34.506

Initiatiefvoorstel-Kuiken Wet zorgplicht kinderarbeid



Dit initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Kuiken (PvdA) voorziet in de invoering van een zorgplicht ter voorkoming van de levering van goederen en diensten die met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen.

Het wetsvoorstel vraagt bedrijven te verklaren dat zij het nodige doen om kinderarbeid te voorkomen. Als na een klacht en daaropvolgende toetsing van het beleid blijkt dat het bedrijf zijn verplichtingen onvoldoende is nagekomen kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Bestuurders van bedrijven die meerdere keren beboet zijn, kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.

Dit voorstel is van toepassing op alle bedrijven die fysiek in Nederland goederen en diensten verkopen en is tevens van toepassing op bedrijven die in Nederland gevestigd zijn en hun goederen en/of diensten online verkopen en zich daarbij (mede) richten op de Nederlandse markt.

Tenslotte is het wetsvoorstel van toepassing op bedrijven die online verkopen en zich expliciet richten op de Nederlandse markt.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (EK, A) is op 7 februari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. De SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66, 50PLUS, Klein, de Groep Kuzu/Öztürk, Houwers, Monasch, de SGP en de ChristenUnie stemden voor.

Tijdens de plenaire behandeling door de Eerste Kamer op 19 december 2017 is het wetsvoorstel op verzoek van de initiatiefneemster na haar antwoord in eerste termijn aangehouden.

De Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) heeft op 3 juli 2018 het verslag van een schriftelijk overleg (EK, L) inzake de voortgang van dit wetsvoorstel besproken. De commissie adviseert de Kamer om:

  • 1. 
    de initiatiefnemer te melden dat de commissie kritisch is over de lange duur van het proces;
  • 2. 
    de initiatiefnemer aan te sporen om zo snel mogelijk na het zomerreces maar uiterlijk vóór het herfstreces de toegezegde brief naar de Kamer te sturen;
  • 3. 
    de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voort te zetten kort na ontvangst van de toegezegde brief en bespreking van deze brief in de commissie.

Naar aanleiding van de brief (EK, M) van het lid Kuiken van 12 oktober 2018 inzake de voortgang van dit wetsvoorstel, heeft de commissie op 16 oktober 2018 besloten de Kamer te adviseren de behandeling van het wetsvoorstel verder aan te houden, in afwachting van twee evaluaties die beide dit jaar worden uitgevoerd. De Eerste Kamer heeft in de plenaire vergadering op 30 oktober 2018 ingestemd met dat advies van 19 oktober 2018. De commissie heeft op 27 november 2018 het verslag van een schriftelijk overleg (EK, N) met de minister over deze twee evaluaties uitgebracht en heeft op 4 december 2018 besloten middels een brief hierop te gaan reageren. Deze brief is voorzien voor 11 december 2018.

Op 4 december 2018 heeft de commissie voorgesteld om de plenaire behandeling voort te zetten op een nader te bepalen datum in april 2019 (voor het meireces).

Op 3 oktober 2017 heeft er een expertbijeenkomst over dit wetsvoorstel plaatsgevonden. Deze bijeenkomst kunt u hier terugkijken. Het verslag (EK, K) van deze bijeenkomst heeft de commissie op 24 oktober 2017 uitgebracht.

De Eerste Kamer heeft op 6 juni 2017 de brief (EK, E) ontvangen waarin wordt gemeld dat het lid Kuiken de plaats in zal nemen van de heer Van Laar bij de verdediging van dit wetsvoorstel.

De Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) heeft op 14 maart 2017 het voorlopig verslag (EK, B) uitgebracht en heeft op 1 juni 2017 de antwoorden van de regering (EK, C) en op 2 juni 2017 de antwoorden van de indiener ontvangen (EK, D). De commissie heeft op 26 juni 2017 het nader voorlopig verslag (EK, F) uitgebracht en heeft op 26 september 2017 de nadere memorie van antwoord (EK, H) van de initiatiefnemer ontvangen. De commissie heeft op 17 juli 2017 het antwoord van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de aan de regering gestelde vragen in het nader voorlopig verslag ontvangen (EK, G). Op 19 oktober 2017 heeft de commissie een verslag van een schriftelijk overleg (EK, J) uitgebracht inzake een aanvullende technische vraag. De commissie heeft op 3 oktober 2017 het eindverslag uitgebracht.


Kerngegevens

ingediend

24 juni 2016

titel

Voorstel van wet van het lid Kuiken houdende de invoering van een zorgplicht ter voorkoming van de levering van goederen en diensten die met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen (Wet zorgplicht kinderarbeid)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, maar niet eerder dan 1 januari 2020


Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Bladeren:
[1-50] [51-67] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-67] documenten

Sociale media menu


Volg via