergeten. Het Rijksvastgoedbedrijf is nog volop bezig — dat doen ze in nauw overleg met de gemeenten — om geschikte locaties te vinden. Dat is een zorgvuldig proces en dat gaat ook echt in overleg met de gemeenten. Ik kan deze Kamer toezeggen dat zij daarover zal worden geïnformeerd, maar dat zal medio volgend jaar zijn.
Brondocumenten
-
behandeling van het onderdeel 'wonen' van de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 Verslag EK 2021/2022, nr. 12, item 4 herdruk
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over opvanglocaties voor asielzoekers in rijksvastgoed
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, L
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 januari 2025
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
16 januari 2025
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
16 januari 2025
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
16 januari 2025
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
7 februari 2023
Voortgang: -
6 februari 2023
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor VRO over het aanbod van rijksvastgoed dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft gedaan ten behoeve van het opvangen van vluchtelingen
EK 35.925 VII, K
-
-
Beslisnota bij het verslag van een schriftelijk overleg over het aanbod van rijksvastgoed dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft gedaan ten behoeve van het opvangen van vluchtelingen
-
-
29 november 2022
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 december 2021
toezegging gedaan
Toezegging Aansluitplan voor PLOOI (33.328/35.112) (T03360)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens, toe de Kamer, eind 2021 dan wel begin 2022, te informeren over het aansluitplan voor PLOOI en de verschillende organisaties daarbij.
Deze toezegging wordt telkens in samenhang met toezegging T03362 behandeld.
| Nummer | T03360 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A.M.V. Gerkens (SP) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | aansluitplan strategie PLOOI |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 63
Mevrouw Gerkens (SP): Dank u wel, voorzitter. Dank voor de antwoorden van de drie personen daar, achter de tafel. Dank ook voor de toezegging dat er hard wordt gewerkt aan een aansluitstrategie. Mijn vraag aan de minister is of zij dat plan voor die aansluitstrategie of ten minste een brief daarover wil sturen naar deze Kamer wanneer deze fase is afgerond.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 69
Minister Ollongren:
Een aantal sprekers hebben geen vragen aan mij gesteld, maar ik heb wel goed naar hen geluisterd. Mevrouw Gerkens heeft wel een vraag gesteld. Ik zeg graag toe dat ik de Eerste Kamer zal informeren over het aansluitplan voor PLOOI en de verschillende organisaties daarbij. Ik heb gezegd dat we dat dit jaar afronden. Ik hoop dat het lukt om de Kamer nog dit jaar te informeren. Anders wordt het begin volgend jaar. Er wordt nu heel hard aan gewerkt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
17 mei 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 april 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Wet open overheid
Op 17 mei 2022 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 33.328 / 35.112, AC
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Gefaseerde inwerkingtreding van de actieve openbaarmaking (33.328/35.112) (T03362)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer (D66), toe de Kamer te informeren over de gefaseerde inwerkingtreding van de actieve openbaarmaking.
Deze toezegging wordt telkens in samenhang met toezegging T03360 behandeld.
| Nummer | T03362 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 31 december 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Jhr.mr. J.P. Backer (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | actieve openbaarmaking gefaseerde inwerkingtreding |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 49-50
De heer Backer (D66):
Even vanuit de wetgevingstechniek of het mechanisme. Er staat eigenlijk heel vaak dat er op enig tijdstip een deel van de wet alsnog in werking treedt. Nu begrijp ik uit de discussie dat er geen automatisme in zit. Ik heb het over de actieve openbaarmaking. Maar wat is nou het triggerpoint? Ik las bij de voorbereiding in de stukken dat de heer Van Weyenberg een keer over vier jaar sprak. Maar ik begrijp dat het niet aan tijd gebonden is. Het is veel meer functioneel gebonden: is men er klaar voor? Hoe werkt dat dan? Wie rapporteert er? Is dat de adviescommissie? Is het de minister die aan de Tweede Kamer rapporteert en zegt: nu zijn we zover? Ik wil er even iets meer gevoel voor krijgen.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 50
Minister Ollongren:
Zoals ik het voor mij zie, maken we samen met de koepelorganisaties een plan. Daar zijn we al mee in overleg. Dat platform wordt tegelijkertijd doorontwikkeld. We hebben dan een plan en dan kunnen we gefaseerd afspreken wanneer wat in werking treedt, zoals het in de wet staat. Ik denk dat het meest logische is als de minister daarover rapporteert aan de Kamer, zodat de Kamer inzicht heeft in het plan en of het netjes op die manier wordt uitgevoerd. Ik meen dat er bij die gefaseerde inwerkingtreding iedere keer als er een volgende fase ingaat een KB hoort. Laat me dat nog even wetstechnisch checken. Dat lijkt me de manier om dit te doen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 31 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over motie actieve openbaarmaking en openstaande toezeggingen Wet open overheid (Woo)
Op 9 juli 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.328 / 35.112, AL
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Bevoegdheidsverdeling kwaliteitsborger en bevoegd gezag (34.453) (T03368)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (PvdA), toe haar schriftelijk te informeren over de bevoegdheidsverdeling tussen het bevoegd gezag en de kwaliteitsborger.
| Nummer | T03368 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 9 november 2021 |
| Deadline | 1 juli 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bevoegd gezag bevoegheidsverdeling kwaliteitsborger |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 5-6
De heer Crone (PvdA):
Het borgen van de kwaliteit helpt de aannemer maar vooral de vergunningvrager om een betere kwaliteit te krijgen. Dat willen we allemaal. Maar het komt niet in de plaats ván. Ik zie in de stukken dat dit onduidelijk is. In het laatste antwoord dat we in september hebben gekregen, staat op de ene pagina dat de gemeente de stukken van de kwaliteitsborger alleen maar procedureel mag beoordelen, dus of het dossier compleet is. Maar de gemeente mag niet zeggen dat er iets ontbreekt of dat er een draagmuur wordt doorgebroken terwijl de lateibalk niet zwaar genoeg is. Dat mag dus niet. De gemeente mag alleen maar de omgevingsaspecten, zoals ruimtelijke ordening, beoordelen.
(…)
De tweede vraag is dan: wie mag dat wel? Mag de aanvrager, de aannemer of het bevoegd gezag in beroep gaan tegen een besluit van de kwaliteitsborger? Als de kwaliteitsborger zegt dat het huis niet goed is, mag je er niet in. Dat is nieuw; dat is nu nog niet zo. De kwaliteitsborger is bepalend. 6 Dus wie mag dan zeggen: u mag toch uw huis in? Want dan overrule je toch inhoudelijk de kwaliteitsborger. Ik begrijp dat dat volgens de wet niet mag. Zo lees ik het zelf ook.
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 18
De voorzitter:
Tot slot zou ik u nog een vraag willen stellen. U hebt gezegd dat de monitoringsrapportage voor de kerst komt. U hebt aan de commissie ook de toezegging gedaan dat er nog schriftelijk ingegaan wordt op de bevoegdheidsverdeling. Krijgen we daar ook voor de kerst een reactie op?
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 7
Minister Ollongren:
Er is ook een heel lange variant van, maar misschien is die niet dienstig voor deze vergadering. Ik kan het desnoods nog een keer op schrift zetten als uw commissie daar prijs op stelt.
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 18
Minister Ollongren: Zeker. Misschien reageer ik ook nog even als volgt op de heer Meijer. Natuurlijk gaan we proberen dat zo veel mogelijk namens partijen te doen. We werken al met de partijen samen. Als er iets naar de Kamer gaat, is dat uiteindelijk mijn verantwoordelijkheid, maar we doen dat met alle partijen samen. Ik ga er ook niemand van weerhouden om apart nog brieven aan u te sturen, want daar ga ik niet over. Maar de samenwerking is belangrijk. Ik zal ervoor zorgen dat dat heel helder is in de rapportage.
Brondocumenten
-
21 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
26 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 november 2021
toezegging gedaan
Toezegging Informeren werking tijdelijke alternatieve maatregelen IMRO bij voortgangsrapportage (33.118/34.986) (T03420)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe de Kamer in de komende voortgangsrapportage te informeren over de werking van de tijdelijke alternatieve maatregelen IMRO op basis van de integrale ketentesten en daarbij ook in te gaan op de door het lid Nicolaï aangegeven praktijkvoorbeelden.
| Nummer | T03420 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 juni 2022 |
| Deadline | 1 november 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | praktijkvoorbeelden voortgangsrapportage |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 15
De heer Nicolaï (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording, maar ik blijf toch even met een vraag zitten. Over die tijdelijke alternatieve maatregelen zei de minister dat
het allemaal al getest is, enzovoorts. Ik heb het niet over de techniek. Ik heb het niet over de ICT daarbij. Ik heb er toch nog een vraag over aan de minister. Omdat het systeem van de Omgevingswet anders is dan bij de huidige Wet ruimtelijke ordening, zeggen de mensen die met die tijdelijke alternatieve maatregelen moeten werken: "We kunnen wel de techniek gebruiken, maar als je het gaat invullen … Bouwvlakken zijn niet mogelijk. Functieaanduidingen zijn niet mogelijk. Bouwaanduidingen zijn niet mogelijk. Figuren zijn niet mogelijk. Alles moet worden gestopt onder gebiedsaanduiding." Ik heb de sheets gezien die dat inderdaad aantonen. Omzetten naar een omgevingsplan is niet mogelijk. Kortom, alles moet dan opnieuw als het DSO ooit gaat werken.
Mijn vraag is: kan de minister in een brief hierop ingaan? Het gaat er niet om of de ICT klopt. Het gaat erom dat gemeenten zeggen dat die tijdelijke alternatieve maatregelen onhanteerbaar zijn. Er was ook een gemeente — ik ga niet noemen welke — die zei: we stoppen met die tijdelijke alternatieve maatregelen. Daar wil ik graag nog een reactie
op.
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 17
Minister De Jonge:
Ja, zeker. In de richting van de heer Nicolaï: helder moet zijn dat hij uitvoerig is getest. Het gaat niet alleen over de techniek. Hij wordt nu ook in de gebiedsontwikkeling
gebruikt, bijvoorbeeld als het gaat over gebiedsontwikkeling onder de Crisis- en herstelwet. We weten dat die techniek werkt en dat die in de praktijk werkt volgens het gedachtegoed waar ook de Omgevingswet op gebaseerd is. Dat brengt mij tot de opvatting: hij werkt, niet alleen technisch, maar ook qua uitwerking. En hij loopt natuurlijk mee in de
integrale ketentesten. Fase 1 is bijna afgerond en fase 2 komt eraan. Van de uitkomsten daarvan ga ik u in oktober op de hoogte stellen. Daarin zal ik uiteraard rapporteren
over de werking van die tijdelijke alternatieve maatregelen IMRO. U vroeg: mag ik een brief? Ja, graag, maar dat doe ik dan in de voortgangsrapportage, want dat kan ik dan
doen op basis van de integrale ketentesten. Dan kunnen we laten zien dat het werkt.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik ben blij dat de minister zegt dat er een brief over komt, maar ik heb aan de minister gevraagd om in te gaan op de voorbeelden die ik noemde. Als de minister dat kan toezeggen, zullen we het tegen die tijd behandelen, en niet nu.
Minister De Jonge:
Dat ga ik dan doen, want anders weet ik heel zeker dat ik ruw word onderbroken door uw voorzitter, terecht, denk ik dan. Overigens bent u natuurlijk gebeld door een gemeente
die dit heeft gezegd. Het klopt echt niet, dus misschien kunnen we buiten de uitzending even naam en rugnummer van die gemeente krijgen. Dan kunnen we even helpen en
ondersteunen.
Brondocumenten
-
Debat naar aanleiding van een mondeling overleg Omgevingswet Verslag EK 2021/2022, nr. 35, item 8
-
28 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 februari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang van de implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EU
-
-
8 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over de voortgang van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EK
-
-
13 september 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 augustus 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over inwerkingtreding Omgevingswet en ter aanbieding van rapportages
EK 33.118 / 34.986, EG
-
-
28 juni 2022
toezegging gedaan
Toezegging Uitkomsten van Integrale Ketentesten over Fase I en van de opvolgende fasen (33.118/34.986) (T03422)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe de Kamer in een voortgangsrapportage te informeren over de uitkomsten van de Integrale Ketentesten over Fase I, die in juli beschikbaar komen, alsmede de uitkomsten van iedere opvolgende fase waarin een ketentest is afgerond.
| Nummer | T03422 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 juni 2022 |
| Deadline | 1 februari 2023 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 18
Mevrouw Fiers (PvdA):
(…)
Het ICT-college geeft ook aan dat het, naast de kritiekepadplanning, heel belangrijk is om de hele planketen indringend door te testen. In antwoorden op onze vragen zegt de minister: ik heb twee fases van integraal planketentesten. Eentje loopt van 19 april tot 1 juli en de tweede loopt vanaf 8 juli voor acht weken. Dit zou betekenen dat begin september de integrale planketentoets klaar is. De eerste fase zou nu bijna klaar zijn. Ik ben wel benieuwd hoe het daarmee staat. Kan de minister al een tipje van de sluier oplichten over de resultaten van die testen?
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 27
Minister De Jonge:
(…)
We hebben fase 1 begin juli afgerond. De verbeterpunten worden dan doorgevoerd. Vervolgens wordt in fase 2 het vervolg getest. Maar ik wil daarmee door blijven gaan in fase 3 en eigenlijk ook over de jaargrens heen. En waarom? Omdat je natuurlijk telkens weer nieuwe releases hebt. Je wilt telkens zo'n systeem blijven testen.
Even voor het beeld: ja, het is een groot en complex systeem, maar laten we ook niet doen alsof we binnen de overheden niet nog veel grotere en nog veel complexere systemen hebben. Neem even het systeem van de Belastingdienst. Dat is een veel complexer systeem. Aangifte doen gaat doorgaans heel erg prima. Dat is een veel complexer systeem, omdat daar veel meer op wordt ingelogd bijvoorbeeld. Daarmee is het een veel complexer systeem. Dat geldt dus niet voor dit systeem. Overigens zijn dat soort testen wel gedaan: in welke mate kun je het maximaal belasten en blijft het ook dan nog draaiende? Het antwoord op die vraag is ja, want dat type testen is natuurlijk geweest. Maar we blijven dus ook de hele tijd dat type testen doen. We zullen ook bij iedere uitkomst, dus bij iedere fase waarin we de ketentest hebben afgerond, de Kamer informeren. We zullen überhaupt, ook als we aan de slag zijn met de Omgevingswet, dat soort dingen altijd totaal transparant maken, want dat doen we namelijk het hele invoeringstraject lang.
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 28-29
Minister De Jonge:
(…)
Mevrouw Fiers had een vraag over de eerste fase van het Indringend Ketentesten: wat zijn eigenlijk de resultaten van de eerste fase? Fase 1 van het Indringend Ketentesten wordt op dit moment uitgevoerd. Die bestaat uit vier testweken, tot en met begin juli. Testweek één en twee zijn afgerond. De testrapportages daarvan zijn publiekelijk toegankelijk via de website aandeslagmetdeomgevingswet.nl. Er zijn geen blokkerende bevindingen. Een groot deel van de bevindingen tot nu toe heeft betrekking op de decentrale softwarecomponenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lokale plansoftware, lokale regelsoftware of lokale VTH-software. Een aantal andere bevindingen heeft betrekking op de centrale software, bijvoorbeeld de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen, LVBB, en DSO-LV. Die genoemde bevindingen betreffen hoofdzakelijk functionaliteiten die wel werkbaar zijn, maar echt verbeterd kunnen worden. De totale rapportage over fase 1 zal in juli beschikbaar komen. Die zal ik dan ook met u delen. Vervolgens gaan we dus door in fase 2. We blijven volcontinu testen om alle nieuwe releases ook telkens goed door te testen. Dat is gewoon gebruikelijk bij grote ICT-projecten.
-
9 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
18 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
16 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FY
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
4 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
30 juni 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FK
-
-
23 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over het proces richting inwerkingtreding van de Omgevingswet
Op 23 mei 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FH
-
-
7 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang van de implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EU
-
-
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over de voortgang van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EK
-
-
21 juni 2022
toezegging gedaan
Toezegging Toesturen digitale werkagenda (36.200) (T03506)
De minister-president zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Jorritsma-Lebbink (VVD), toe dat de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering, mevrouw Van Huffelen, binnenkort de digitale werkagenda aan beide Kamers zal sturen.
| Nummer | T03506 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 18 oktober 2022 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A. Jorritsma-Lebbink (VVD) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Digitale werkagenda veiligheid vrijheid van meningsuiting |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2023 (36.200) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 4 item 4 – blz. 9.
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
(…)
“Voorzitter. Ik kom hiermee op mijn eerste inhoudelijke punt. Het blijft gelukkig in dit huis nog redelijk binnen de perken, maar breder in de samenleving en zeker ook bij de collega's aan de Bezuidenhoutseweg is bedreiging en bijbehorende beveiliging aan de orde van de dag. Er is een verruwing gaande van het publieke debat, en met het risico dat het klinkt als "grootmoeder vertelt", moet ik toch constateren dat er met de komst van sociale media veel is veranderd op dat vlak. Veel goeds, maar het is ook een katalysator voor deze verruwing. Social media vergroten het kleine, maar ze steunen ook complottheorieën en fakenieuws. De eerste vraag die ik aan het kabinet zou willen stellen namens mijn fractie, is of het kabinet echt bereid is veel harder in Europa aan de bel te trekken om te bewerkstelligen dat we de anonimiteit terug gaan dringen op Twitter, Facebook, TikTok, Instagram et cetera. Want het publieke debat is een heel groot goed. De mogelijkheid om daarin meer mensen te betrekken, is echt fantastisch, maar mijns inziens is er echt geen enkele reden om dat geanonimiseerd te doen, helemaal niet als dat ertoe leidt dat anderen niet meer normaal over straat kunnen.
In het verlengde daarvan ben ik ook benieuwd hoe het kabinet aankijkt tegen het online gebiedsverbod. Het is een wat verwarrende term, maar dit werd geopperd na de ongeregeldheden met de boerendemonstraties. Hoe kunnen we mensen die online oproepen tot ellende op een bepaalde plek aanpakken? Via het strafrecht duurt dat veel te lang. Daar hebben burgemeesters inmiddels ervaring mee. Dan is het kwaad al geschied. De burgemeester van Utrecht heeft het al geprobeerd via het bestuursrecht, met een soort gebiedsverbod. Inmiddels wil ook de burgemeester van Amsterdam dat heel graag gaan hanteren. Is het kabinet van plan om het lokale bestuur daarin tegemoet te gaan komen met een wettelijke basis voor een dergelijk ingrijpen? Ik hoor daar graag een reactie op.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 4 item 12 – blz. 71.
Minister Rutte:
(…)
“Dan was er los van asiel, maar wel op het punt juridisch, de volgende vraag. Zou je in Europa niet veel harder aan de bel kunnen trekken wat betreft het terugdringen van de anonimiteit op bijvoorbeeld Twitter, TikTok, Instagram et cetera? Ik ben nu dus even weg van asiel. Dit is een heel ander thema, maar het valt wel onder juridisch. Ik denk dat het van belang is dat de anonimiteit op sociale media juridisch geborgd is. Dat is nou eenmaal zo. Dat geldt ook voor de veiligheid. Zou je dat willen veranderen, dan heb je wettelijke bevoegdheden en andere verantwoordelijkheden nodig. Dat zijn bijvoorbeeld bevoegdheden van opsporingsdiensten om op te treden tegen haatzaaien en verantwoordelijkheden bij platforms, onder andere op basis van EU- regelgeving, om content te modereren en zo nodig te verwijderen. Daar gebeurt natuurlijk wel heel erg veel.
Het gaat hier iedere keer om de balans tussen privacy en veiligheid. Maar het is niet zomaar mogelijk om te zeggen: je moet voortaan met vermelding van je naam en van wie je bent op sociale media actief zijn. Ook daar geldt dan weer dat als daar dingen zouden gebeuren die de aandacht van de opsporingsdiensten krijgen, er wel degelijk meer mogelijk is. Maar je kunt niet zonder meer persoonsgegevens van gebruikers registreren, verzamelen of verwerken, tenzij dat natuurlijk wenselijk is in het kader van de veiligheid, bijvoorbeeld als het gaat om haatzaaien.
Ik ben het eerlijk gezegd veel meer eens met de onderliggende boodschap van mevrouw Jorritsma. Dit is een beetje haar praktische voorstel. Maar onderliggend is ook mijn gedachte dat we in een mooi land leven. Mijn vraag aan Nederland zou zijn: laten we nou ook op sociale media een beetje op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan, met enige mildheid en enige humor. Dat zou al zo helpen. Soms gaat er allemaal zo grof aan toe, dat ik denk: wie denk je daar nou eigenlijk mee te bereiken, behalve een paar andere mensen die dat ook leuk vinden? Je zet je dan zo buiten de publieke discussie. Dat is zo weinig zinvol.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik bedoelde het toch een beetje serieuzer. Ik denk dat een deel van waar we nu mee zitten, dat politici bedreigd worden, dat allerlei mensen bedreigd worden, echt veroorzaakt wordt door de dynamiek die met anonimiteit op met name Twitter aan de orde is. Ik vind echt dat je moet weten wie de afzender is. Ik bedoel, het is makkelijk hoor: ik verwijder altijd al meteen alles waar een hondenkop op staat. Het is heel raar: waarom zou je op Twitter niet willen laten weten wie je bent? Ik heb ook gewoon mijn eigen naam op Twitter. Ik denk dat wij hier allemaal onze eigen naam gebruiken en niet een of andere fake naam. De verspreiders van fake news zijn zelf meestal ook fake. Overigens zijn dat ook vaak trollen. Die kun je op dit moment, als je er niks aan doet, helemaal niet achterhalen. Ik zou dus toch willen vragen of het kabinet daar ietsje serieuzer naar zou willen kijken.”
Minister Rutte:
“Ja. Mijn eerste indruk is ... Dat zullen we dan natuurlijk doen. Als er een kwestie is van haatzaaien of, laten we zeggen, wetovertredend gedrag, dan hebben opsporingsdiensten alle mogelijkheden om op te treden.
Twee. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de platforms zelf. Er is ook EU-regelgeving om ervoor te zorgen dat je als platform de inhoud in de gaten houdt en zo nodig verwijdert. Als mevrouw Jorritsma echt wetgeving zou willen die zegt dat je met naam en toenaam op social media moet, dan is mijn eerste informatie dat dat heel ingewikkeld is vanwege de twee grote belangen die dan met elkaar moeten worden gewogen. Dat zijn namelijk de privacy aan de ene kant en de veiligheid aan de andere kant.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik denk dat iemand de namen moet weten. Of je ze altijd helemaal op het account moet kunnen zien ... Maar nu weet in heel veel gevallen niemand wie de exacte afzender is, ook het platform niet. Mijn opvatting is dat dat niet meer zou moeten kunnen. Dat is de opvatting van mijn fractie. Nogmaals, ik vind dat er nu heel veel ellende voortvloeit uit dat feit, uit het feit dat niemand weet wie de afzender is. Het mooiste is natuurlijk dat je gewoon je naam erop zet. Als je dat niet durft omdat dat onveilig is voor je, dan moet ergens iemand weten dat jij de afzender bent.”
Minister Rutte:
“Dan komt nu mijn derde verzoek aan ambtelijk Algemene Zaken. Dat is om voordat ik in tweede termijn op de moties reageer, even één spaan dieper te kijken wat hier nog zou kunnen. Mijn eerste informatie is: ik wil geen verwachtingen wekken, want als het gaat om privacy versus veiligheid moeten echt verschillende grote juridische belangen met elkaar in balans gehouden worden. Maar deze aanvullende informatie gaan we nog even opnieuw wegen. We gaan kijken wat er kan.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 5 item 9 - blz. 24-25.
Minister Rutte:
(…)
“Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Jorritsma. Dat is het derde en laatste blokje, namelijk overige vragen. Haar vraag was: zou je in Europa niet veel harder aan de bel kunnen trekken wat betreft het terugdringen van de anonimiteit door bijvoorbeeld Twitter, TikTok, Instagram et cetera? Dat is een terechte vraag, denk ik. Het is wel ingewikkeld en veelzijdig, zoals in de eerste termijn betoogd. Gebruikers gaan een civielrechtelijke overeenkomst aan als ze gebruikmaken van zo'n dienst op een online platform. Dat doen ze dan met zo'n platform. Het platform heeft met gebruikersvoorwaarden het recht om grenzen te stellen aan het soort content dat het toelaat. Maar zij hebben ook het recht om bepaalde eisen te stellen. Dat civielrechtelijke karakter is ook van toepassing op de eisen die ze stellen aan de anonimiteit. Uiteraard gaat de gebruiker daar dan mee akkoord. Dat is eigenlijk de juridische kant.
Als die voorwaarden niet in strijd zijn met de wet, dan kun je er als Nederlandse overheid heel lastig nadere voorwaarden aan stellen of dat nou wel of niet mag. Dat valt dan weer onder de vrijheid van ondernemerschap en de contractsvrijheid. Wij zouden het wel wenselijk vinden dat mensen anoniem kunnen zijn op sociale media indien zij dat wensen. Tegelijkertijd zouden wij het wenselijk vinden dat de veiligheid van gebruikers geborgd wordt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de gebruiker op sociale media te verifiëren, waarbij de gebruiker slechts delen van zijn identiteit prijsgeeft en daardoor toch anoniem kan zijn. Daarvoor zijn technieken beschikbaar. Het kabinet zou het een goede zaak vinden als socialemediaplatforms die gebruiken. Dit heeft betrekking op de sociale media.
Wat betreft het gehele internet is het natuurlijk belangrijk dat mensen op zich anoniem kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan journalisten in landen waar geen sprake is van vrije meningsuiting. Vaak wordt van een trade-off gesproken: óf we borgen de privacy óf we borgen de veiligheid. Dat moet op de een of andere manier natuurlijk geen trade-off zijn; dat moet op de een of andere manier met elkaar samengaan.
Wanneer het gaat om illegale content, moeten we met elkaar in staat zijn om socialemediaplatforms aan te spreken, zodat zij die verwijderen. De overheid werkt daarom ook samen met de sector. De sector is ook welwillend, merk ik overigens in de gesprekken die ik daarover heb gevoerd met de mensen die die gesprekken voeren; die voer ik niet zelf. Vanuit Europa is daarom ook een zelfregulering in gang gezet. Die is erop gericht illegale content na notificatie zo snel mogelijk te kunnen verwijderen. Dat doen we dus met de Europese Commissie en de sector om te kijken naar de effectiviteit van dit soort maatregelen en instrumenten.
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering, mevrouw Van Huffelen, zal binnenkort de digitale werkagenda aan beide Kamers sturen. Ook hierin zal het debat over die waardenspanning, dus tussen vrijheid van meningsuiting aan de ene kant en veiligheid aan de andere kant, verder worden gestimuleerd. Dat is misschien een eerste reactie op de vraag, maar u ziet ook dat het wel een zoektocht is. Het is wel een worsteling.”
Brondocumenten
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 5, item 9
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 4, item 12
-
Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 4, item 4
-
11 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 april 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
18 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Realiseren centrale, integrale testomgeving (33.118/34.986) (T03562)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD), Verkerk (ChristenUnie) en Rietkerk (CDA), toe dat op korte termijn na inwerkingtreding van de Omgevingswet een centrale, integrale testomgeving wordt gerealiseerd.
| Nummer | T03562 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet testomgeving |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 10
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
“De adviescommissie ICT maakt zich zorgen over het ontbreken van een formeel, serieus mastertestplan en van een centrale integrale testomgeving. Een mastertestplan lijkt er te komen in de loop van de komende maanden. Klopt dat, vragen wij de minister. De adviescommissie ICT ziet zo'n integrale testomgeving voor softwareleveranciers als een conditio sine qua non om verschillende typen testresultaten met elkaar te verbinden. De heer Janssen had het daar ook al over. Volgens de decentrale overheden was het realiseren hiervan tot nu toe technisch heel moeilijk, maar zijn die problemen opgelost en kan zo'n centrale testomgeving er nu komen. De minister spreekt echter in zijn recente antwoorden over de noodzaak tot het doorvoeren van enkele technische wijzigingen. Kan de minister een toezegging doen over het op korte termijn realiseren van zo'n centrale integrale testomgeving en, zo ja, over welke termijn hebben we het dan?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 16
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. In het gesprek met de Adviescommissie ICT is uitvoerig gesproken over een integrale en centrale testomgeving. De minister is hier uitgebreid op ingegaan bij de beantwoording van de vragen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 18
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. In het gesprek met het Adviescollege ICT-toetsing is uitvoerig gesproken over het integraal en centraal testen. De minister is hierop uitgebreid ingegaan tijdens de beantwoording van de vragen. Eigenlijk zegt de minister: we doen het al en waar we het nog niet doen, gaan we het doen. Ik begrijp het antwoord van de minister. Toch zou ik daar meer toelichting op willen hebben. Dan gaat het mij ook met name om de rol van Axini. Als ik het goed begrijp, heeft dit bureau specifieke expertise voor het testen van complexe systemen. Dat heeft te maken met het feit dat hun aanpak gebaseerd is op bewezen formele procedures als ook op een modelmatige aanpak. Dat zou leiden tot meer gericht en efficiënt testen met als gevolg dat er meer inzicht wordt verkregen in de kwaliteit van het systeem. Ik zou hierop graag een reactie van de minister willen hebben en ook de reactie c.q. toezegging willen ontvangen dat de minister er echt voor zorgt dat er een integrale en centrale testomgeving komt. Ik sluit ook aan bij alles wat mevrouw Klip heeft gezegd.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 6
De heer Rietkerk (CDA):
“Het eerste punt gaat over de complexe gebiedsontwikkelingen. Onze fractie heeft daar vragen over gesteld, samen met een aantal fracties. Ik constateer in ieder geval dat er op dit gebied geen blokkerende bevindingen zijn geconstateerd voor de inwerkingtreding op 1 januari 2024. Dat is een belangrijk punt. Dit als eerste antwoord op een vraag van mevrouw Fiers. Wij vragen de minister: constateren we dit juist? Het AcICT heeft aangegeven dat de ontwikkeling van het DSO uitermate belangrijk is als het gaat om een integrale testomgeving. Andere woordvoerders zijn daar ook op ingegaan. Mijn vraag sluit aan bij de vragen van mevrouw Klip van de VVD-fractie. Mijn vraag aan de minister is: is de huidige situatie werkbaar en waaruit blijkt dat als het gaat om de integrale testomgeving en de overleggen die daarvoor worden gehouden?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 29
Minister De Jonge:
(…)
“De heer Rietkerk vraagt welke gesprekken er plaatsvinden voor de integrale testomgeving. Welke afstemming vindt er plaats met bestuurlijke partners over de vormgeving, inhoud en financiering daarvan? Is de huidige situatie werkbaar en waar blijkt dat uit? AcICT adviseert ons om naast de testomgevingen die we al hebben een aanvullende integrale ketentestomgeving te realiseren voor leveranciers. Een extra omgeving waarop DSO-LV en de decentrale softwareleveranciers aanpassingen die in de gehele DSO-keten moeten worden doorgevoerd, in samenhang met elkaar kunnen testen. Ik ben het ook eens dat dat van belang is.
De integrale ketentestomgeving voor leveranciers wordt dus opgepakt en wordt gerealiseerd. Momenteel spreken we daartoe concreet met de bestuurlijke partijen over wat die ketentestomgeving zou moeten kunnen. Op basis daarvan kan ik afleiden wat daarvan de kosten zullen zij. Dat kan ik nu nog niet beantwoorden. In de huidige periode van stabilisatie voor inwerkingtreding, dus zonder nieuwe DSO-LV-ontwikkeling, kunnen we ook nog zonder. Er is dus nog tijd om die integrale ketentestomgeving te ontwikkelen. Bij verdere doorontwikkeling van het DSO is die extra testomgeving gewenst en dat is ook zo besproken met de leveranciers.”
(…)
Minister De Jonge:
“Ik probeer naar eer en geweten de vragen zo goed als mogelijk te beantwoorden. Uiteraard maak ik daarbij gebruik van ambtelijke ondersteuning. Dat zult u mij niet kwalijk nemen. Ik had u ook al opgebiecht dat ik geen ICT-deskundige ben. Overigens heb ik daarbij geconstateerd dat geen van ons in deze zaal dat is. Dat maakt dat hele technische vragen moeten worden voorzien van een heel technisch antwoord dat ik niet helemaal uit eigen werk aan u voordraag. Dat beken ik ook grif. Mevrouw Klip vraagt of ik een toezegging kan doen over het op korte termijn realiseren van zo'n integrale testomgeving. Ook de heer Verkerk vraagt dat. Ja dus, zeg ik ook in de richting van de heer Rietkerk. Die aanvullende permanente integrale ketentestomgeving moet er komen. Ik deel dat die nodig is, zij het dat dat na inwerkingtreding oké is en niet nodig is voorafgaand aan inwerkingtreding, omdat we juist die stabiliseringsperiode ingaan met het DSO.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 50
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de minister te bedanken voor al zijn uitvoerige antwoorden. Via hem bedank ik ook alle ambtenaren die aan de overkant van de gang in twee kamers hard aan het werk zijn ten behoeve van de minister, maar indirect dus ook ten behoeve van ons. Ik begin ook even met het bedanken van de minister voor zijn toezeggingen aan de VVD-fractie. Ik noem ze voor de volledigheid toch nog maar even. Ik noem de toezegging dat naast het mastertestplan dat er komt, er een centrale, integrale testomgeving komt, niet vóór de invoering, maar wel snel daarna. In ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning op allerlei verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet. En het programma Aan de slag met de Omgevingswet blijft in ieder geval anderhalf jaar voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
13 mei 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over het proces richting inwerkingtreding van de Omgevingswet
Op 23 mei 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FH
-
-
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Overleg met VNG over participatiebeleid (33.118/34.986) (T03563)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat overleg met VNG zal plaatsvinden over de wijze waarop gemeenten het best kunnen worden gewezen op belang van participatiebeleid.
| Nummer | T03563 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | gemeenten Omgevingswet participatiebeleid VNG |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 26
Mevrouw Moonen (D66):
“(…) Het is belangrijk dat we leven in een land waar mensen ook kunnen meepraten over hun leefomgeving en waar de overheden de stem van mensen ook echt serieus neemt. Voor de fractie van D66 zijn voor een succesvolle werking van de Omgevingswet ten minste zes zaken nog van heel groot belang. Ik ga daar ook toezeggingen over vragen. Ik begin waar we volgens mij moeten beginnen, namelijk bij de burger en bij participatie. Een aantal collega's spraken daar ook al over; de heer Verkerk sprak over participatie en mevrouw Kluit eveneens. Het idee van participatie is namelijk dat er een verschuiving plaatsvindt van juridische procedures achteraf naar betrokkenheid vooraf, maar om hieraan invulling te geven, is het volgens het Kennislab nodig dat er een preproductieomgeving komt. Mevrouw Fiers legde volgens mij de vinger op de zere plek toen ze antwoord gaf aan de heer Verkerk. Mevrouw Fiers vroeg of het nu wel beter wordt met die participatie. Volgens mij stelde zij die vraag terecht, want uit de positionpaper van het Kennislab blijkt dat het lastig is om die concepten te testen. Het Kennislab zegt eigenlijk dat een landelijke voorziening nodig is die het mogelijk maakt om concepten van besluiten te publiceren en onderwerp te laten zijn van participatie. Mijn vraag is dan ook of de minister kan toezeggen dat deze preproductieomgeving er komt, evenals die landelijke voorziening voor participatie. Participatie is voor D66 namelijk een heel belangrijk onderwerp. Dat was zij ook ten tijde van de invoering van de Omgevingswet. Ik heb daarover ook meerdere toezeggingen gekregen. Ik vind het heel belangrijk dat ook de motie-Nooren, waar wij coarchitect van waren, in de praktijk uitgevoerd kan worden.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 29
Mevrouw Moonen (D66):
“Ik denk dat we een onderscheid moeten maken tussen twee gradaties. Enerzijds neem je het participatiebeleid op in je omgevingsvisie of omgevingsplan. Dat is verplicht door de motie-Nooren. Dat is één aspect. Dat is niet vrijblijvend. Ik heb net geciteerd wat we toen, met heel veel steun in deze Kamer, hebben geregeld voor de participatie. Ik vind het ook heel goed dat we dat hebben geregeld. Daarnaast — daar heb ik in mijn betoog veel aandacht voor gevraagd, want daar zit een deel van mijn zorg — moet je voorgenomen besluiten en kwesties kunnen agenderen en communiceren zodat burgers daadwerkelijk kunnen participeren. Daar stelde de heer Nicolaï terecht een vraag over. Burgers weten dan dat er een woonwijk wordt gebouwd of dat er een spoorlijn wordt aangelegd, en dat ze mee mogen doen in een vroege fase. Daarvoor heb je die preproductieomgeving nodig, ook in het digitale stelsel. Maar het Kennislab Omgevingswet schrijft dat die niet gereed is. Daarom heb ik daar een toezegging over gevraagd.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 61
Minister De Jonge:
“Ga ik de gemeenten nog een keer wijzen op het belang van een eigen participatiebeleid? Dat zeg ik graag toe. Ik ga met de VNG in overleg over de manier waarop ik dat het beste zou kunnen doen.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
23 april 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
28 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Tijdreizen opnieuw testen en problemen oplossen (33.118/34.986) (T03566)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat tijdreizen bij IKT Fase 4 opnieuw getest zal worden en dat het probleem is opgelost voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.
| Nummer | T03566 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Digitaal Stelsel Omgevingswet Omgevingswet tijdreizen IKT |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 7
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Dan constateren wij ook dat er bij IKT-3 nog bevindingen waren op het gebied van tijdreizen. De basis van het tijdreizen werkt goed en dat is ook al eerder aangetoond. Maar er is gebleken dat niet alle informatiekundige objecten in de content even goed tijdreisbaar waren. Mijn vraag aan de minister is: wanneer is dit probleem opgelost? Kan de minister toezeggen dat in het kader van IKT-4 dit opnieuw kan worden getest en dat dit probleem is opgelost voor inwerkingtreding?”
(…)
De heer Rietkerk (CDA):
“Nee, want ik heb een toezegging gevraagd over IKT-4 als het gaat om tijdreisbaarheid. Ik heb gevraagd het probleem dat daarbij gesignaleerd is op te lossen en dat mee te nemen in die test. Ik heb gevraagd dit probleem op te lossen voor de inwerkingtreding. Daar wil ik van de minister een toezegging op.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 29
Minister De Jonge:
(…)
“Dan het tijdreizen. Daar is een aantal vragen over gesteld. Tijdreizen is een functionaliteit waarmee teruggekeken kan worden in de viewers van het DSO welk besluit wanneer waar van kracht was. Hoe zag bijvoorbeeld het omgevingsplan er op een bepaald adres zes maanden geleden uit? De functie tijdreizen zoals die nu in het DSO zit, voldoet aan de afspraken uit het bestuursakkoord van 2015. Ik denk dat dat belangrijk is. In de positionpaper van de Raad voor de rechtspraak van 22 februari 2023 is bevestigd dat de betreffende functionaliteit door de rechtspraak is getest en dat die functie voldoet aan de randvoorwaarden die destijds zijn gesteld. De Raad van State sluit zich op dit punt aan bij de Raad voor de rechtspraak. Het feit dat het DSO en dus die viewer voldoen aan die randvoorwaarden, betekent overigens niet dat er geen verbeteringen mogelijk zijn in het resultaat van dat tijdreizen in de viewerdocumenten op de kaart. Die verbeteringen zitten niet zozeer in het tijdreizen zelf, maar meer in de weergave. We gaan dan wel erg ver de techniek in, maar we willen die verbeteringen nog wel verwerken, omdat de Raad van State en ook de Raad voor de rechtspraak zeggen dat het verstandig is om dat te doen. Die verbeteringen zullen worden verwerkt en ze zullen worden getest in IKT-4, ook met de begeleidingsgroep.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
14 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief negatieve signalen opdracht tot compenseren IMG en NCG (35.603/36.094) (T03598)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat hij na zal gaan of de opdracht tot compenseren van het Nationaal Coördinator Groningen (IMG) en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) soms een probleem veroorzaakt. Er lijken signalen te zijn dat schadevergoedingen soms leiden tot het verliezen van toeslagen, en het kent mogelijk ook een relatie met eventuele aflossing van coronaschulden door bedrijven. De staatssecretaris zal een brief sturen, of het in de kabinetsreactie op de enquêtecommissie bespreken.
| Nummer | T03598 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Groningen Instituut Mijnbouwschade Groningen Nationaal Coördinator Groningen schaderegeling |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2-3
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“Dan de financiële aandachtspunten. Onze fracties hebben meerdere partijen gesproken die vrezen dat mensen in de problemen komen als gevolg van deze wet. Dat heeft te maken met het in één keer uitbetalen van een bijdrage. Mensen krijgen dan in één keer een groot bedrag op hun rekening. Zij vrezen toeslagenachtige fuiken. Ik heb twee voorbeelden. Iemand krijgt bijvoorbeeld een bedrag uitgekeerd en daarmee overschrijdt zijn inkomen de toeslagennormen van verschillende toeslagen. Hij verliest als gevolg daarvan deze toeslagen. Een ander voorbeeld: een ondernemer moet drie maanden zijn pand uit omdat dat gerenoveerd moet worden. Deze ondernemer heeft ook uitgestelde belastingbetalingen waarmee hij moeite heeft als gevolg van corona. Ook hij krijgt dit bedrag op zijn rekening gestort, waarna de Belastingdienst langskomt en dit meeneemt. Op papier lijken hier wel oplossingen voor te zijn, omdat er achteraf betaald kan worden. Dat betekent echter dat deze ondernemer geen inkomen heeft. De NCG merkt dat mensen in dit soort situaties de consequenties vaak niet goed kunnen overzien. Kan de staatssecretaris aangeven welke mogelijkheden hij ziet om te voorkomen dat de extra gelden die worden overgemaakt impact hebben op de toeslagenpositie, de uitkeringssituatie of de inkomenssituatie van mensen? Kan hij bijvoorbeeld toezeggen dat de Belastingdienst geen claims laat leggen op bedragen die bedoeld zijn voor schadeherstel of versterking dan wel compensatie van gerelateerde kosten?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 16
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Mevrouw Kluit van GroenLinks vroeg hoe het zit met schadevergoedingen en het verliezen van toeslagen, en ook de relatie met eventuele aflossing van coronaschulden door bedrijven. We kunnen niet aan de Belastingdienst vragen om een uitzondering te maken, want dat is te ingewikkeld. Ik heb dat in een vorig leven ook gedaan. Dat is ingewikkelde materie. Wat je wel kunt doen, is het IMG en de NCG vragen om gewoon daarna te compenseren. Die opdracht hebben ze in principe. Maar ik vertrouw dit niet helemaal. U heeft blijkbaar signalen dat dit soms een probleem is. Ik ga die signalen na en ik zal daarover later rapporteren aan de Kamer, als mevrouw Kluit dat een goed idee vindt.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Dat vindt ze, want ze snapt dat dit complexe materie is. Het komt inderdaad uit de uitvoeringsorganisaties. Ik ga ervan uit dat die goed weten wat de problemen zijn. Op welke termijn denkt de staatssecretaris dat dit mogelijk is?”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Dat zou binnen een maand moeten kunnen. Ik moet dat gewoon even navragen en dan maak ik een briefje. Als het echt een probleem is, kan ik dat zelfs nog meenemen in de kabinetsreactie op het enquêterapport. Dat komt binnen een maand, ongeveer.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Ja, dank.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang:documenten: -
5 november 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
28 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretarissen van BZK, van Financiën - F&B en Financiën - T&D over fiscale gevolgschade
Op 5 november 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK CLXIV / 35.603 / 36.094, C
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Gesprekken coördinatiebesluit (35.603/36.094) (T03601)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat hij in gesprek zal treden met de NCG, gemeenten en vertegenwoordigers van bewoners om te kijken of de coördinatiebepaling een probleem oplevert en hoe dit kan worden opgelost. Hier wordt de provincie bij betrokken.
| Nummer | T03601 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | gaswinning Groningen Nationaal Coördinator Groningen Omgevingswet |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“De staatssecretaris heeft hierin de afgelopen periode al het voortouw genomen en dat siert hem oprecht, al zijn we er, gezien de voorbeelden die ik net noemde, blijkbaar nog niet. Want na alle behartenswaardige woorden over het luisteren naar Groningers en met name de lange ontwikkeltijd van de novelle riep het bij onze fractie toch wel wat verbazing op dat de regio aangeeft niet zo goed uit de voeten te kunnen met de coördinatiebepaling. Sterker nog, ze vinden die onwerkbaar. De bepaling, die op 1 januari in werking moet treden en de coördinatie van samenhangende besluiten regelt, betekent in de praktijk een enorme bureaucratisering, aldus partijen als de provincie en de NCG. De regio stelt dat die bepaling de bestaande samenwerking onwenselijk doorkruist en zelfs dat die zou moeten komen te vervallen. Kan de staatssecretaris vertellen hoe hij hiermee wil omgaan? Is hij bereid om, na overleg met de regio, bijvoorbeeld voor de zomer met een nieuw voorstel te komen dat wel de steun van de regio heeft en niet de nadelen die men daar ziet? Is hij wellicht bereid om de coördinatiebepaling op te schorten tot er een werkbaar alternatief is? Graag een reactie.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 12-13.
De heer Atsma (CDA):
(…)
“Voorzitter. Dan een ander punt met betrekking tot de wet die nu voorligt. Dat heeft te maken met een recent aangenomen wet, namelijk de wet die betrekking heeft op wat collega Kluit van GroenLinks eerder naar voren bracht: de Omgevingswet stelt dat er sprake moet zijn van een coördinatiebepaling en een coördinatieregeling. Die is met alle goede bedoelingen in het leven geroepen, juist om het voor mensen en bedrijven makkelijker te maken, doordat ze maar bij één loket hoeven aan te kloppen en niet met ingewikkelde procedures van verschillende overheden geconfronteerd worden. Echter, nu zegt de provincie Groningen: "het is prachtig dat de Omgevingswet er is, maar zou het niet dienstig zijn om daar toch nog eens kritisch naar te kijken, omdat én de betrokken provincie — in dit geval Groningen — én de regio, de verschillende gemeenten en/of de waterschappen die in het gebied actief zijn, er niet om hebben gevraagd". Als je nu kijkt naar de positie van de gedupeerden, zou het best eens zo kunnen zijn dat de Omgevingswet en de coördinatiebepaling die daarin is verwoord, tot een onnodige vertraging leidt en tot nieuwe frustraties bij gedupeerden. Ik zeg dit ook in de richting van de heer Vos, want anders hadden we het wellicht nu niet geweten en is het dus misschien toch goed dat het hier nog even op tafel is gelegd. Dus de vraag van onze kant richting de staatssecretaris is of hij zou kunnen aangeven of die coördinatiebepaling voor dit specifieke geval wellicht buiten werking zou kunnen worden gesteld. En als dit niet kan, moet dit misschien via wetgeving worden georganiseerd. Ik kan me voorstellen dat, kijkend naar het argument dat de provincie Groningen in onze richting hanteert, die urgentie breed wordt gevoeld, zowel aan gene zijde als aan deze zijde. Desnoods zouden we dat via een motie aan de Kamer willen voorleggen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 24.
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“De coördinatiebepaling regelt dat de vergunningverlening tegelijkertijd met het versterkingsbesluit wordt voorbereid. Hiermee wordt geborgd dat de eigenaar alleen met de NCG te maken heeft en niet ook nog een keer met de gemeente. Maar ik hoor ook dezelfde signalen, dus wat ik mevrouw Kluit wil toezeggen, is dat ik in overleg ga met de NCG, gemeenten en vertegenwoordigers van bewoners om te kijken of dit echt een probleem is en of ik dat eventueel op een andere manier kan borgen. Dat kan ik dus toezeggen.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Dat is hartstikke mooi. Ik denk ook aan de heer Atsma, die daar ook naar gevraagd heeft. En misschien kan ook de provincie daarbij betrokken worden, want met name de provincie maakt zich hier heel druk over.”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Dat zal ik graag doen.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
25 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Kijken naar mogelijke uitzondering ondertekenen akte van cessie (35.603/36.094) (T03602)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de kabinetsreactie, en anders in komende weken, gekeken wordt naar een mogelijke uitzondering in individuele gevallen op de verplichting om een akte van cessie te tekenen.
| Nummer | T03602 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | gaswinning Groningen procederen versterking |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“Dan ga ik op twee punten wat meer in detail in: de akte van cessie en de fiscale, financiële impact van de operatie. Allereerst die akte van cessie. Het is voor onze fracties best wel duidelijk waarom een akte van cessie nodig is. Tegelijkertijd horen wij in het gebied grote zorgen hierover. Het gaat niet zozeer om de juridische onderbouwing ervan, maar met name over de emotionele onderbouwing. Immers, stel dat je tien jaar tegen de NAM en de overheid hebt geprocedeerd en dat je geprobeerd hebt om daar erkenning voor te krijgen, terwijl tegelijkertijd de overheid jarenlang niet een betrouwbare partner voor jou is geweest. Dan is het voor sommige mensen heel moeilijk om afscheid te nemen van een claim op de NAM. De NCG verwacht aanzienlijke problemen in de voortgang hierdoor. Niet vanwege de juridische helderheid, maar juist vanwege die emotionele impact. Wij vragen ons af: kan dit nou niet anders? Is het nou niet mogelijk om in één keer voor al die betrokkenen in het gebied standaard de claim op de NAM over te nemen, waarbij een individuele burger desgewenst kan aangeven dat deze hem wil behouden? Dan hoeft niet iedereen individueel afscheid te nemen. Graag een antwoord.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 24.
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Ik denk dat ik een heel eind ben. Ik moet nog iets zeggen over de akte van cessie. Mevrouw Kluit stelde voor om generiek alle vorderingen op de NAM over te dragen op de Staat. Je kunt je afvragen of je dat wilt. Er zijn misschien bewoners die dat niet willen. Ik ga kijken — ik ben bereid om dat toe te zeggen — of er ruimte is om in individuele gevallen een uitzondering te maken op de verplichting om een akte van cessie te tekenen. Zo zouden we het kunnen proberen te doen. Het kan zijn dat dat wettelijk geregeld moet worden. Ik hoop het niet, maar daar moet ik naar kijken.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Als ik het goed begrijp, zegt de staatssecretaris om het om te keren, dus om generiek te zeggen: we nemen afscheid, en als u het wil behouden, kan dat.”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Ik moet me hier echt even in verdiepen en daarover gaan praten.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
‘Dat snap ik. Heeft de staatssecretaris enig idee hoelang dit nadenken duurt?”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Ik denk heel kort. Het liefst neem ik al deze dingen straks mee in de kabinetsreactie, want anders blijven we aan de gang. Het is eigenlijk de bedoeling dat dit de komende weken gebeurt.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Oké. Dan wacht ik nog even.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
25 november 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Versterking van de Awb ten aanzien van kenbaarheid en motivering bij AI-gebruik en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen (CXLVII) (T03670)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe dat de kenbaarheid en motivering van AI-gebruik binnen de Awb versterkt wordt en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen.
| Nummer | T03670 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. G.V.M. Veldhoen (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Algemene wet bestuursrecht artificiële intelligentie AI-gebruik |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 26
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Verder vroeg mevrouw Veldhoen of de Algemene wet bestuursrecht zou moeten worden versterkt door te verplichten dat in besluiten moet worden aangegeven dat er gebruik is gemaakt van een algoritme om tot besluitvorming te komen. Zij noemde ook nog een aantal andere elementen. Zij noemde daarbij ook de voorbeelden van Frankrijk en België. Belangrijk is dat algoritmische besluitvorming nu ook al wordt genormeerd door de Algemene wet bestuursrecht en dat daarbij ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur aan de orde zijn. Op dit moment echter wordt door de minister van BZK en de minister voor Rechtsbescherming in het kader van het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb onderzocht of er nog aanvullende waarborgen rondom algoritmische besluitvorming wenselijk zijn. Momenteel kijken we daarnaar. We hebben dat nog niet afgerond.
Eén van de varianten die wij echt willen bekijken, is inderdaad het als overheid vermelden van die algoritmische besluitvorming. Natuurlijk moeten wij er ook voor zorgen dat bij besluiten door de overheid op begrijpelijke wijze wordt vermeld hoe zo'n besluit tot stand is gekomen. Er zit dus een algemene component aan — hoe beoordelen wij bij DUO de studieleningen? — maar er zit ook een specifieke component aan. Die gaat er meer over: waarom is het in uw geval zo dat u wel of niet in aanmerking bent gekomen voor een bepaalde toeslag, uitkering of studielening?
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Ik heb nog even een aanvullende vraag. Ik heb ook het voorbeeld van Frankrijk genoemd. Daar verliest een beschikking haar geldigheid als niet aan die voorwaarden wordt voldaan. Wordt dat ook meegenomen in dat gesprek?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ik zou dat zeker wel in het gesprek willen meenemen. Ik vind dat zelf best een lastig punt, want als het besluit gewoon goed genomen is, is het gek als dat ineens niet meer zou gelden. Ik vind dat een lastig thema, maar ik wil zeker goed naar die wetgeving kijken.
We zijn bezig om de Awb te versterken. Transparantie en inzichtelijkheid zijn daarbij belangrijk. Vooral is het voor een burger of een bedrijf belangrijk om goed kunnen vol- gen: waarom is een besluit genomen en kan ik begrijpen waarom dat besluit zo is uitgevallen? Dat is natuurlijk een heel belangrijke factor. Ik zal dus vragen om dit mee te nemen. Ik kijk zelf ook mee. Of dat ertoe leidt dat we ook dat besluit zullen nemen? Het antwoord daarop moeten we nog even openhouden. Maar uiteraard komt die wet ook weer bij u, dus dan kunnen we dat debat eventueel verder voeren.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Dank u wel.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 31
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
(…)
“Ja, ik zal het kort houden. Even terug naar het vorige punt, de aanpassing van de Awb. Ik begrijp van de staatssecretaris dat die nu in consulatie is en dat dit daarin wordt mee- genomen. Wat wordt daar dan precies in meegenomen? Is dat inderdaad de motivering zoals ik die heb aangegeven in mijn bijdrage, namelijk dat het gebruik zelf, dus de aard, de data en de analyse die plaatsvindt, wordt meegenomen in de Awb? Voor zover ik heb gezien, zat dat namelijk niet in de weergave die in de brief van de staatssecretaris van 17 februari staat.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Misschien even voor de scherpte. We zijn bezig met het ontwerpen van een aanvulling op de Awb. Die is niet in consultatie, maar in preconsultatie; die is dus nog in een heel vroegtijdig stadium. Ik heb aangegeven, ook in de gesprekken, in het debat, dat ik daarover met u had, dat we gaan kijken hoe de algoritmische besluitvorming daarin een rol moet spelen. De waarborgfunctie van de Awb, dus het feit dat besluiten helder en begrijpelijk moeten zijn, willen we daarin meenemen. Ik heb toegezegd dat we daarvoor ook zullen kijken naar wat er in de Franse wetgeving staat, om te bezien of we daarvan kunnen leren. Nogmaals, ik voegde daaraan toe dat het ook gaat om het thema van het persoonlijk contact, omdat dat ook een relevante factor is in dit soort besluitvorming. Als een burger niet begrijpt waarom een bepaald besluit is genomen, moet hij met een mens, en niet alleen tegen een apparaat, kunnen praten over een toelichting, uitleg of dat soort dingen. Maar we zijn in het kader van dit wetsvoorstel hiermee nog aan het werk.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Helder. Het ging mij inderdaad om de consultatie, maar het is de preconsultatie.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ja. We zijn nog niet aan de consultatie toe op dit moment. Wij gaan overigens gebruikmaken van een heleboel input van experts, en dus ook van voorbeelden uit het buitenland.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 43
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
(…)
“Ik ben blij met de toezegging voor versterking van de ondersteuning van de rechtspraak en voor versterking van de Awb ten aanzien van kenbaarheid en motivering ten aanzien van AI-gebruik en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen. Ook ben ik blij met de toezegging ten aanzien van de publicatie van de mensenrechtentoetsen.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
9 september 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK ter aanbieding van een afschriftbrief over de analyse van de opbrengst van de internetconsultatie algoritmische besluitvorming
Voor kennisgeving aangenomen op 11 september 2025.
EK, V
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging De Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst te vragen om een lijst met mogelijke maatregelen Caribisch Nederland op belastinggebied (36.200 IV) (T03671)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Jorritsma-Lebbink (VVD), toe dat zij aan de staatssecretaris Fiscaliteit zal vragen om een overzicht te maken met mogelijke maatregelen voor Caribisch Nederland, waarbij het voorstel tot het maken van één uitgebalanceerd pakket zal worden meegenomen.
| Nummer | T03671 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 4 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A. Jorritsma-Lebbink (VVD) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | BES Caribisch Nederland fiscaliteit |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2023 (36.200 IV) |
Kamerstukken I 2022/23, 36 200 IV, R, p3.
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
(…)
“Ik maak nog een paar opmerkingen over de BES. Naast over de armoedebestrijding in directe zin heb ik ontzettend nagedacht over hoe we nou verder moeten. We hebben er natuurlijk ooit voor gekozen om heel veel wetgeving die in Nederland wel van toepassing is, vooralsnog niet op de BES-eilanden van toepassing te laten zijn. Wordt het niet tijd dat we eens wat fundamenteler gaan kijken of er niet meer wetgeving aan beide kanten van de oceaan geldig zou kunnen zijn? Ik vind het zelf nogal raar dat er op de eilanden geen winstbelasting wordt geheven. Dat vind ik best een beetje raar. Tegelijkertijd vraag ik me het volgende af. Als dadelijk blijkt dat het nodig is dat het minimumloon behoorlijk omhooggaat om de armoede werkelijk te bestrijden, zeker op Bonaire, dan kan je je ook afvragen of je niet een keer moet gaan kijken of je niet nog meer harmonisaties kunt maken. Waarom houden we dan nog een aparte AOV in stand? Moeten we er niet over nadenken om die op termijn ook gelijk te trekken? Misschien moet die commissie dat doen. Misschien is het wel een leuke taak voor de commissie om eens te kijken hoe je een gebalanceerd pakket van zuur en zoet -- zuur is betalen en zoet is krijgen -- in de fiscale sfeer zou kunnen maken. Overigens hebben we een staatssecretaris met veel ervaring op de Cariben. Die heeft zelf misschien ook wel ideeën over hoe we dit goed kunnen aanpakken. Ik heb zelf het gevoel dat we daarnaartoe zouden moeten groeien, al was het maar vanwege het beeld dat ik heb, zeker van Bonaire. Misschien ligt het iets anders op Sint-Eustatius en Saba, maar de sociaal-economische situatie op die eilanden verschilt op zich niet zo heel veel van Nederland. Je kan je afvragen of we er dan niet ook een beetje op dezelfde manier naar moeten kijken.”
Kamerstukken I 2022/23, 36 200 IV, R, p.17.
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan vroeg mevrouw Jorritsma over het thema van de wetgeving, breder dan de WolBES of FinBES: kunnen we er niet voor zorgen dat er nog veel meer uniformiteit komt in de wet- en regelgeving? We hebben natuurlijk het principe van "comply or explain", dat we nu echt willen invullen. Dat betekent dat we een inventarisatie hebben gemaakt om het principe van de legislatieve terughoudendheid, zoals dat heette, los te laten. We hebben dus sowieso gezegd dat bij alle nieuwe beleidsontwerpen of nieuwe wetgeving letterlijk moet worden nagekeken of die ook gelden voor Caribisch Nederland, maar we hebben ook een inhaalslag te maken met wetten die vanaf 2010 zijn aangenomen, maar nooit voor de BES zijn ingevoerd. Daar hebben we een lijst, een overzicht, van gemaakt. Dat overzicht hebben we ook naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarop staat prioritaire wetgeving om achterstanden in te halen. Dat lijstje zouden we ook u kunnen toesturen. Daar willen we mee aan de slag. Ook dat zal natuurlijk tijd kosten, maar dat lijstje hebben we in ieder geval gemaakt om ervoor te zorgen dat we die wetgeving kunnen aanpassen.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik heb met name geduid op de fiscaliteiten, waar volgens mij nog veel meer mogelijk zou zijn. Daarnaast hebben we dan de voorzieningen. Ik zeg altijd maar: het is zoet en zuur, wat de overheid int en wat de overheid uitgaat. Ik hoop dat we daar nog eens een pakketje van kunnen maken waarmee we nog iets meer balans kunnen krijgen.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“We zouden moeten navragen welke concrete voorstellen er nu zijn, maar in december heeft de staatssecretaris Fiscaliteit een ronde langs de BES-eilanden gemaakt om een inventarisatie te maken. Een van de thema's die hij opnieuw heeft opgehaald, is de dubbele betaling van invoerrechten. Als je bijvoorbeeld iets invoert naar Curaçao betaal je daar en vervolgens betaal je op Bonaire een tweede keer. Zo zijn er een aantal thema's waarvan de staatssecretaris een pakket wil maken om mee aan de slag te gaan. Ik kan hem vragen om nog even voor u op een rijtje te zetten welke thema's voor hem van belang zijn om aan te pakken. We zien namelijk inderdaad dat op belastinggebied verschillende onderwerpen een rol spelen. U doet de suggestie om er één pakket van te maken, van dingen die helpen en dingen die misschien geld kosten, zodat we die bij elkaar kunnen brengen. Ik ga er graag mee aan de slag om te kijken of er zo'n pakketje is en of de staatssecretaris u daarover kan informeren.”
De voorzitter:
“Dat zien wij als een toezegging en daarvoor zijn wij natuurlijk ook geïnteresseerd in dat overzicht dat de Tweede Kamer heeft en wij nog niet. Fijn dat u ons dat kunt doen toekomen. Dank daarvoor.”
Brondocumenten
-
14 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
19 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
4 april 2023
toezegging gedaan
Toezegging Reactie EZK op Corporate Governance Code bij kabinetsreactie (CXLVI) (T03707)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Lucas Vos (VVD), toe dat zij aan EZK zal vragen in de kabinetsreactie op de Corporate Governance Code terug te komen.
| Nummer | T03707 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | L.B. Vos (VVD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bedrijfsleven discriminatie diversiteits- en integriteitsbeleid |
| Kamerstukken | Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving (CXLVI) |
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 16.
De heer Lucas Vos (VVD):
(…)
“Meneer de voorzitter. Ik had ook nog een vraag gesteld hoe de minister haar coördinerende taak opvat. Ik merk wel dat veel van de antwoorden gaan over het beleidsterrein van de minister zelf. Ik heb een voorbeeld dat ik even wil aangeven, dat ik ook al in de debatten heb aangeven. Vorig jaar is de Corporate Governance Code opnieuw herzien. In mijn bijdrage heb ik ook opgeroepen: zorg nou dat deze thematiek daar ook in voorkomt, zodat raden van bestuur en raden van commissarissen in het bedrijfsleven dit thema actief op hun radar hebben staan. Maar daar is niks mee gedaan. Het hele woord "discriminatie" is niet terug te vinden in de Corporate Governance Code. Voor mij zou dit vallen onder die coördinerende functie. Ik zou dus de gedachte aan de minister willen meegeven om daarnaar te kijken. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven. Ik zit in de tankers. Wij ondertekenen helaas niet die Verklaring van Amsterdam. Ik wist daar niets van, terwijl ik zelf toch ook tot die community behoor. Misschien kan ik er nog even voor zorgen. Maar ik weet dat het bij ons in ieder geval ook een heel moeilijk thema is, terwijl ik in de scheepvaart zit met bemanning … Het is best een groot thema, maar het blijft moeilijk om het in bestuurlijke lagen goede aandacht te laten krijgen.”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 19-20.
Minister Bruins Slot:
(…)
“In dat kader is het natuurlijk ook belangrijk dat ook het bedrijfsleven daarin het goede doet. Ik vind het in ieder geval goed dat er in de Corporate Governance Code die er nu ligt, wel bewust aandacht is voor diversiteit en inclusie; dat is echt een verbetering ten opzichte van de vorige. Eigenlijk kan je dat ook wel zien als de tegenhanger van de aanpak van discriminatie. Er is nu nadrukkelijk opgenomen dat de commissies en ook de commissarissen divers moeten zijn -- de heer Vos weet dat -- en dat elke vennootschap een diversiteits- en integriteitsbeleid moet hebben. Dat moet ook gepaard gaan met de verklaring en het plan. Het doel daarvan is het vergroten van de deskundigheid, ervaring en diversiteit in de toplagen. Je zou kunnen zeggen: het woord "discriminatie" staat er niet. Maar op het moment dat je werkt aan diversiteit en inclusie, lever je ook een hele belangrijke bijdrage aan het voorkomen van discriminatie. Ik wil eigenlijk wel toezeggen om ook op dit punt EZK te vragen in de kabinetsreactie hier nog wat verder de gedachten over te laten gaan.”
Brondocumenten
-
9 september 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
9 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK betreffende toezegging over discriminatie in relatie tot Corporate Governance Code
Door de commissie voor BIZA op 9 september 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, AG
-
-
1 april 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de stand van zaken van drie toezeggingen
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, H
-
-
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek gemeenten kwaliteit antidiscriminatievoorzieningen (CXLVI) (T03710)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Talsma (ChristenUnie) en Karakus (PvdA), toe dat zij in gesprek zal treden met gemeenten om de kwaliteit van antidiscriminatievoorzieningen te vergroten.
| Nummer | T03710 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | H. Karakus (PvdA) mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | antidiscriminatievoorzieningen discriminatie gemeenten |
| Kamerstukken | Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving (CXLVI) |
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 7-8.
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
Dat hangt een beetje samen met het punt van -- dat zijn mijn woorden -- het schijnbaar uitdijende palet aan instanties, loketten, voorzieningen en wat dies meer zij op het gebied van antidiscriminatie. Mijn vraag aan de minister is: hoe kijkt zij daarnaar? Daarbij ook de vraag: hoe blijft die aanpak slagvaardig? Hoe voorkomen we dat we straks een lokettenoerwoud hebben waarvan niemand meer weet wie nou eigenlijk wat doet, wat nog de verantwoordingslijnen zijn en 8 wie waarover nog op welk moment en op welke wijze iets te zeggen heeft of iets terug te koppelen heeft? Hoe blijft, of wordt, ook hier de aanpak slagvaardig in plaats van gefragmenteerd?
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 17-18.
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Ik wil de minister niet uitlokken om helemaal in te gaan op het Berenschotrapport, want dat komt allemaal nog. De minister kent het rapport ongetwijfeld minstens zo goed als ik, maar daar staan ook nog wel een aantal punten in waarvan ik denk: nou, als dat nu discriminatie.nl is … Het takenpakket is onvolledig, de organisatie is versnipperd en niet 18 voldoende onafhankelijk en er zijn barrières, en hoe zit het met de landelijke vereniging? Daar hebben wij als ChristenUniefractie ook nog wel enige zorg bij. Het palet is dus kennelijk minder uitgebreid, maar ik ben wel nieuwsgierig wanneer we daarover iets meer kunnen verwachten. Misschien komt dat ook wel in die grote reactie op het twintigpuntenplan. Nogmaals, ik ben erg gecharmeerd van de eenvoud, zoals de minister die nu presenteert -- dat meen ik oprecht -- maar dan moet het ook wel gaan werken. Daar ben ik dus heel nieuwsgierig naar.”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 18.
De heer Karakus (PvdA):
(…)
“Het gaat nu over de harde kant. Ik denk dat dat best goed is. Als ik de minister zo beluister, denk ik dat dat wel goed op orde komt. Ik voel althans die gedrevenheid. Maar we hebben het ook gehad over de zachte kant, namelijk het gevoel van discriminatie. Uit de gesprekken bleek toch dat dat best wel hardnekkig is. Dat heeft ook weer te maken met de bejegening van de slachtoffers door de medewerkers. Daar zou ik ook aandacht voor willen vragen. Het heeft te maken met bejegening, werkwijze, handelen et cetera, en met de brief die je verstuurt. Ik hoop dus dat de minister er ook nog even op ingaat wat we daaraan kunnen doen”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 20.
De minister:
(…)
“Ja, ik herken wat de heer Talsma zegt: de kwaliteit en sterkte van de antidiscriminatievoorzieningen verschillen heel erg. Dat is precies waarom ik er nu extra op in ga zetten dat de lat omhooggaat, want het is gewoon een wettelijke verplichting. Gemeenten willen dat ook graag, maar zij hebben wel handvatten nodig om dat te doen; die krijgen sommige niet. Dat betekent dat ik met gemeenten het gesprek aanga om ervoor te zorgen dat zij die wel krijgen en als ze die zo niet krijgen, dan zorg ik er op een andere manier wel voor dat het gebeurt. Daarmee heb ik ook uitgelegd wat ik aan de zachte kant, waar de heer Karakus naar vroeg, wil gaan doen, maar we zullen dat aspect ook terug laten komen in de brief. Ik herken daarbij ook wat de heer Karakus aangaf, namelijk dat je niet van het kastje naar de muur gestuurd wilt worden. Een sterkere ADV zorgt daar ook voor, want vaak heeft die ook de contacten, bijvoorbeeld met de politie, om dat te doen. Overigens is de politie een van de uitvoeringsorganisaties die op dit moment heel actief werk maakt van het voorkomen van discriminatie binnen de eigen organisatie. Daarvoor is ook een boegbeeld -- ik weet niet of dat het goede woord is -- of eigenlijk een aanjager naar voren geschoven. Dat is de heer Sitalsing, als ik het goed heb. Hij is in het kader van deze kabinetsreactie ook bij ons op het ministerie langsgekomen om daarover het gesprek te voeren en te vertellen hoe hij dat vanuit het perspectief van de politie ziet.”
Brondocumenten
-
18 maart 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
4 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over antidiscriminatievoorzieningen
Op 18 maart 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, AF
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
24 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
5 september 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
16 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Monitoring en tussenevaluatie Wkb (34.453) (T03712)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de kostenontwikkeling, het effect op de consumenten, dus de koper van een huis, het effect op mkb-bedrijven en in het bijzonder het effect op de kleinere bedrijven zal worden meegenomen bij de monitoring en tussenevaluatie. De minister zegt ook toe dat er een jaarlijkse monitoring zal plaatsvinden. De minister zal de Kamer over die monitoring berichten. Ook wordt toegezegd dat een jaar na ingang van de Wkb de eerste tussenevaluatie aan de Kamer wordt toegekomen.
| Nummer | T03712 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 1 september 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bouwen handhavingskadaster Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WKB |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP- blz. 4.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Een tweede vraag is: wanneer en op welke wijze zal de evaluatie en de monitoring plaatsvinden van de AMvB van de Wkb? Ik kort hem even af.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP- blz. 10-11.
Minister de Jonge:
(…)
“Over de monitoring was er een vraag van het CDA. Ik wil die monitoring intensiveren. We hadden afgesproken om dat drie jaar na de inwerkingtreding te doen. Maar gegeven de vragen die bijvoorbeeld vanuit kleine bouwers gerezen zijn -- dat zijn vragen zoals: is dit voor ons ook doable? -- wil ik eerder de vinger aan de pols houden. Dat kan er ook toe leiden dat je eerder kunt acteren. Dat betekent dat ik gewoon jaarlijks die monitoring wil hebben. Ik zal u ook jaarlijks over die monitoring berichten. Ik wil eigenlijk aan u toezeggen dat ik een jaar na ingang de eerste tussenevaluatie aan uw Kamer doe toekomen.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 12.
Minister de Jonge:
(…)
“Het is wel eerlijk om te zeggen dat kleinere bouwers, zeker nu die uitvoeringspraktijk zich nog moet zetten, het ook wel veel werk vinden om zich er helemaal toe te zetten; daar moeten we gewoon eerlijk in zijn. Daar zullen we dus gewoon heel alert op moeten zijn, ook in de evaluatie. We zullen kleinere bouwers hier ook echt bij moeten helpen. Ik heb daar oog voor en zie ook dat dit een vraagstuk is.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 13.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Het derde punt gaat over monitoring en intensivering. Ik hoorde nu een toezegging over één jaar na ingang en dan jaarlijks. Dat is sneller dan het op de papieren staat, maar dat is dus een toezegging. Gaat de minister dan bij die evaluatie in op de kostenontwikkeling, op het effect op de consumenten, dus de koper van een huis, op het effect op mkb-bedrijven en in het bijzonder op het effect op de kleinere bedrijven?”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 17.
Minister de Jonge:
(…)
“Waarom ben ik niet bezorgd over de twee weken na oplevering? Dan gaat het over een gereedmelding door een aannemer. […] Die twee weken lijken me daar dus niet het probleem. Maar laten we dat meenemen in die monitoring.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 17.
Minister de Jonge:
(…)
“De monitoring is dus jaarlijks. Kunnen we daar ook de kosten in meenemen? Ja, ik denk dat dat kan.”
Brondocumenten
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
17 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief overgangsrecht (34.453) (T03714)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Rietkerk (CDA) en Talsma (ChristenUnie), toe dat het overgangsrecht op papier wordt uitgewerkt.
| Nummer | T03714 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bouwen handhavingskadaster Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WKB |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 5.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Er wordt voor het eerst over overgangsrecht gesproken in de documenten die wij krijgen. De vraag is: kan de minister aangeven wat hij daarmee bedoelt? Is dat wat anders dan de niet gekozen, door de Raad van State voorgestelde en door onze Eerste Kamer ook wel gesteunde terugvaloptie, waar de heer Crone ook op duidt? Daar wil ik een duiding van hebben en ook een toezegging voor dat overgangsrecht. Want bij het omgevingsrecht helpt dat en het is de eerste keer dat ik daar bij de AMvB Wet kwaliteitsborging voor het bouwen over lees.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 7.
De heer Talsma (ChristenUnie):
“Dank u zeer, voorzitter.
Ik heb één aanvullende vraag. Het is misschien een detail, maar het viel me op, en ik hoorde dat collega Rietkerk er ook op is aangeslagen. In de meest recente brief, waarvoor overigens dank, al was het maar vanwege de enorme snelheid waarmee die kwam, lees ik twee keer het woord "overgangsrecht". Er wordt iets geschreven in de trant van "er is voorzien in overgangsrecht". Punt. Ik zou van de minister graag weten waar dat overgangsrecht uit bestaat. Kan hij er iets meer woorden aan besteden, naast enkel het feit dat het er is? Op zich ben ik daar een dankbaar mens voor. Maar wat houdt het in? Daar hoor ik graag iets meer over. Dank u zeer.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 17.
De heer Rietkerk (CDA):
“Dank u wel, voorzitter. Ik heb gevraagd om een toezegging op papier te krijgen over het overgangsrecht. De heer Talsma heeft het overgangsrecht twee keer terug zien komen. Het is van belang om dat ook toegelicht te krijgen op papier, omdat dat volgens mij ook de medeoverheden helpt, in ieder geval de gemeenten maar ook de bouwwereld.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 21.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan kom je bij het overgangsrecht. De heer Rietkerk vroeg ook: kan het ook op papier gezet worden? Ik denk dat het al wel op papier staat, maar ik ben zeer bereid om dat nader op papier te zetten, als dat helpt. Het overgangsrecht betekent hierbij dat alles wat vóór 1 januari 2024 tot een vergunningaanvraag leidt, nog gewoon onder de oude wetgeving gebouwd kan worden. Dus het gros van wat er gebouwd wordt, zal het hele jaar door onder de oude wetgeving vallen. Vanaf 1 januari 2024 valt de vergunningverlening onder de nieuwe wetgeving. Dat betekent dat dit een soort een ingroeimodel wordt, met een "fade-out, fade-in"-principe. Vandaar ook dat er niet echt een zorg is over het aantal kwaliteitsborgers.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 22.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de toezeggingen zoals de heer Rietkerk die heeft ontfutseld en heeft gehoord. Allereerst het overgangsrecht. Ik ben zeer bereid om even goed uit te werken, ook op papier, hoe dat in elkaar zit.”
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
26 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
17 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren verdeling tijdelijke extra beheerkosten (33.118 / 34.986) (T03715)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks-PvdA), toe dat hij de Kamer zal informeren over de tijdelijke verdeling van de extra beheerkosten tot en met 2029.
| Nummer | T03715 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 31 maart 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | beheerskosten Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 10 - blz. 1-2
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
(…)
“De kern is dat wij heel graag onomwonden horen dat de financiële dekking voor het uitstel, het beheer en onderhoud en de doorontwikkeling van de Omgevingswet op tijd en meerjarig beschikbaar komt, waarmee wij uiterlijk in de begroting van 2024 en verder bedoelen.”
(…)
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
“Dank u wel, voorzitter. De laatste vraag. Gaan de CA-middelen, dus de middelen uit het coalitieakkoord voor gemeenten, nog in 2024 richting de gemeentes, of niet? Er wordt een motie overwogen, maar ik hoop echt oprecht dat we het met toezeggingen afkunnen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 10 - blz. 2
Minister De Jonge:
(…)
“Op één punt is wel discussie en dat is de verdeling van die tijdelijke extra beheerkosten tot en met 2029. Dus van de hele financiële plaat gaat de discussie over de verdeling van de kosten van 43 tot 60 miljoen. We hebben er heel erg veel ambtelijke gesprekken over gevoerd en ook een aantal keren bestuurlijk, waar ik deze week weer mee verder ga. Dus ik hoop daar uit te komen en dan laat ik het u weten. We zijn elkaar wel een heel eind genaderd, maar we zijn er nog niet uit op dit punt.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 1
de Voorzitter:
(…)
“Door de leden Kluit, Van der Goot, Nanninga, Janssen, Van Rooijen en Van Langen-Visbeek wordt de volgende motie voorgesteld:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet al in 2021 heeft toegezegd om de uitvoering van de Omgevingswet financieel voldoende te instrumenteren en dat deze eerste toezegging nadien opgevolgd is door meerdere nieuwe toezeggingen die deze eerste toezegging herbevestigden;
constaterende dat in het debat over het koninklijk besluit Omgevingswet de regering heeft toegezegd voor 1 juli met een herijkt financieel beeld te komen en de Kamer voor de zomer te informeren over de financiering daarvan, zodat ruim voor het opstellen van de begroting 2024 en verder er financiële duidelijkheid is voor decentrale overheden;
constaterende dat de Kamer het belang van die toezeggingen heeft benadrukt met een breed aangenomen motie Kluit (33118, 34986, letters EY);
constaterende dat de Voorjaarsnota tegemoetkomt aan noch die motie noch deze toezeggingen en er een nieuw Integraal Financieel Beeld ligt, waaruit blijkt dat de totale kosten en de terugverdientijd van de Omgevingswet voor decentrale overheden stevig oplopen en dat de regering steeds heeft uitgesproken decentrale overheden bij te staan wanneer er kostenoverschrijdingen zouden komen;
verzoekt de regering om in de begroting Binnenlandse Zaken voor 2023 en verder de meerjarige dekking voor die bekende en nieuwe kosten voor invoering, beheer en onderhoud en doorontwikkeling van het DSO naar ambitieniveau 3 langjarig op te nemen;
verzoekt de regering om de extra middelen voor de gemeenten uit het coalitieakkoord, de zogenaamde CA-gelden, nog in 2024 aan die decentrale overheden ter beschikking te stellen, en de Kamer daarover uiterlijk 9 september 2023 te informeren, zodat de gemeenten zich komende maanden goed kunnen voorbereiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt letter FL (33118, 34986).”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 2
De heer Rietkerk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het spitst zich op dit moment toe op de prognose beheer, van 43 miljoen in een oplopende range tot 60 miljoen. Ik vraag de minister nog eens te bevestigen dat daarover overeenstemming is met de medeoverheden. Hebben we dat als Kamer goed verstaan? De tweede en laatste vraag gaat over het samen-uit-samen-thuisprincipe. Kennelijk is daar meer tijd voor nodig dan deze Kamer in de motie had gewild. Kan de minister duiding geven wanneer dat overleg, los van de inhoud, tot een goede afronding komt? Dit vraag ik in verband met het dictum van de motie, want dat rept van 9 september. Kan de minister aangeven of het voor of na de vakantie lukt? Op welk moment komt hij met hom of kuit? Daalt het dan ook neer in de begroting van 2024 en verder? Dank u wel, voorzitter.
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 3
Minister De Jonge:
(…)
Voorzitter, dank u wel. Dank voor de ingediende motie. (…) Er staat genoeg in om naar aanleiding daarvan het een en ander te verduidelijken.
Eerst even terug naar de kosten van de Omgevingswet. Daar zijn in het verleden al financiële afspraken over gemaakt. Eigenlijk zijn die afspraken niet gewijzigd. De
basisafspraken staan dus gewoon. Voor de transitiekosten betekent dat dat iedereen zijn eigen broek moet ophouden, want uiteindelijk ga je er ook weer aan "verdienen". Dat
betekent dat je de voorinvesteringen zelf betaalt en daarna ook de revenuen mag houden. Dat is één. Twee. De kosten van de voorzieningen voor het Digitaal Stelsel zijn voor het Rijk. Voor de voorzieningen van het beheer geldt: samen uit, samen thuis. Over dat derde onderdeel gaat het nu. Daar gaat de discussie ook nog over. Ter bevestiging in de richting van de heer Rietkerk: dat gaat inderdaad over een reeks die begint op 43 miljoen in 2024 en eindigt op 60 miljoen in 2029. Daarover zijn we het eens. aarover zijn alle partijen het eens, dus aan de kant van het Rijk, het stelsel, en de rijksbevoegd gezagen: de waterschappen, de gemeenten en de provincies.
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 4
Minister De Jonge:
Over de verdeling ervan. Over de hoogte van de kosten, de 43, zijn we het eens. We zijn het ook eens over de kostenposten die in gezamenlijkheid de 43 bepalen. Er wordt
natuurlijk wel altijd bij gezegd: "Zou naar de toekomst toe het beheer ook niet op een andere manier kunnen worden vormgegeven? Zou het niet verder gestandaardiseerd
kunnen worden? Kan de governance niet eenvoudiger?" Dat gaan we allemaal ook doen, want als je minder geld kunt opmaken aan beheer, moet je het vooral niet na willen laten. Maar voor nu moet wel die meerjarige reeks worden gedekt, want anders heb je geen zekerheid over de beheerkosten. Over de hoogte ervan verschillen we niet van opvatting, maar over de verdeling ervan wel, namelijk over de implicatie van "samen uit, samen thuis". De oorspronkelijke afspraak is dus: samen uit, samen thuis. Als je "samen uit, samen thuis" toepast in de verdeelsleutel over die 43 tot 60 miljoen, dan zijn we het inderdaad … Althans, vier van de vijf partijen zouden daarmee kunnen leven en een van de vijf niet. Die ene is de Unie. Dan over de verdeelsleutel van de beheerkosten. 70% wordt gedragen door de gemeenten. Die zijn het dus eens. Het is dus niet de gemeente die hiervan zegt dat het niet zou kunnen. Die 70% wordt gedragen door de gemeenten en die zijn het dus eens. 6% wordt gedragen door de provincies. Die zijn het ook eens. 19% wordt gedragen door rijkspartijen. Die zijn het ook eens. Dat zijn de rijksbevoegd gezagen plus BZK als stelselverantwoordelijke, hoewel wij hier helemaal geen bijdrage aan zouden hoeven leveren, want dat past helemaal niet bij de financiële afspraken. De snelle rekenaar heeft uitgevonden dat er dan nog 5% overblijft. En over die 5%: de partij van de 5% is het niet eens. Dat om het een beetje tot de proporties terug te brengen. Daarover hebben we gewoon het gesprek met elkaar. Dat gesprek vervolg ik donderdag. Ik hoop dat ik er dan uit ben. Dan teken ik op vrijdag nog een brief aan mevrouw Kluit en iedereen in deze Kamer die dat met interesse volgt. Het zou ook zomaar kunnen zijn dat dat net niet lukt. Dan wordt het na de vakantie.
Brondocumenten
-
voortzetting interpellatie-Kluit Geactualiseerd Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 12
-
Interpellatie-Kluit Geactualiseerd Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 10
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 31 maart 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
14 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Wijziging Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) (34.453) (T03731)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (GroenLinks-PvdA), toe dat hij een wijziging van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) in gang zal zetten, waardoor gemeenten voor bouwwerken, waarbij het niet proportioneel is om herstel te vorderen, een ingebruiknamebesluit kunnen nemen.
| Nummer | T03731 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Besluit Bouwwerken Leefomgeving gedoogverklaring kwaliteitsborging |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 5-6.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
(…)
“De vragen — ik zeg het heel serieus — bij een gedoogverklaring zijn: onder welke procedure moet de gemeente acteren? Als de verklaring of de uitleg van de kwaliteitsborger komt dat het pand niet voldoet, wat is dan de procedure? Moet de gemeente binnen een of twee weken reageren of mag dat zes weken duren? Er is mij nog geen enkele procedurele uitspraak bekend over hoelang het moet duren. De consument wil het natuurlijk snel weten. Die wil natuurlijk snel weten: "Kan ik er nou in? Ik heb mijn huis al verkocht. Moet ik een ander huis gaan huren?"
Twee. Welk inhoudelijk beleid voeren gemeentes? Welke afwijkingen worden gedoogd? Een wc die twee centimeter smaller is dan de meter die voorgeschreven, daar zal niemand moeilijk over doen, maar moet je dat opschrijven? En als je het opgeschreven hebt, is het een precedent? Daar kom ik straks nog op terug. Dus is het een procedurele goedkeuring of afkeuring of is die ook inhoudelijk te motiveren?
De derde vraag. Mag de gemeente afgaan op informatie van de borger of dient ze op eigen waarneming af te gaan? Het is nu staande jurisprudentie dat je moet afgaan op eigen waarneming. Dat lijkt me zeker hier het geval. Anders heb je een kwaliteitsborger in dienst van de eigenaar of de aannemer. Nou, die rondt natuurlijk altijd het aantal centimeters een beetje af. Dat is dus wel belangrijk. Moet de gemeente dat zelf doen, dan vergt dat een enorme capaciteit. In het geval dat de foto van de fundering er niet is, moet je destructief onderzoek laten plaatsvinden, want je kunt niet een foto terug maken van het betonijzer.
Dat is dus een hele belangrijke vraag, die ook meteen leidt tot de vraag van de gemeentes: als we zo'n beschikking afgeven dat we niet gaan handhaven, zijn we dan ook aansprakelijk als later dat balkon eraf valt? Ik heb het meegemaakt. De eerste keer dat flats balkons verloren, was in Leeuwarden toen ik daar burgemeester was. Toen gingen mijn ambtenaren ook eerst kijken: hebben wij dat ooit goedgekeurd, hebben wij iets fout gedaan? Dat zal dan liggen bij de kwaliteitsborger, de aannemer of de gemeentelijke gedoogverklaring.
Dan is dit ook nog een beslissing die openstaat voor bezwaar en beroep. Zelfs al krijg je een gedoogverklaring van de gemeente, dan nog weet je als consument niet zeker of er iemand tegen die gedoogverklaring in beroep gaat. Stel dat de brandveiligheid niet oké is en de buurman klaagt of dat hij iets fouts heeft zien gebeuren of alleen maar boos is. Er worden ook veel processen gevoerd uit boosheid. Dan heb je de mogelijkheid van bezwaar en beroep tegen een gedoogverklaring of een handhavingsverklaring. Dus zeggen ook gemeentes, zowel vanwege de inhoudelijke risico's als vanwege dit soort procedurele langdurige risico's: "Moeten wij dit wel willen? Wij hebben een grote liability. Als wij een gedoogverklaring afgeven en na vijf jaar blijkt dat er iets misgaat, dan zeggen mensen: ja, maar u heeft toch een gedoogverklaring van de gemeente?" Ik denk dat verzekeringsmaatschappijen dan ook wel gaan denken: mag ik die eens even zien?
Inmiddels ben ik geloof ik bij vraag 7. Gemeentes mogen ook officieel geen gedoogverklaringen afgeven. Het is staande jurisprudentie bij de Raad van State dat je geen gedoogverklaring mag afgeven. In zeldzame, uitzonderlijke gevallen, als er nieuwe wetgeving komt, mag je als gemeente zeggen: u mag vooruitlopend op de nieuwe wetgeving iets wel of niet doen. Maar in normale gevallen is juridisch gesproken geen gedoogverklaring mogelijk, omdat dat dan pseudowetgeving wordt. Want zeg je de ene keer vijf centimeter, dan zegt de aannemer de volgende keer: o ja, maar ze hebben de vorige keer vijf centimeter ook geaccepteerd. Of: vorige keer zat er geen foto van de fundering in en dat heb ik nu ook niet gedaan. Wij willen als Kamer natuurlijk geen pseudowetgeving via gedoogbeleid. Overigens weet het CDA dat natuurlijk als geen ander, want daarom mochten er ook nooit coffeeshops gedoogd worden in Leeuwarden en elders. Gedogen is niet zomaar iets. Gedogen is ook een vorm van een pseudowetgeving, waarover wij het antwoord van de minister willen hebben of het nu wel mag.
Voorzitter. De bewoner blijft dus zeer lang in onzekerheid. Dat geldt ook voor de hypotheekverstrekkers, verzekeraars, notarissen en aannemers, want wordt het huis dan nog wel verzekerd? Dit moet worden opgehelderd. Als er inderdaad wel een gedoogverklaring moet komen, zoals de minister nu gelukkig schrijft, dan moet daar ook voldoende capaciteit voor zijn bij de gemeentes: qua tijd, qua inzet, eventueel om feitenonderzoek te doen. Nogmaals, ik zie daar in de concepten van de VNG helemaal niks over. Wel zie ik in de inleiding van de VNG-handreiking: de wet moet worden aangepast, want dan kunnen we dit probleem oplossen. Er staat niet bij hoe, maar ik weet dat er in het bestuurlijk overleg ook over is gesproken. Gaat er nog voor 1 januari een wetsaanpassing plaatsvinden om dit op te lossen?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 19.
Minister de Jonge:
(…)
“Is het dan de bedoeling dat op enig moment, op basis van de keuze om die verklaring van ingebruikneming een formele stap te maken, de AMvB wordt aangepast? Ja, dat zou een aanpassing zijn van het Bbl. Ik heb zojuist gezegd dat ik die aanpassing in gang ga zetten. Die is natuurlijk niet gereed voor 1 januari, maar dat maakt ook niet uit. Als gemeenten het nu al mogen, en men weet dat dat de beoogde uitvoeringspraktijk is, dan kan men het al opnemen in het handhavingskader. Dan kan ik ook de wijziging van het Bbl starten. Dat zal ik ook doen. Dat komt dan op enig moment bij uw Kamer. Ik denk wel dat het een verstandig idee is om uw suggestie te volgen om dat alvast in een brief aan uw Kamer te zetten, om maar terug te komen op dat begrip van kenbaarheid en rechtszekerheid. Ik denk dat het gewoon verstandig is om dat te doen. Op basis daarvan kunnen gemeenten handelen. Dat lijkt me duidelijk.”
Brondocumenten
-
debat over invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2023/2024, nr. 4, item 9
-
13 mei 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
17 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO ter aanbieding voorhang ontwerpbesluit wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving regelen maatwerkvoorschrift ingebruikname
Voor kennisgeving aangenomen op 13 mei 2025.
EK, AZ
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek koepels en brief conclusie kabinet (33.118/34.986) (T03734)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een motie van het lid Kluit (GroenLinks-PvdA) en een vraag van het lid Van Meenen (D66), toe dat hij in gesprek zal treden met de koepels van decentrale overheden en de Kamer daarover een brief zal sturen. In deze brief wordt ingegaan op de vraag of en hoe er wordt voldaan aan de minimale eisen die decentrale overheden zelf hebben gesteld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet.
| Nummer | T03734 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 31 oktober 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. P.H. van Meenen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | gesprek koepels Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2023/24, nr. 5, item 8, p. 1
De voorzitter:
(…)
“verzoekt het kabinet op de kortst mogelijke termijn:
-
-met de koepels van decentrale overheden in gesprek te gaan over deze uitspraak van de Eerste Kamer;
-
-binnen twee weken, middels een brief, terug te koppelen over de conclusies die kabinet en koepels hieraan verbinden en de Kamer te informeren over het vervolg;
-
-in deze brief gespecificeerd in te gaan of, en hoe, er wordt voldaan aan de minimale eisen die decentrale overheden zelf hebben gesteld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet”
Handelingen I 2023/24, nr. 5, item 8, p. 2
Minister De Jonge:
(…)
“Twee is, en dan ga ik een dictum verder: "verzoekt het kabinet op kortst mogelijke termijn met de koepels in gesprek te gaan over deze uitspraak van de Kamer". Prima. Maar dat kan natuurlijk geen materiële betekenis hebben, want je kunt niet een stemming herroepen per motie. Dat gaat niet. Het is dus prima om dat gesprek te hebben, maar ik denk al te weten wat de reactie zal zijn. Die reactie heeft de VNG zojuist ook al in de richting van uw Kamer gegeven: men noemt het "onbezonnen". Dat is de reactie die de koepels, althans een van de koepels, nu alvast geeft.
Ik ben zeker bereid om dat gesprek te voeren. Er staat een gesprek gepland op 16 november. Ik zal kijken of ik dat naar voren kan halen, omdat u mij vraagt om binnen een week middels een brief terug te koppelen over de conclusie die kabinet en koepels hieraan verbinden en de Kamer te informeren over het vervolg. Het vervolg kent u, want het vervolg heeft u zelf vastgesteld, namelijk dat de wet per 1 januari 2024 moet ingaan.
Tot slot vraagt de motie mij om "in deze brief gespecificeerd in te gaan op of en hoe er wordt voldaan aan de minimale eisen die decentrale overheden zelf hebben gesteld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet". Daarover hebben ik maar ook de koepels u natuurlijk meermalen geïnformeerd.”
Handelingen I 2023/24, nr. 5, item 8, p. 4
De heer Van Meenen (D66):
“(…)
Mijn punt is een ander. Ik hoor de minister zeggen dat hij nog bereid is om een bestuurlijk overleg te hebben met de overheden en andere betrokkenen. Ik zou hem dat graag ook als toezegging willen ontfutselen, want het is van groot belang dat wij aan hen de vraag stellen wat zij nog nodig hebben om per 1 januari tot een verantwoorde invoering te komen. Om die reden is het voor ons nu niet het moment om te zeggen dat het niet kan. Om die reden zullen wij de motie niet steunen, hoewel ik de zorgen en ook de betrokkenheid van met name mevrouw Kluit, die ik nu aankijk, zeer waardeer. Zij zal het deze keer zonder onze steun moeten doen.”
Handelingen I 2023/24, nr. 5, item 8, p. 4
Minister De Jonge:
(…)
“Aan het laatste deel van het dictum kan ik uitvoering geven, want daarin wordt gevraagd of ik een brief wil schrijven naar aanleiding van een gesprek met de koepels. Dat zeg ik graag toe. Dat betreft ook de toezegging waar de heer Van Meenen om vraagt.”
Handelingen I 2023/24, nr. 5, item 8, p. 5
Minister De Jonge:
(…)
“Het eerste en het tweede deel van het dictum moet ik natuurlijk uitvoeren. Ik wil dus graag in gesprek met koepels en ik ga er ook zeker een brief over sturen, maar ik zeg u ook dat u die brief al een paar keer heeft gehad, met daarin de conclusie van de koepels. Ik ga het dus doen, maar u heeft die brief al een paar keer gehad. Dan het derde deel van het dictum: ingaan op hoe en of er wordt voldaan aan de eisen. Ja, dat schrijf ik nou juist in al die brieven, hoe en of er wordt voldaan aan de eisen. Daarover gaan die voortgangsbrieven, en daar hebben we dan weer met elkaar een debat over. In die zin blijft u dus bij controleren. Dat begrijp ik goed en dat is ook uw werk, en ik zal me altijd graag blijven verantwoorden. Alleen kunnen we over wetten niet op het ene moment zeggen dat ze moeten ingaan per 1 januari, en op enig random later moment in de tijd: nee joh, laat maar; wat we toen zeiden, bedoelden we niet echt. Dat kan niet. Dat is voor de buitenwereld echt ondoenlijk.”
Brondocumenten
-
-
motie van het lid Kluit c.s. over minimale eisen voor invoering van de Omgevingswet EK, 33.118 / 34.986, FR
-
Interpellatie-Kluit over minimale eisen voor invoering van de Omgevingswet Verslag EK 2023/2024, nr. 5, item 8
-
14 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
31 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek bancaire sector hospitaregeling (36.195) (T03738)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe in gesprek te gaan met de bancaire sector met betrekking tot de hospitaregeling, en zodra meer duidelijk is verkregen dit aan de Kamer te berichten.
| Nummer | T03738 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | hospitaverhuur huur en verhuur huurcontract hypothecaire lening |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 5 – blz. 10
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Ten slotte, voorzitter. De CDA-fractie vraagt aandacht voor de studenten en voor de studentenhuisvesting. Kunnen de initiatiefnemers aangeven dat de studenten voldoende aanbod krijgen via tijdelijke contracten en dat onze studenten niet worden weggedrukt door de expats? Tijdens het eerste studentenhuisvestingscongres, op 2 november jongstleden, bleek dat de nood onder de studenten hoog is. Duidelijk werd dat dat met name geldt voor de particuliere verhuurders van studentenhuisvesting, aldus dagvoorzitter en studentenhuisvestingsregisseur Ardin Mourik. 47% van de studentenhuisvesting is in handen van de particuliere sector. Wat is het effect van dit initiatiefvoorstel voor deze doelgroep, vraag ik de initiatiefnemers. Hier noem ik ook het hospitavoorbeeld dat door eerdere sprekers al is aangehaald, waarbij de hospitaverhuur via een vast contract niet meer kan plaatsvinden. De bank zegt dan: ik geef alleen maar toestemming voor tijdelijke huur, want anders krijg je gewoon geen financiering. En zo kan ik nog een heleboel voorbeelden noemen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 18
Minister de Jonge:
(…)
“Hoe vaak gaat het nou voorkomen dat een hospita zijn of haar hypotheeklasten niet meer kan ophoesten en dat je het huis inclusief de inwonende huurder zou moeten verkopen? Misschien ook niet zo heel vaak. Toch is het wel nodig om dit gesprek met de bancaire sector te blijven voeren. Dat doen we dus ook. Dat zeg ik u ook graag toe. Het liefst zouden ze wellicht hebben dat we toch overstappen op een soort van koop-breekt-huurbepaling. Maar daar ben ik heel terughoudend in, want dat is echt een inbreuk op de huurbescherming. Daar ben ik dus heel erg terughoudend in. Ik wil kijken of er geen andere mogelijkheden zouden zijn om toch de hypotheekverstrekkers wat meer zekerheid te geven. Dus dat gesprek voeren we en als ik daarover meer heb, dan meld ik me uiteraard in uw richting terug.”
-
21 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Kamer informeren doelgroepencontract arbeidsmigranten (36.195) (T03741)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe dat hij de Kamer voor het einde van het jaar zal informeren over een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten.
| Nummer | T03741 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 31 maart 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | arbeidsmigranten betaalbaar huren huurprijsbescherming |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 31
De heer Van Hattem (PVV):
“Ik had nog een onbeantwoorde vraag. Ik heb in mijn tweede termijn nog de vraag aan de minister gesteld over de ontwerp-AMvB, waarin wordt gesproken over de uitwerking van het doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. In hoeverre worden daarin de Roemernorm onverkort meegenomen?”
Minister De Jonge:
“Excuus. Die zat zeker in de stapel. Ik werk nu aan een apart doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. Daarbij krijgen arbeidsmigranten dus meer huurprijsbescherming. Ik wil dus niet terug naar de generieke tijdelijke contracten voor arbeidsmigranten, maar naar een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. Voor het einde van het jaar informeer ik de Kamer hierover. Eigenlijk is dat juist om een onderdeeltje van de Roemeragenda uit te voeren. Dit geeft meer rechtszekerheid voor arbeidsmigranten.”
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 31 maart 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Kijken naar andere samenlevingsvormen bij uitzonderingsgrond in wetsvoorstel (36.195) (T03742)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Talsma (ChristenUnie), toe te gaan kijken naar andere samenlevingsvormen als uitzonderingsgrond op de hoofregel in het wetsvoorstel. Mocht daartoe aanleiding dan zal dat in een aparte veegwetsvoorstel of in het voorstel van de Wet betaalbare huur juridisch preciezer worden geregeld.
| Nummer | T03742 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 1 juli 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | betaalbaar huren samenlevingsvormen |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 5 – blz. 14
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. Tot slot heb ik een royale bekentenis van onbegrip en een vraag om verheldering. Aan artikel 7:274 BW wordt een zevende lid toegevoegd. Het is al een paar keer genoemd. Dat lid ziet op de situatie van wat ik maar even "proefsamenwonen" noem. Aan de mogelijkheid om bij een geslaagde proef tot verkoop van de verhuurde woning over te gaan, zijn vier voorwaarden verbonden. De voorwaarden onder A, C en D zijn mij helder, maar wat staat er eigenlijk onder B? Moeten de geliefden bij een geslaagde samenwoonproef wachten tot de laatste drie maanden van de overeengekomen termijn alvorens te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan om een beroep te kunnen doen op deze uitzondering? Wat betekent dat voor de positie van de tijdelijke huurder? En kan het slagen van de samenwoonproef uitsluitend blijken uit het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap? Graag een toelichting.
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 31.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan heb ik alleen nog de vraag van de heer Talsma te beantwoorden. Die ziet op de proefhokkers. Hij heeft eigenlijk gezegd: "Je hebt het huwelijk of het geregistreerd partnerschap, dat hier nu is toegevoegd, maar dat geeft wel een hele restrictieve benadering van deze uitzonderingsgrond. Zou je daar niet toch nog een keer naar moeten kijken? Zijn er ook niet andere samenlevingsvormen mogelijk?" Wat ik zou willen doen — maar dat moet u goedvinden, ook staatsrechtelijk gezien — is dat ik daarnaar kijk. Als ik een praktische verandering in de wet zou willen aanbrengen, betekent dit een wijziging van de wet. Dat kan of een apart veegwetje zijn of ik neem het mee in de Wet betaalbare huur. Dat laatste heeft eigenlijk mijn voorkeur. Maar dat moet u staatsrechtelijk niet gaan zien als het recht op amendement in de Eerste Kamer. De novelle mocht geen recht op amendement heten van de grootvader van Piet Hein Donner, maar een veegwetje toezeggen teneinde tegemoet te komen aan een wens in de Eerste Kamer mag natuurlijk ook geen recht van amendement worden. Want ja, dan zijn de rapen gaar, zou Piet Hein Donner waarschijnlijk hebben gezegd. Dus zo mag u het dan niet lezen, maar ik zeg dat dan wel graag toe omdat dit de meest praktische manier is om hieraan tegemoet te komen. Volgens mij is het een breed gedeelde wens in de Eerste Kamer om daar iets bij te vijlen aan de wet zoals die is ingediend, zonder de stemming over het wetsvoorstel als geheel daarmee te vertragen. Want dat willen we denk ik allemaal niet. De Wet betaalbare huur en deze wet gaan ongeveer gelijktijdig in, dus ik denk dat de correctie daarin heel prima is aan te brengen. We hoeven dus ook niet op een evaluatie te wachten. Ik denk dat dit goed is.”
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Bepalingen uitvoeringswet eerlijke informatievoorziening en desinformatie (36.160) (T03760)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Roovers (GroenLinks-PvdA), toe dat bij de uitvoeringswet wordt stilgestaan bij een concrete en specifieke bepaling voor het bestrijden van desinformatie. Daarnaast wordt in de uitvoeringswet een concrete en specifieke bepaling opgenomen over een eerlijke informatievoorziening en de manier waarop dit geregeld en georganiseerd wordt.
| Nummer | T03760 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 3 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | dr. D.M.G. Roovers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | desinformatie referendum uitvoeringswet |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Marijnissen en Temmink Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum (36.160) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 22
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Die brief schuiven we dan nu even terzijde. Ik heb nu via de voorzitter rechtstreeks een vraag aan de indiener. Kunnen de indieners dan toezeggen dat ze in die uitvoeringswet een substantiële, concrete en specifieke paragraaf opnemen over de informatievoorziening en hoe die geregeld gaat worden?”
Mevrouw Temmink:
“Dat kunnen wij zeker toezeggen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 34
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Ik wil daar nog heel even iets specifieker op doorvragen. Natuurlijk zijn er allerlei dingen die nu al gebeuren en die ook van belang zijn bij gewone verkiezingen die we binnenkort gaan hebben. Ik heb geprobeerd te betogen dat referenda toch net iets gevoeliger zijn, niet zozeer om die informatie te verspreiden, maar wel om de uitslag te beïnvloeden. Er zijn namelijk maar twee keuzes: ja of nee. Daarom lijkt een referendum mij net iets gevoeliger voor dat soort beïnvloeding of misleiding. Ik heb de volgende vraag aan de minister. Die hele rijksbrede agenda die we nu hebben, is prachtig, maar ook een beetje globaal. Is dit niet een uitgelezen kans om dat specifiek en concreet te maken in een plan van aanpak rondom referenda?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 34-35
Minister De Jonge:
“Ik weet niet of er een plan van aanpak moet komen. Laten we in ieder geval met onszelf en elkaar afspreken dat we daar bij de uitvoeringswetgeving op een goede manier op terugkomen om de reden die u noemt. Referenda zouden een grotere magneet kunnen zijn voor bijvoorbeeld statelijke actoren of überhaupt voor desinformatie. Dat heeft een aantal redenen. Het onderwerp leent zich daartoe. Ook is er misschien wel minder een eigenaar van de uitkomst van het product dat daar voorligt. Bij verkiezingen zijn er partijen die opvattingen hebben over waar het naartoe moet met Nederland. Zij zijn zelf de actoren die dat met verve naar voren brengen. Als daar bijvoorbeeld door iemand iets wordt beweerd wat niet klopt, dan zijn de partijen zeer gedreven om dat te corrigeren. Bij een uitkomst van wetgeving die toch meer een compromis is, is dat misschien wat minder het geval. Ook dat hebben we trouwens gezien bij eerdere referenda: van wie was op dat moment eigenlijk die Europese Grondwet? Het kabinet deed erg zijn best, maar het was niet alleen maar overtuigend. Dus van wie was eigenlijk de uitkomst van dat compromis? In een correctief referendum zou dat element ook kunnen spelen. Ik denk dus dat je bij referenda goed moet nadenken over de informatievoorziening als zodanig. Dat is een element. Daar waar het gaat om de aanpak van desinformatie zijn er op z'n minst die elementen die nu ook al gelden. De socialmediabedrijven werken namelijk ook met de trusted flagger status van bijvoorbeeld BZK of andere departementen. De diensten hebben een aanpak op interstatelijke actoren, met een offensief cyberprogramma. De aanpak die we nu heb- ben, geldt natuurlijk ook voor desinformatie bij een referendum. Maar laten we bij de uitvoeringswet stilstaan bij de meer specifieke dingen die je voor referenda zou moeten willen regelen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 35
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Kan ik dit opvatten als een toezegging dat we daar specifiek op terugkomen …”
Minister De Jonge:
“Zeker.”
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“… bij de bespreking van de uitvoeringswet, niet alleen op de informatievoorziening, maar ook op de desinformatieverspreiding?”
Minister De Jonge:
“Ja, laten we dat doen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 39
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Vandaar dat ik blij ben met de toezegging van de indieners om in de uitvoeringswet een concrete en specifieke bepaling op te nemen over een eerlijke informatievoorziening en de manier waarop we die gaan regelen en organiseren. Later kwam er via de minister een toezegging over het opnemen van een bepaling over een concrete en specifieke benadering van het bestrijden van desinformatie. Ik heb daar eigenlijk maar één vraag over, namelijk: heb ik dat goed begrepen? Zo ja, dan was dat mijn enige vraag.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 52
Mevrouw Temmink:
“Daarmee kom ik op de vragen die nog gesteld zijn. Mevrouw Roovers stelde als enige vraag of zij de toezegging goed gehoord heeft. En jawel, die toezegging heeft zij zeker goed gehoord.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 52
Minister De Jonge:
“Voorzitter, dank. Allereerst in antwoord op mevrouw Roovers. Ze heeft al een bevestiging van de toezegging gekregen van de indiener. Daar waar die het kabinet betreft gaat het in alle preciesheid wat mij betreft om de afspraak over hoe de informatievoorziening wordt vormgegeven in de uitvoeringswet, en bij gelegenheid van de behandeling van die uitvoeringswet ook de aanpak op het gebied van desinformatie. Volgens mij is dat de combinatie die we hebben te maken.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 2, item 8 herdruk
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
3 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief markteffecten maatregelen betreffende woningmarkt en toezending overige brieven woningmarkt (36.190) (T03802)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Kemperman (BBB) en Van Meenen (D66), toe een aparte brief te sturen betreffende de markteffecten van maatregelen inzake de woningmarkt. Daarbij zal ook ingegaan worden op de stikstofproblematiek bij de woningbouw. De brief zal bij gelegenheid van indiening van het voorstel voor de Wet betaalbare huur toegezonden worden.
De minister zal tevens een aantal brieven over de woningmarkt, onder andere betreffende het grondbeleid, aan de Kamer sturen ter voorbereiding van een eventueel themadebat.
| Nummer | T03802 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 december 2023 |
| Deadline | 1 maart 2024 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) drs. P.H. van Meenen (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | betaalbaar huren grondbeleid markteffecten woningmarkt |
| Kamerstukken | Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36.190) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 8 - blz. 4
De heer Kemperman (BBB):
(…)
“Kan de minister ons toezeggen dat hij met een integrale analyse komt van de woningmarkt, de impact van de afzonderlijke wetten en de samenhang tussen deze wetten? Het hoeft geen afstudeerscriptie of een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek te zijn, maar wij hebben behoefte aan een samenhang der dingen, omdat we elke week hier wel een stukje van de woningmarkt behandelen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 9-10
Minister De Jonge:
(…)
“De eerste vraag is: kan de minister een integrale analyse maken van de woningmarkt, inclusief een beschouwing van hoe alle wetten en dit wetsvoorstel met elkaar samenhangen? Dat kan ik zeker, maar dan wordt het wel heel laat en dat vindt de voorzitter vast niet goed. Misschien toch een paar dingen die ik ook in reactie op uw betoog zou willen zeggen.
(…)
Als ik me nou eens helemaal richt op die markteffecten — dat doe ik dan bij gelegenheid van het wetsvoorstel Betaalbare huur, want daarbij speelt dit nogal en daarbij gaat deze discussie natuurlijk in alle levendigheid losbarsten of is die al best anderhalf jaar geleden losgebarsten — wil ik die heel graag rationaliseren: wat is het markteffect van de maatregel die je neemt? Soms zie je berichten of interviews met mensen over dat wetsvoorstel en zou je denken dat de hemel naar beneden komt als je dat wetsvoorstel invoert. Dan ga je je daar nog eens beter in verdiepen en zie je bijvoorbeeld dat eigenlijk 60% van alle huurprijzen nu allang op dat niveau zit en dat de rendementsverwachting eigenlijk veel harder wordt beperkt door de rentestijging en door de fiscale arrangementen dan door eventuele huurprijsregulering. Dan zie je dat allerlei negatieve effecten van nu op de woningmarkt worden toegedicht aan een wetsvoorstel dat nog bij de Kamer moet komen.
Ik denk dus dat het heel zinvol is om dat soort nuchtere rationalisaties eens op papier te zetten en dat het heel interessant kan zijn om die te bespreken. Voor alle punten met betrekking tot de stand van zaken ten aanzien van het beleid verwijs ik dus toch naar de Staat van de Volkshuisvesting. Daarbij gaat het ook om: hoe gaat het nou eigenlijk op de woningmarkt, hoe zit het nou eigenlijk met betaalbaarheidsnormen en hoe zit het eigenlijk met de voortgang van onze aanpak? Daar richt ik me echt eventjes op die Staat van de Volkshuisvesting. Maar daar waar het echt over de markteffecten gaat, ben ik zeer bereid om bij gelegenheid van het wetsvoorstel voor de betaalbare huur u een extra brief te doen toekomen waarin we dat ook onderbouwen. Dat lijkt me goed om te doen. Dat rationaliseert ook het beleidsdebat, denk ik, dat we hebben in het eerste kwartaal.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 16-17
Minister De Jonge:
(…)
“Dan over de markteffecten van maatregelen. Ik zal zorgen dat daar een aparte brief over komt. Ik zei: bij gelegenheid van het doen toekomen van het wetsvoorstel Wet betaalbare huur. Maar mocht het beleidsdebat eerder worden gepland dan dat ik in staat ben gebleken het wetsvoorstel Wet betaalbare huur aan de Kamer te doen toekomen, dan zal ik er een aparte brief van maken voor uw Kamer, opdat het een van de funderende stukken zou kunnen zijn voor het debat. Ik denk dat de Staat van de Volkshuisvesting dat zeker ook is. Ik denk dat het grondbeleid het zeker ook is. Ik werd er net op gewezen dat het grondbeleid wel aan de Tweede Kamer is gestuurd, maar niet aan de Eerste Kamer. Ik zal de Eerste Kamer gewoon een aantal brieven doen toekomen, opdat wij dat beleidsdebat op een adequate manier zouden kunnen vormgeven. U gaat dan weer helemaal zelf over welke stukken u dan wenst te betrekken; zo zit het wel.”
De heer Van Meenen (D66):
“Ik heb het er met de heer Kemperman in een interruptie even over gehad. Hij verzuimde in mijn ogen om stikstof als onderdeel van de totale situatie te bekijken. Zou het mogelijk zijn om nu eens klip-en-klaar te maken wat nu eigenlijk precies die invloed is? Want ik merk dat er, in ieder geval zeker in dit huis, verschillende opvattingen zijn over hoe groot die invloed nu eigenlijk is.”
Minister De Jonge:
“Klopt.”
De heer Van Meenen (D66):
“Is het mogelijk dat het onderdeel van die brief wordt?”
Minister De Jonge:
“Ja, ik denk het wel, zeker. Daar moet ik even naar kijken. Ik kijk of ik u zo geobjectiveerd mogelijk de informatie kan doen toekomen. Over de mate waarin stikstof een belemmerende factor is van woningbouw wordt inderdaad veel gezegd wat niet helemaal klopt. Het is dus heel zinvol om dat op te helderen, denk ik. Laten we dat doen. "Was het maar alvast januari," denk ik weleens, voorzitter. Heeft u dat ook?”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 11
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 8
-
14 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
19 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over wonen en bouwen in Nederland
Op 14 mei 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.190, D
-
-
5 december 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief rapport ‘Elke regio telt!’ (36.190) (T03803)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (BBB), toe dat hij de brief met betrekking tot het rapport ‘Elke regio telt!’ ook aan de Eerste Kamer zal sturen. In de brief, die waarschijnlijk in januari 2024 wordt toegezonden, wordt ingegaan op de verruiming van de wettelijke mogelijkheden van de Rotterdamwet.
| Nummer | T03803 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 december 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | huisvesting leefbaarheid Rotterdamwet |
| Kamerstukken | Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36.190) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 12
De heer Kemperman (BBB):
(…)
“Ik heb nog wel een zorg als het gaat om de woonruimteverdeling op basis van het leefbaarheidsprincipe. Daar zit iets arbitrairs, iets subjectiefs in. Het zijn subjectieve wegingen. Ik ben wel tevreden om te horen dat daar toch een verzwaarde toets aan gekoppeld is conform de Rotterdamwet-light, noem ik het maar even, een beetje à la die figuur. Daar ben ik dus ook tevreden over. Ik maak me een beetje zorgen over de rol van de provincies en de zware verantwoordelijkheid die bij de gemeenten komt te liggen als het gaat om de huisvestingsverordening op lokaal niveau. We weten allemaal dat gemeenten zwaar leunen op de omgevingsdiensten en dat de provincies niet zijn uitgerust voor deze nieuwe taak om met wonen bindende afspraken te maken in de keten tussen Rijk en lokale overheden. Ik maak me dus wel zorgen of daar voldoende kennis en kunde is om die rol in te vullen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 17
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de leefbaarheid en de toets. Even heel precies: leefbaarheid wordt als criterium toegevoegd voor het kunnen maken van woonruimtevoorraadbeheerelementen in de verordening. Dat doen we expres. Soms is schaarste namelijk aanleiding om tot een huisvestingsverordening te komen, maar soms is het de leefbaarheid, die je bijvoorbeeld zou willen bevorderen door overbewoning tegen te gaan. Leefbaarheid als zelfstandig criterium voegen we dus bewust toe. Dat zit gewoon in deze wet. Dat zit gewoon in de mogelijkheid die de Huisvestingswet 2014 biedt. Dat is ook voortgekomen uit de evaluatie.
Daarnaast zou ik eigenlijk willen dat de mogelijkheden die de Rotterdamwet biedt, namelijk om nog veel nadrukkelijker te kunnen sturen in een gebied wie er komt wonen en wie niet, ook van toepassing zouden moeten kunnen zijn op regio's aan de grens. Dat betekent dus meer wettelijke mogelijkheden om vanuit een stapeling van problematiek in een bepaald gebied te kunnen opereren. Daarvoor geldt wel de verzwaarde toets. Dat dient natuurlijk ook de leefbaarheid, maar daarvoor geldt wel die verzwaarde toets. De minister zal daar echt goedkeuring voor moeten geven, voorafgaand aan de inzet van die bevoegdheden. Dat zal overigens komen te staan in een brief die gaat over het rapport Elke regio telt! en de manier waarop we dat programmatisch vorm willen geven. Die brief volgt, denk ik, in januari. Ik zal die ook aan de Eerste Kamer zenden. Daarin zullen we ingaan op de verruiming van de wettelijke mogelijkheden van de Rotterdamwet.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 11
-
8 juli 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over herziening Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
Op 8 juli 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.340 / 36.190, B
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
toezegging gedaan