Toezegging Beperking dubbelbenoemingen (30.585) (T01153)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Hirsch Ballin, zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Hendrikx, toe dat het streven is het aantal dubbelbenoemingen zo beperkt mogelijk te houden en dat het niet in de rede ligt het maximale aantal van tien dubbelbenoemingen voortdurend vol te maken.
| Nummer | T01153 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 13 april 2010 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. J.A.M. Hendrikx (CDA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | dubbelbenoemingen Raad van State |
| Kamerstukken | Herstructurering van de Raad van State (30.585) |
Handelingen I 2009/10, nr. 25 – blz. 1051
De heer Hendrikx (CDA): In de schriftelijke voorbereiding hebben wij al aandacht gevraagd voor de ratio achter het maximum aantal dubbelbenoemingen. Is de minister met ons van mening dat er naar ware te streven om het aantal dubbelbenoemingen zo beperkt mogelijk te houden? Is de Raad van State van oordeel dat in de praktijk te streven ware naar de maximale benutting van de ruimte voor dubbelbenoemingen tot het aantal van tien? Wij blijven dit onderdeel van het wetsontwerp kwetsbaar vinden. Is de minister van oordeel dat het van wijsheid zou getuigen om het aantal dubbelbenoemingen zo beperkt mogelijk te houden? De veronderstelde meerwaarde, kruisbestuiving, moet toch ook op andere wijze kunnen worden georganiseerd?
(…)
Handelingen I 2009/10, nr. 25 – blz. 1066
Minister Hirsch Ballin: De heer Hendrikx heeft gevraagd of ik met hem van mening ben dat het streven moet zijn dat het aantal dubbelbenoemingen zo beperkt mogelijk wordt gehouden. Het antwoord op die vraag is ja. Ik heb dat zonet al toegelicht. Daarom het maximum en daarom hetgeen ik zei over mijn verwachtingen van andere manieren waarop die uitwisseling van deskundigheid en ervaringen kan plaatsvinden.
De heer Hendrikx (CDA): Is de minister ook bereid om de vraag te beantwoorden of het van bestuurlijke wijsheid zou getuigen als de Raad van State die ruimte van tien niet maximaal zou benutten?
Minister Hirsch Ballin: Dat is sterk gerelateerd aan de ervaringen die ermee worden opgedaan. Het is echt bedoeld als een maximum en daarmee ligt het in de rede om niet te proberen dat tiental voortdurend vol te maken. Dat zou ook onwenselijk zijn, omdat je dan bij de vervulling van een vacature moet bedenken of je jezelf niet hebt klemgezet. Ik zie mogelijkheden om daarin nog terughoudender te zijn dan het wettelijk maximum toelaat. Bovendien geldt wat ik net ook in mijn antwoorden op vragen van andere leden van de Kamer heb gezegd: het is heel goed denkbaar dat in de praktijk die uitwisseling van kennis en ervaring op een andere manier plaatsvindt, zoals de heer Kox al suggereerde.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 25, blz: 1060-1075
-
behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 25, blz: 1041-1055
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
3 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor BZK/AZ en voor Koninkrijksrelaties op 16 april 2013
EK, C
-
-
13 april 2010
nieuwe status: openstaand -
13 april 2010
toezegging gedaan
Toezegging Koninklijk Besluit vervallen rijkswet financieel toezicht zal voorgehangen worden bij de Eerste Kamer (32.026 (R1888)) (T01220)
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ten Horn (SP), toe om een Koninklijk Besluit dat ziet op het vervallen van de rijkswet financieel toezicht ook voor te hangen bij de Eerste Kamer.
| Nummer | T01220 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 6 juli 2010 |
| Deadline | 1 januari 2028 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | dr. G.H.M.M. ten Horn (SP) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Caribisch Nederland financieel toezicht voorhangbepalingen |
| Kamerstukken | Uitvoering Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (34.269) Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (32.026 (R1888)) |
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1585
Ten Horn (SP):
Wij vragen de regering verder of zij ter uitvoering van de motie-Van Bochove/Leerdam voornemens is om de voordracht voor het KB zoals bedoeld in artikel 35 van deze wet, tevens bij deze Kamer voor te hangen.
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1599
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:
Mevrouw Ten Horn vroeg: zal de regering een Koninklijk Besluit dat ziet op het vervallen van de rijkswet financieel toezicht ook voorhangen bij de Eerste Kamer? De motie-Van Bochove/Leerdam waarnaar mevrouw Ten Horn verwijst, voorziet in het voorhangen van het bedoelde besluit bij de Staten-Generaal en bij de Staten van Curaçao en Sint-Maarten. Ik lees dit zo dat het besluit ook zal worden voorgehangen bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling en stemming (aangenomen, aantekening: SP) Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1594-1611
-
behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1583-1587
-
-
14 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2028
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 november 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2028
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
17 mei 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 april 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake Besluitvorming Rijksministerraad 8 april inzake evaluatie Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten
Voor kennisgeving aangenomen op 17 mei 2022
EK 32.026 / 34.269, H
-
-
30 november 2021
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
9 april 2019
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 35.000 VII / 35.000 IV, C
-
-
19 februari 2019
nieuwe deadline: 1 juli 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 april 2018
nieuwe deadline: 15 januari 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 maart 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 27 maart 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
op 3 april 2018 voor kennisgeving aangenomen door de commissie KOREL
EK 34.775 VII / 34.775 IV, D
-
-
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 januari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
13 september 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK, G
-
-
24 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 17 mei 2016
EK, E
-
-
3 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor BZK/AZ en voor Koninkrijksrelaties op 16 april 2013
EK, C
-
-
25 september 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
7 september 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor BZK/AZ op 11 september 2012
EK, I
-
-
7 juni 2011
nieuwe commissie: commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) -
7 juni 2011
commissie vervallen: commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ) -
15 maart 2011
nieuwe deadline: 1 januari 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:
Opmerking: De Rijkswet Financieel Toezicht zal in 2015 worden geëvalueerd, pas dan is er mogelijk sprake van een Koninklijk Besluit dat ziet op het vervallen van deze wet. -
14 oktober 2010
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 oktober 2010
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
6 juli 2010
toezegging gedaan
Toezegging De Eerste Kamer zal tweemaal per jaar geïnformeerd worden over de voortgang van de uitvoering van de plannen van aanpak inzake de AMvRB 'Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint-Maarten' (32.213 (R1903) (T01222)
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Laurier (GroenLinks), toe de voortgangsrapportages over de uitvoering van de plannen van aanpak inzake de AMvRB 'Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint-Maarten' tweemaal per jaar aan de Eerste Kamer te doen toekomen.
| Nummer | T01222 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 6 juli 2010 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. J.P. Laurier (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Curaçao landstaken motie-Leerdam plannen van aanpak Sint Maarten uitvoering waarborging |
| Kamerstukken | Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen (32.213 (R1903)) |
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1579
Laurier (GroenLinks):
In de eerste plaats voorziet de algemene maatregel van rijksbestuur die een uitvloeisel is van de motie-Leerdam, erin dat er op basis van plannen van aanpak op genoemde punten wordt gewerkt aan de verdere organisatorische opbouw van de nieuwe autonome landen. De volledige status van autonoom land wordt pas bereikt als de plannen van aanpak zijn gerealiseerd. De AMvRB geldt in principe voor twee jaar maar kan telkens met twee jaar worden verlengd. Voor zowel intrekking als verlenging van de algemene maatregel is een besluit nodig, en dat besluit wordt voorgehangen bij het parlement. Op dat punt is het natuurlijk van belang dat wij hier en aan de overkant kunnen beoordelen of het punt bereikt is of juist niet, zodat het besluit kan worden ingetrokken dan wel verlengd. Mijn fractie is niet helemaal duidelijk hoe in de tussentijd de Kamers zullen worden geïnformeerd om dat oordeel te kunnen vellen.
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1599
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:
De heer Laurier vroeg hoe beide Kamers worden geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de plannen van aanpak. In de Tweede Kamer heb ik toegezegd de Kamer twee keer per jaar te informeren over die voortgang, gebaseerd op rapportages van de
voortgangscommissie. Als gevolg van de motie-Leerdam moet het ontwerp-KB over het al dan niet verlengen van de werkingsduur van de regeling aan beide Kamers worden voorgelegd. Het ligt dus in de rede dat ik de voortgangsrapportages ook aan de Eerste Kamer doe toekomen. Dat is bij dezen toegezegd.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1594-1611
-
behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1566-1582
-
-
1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken met betrekking tot het detentiewezen in Sint Maarten
Op 8 november voor kennisgeving aangenomen.
EK, U
-
-
21 juni 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 43ste Voortgangsrapportage Sint Maarten
Op 21 juni 2022 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL.
EK, T
-
-
2 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over verlenging Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten
Op 21 juni 2022 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL.
EK 31.568, S
-
-
18 januari 2022
nieuwe deadline: 1 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 42ste Voortgangsrapportage Sint Maarten
Voor kennisgeving aangenomen op 18 januari 2022
EK, R
-
-
12 oktober 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 oktober 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 41e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 12 oktober 2021
EK, Q
-
-
15 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 40ste voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 15 juni 2021
EK, P
-
-
20 april 2021
nieuwe deadline: 1 oktober 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 april 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 39e voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 20 april 2021
EK, O
-
-
15 december 2020
nieuwe deadline: 1 april 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 december 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 38e rapportage van de Voortgangscommissie Sint Maarten aan het ministerieel overleg over de periode 1 juli 2020 – 1 oktober 2020
voor kennisgeving aangenomen op 15 december 2020
EK, N
-
-
13 oktober 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 37e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 13 oktober 2020
EK, M
-
-
14 april 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 april 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK inzake aanbieding van de 36e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 14 april 2020
EK, L
-
-
21 januari 2020
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 december 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK inzake aanbieding 35e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2020
EK, K
-
-
15 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake reisverslag naar de bovenwindse eilanden van 22-25 september 2019
Voor kennisgeving aangenomen op 15 oktober 2019
EK 35.300 IV / 31.568, B herdruk
-
-
9 juli 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 juni 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 33e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 9 juli 2019
EK, I
-
-
14 mei 2019
nieuwe deadline: 1 januari 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 32e Voortgangsrapportage Sint Maarten over de periode 1 oktober 2018 - 1 januari 2019
voor kennisgeving aangenomen op 14 mei 2019
EK, H
-
-
19 februari 2019
nieuwe deadline: 1 juli 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 februari 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding 31e Voortgangsrapportage Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 19 februari 2019
EK, G
-
-
5 juni 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 juni 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake Verlenging Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curacao en Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 5 juni 2018
EK, F
-
-
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
6 juli 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief inzake aanbieding voortgangsrapportages Curacao en Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 11 juli 2017
EK, S
-
-
21ste voortgangsrapportage Curacao (15 p.)
-
-
24ste rapportage voortgangscommissie Sint Maarten
-
-
25ste rapportage Voortgangscommissie Sint Maarten
-
-
26ste rapportage Voortgangscommissie Sint Maarten
-
-
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 januari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
8 november 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 november 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief inzake aanbieding Voortgangsrapportages Curacao en Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 8 november 2016
EK, B
-
-
13 september 2016
nieuwe deadline: 1 november 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK, G
-
-
25 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK, G
-
-
28 juli 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 juni 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 juni 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief inzake samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curacao en Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 7 juni 2016
EK, E
-
-
Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curacao (bijlage bij EK 32.213 (R1903), E)
-
-
24 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 17 mei 2016
EK, E
-
-
26 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
31 maart 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 maart 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 februari 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 februari 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 januari 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BZK/AZ op 17 maart 2015
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL op 31 maart 2015
EK, E
-
-
30 september 2014
nieuwe deadline: 1 juli 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 januari 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 januari 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 december 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
6 september 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 juni 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
3 april 2013
nieuwe deadline: 1 januari 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor BZK/AZ en voor Koninkrijksrelaties op 16 april 2013
EK, C
-
-
22 januari 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
15 november 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief regering; Zevende rapportage van de Voortgangscommissie Sint Maarten
voor kennisgeving aangenomen op 20 november 2012
TK, 18
-
-
Zevende rapportage aan het ministerieel overleg over de periode 1 april 2012 - 30 juni 2012
-
-
7de Uitvoeringsrapportage Ministerie van Justitie
-
-
7de Uitvoeringsrapportage Ministerie van VROM
-
-
7de Uitvoeringsrapportage Ministerie van AZ
-
-
4 oktober 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief regering; Derde en de vierde rapportage van de Voortgangscommissie Curaçao aan met de bijbehorende uitvoeringsrapportage van de minister van Justitie van Curaçao inzake het Korps Politie Curaçao en het Sentro di Detension i Korekshon Korsou (SDKK)
voor kennisgeving aangenomen op 9 oktober 2012
TK, 3
-
-
Uitvoeringsrapportage plannen van aanpak Periode: 1 april - 30 juni 2012 JKorps Politie Curaçao en het Sentro di Detension i Korekshon Korsou (SDKK)
-
-
Vierde voortgangsrapportage van de voortgangscommissie Curaçao aan het ministerieel overleg Over de periode 1 april 2012 tot 1 juli 2012
-
-
Derde voortgangsrapportage van de voortgangscommissie Curaçao aan het Ministerieel Overleg Januari 2012 t/m maart 2012
-
-
Uitvoeringsrapportage van de minister van Justitie van Curaçao inzake het Korps Politie Curaçao en het Sentro di Detension i Korekshon Korsou (SDKK)
-
-
1 oktober 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief inzake legislatieve terughoudendheid Caribisch Nederland
voor kennisgeving aangenomen op 9 oktober 2012
EK, A
-
-
7 september 2012
nieuwe deadline: 1 januari 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor BZK/AZ op 11 september 2012
EK, I
-
-
10 augustus 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 juni 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief regering; Tweede rapportage van de Voortgangscommissie Curaçao met de bijbehorende uitvoeringsrapportage van de minister van Justitie van Curaçao en rapportages over Korps Politie Curaçao
Voor kennisgeving aangenomen op 19 juni 2012
TK, 74
-
-
Projecten Korps Politie Curacao, 2011
-
-
Planning Implementatie Plan van Aanpak Korps Politie Curacao 2010 - 2014
-
-
Tweede voortgangsrapportage van de voortgangscommissie Curaçao aan het ministerieel overleg 1 augustus 2011 tot 1 januari 2012
-
-
Voortgangsrapportage uitvoering plannen van aanpak 1 augustus - 31 december 2011
-
-
Viermaandsrapportage verbetertraject 1 augustus 2011 t/m 31 december 2011
-
-
22 maart 2012
nieuwe deadline: 1 januari 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen op 27 maart 2012
EK, G
-
-
28 februari 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
29 november 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijskrelaties ter aanbieding van de derde rapportage voortgangscommissie Curaçao
TK, 41
-
-
Voortgangscommissie Sint Maarten : derde rapportage aan het ministerieel overleg over de periode 1 april 2011 - 30 juni 2011
bijlage bij TK 33.000 IV, 41
-
-
brief over rapportage voortgangscommissie Sint Maarten 2e kwartaal 2011 (8 juli 2011)
bijlage bij TK 33.000 IV, 41
-
-
brief ter aanbieding derde tussentijdse rapportage inzake uitvoering plannen van aanpak (21 juni 2011)
bijlage bij TK 33.000 IV, 41
-
-
brief over de 3e uitvoeringsrapportage ministerie van AZ
bijlage bij TK 33.000 IV, 39
-
-
4 oktober 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
16 september 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 augustus 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief regering; Tweede rapportage Voortgangscommissie Sint Maarten
TK, 48
-
-
Voortgangscommissie Sint Maarten
-
-
Uitvoering plannen van aanpak
-
-
Bijlage Project Plan Korps Politie
-
-
Uitvoeringsrapportage Burgerzaken en Juridische Zaken
-
-
Aanbiedingsbrief bij uitvoeringsrapportage VROM
-
-
Uitvoeringsrapportage VROM
-
-
13 mei 2011
Voortgang:
Opmerking: Op 13 mei 2011 heeft de minister van BZK bij een brief de eerste voortgangsrapportage voor Sint Maarten aangeboden.documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bezoek met de minister voor Immigratie en Asiel aan Sint Maarten, Aruba en Curacao op 2 tot 8 april 2011
voor kennisgeving aangenomen op 24 mei 2011
TK nr. 39
-
-
Voortgangscommissie Sint Maarten : eerste rapportage aan het ministeriële overleg over de periode 10 oktober 2010 tot 1 januari 2011
bijlage bij TK nr. 39
-
-
14 oktober 2010
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 oktober 2010
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
1 oktober 2010
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 september 2010
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
6 juli 2010
toezegging gedaan
Toezegging Mogelijkheden voor vereenvoudiging BES-wetgeving worden meegenomen bij toegezegde evaluatie van de nieuwe staatkundige structuur (31.568) (T01224)
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Bijsterveld (CDA), toe bij de eerder toegezegde evaluatie van de nieuwe staatkundige structuur, die zal plaatsvinden vijf jaar na inwerktreding (T01031), ook de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de BES-wetgeving te betrekken.
| Nummer | T01224 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 6 juli 2010 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | prof. dr. S.C. van Bijsterveld (CDA) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | BES-wetgeving evaluaties vereenvoudigingen |
| Kamerstukken | Staatkundige vernieuwing van het Koninkrijk (31.568) |
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1568
Van Bijsterveld (CDA):
Voor de BES-eilanden zijn inmiddels de nodige wetsvoorstellen aangenomen. Deze voorstellen en de voorstellen die nog gedaan zullen worden, kenmerken zich door een enorme omvang en complexiteit. Uitgaande van de logica van de staatkundige hervorming en met het Nederlandse stelsel van wetgeving in gedachten, komen wij bijna vanzelfsprekend bij dit type regelgeving uit. Voor zover wij nu kunnen overzien, zit deze regelgeving goed in elkaar. Bij het zien van de voorstellen rijst bij de CDA-fractie echter de wat meer principiële vraag of dit soort regelgeving wel de meest vruchtbare is. Al met al is het namelijk een vrij complexe manier van vooral juridische sturing. De CDA-fractie heeft geen pasklaar antwoord hierop. Wellicht is het goed om in het kader van de toekomstvisie te denken aan mogelijke alternatieven voor deze sturing. Is de regering bereid om over alternatieven na te denken?
Handelingen I 2009-2010, nr. 36 - blz. 1596
Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:
Ik verwacht dat in de toekomst de complexiteit van de BES-wetgeving zal verminderen. Geleidelijk zal de Nederlandse wetgeving worden ingevoerd. Er zullen weliswaar altijd afwijkingen van Nederlandse wetgeving nodig zijn – de specifieke vraag van besturen op de eilanden – maar ook die zullen minder worden al naar gelang de verschillen met het Europese deel van Nederland kleiner worden. De komende vijf jaar zal een periode van legislatieve rust in acht worden genomen, zoals wij hebben afgesproken. Daarna zullen wij datgene wat wij hebben uitgewerkt van de nieuwe staatkundige structuur evalueren. Dan kan worden bezien of de huidige wetgeving voor de BES kan worden vereenvoudigd. De regering is bereid om dat te doen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1594-1611
-
behandeling Handelingen EK 2009/2010, nr. 36, blz: 1566-1582
-
22 juni 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over de uitvoering van de toezegging inzake de vereenvoudiging van de BES-wetgeving
voor kennisgeving aangenomen op 3 juli 2018 en de status van toezegging T01224 te wijzigen in legisprudentie
EK 31.568 / 34.775 IV, F
-
-
3 april 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 maart 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 27 maart 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
op 3 april 2018 voor kennisgeving aangenomen door de commissie KOREL
EK 34.775 VII / 34.775 IV, D
-
-
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 januari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
13 september 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK, G
-
-
28 juni 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2015
nieuwe deadline: 31 december 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie BiZa/AZ op 22 september 2015
EK 34.000 VII / 34.000 IV, F
-
-
3 april 2013
nieuwe deadline: 10 oktober 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor BZK/AZ en voor Koninkrijksrelaties op 16 april 2013
EK, C
-
-
7 juni 2011
nieuwe commissie: commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) -
7 juni 2011
commissie vervallen: commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ) -
14 oktober 2010
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 oktober 2010
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
6 juli 2010
nieuwe status: openstaand -
6 juli 2010
toezegging gedaan
Toezegging Toezending conceptversie richtlijn (22.112 / 31.544, CK) (T01237)
De staatssecretaris voor Europese Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een verzoek van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin, toe dat, wanneer het richtlijnvoorstel in de besluitvormende fase komt, het kabinet voorafgaande aan de desbetreffende Raad de definitieve (concept)versie van de richtlijn aan de Eerste Kamer opstuurt.
| Nummer | T01237 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 april 2009 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Schriftelijk overleg |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | discriminatie gelijke behandeling richtlijnen |
| Kamerstukken | Europees voorstel voor richtlijn gelijke behandeling (31.544) Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie (22.112) |
Kamerstukken I 2008/09, 22 112 / 31 544, CK, p. 2:
De commissie verzoekt de regering de definitieve versie van de richtlijn waarover in de Raad besluitvorming moet plaatsvinden ruimschoots voorafgaand aan de desbetreffende Raad aan de Kamer te doen toekomen opdat nog de mogelijkheid van een (nader) overleg bestaat.
Kamerstukken I 2008/09, 22 112 / 31 544, CK, p. 3:
Wanneer het richtlijnvoorstel in de besluitvormende fase komt, zal het kabinet – zodra de betreffende stukken beschikbaar zijn – voorafgaande aan de desbetreffende Raad de definitieve (concept)versie van bovengenoemde richtlijn aan u doen toekomen.
Zie voor meer informatie ook Edossier E080071
Brondocumenten
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
10 maart 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 maart 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
Op 10 maart 2020 voor kennisgeving aangenomen door de commissie BiZa/AZ, voor zover betrekking hebbend op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237).
EK, C
-
-
24 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Toezegging T02655 afgedaan door de cie. BDO op 24 september 2019.
Op 24 september 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie voor BiZa/AZ voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft.
EK, G
-
-
23 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BuZa en de minister voor BHenO inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Op 23 april 2019 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen wat betreft de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)).
De deadline van toezegging Rechtsbescherming als basisvoorwaarde voor het al dan niet instemmen met TTIP (T02124 ) is op 14 mei 2019 door de commissie BDO verlengt tot 1 juli 2021.
EK, C
-
-
2 oktober 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de stand van zaken van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan
- op 2 oktober 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ met betrekking tot de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237)
EK 34.775 V / 34.775 XVII, D
-
-
22 mei 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
op 22 mei 2018 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen voor zover het verslag ziet op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237))
EK, C
-
-
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen die aan de Eerste Kamer zijn gedaan
op 12 september 2017 door de Commissie BiZa/AZ voor kennisgeving aangenomen voor zover het verslag ziet op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237))
EK, D
-
-
21 februari 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 februari 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 februari 2017 door de commissie BiZa/AZ voor zover betrekking hebbend op de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)
EK, C
-
-
13 september 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 augustus 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
- voor kennisgeving aangenomen op 13 september 2016
- op 13 september 2016 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ voor zover betrekking hebbend op de toezegging Toezending conceptversie richtlijn (T01237)
EK, F
-
-
17 mei 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 april 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 17 mei 2016 voor zover het verslag op de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) ziet
EK, E
-
-
29 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ voor zover het de 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft
EK, A
-
-
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
24 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
op 24 maart 2015 voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor BZK/AZ
EK, D
-
-
23 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie BZK/AZ op 23 september 2014 voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft.
De commissie EUZA besloot als volgt: de toezeggingen met nummer T01943, T01936 en T01942 worden als voldaan beschouwd. De status van de toezeggingen met nummer T01191 (deels voldaan), T01712 (openstaand), T01937 (openstaand), T01941 (openstaand) blijft ongewijzigd. De toezegging met nummer T01944 wordt afgevoerd als toezegging.
EK, A
-
-
13 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken inzake het halfjaarlijks rappel toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BZK/AZ op 13 mei 2014 (voor zover het de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237) betreft)
voor kennisgeving aangenomen door de commissie BDO op 13 mei 2014: toezegging T01862 (op 27 mei status: voldaan) en toezegging T01863 (status: voldaan)
voor kennisgeving aangenomen door de commissie BDO op 20 mei 2014:toezegging T01347 (status: voldaan)
EK, G
-
-
3 oktober 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
op 8 oktober 2013 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) wat betreft de stand van zaken ten aanzien van de toezegging 'Toezending conceptversie richtlijn' (T01237)
EK, A
-
-
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
9 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis der Koningin (BZK/AZ) op 9 april 2013
- voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) op 2 juli 2013
EK, G
-
-
14 september 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 25 september 2012 voor zover van toepassing op toezegging T01237
EK, AH
-
-
3 april 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
Wat betreft toezegging T01237 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 3 april 2012
EK, R
-
-
25 januari 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijkse stand van zaken toezeggingen
Wat betreft toezegging T01237 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ op 31 januari 2012
Voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties op 7 februari 2012
EK, G
-
-
19 april 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken inzake de halfjaarlijkse stand van zaken ten aanzien van de toezeggingen die door de minister aan de Eerste Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 17 mei 2011 door de commissie voor Justitie voor toezegging T01128
EK, S
-
-
7 april 2009
toezegging gedaan
Toezegging De regering zegt toe terughoudend te zijn met opstellen beleidsbesluiten voor de BES-eilanden (32.189/32.190/32.276) (T01257)
De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Doek (CDA), toe om terughoudend om te gaan met beleidsbesluiten voor de BES-eilanden, zeker als daarmee op wetgeving vooruit gelopen wordt en als daarmee een structurele afwijking van het voorgestelde fiscale stelsel wordt beoogd. Een fundamentele wijziging zal geregeld worden bij wet.
| Nummer | T01257 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 14 december 2010 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Financiën |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. H.A. Doek (CDA) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Caribisch Nederland fiscaal stelsel |
| Kamerstukken | Invoeringswet fiscaal stelsel BES (32.276) Douane- en Accijnswet BES (32.190) Belastingwet BES (32.189) |
Handelingen I 2010-2011, nr. 11 – blz. 6
Doek (CDA):
Ik wil kort iets aan de orde stellen wat ons in deze Kamer altijd erg interesseert, namelijk regelgeving bij ministeriële regeling. Onze fractie heeft gelezen dat de staatssecretaris de mogelijkheid om de eventuele overgangsproblematiek middels ministeriële regelgeving op te vangen, ziet als een aflopende zaak in de tijd. Dat lijkt ook logisch. Tevens geeft de regering in haar antwoord aan dit in geval van een structurele afwijking van bijvoorbeeld de Belastingwet BES altijd te doen door wetswijziging en daartoe een wetsvoorstel in te dienen. Mede omdat een en ander niet eenduidig in de wet is geregeld, zoals wel in artikel 22 van de IBES, gaat onze fractie ervan uit dat een en ander nu goed verankerd is in de wetsgeschiedenis. Als het echt om structurele afwijkingen gaat, doen wij het dus gewoon per wet. Wij dringen er wel op aan om in een dergelijke situatie waarbij het bij ministeriële regeling gebeurt, uiterst terughoudend te zijn met op wetgeving vooruitlopende beleidsbesluiten. Ook daarvan houden wij niet zo in deze Kamer. Op dit punt vragen wij een duidelijke toezegging en uitleg van de staatssecretaris.
Handelingen I 2010-2011, nr. 11 – blz. 11
Staatssecretaris Weekers:
Ik ga in het eerste blok "algemeen" in op de vraag van de heer Doek. De CDA-fractie vraagt om in het kader van de overgang naar het nieuwe stelsel terughoudendheid te betrachten. De heer Doek vraagt eigenlijk om terughoudend om te gaan met beleidsbesluiten, zeker als je daarmee op wetgeving vooruitloopt en als daarmee dus een structurele afwijking van het voorgestelde fiscale stelsel wordt beoogd. Ik kan dit natuurlijk snel toezeggen. Wij spreken vandaag over een nieuw fiscaal stelsel voor de BES-eilanden. Dit stelsel staat ons voor ogen. De heer Doek moet er ook op kunnen vertrouwen dat dit wordt neergezet. Waarom heb ik mij de mogelijkheid voorbehouden om bij beleidsbesluit zaken aan te passen? Dit gebeurt juist opdat ik niet hoef te wachten en dus snel in actie kan komen als er onbedoelde effecten optreden. Als ik voornemens ben om een fundamentele aanpassing te plegen in het fiscale recht van de BES-eilanden, spreekt het natuurlijk voor zich dat ik dan de Koninklijke weg ga. Als dit echter te lang duurt en dit intussen tot ongelukken op de BES-eilanden leidt, zal men het mij niet euvel duiden dat ik daar dan wel op vooruit moet lopen. Het is een hele omslag van het oude naar het nieuwe stelsel. Niet voor niets hebben wij vandaag nog een brief gekregen met enkele zorgen daarin. Ik begrijp best dat mensen zich zorgen maken over een verandering. Je kunt immers niet alles voorzien. Als zich straks echt vervelende en niet voorziene zaken aandienen, heb je in elk geval een gereedschapskist nodig om snel in te kunnen ingrijpen. Mocht dit leiden tot structurele aanpassingen, zullen wij natuurlijk snel met wetgeving komen.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aangenomen, aantekening: SP) Handelingen EK 2010/2011, nr. 11, blz: 6-25
-
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Financiën -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 december 2010
nieuwe status: openstaand -
14 december 2010
toezegging gedaan
Toezegging Rechtstreeks werkende verdragsbepalingen (31.570) (T01443)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Lokin-Sassen (CDA), toe de formulering van de artikel 93 en 94 Grondwet te betrekken in een meer integrale grondwetsherziening.
| Nummer | T01443 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 februari 2012 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr. P.E.M.S. Lokin-Sassen (CDA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | artikel 93 Grondwet artikel 94 Grondwet rechtstreeks werkende verdragsbepalingen |
| Kamerstukken | Herziening Grondwet (31.570) |
Handelingen I 2011-2012, nr. 18-3 - blz. 27
Mevrouw Lokin-Sassen (CDA): Het derde punt is slechts van redactionele aard, maar betreft ook echt een verbetering. De woorden "eenieder (…) verbinden" en "eenieder verbindende" in de artikelen 93 en 94 van de Grondwet zouden volgens mijn fractie inderdaad beter vervangen kunnen worden door "rechtstreeks (…) werken" respectievelijk "rechtstreeks werkende". De facto worden de formuleringen weliswaar al zo geïnterpreteerd, maar taalkundig is de nieuwe door de staatscommissie voorgestelde wijziging beslist een verbetering. "Onzuiverheid van taal verraadt onzuiverheid van denken", zei mijn leermeester. Ik wil niet zover gaan, maar als dit in één moeite door verbeterd kan worden, zijn wij daarvoor.
(...)
Handelingen I 2011-2012, nr. 18-5 - blz. 40
Minister Spies: Mevrouw Lokin doet een, zoals zij het zelf formuleerde, bijna redactioneel voorstel ten aanzien van de artikelen 93 en 94. Dat zal op enig moment zonder meer betrokken kunnen worden in een grondwetsherziening. Ik hecht er wel aan dat het een meer integrale grondwetsherziening kan zijn dan het kabinet nu voornemens is voor te bereiden.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Handelingen EK 2011/2012, nr. 18, item 5, blz. 31- 47
-
behandeling Handelingen EK 2011/2012, nr. 18, item 3, blz. 3- 29
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
10 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
12 september 2017
nieuwe deadline: 1 januari 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
17 maart 2015
nieuwe deadline: 1 januari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BZK/AZ op 17 maart 2015
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL op 31 maart 2015
EK, E
-
-
23 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:
Opmerking: Deze toezegging heeft betrekking op een algehele herziening van de Grondwet. De uitvoering van deze toezegging wordt op langere termijn meegenomen. -
11 september 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de stand van zaken met betrekking tot (deels) openstaande toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie BZK/AZ op 23 september 2014
- voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor KOREL op 30 september 2014
EK 33.750 VII / 33.750 IV, F
-
-
6 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor Koninkrijksrelaties en voor BZK/AZ op 6 mei 2014
EK 33.750 VII / 33.750 IV, D
-
-
24 september 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:
Opmerking: Deze toezegging heeft betrekking op een algehele herziening van de Grondwet. De uitvoering van deze toezegging wordt op langere termijn meegenomen. -
13 september 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) op 24 september 2013
EK, E
-
-
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
3 april 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:
Opmerking: De minister kwalificeert deze toezegging als een 'voorwaardelijke toezegging', waarvan de uitvoering pas op de langere termijn aan de orde is.documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies voor BZK/AZ en voor Koninkrijksrelaties op 16 april 2013
EK, C
-
-
7 september 2012
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissie voor BZK/AZ op 11 september 2012
EK, I
-
-
7 februari 2012
toezegging gedaan
Toezegging Omgaan met besliskader POC (2) ( C ) (T01843)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Minister van Financiën zeggen de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe dat het kabinet het door de POC ontwikkelde besliskader overneemt en dat in alle brieven aan de Kamer die gaan over privatiseringen en verzelfstandigingen steeds het besliskader zal worden gehanteerd en steeds daaraan zal worden gerefereerd.
| Nummer | T01843 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 januari 2014 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Financiën Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | besliskader POC publiek belang |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 1
Tot mijn genoegen kan ik u mededelen dat het kabinet heeft besloten het door de onderzoekscommissie ontwikkelde besliskader ten behoeve van toekomstige besluitvorming over privatiseringen en verzelfstandigingen te gebruiken om het parlement tijdig en adequaat te informeren.
(...)
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 2
Het kabinet ziet het door de onderzoekscommissie ontworpen besliskader als een waardevol instrument dat het parlement kan gebruiken bij de bespreking en toetsing van voorstellen met betrekking tot privatisering en externe verzelfstandiging. Het kabinet zal daarom dit besliskader als checklist gebruiken ten behoeve van het tijdig en adequaat informeren van het parlement.
(...)
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 14
Het kabinet ziet een belangrijke complementaire rol weggelegd voor dit besliskader. Het beschouwt het besliskader als een zeer bruikbaar overzicht met aandachtspunten en richtlijnen voor regering en het parlement bij het tot stand brengen van besluitvorming over privatisering en verzelfstandiging. Het kabinet doet hierbij graag de toezegging om dit besliskader bij voornemens tot privatisering of externe verzelfstandiging te gebruiken als checklist ten behoeve van het tijdig en adequaat informeren van het parlement.
Toegevoegde waarde biedt het besliskader van de onderzoekscommissie ook waar het aandacht vraagt voor het uitwerken van verschillende alternatieven in de plaats van privatisering of verzelfstandiging en voor het afwegen daarbij van voor- en nadelen. Het kabinet zegt toe dat het dergelijke varianten bij voornemens tot privatisering of verzelfstandiging in een vroegtijdig stadium zal uitwerken en toetsen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 16, item 5 - blz. 57
Minister Blok: We zullen gebruik gaan maken van het door de commissie ontworpen besliskader.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 16, item 5 - blz. 62
Minister Blok: Eigenlijk sluit het besliskader, zoals de Kamer dat heeft ontwikkeld, daar nauw bij aan. Het besliskader is echter geen intern instrument voor de overheid, het Integraal Afwegingskader is dat wel. Het besliskader van de Kamer, dat het kabinet overneemt, is een openbaar kader. Dit kan zeker een overlap hebben met de eerste stappen van het Integraal Afwegingskader, maar het heeft ook echt een zelfstandige waarde. Wat ons betreft, worden ze dus naast elkaar gehanteerd.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 16, item 5 - blz. 74
Minister Dijsselbloem: Over het besliskader bestaat wat mij betreft geen enkel misverstand. Als de woorden "afvinklijstje" of "checklist" verkeerd zijn gevallen, nemen we die onmiddellijk terug. Ze zijn geenszins kleinerend bedoeld. Ik heb intern op het ministerie gezegd dat in alle brieven aan de Kamer die gaan over privatiseringen, ongeacht of het financiële instellingen zijn, of URENCO of straks Holland Casino, steeds het besliskader zal worden gehanteerd en steeds daaraan zal worden gerefereerd. De kracht van het besliskader is in mijn ogen dat het ons dwingt om fundamenteel in de goede volgorde, met het waarborgen van alle zorgvuldigheid en de betrokkenheid van de Kamer het proces te doorlopen en daarmee zeer verantwoorde beslissingen te nemen. In de brieven aan de Kamer over de toekomst van ABN AMRO, in de brief over URENCO en in de nota over staatsdeelnemingen hebben we daarom aan het besliskader gerefereerd of hebben we het aantoonbaar toegepast.
Brondocumenten
-
behandeling van het POC-rapport "Verbinding verbroken?" Handelingen EK 2013/2014, nr. 16, item 5, blz. 39-84
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Financiën -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
21 januari 2014
toezegging gedaan
Toezegging Diverse toetsen ( C ) (T01845)
De minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe dat een uitvoerbaarheidstoets en een handhaafbaarheidstoets verplicht zijn bij het ontwerpen van nieuwe regelgeving met (te verwachten) substantiële gevolgen voor uitvoering en handhaving, en een markteffectentoets wordt doorlopen bij elk voorstel tot privatisering.
| Nummer | T01845 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | handhaafbaarheidstoets markteffecttoets uitvoerbaarheidstoetsen |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 10
De onderzoekscommissie geeft in aanbeveling 7a terecht aan dat de uitvoerbaarheidstoets een waardevol instrument is. Daarom is dit instrument (evenals overigens een handhaafbaarheidstoets) vroeg in het beleidsproces verplicht bij het ontwerpen van nieuwe regelgeving met (te verwachten) substantiële gevolgen voor uitvoering en handhaving.
Het kabinet onderschrijft met de onderzoekscommissie (aanbeveling 7 b) het belang van een marktverkenning bij het herordenen van markten. Daarom is de Markteffectentoets (MET) ook verplicht bij een voorgenomen aanpassing van regelgeving die ingrijpt op de werking van de markt. De MET brengt de verwachte gevolgen van de ontwerpregeling in kaart voor de kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en de sociaaleconomische effecten. Het kabinet zal daarom erop toezien dat een MET, als onderdeel van het IAK-afwegingsdossier, wordt doorlopen bij elk voorstel tot privatisering.
Brondocumenten
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Voldoende monitoring ( C ) (T01846)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe dat bij toekomstige besluiten tot privatiseringen gezorgd wordt voor voldoende monitoring.
| Nummer | T01846 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | monitoring privatisering |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 11
Het kabinet zal bij toekomstige besluiten tot privatiseringen zorgen voor voldoende monitoring. Het doel hiervan is te bepalen of de verwachtingen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Voorafgaand aan een privatisering is van belang om de vragen van het IAK te doorlopen om zo de doelstelling, de publieke belangen en de verwachtingen te duiden.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 16, item 5 - blz. 57
Minister Blok: We zullen bij toekomstige beslissingen tot privatisering of verzelfstandiging zorgvuldig monitoren of de verwachtingen worden gerealiseerd.
Brondocumenten
-
behandeling van het POC-rapport "Verbinding verbroken?" Handelingen EK 2013/2014, nr. 16, item 5, blz. 39-84
-
-
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Nulmetingen ( C ) (T01847)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe dat het kabinet standaard nulmetingen zal laten plaatsvinden bij nieuwe privatiseringen.
| Nummer | T01847 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Nulmeting privatisering |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 11
Ook zal de beginsituatie door middel van een nulmeting worden vastgelegd. De resultaten daarvan worden als uitgangspunt genomen voor de latere monitoring en evaluatie. In deze fase kan worden nagegaan in hoeverre de publieke belangen daadwerkelijk geborgd worden, of de doelen zijn gehaald en zo niet, in hoeverre bijsturing mogelijk of wenselijk is.
In het verleden heeft het vaak aan een nulmeting voorafgaand aan een privatisering ontbroken. Het kabinet zegt toe nulmetingen standaard bij nieuwe privatiseringen te zullen laten plaatsvinden. Het betreffende vakdepartement voert deze meting uit.
Brondocumenten
-
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Stand van zaken verzelfstandigingsbeleid ( C ) (T01848)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe jaarlijks een brief aan de Kamers te zullen sturen over de stand van zaken met betrekking tot het verzelfstandigingsbeleid.
| Nummer | T01848 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | verzelfstandiging ZBO |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 13
De minister voor Wonen en Rijksdienst zegt toe voortaan jaarlijks een brief aan het parlement te zullen sturen over de stand van zaken met betrekking tot het verzelfstandigingsbeleid.
Brondocumenten
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
8 september 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 september 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor Wonen en Rijksdienst over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen op 8 september 2015
EK, C
-
-
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
26 mei 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 mei 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
Jaarbrief 2015 beleid met betrekking tot zbo's
voor kennisgeving aangenomen op 26 mei 2015
EK, AB
-
-
17 maart 2015
nieuwe deadline: 31 mei 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
12 maart 2015
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 17 maart 2015
EK, B
-
-
20 mei 2014
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2014
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor Wonen en Rijksdienst inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen door de commissies BZK/AZ en Financiën op 13 mei 2014
EK, B
-
-
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Duiden effecten EU-regelgeving ( C ) (T01849)
De minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe dat het kabinet de effecten van EU-regelgeving tijdig en zo volledig mogelijk zal duiden voor het parlement.
| Nummer | T01849 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | EU-regelgeving Europese Unie |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 15
De onderzoekscommissie geeft in aanbeveling 12 aan behoefte te hebben aan meer duidelijkheid over de invloed van EU-regelgeving op besluiten tot privatisering en verzelfstandiging. De onderzoekscommissie vindt met name onduidelijk hoeveel beslisruimte de staat heeft bij de uitvoering van Europese richtlijnen. Het kabinet ziet nadrukkelijk een rol voor zichzelf weggelegd in het beter duiden van de EU-effecten voor het parlement en zal erop toezien dat dit tijdig en zo volledig mogelijk gebeurt.
Brondocumenten
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Concrete voornemens privatisering en verzelfstandiging ( C ) (T01850)
De minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, in reactie op het rapport van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, toe concrete voornemens tot privatisering en verzelfstandiging per brief aan de Eerste en Tweede Kamer te sturen.
| Nummer | T01850 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 25 maart 2013 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | privatisering verzelfstandiging |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2012/13, C, I, p. 15
Meer in het algemeen wil het kabinet graag een bijdrage leveren aan de informatiebehoefte van beide Kamers der Staten-Generaal door hen vroegtijdig van relevante informatie te voorzien en ook door in tijdpaden zo mogelijk proactief rekening te houden met wensen en initiatieven ter zake van de Eerste of Tweede Kamer. Het overzicht van voor de lopende kabinetsperiode voorgenomen privatiseringen en verzelfstandigingen dat begin december 2012 naar het parlement is gestuurd, kan als een eerste proeve daarvan worden gezien. Daarnaast zal het kabinet ook concrete voornemens tot privatisering- en verzelfstandiging per brief aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer sturen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 16, item 5 - blz. 57
Minister Blok: We zullen door ieder vakdepartement aan de Kamer laten melden wanneer er een concreet voornemen is tot privatisering of verzelfstandiging.
Brondocumenten
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
7 mei 2013
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ) -
25 maart 2013
toezegging gedaan
Toezegging Schrappen artikel 5, tweede lid, sub d van de Algemene wet gelijke behandeling (33.344) (T01970)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Schouwenaar (VVD), Koole (PvdA), Van Bijsterveld (CDA), De Boer (GroenLinks), Kuiper (ChristenUnie) en Holdijk (SGP), toe om bij de volgende de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling een voorstel te doen om artikel 5, lid 2, onderdeel d te schrappen.
| Nummer | T01970 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 27 mei 2014 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | prof. dr. S.C. van Bijsterveld (CDA) Mr.drs. M.M. de Boer (GroenLinks) mr. G. Holdijk (SGP) Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) prof. dr. R. Kuiper (ChristenUnie) Mr. J.M. Schouwenaar (VVD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Algemene wet gelijke behandeling huwelijken weigerambtenaren |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Pia Dijkstra en Schouw Gewetensbezwaren ambtenaren van de burgerlijke stand (33.344) |
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 10 - blz. 3
Mevrouw Van Bijsterveld (CDA): Het tweede punt is de ontneming van de toetsingsmogelijkheid van de rechter. Het voorstel bepaalt dat een ambtenaar om wie het hier gaat in een procedure bij de rechter niet aan de gemeente kan tegenwerpen dat hij ongelijk behandeld is op grond van godsdienst. De bepaling behelst dus een verbod van de rechter om een toetsing aan een grondrecht uit te voeren, ofwel om een grondrechtelijk bezwaar mee te wegen in zijn oordeel. Nog afgezien van de houdbaarheid van zo'n bepaling bevreemdt het mij dat de initiatiefnemers een wetsbepaling voorstellen die de toetsingsmogelijkheid van de rechter zo beperkt, uitgerekend daar waar grondrechtelijke belangen in het geding zijn. Wat is de ratio ervan dat de indieners de rechter op dit punt niet vertrouwen, of hem althans geen ruimte willen geven? Hoe verhoudt dit standpunt zich bijvoorbeeld tot het standpunt over de introductie van rechterlijke toetsing aan de Grondwet? Waarin verschilt een beperking als deze van een voorstel voor bijvoorbeeld de introductie van minimumstraffen? Zijn de initiatiefnemers bereid om de desbetreffende bepaling te laten vallen?
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 10 - blz. 6
Mevrouw De Boer (GroenLinks): Mijn laatste punt betreft iets wat ik het verbod van de rechterlijke toetsing heb genoemd. Ik doel dan op het opnemen van een bepaling in de Algemene wet gelijke behandeling waardoor onderscheid op grond van godsdienst of levensovertuiging gemaakt door een gemeente ten aanzien van een ambtenaar die onderscheid maakt, geen onderscheid is in de zin van de Algemene wet gelijke behandeling. Ik moet zeggen dat mijn fractie hier moeite mee heeft, zoals bleek uit de schriftelijke vragen. Dat is niet zozeer omdat het een vrijwel onleesbare bepaling is, die onderscheid op onderscheid op onderscheid maakt, als wel om de volgende andere redenen. In de eerste plaats is onze overtuiging dat zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat de Algemene wet gelijke behandeling uitzonderingsbepalingen bevat op grond waarvan onderscheid dat naar zijn aard onder de werking van de wet valt, geen onderscheid in de zin van de wet is. Niet voor niets willen wij zo graag af van de andere in het hetzelfde wetsartikel genoemde uitzonderingsbepalingen: de enkelefeitconstructies. In de tweede plaats zijn wij van oordeel dat de rechter zowel in Nederland als in Europa uitstekend in staat is om bij botsende grondrechten en discriminatieverboden een afweging te maken, een afweging waarin het verbod om onderscheid te maken naar seksuele voorkeur blijkens de eerder door mij aangehaalde uitspraken zwaar weegt. Ook moet het aan de rechter zijn om binnen de wettelijke kaders en met inachtneming van de beleidsvrijheid van de overheid deze afweging te maken. In de derde plaats zijn wij van mening, niet alleen dat de Algemene wet gelijke behandeling het maken van onderscheid verbiedt, maar ook dat een ontslagen ambtenaar, zonder een beroep te doen op de Algemene wet gelijke behandeling, zich bijvoorbeeld kan beroepen op internationale verdragen en dan zijn zaak alsnog aan de rechter zal kunnen voorleggen. De bepaling zou dan naar ons oordeel alleen het vragen van een oordeel van het College voor de Mensenrechten uitsluiten, dat immers beperkt is tot de Algemene wet gelijke behandeling. Daarmee wordt de bepaling wellicht minder schadelijk, maar ook nuttelozer. Graag verneem ik de reactie van de indieners en de minister op dit punt, waarbij ik ook graag hoor of zij aanleiding en mogelijkheden zien om het wetsvoorstel op dit punt aan te passen of te bewerkstelligen dat de betreffende bepaling niet in werking treedt. Ik wacht de antwoorden en de verdere gedachtewisseling met belangstelling af.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 10 - blz. 8
De heer Schouwenaar (VVD): Dan ons vierde en laatste punt: de positie van de rechter. Uit artikel II, derde lid en de stukken begrijpt mijn fractie dat de rechter een eventueel ontslag van een weigerambtenaar door de gemeente niet mag vernietigen op grond van de overweging dat de gemeente onderscheid maakt dat nu juist verboden is door de AWGB. Mijn fractie leest hierin een beperking van de rechter op een belangrijk punt en voor de weigerambtenaar wellicht het belangrijkste punt: zijn godsdienstige overtuiging. Als redenen voor deze beperking noemen de memorie van toelichting en de memorie van antwoord de kans dat de rechter een beslissing zou nemen die volgens de indieners een onjuiste beslissing zou zijn. Een dergelijke belemmering van de gemeente door de rechter willen zij voorkomen. De VVD-fractie acht het niet juist om de rechter buiten spel te zetten omdat hij een onjuiste beslissing zou kunnen nemen. Bevestigt hij het bestreden besluit, dan betekent dat steun voor het gemeentelijk beleid. Vernietigt hij het besluit, dan betekent dat de aanwijzing om het ontslagbesluit juridisch te verbeteren. Tot dusver is van geen onjuiste rechterlijke beslissing gebleken, integendeel. Dus is er geen concrete aanleiding om de rechter te beperken.
Daar komt bij dat jurisprudentie wenselijk is bij een onderwerp dat blijkbaar voor discussie vatbaar is. Terecht merken de indieners op dat de rechter geen monopolie heeft. Maar de wetgever ook niet. De wetgever schept het wettelijk kader. De rechter vult de ruimte binnen dat kader in bij zijn overwegingen in een casus die hem wordt voorgelegd. Ook bij het onderhavige onderwerp laten zich casus en vragen denken die in concreto door de rechter zullen moeten worden beslecht. Bij dit onderwerp gaat het mede en vooral om grondrechten. De wet geeft geen rangorde van grondrechten. Dat is overgelaten aan de rechter. Mijn fractie acht het dan ook niet wenselijk hier ad hoc één uitzondering te maken.
De indieners wijzen erop dat het niet juist is een grondrecht te gebruiken om het grondrecht van een ander te frustreren. In zijn algemeenheid kan mijn fractie dat onderschrijven. Echter, het is een stelregel, geen wet. Een adagium dat ook bij de rechter bekend is. Het heeft echter geen absolute gelding. Telkens zal de rechter nagaan of en in hoeverre deze stelregel in een concreet geval geldt. Verder wijzen de indieners erop dat artikel 5.2 van de AWBG al drie uitzonderingen bevat. Dit argument deelt mijn fractie niet. Deze wet bevat tal van uitzonderingen. Dit enkele feit rechtvaardigt niet de toevoeging van nog meer uitzonderingen. Artikel 5.2. gaat over sollicitanten bij politieke of religieuze instellingen. Sollicitanten die afgewezen worden, zijn geschaad in hun verwachtingen. Dit wetsvoorstel gaat over zittende ambtenaren. Zij zijn geschaad in hun rechtspositie. Daarom hebben zij grotere bescherming dan sollicitanten. Hun posities zijn dus niet dezelfde.
Al met al heeft mijn fractie grote moeite met dit voorgestelde artikel II. De rechter moet niet beperkt worden tot een gedeeltelijke afweging van slechts enkele argumenten, hij moet een volledige afweging kunnen maken van alle argumenten, zonder een ad-hocbeperking. Dit is een belangrijk punt voor de VVD-fractie. Wij vragen ons af hoe de indieners en de minister hier over denken.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 10 - blz. 13-14
De heer Holdijk (SGP): Ik sluit mij aan bij de opmerkingen die door diverse andere woordvoerders zijn gemaakt, waaronder mevrouw Van Bijsterveld, met name over het overgangsrecht en het ontnemen van de toetsingsmogelijkheid van de rechter in artikel II, alsook de vragen over de onbezoldigde, buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand voor één dag. Die vragen zijn zowel aan de initiatiefnemers als aan het kabinet gericht.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 5-7
De heer Schouw: Er zijn veel vragen gesteld over artikel 5. De heer Schouwenaar ging daar uitvoerig op in, evenals mevrouw De Boer en mevrouw Van Bijsterveld. Ik doel op artikel 5, punt d, van de AWGB. De vraag was of dat wel nodig is. Ik begrijp die vragen natuurlijk heel erg goed. Om ze goed te beantwoorden, moet ik terug naar het doel, namelijk voorkomen dat ambtenaren van de burgerlijke stand, bestuursorganen, onderscheid maken tussen hetero- en homostellen. Wij vinden dat we dat goed moeten regelen, want dat is onze plicht als wetgever. Om het maar huiselijk te zeggen: we hebben gezocht naar een formule die twee elementen bevat om het wetsvoorstel zo robuust mogelijk te maken. Voor de nieuwe ambtenaren van de burgerlijke stand hebben we de benoembaarheidseis toegevoegd. Voor ambtenaren van de burgerlijke stand die zich coûte que coûte zouden kunnen gaan verzetten, moet je echter wel een aantal instrumenten in handen hebben en daarvoor hebben wij onderdeel d toegevoegd aan artikel 5 lid 2. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ambtenaren die zich verzetten tegen overplaatsing of ontslag of om ambtenaren die zich bekeren in hun functie en die op een gegeven moment tot de ontdekking komen dat ze het allemaal niet meer voor hun rekening kunnen nemen. Dat kan immers ook.
(...)
De heer Schouw: Ik heb zonet een drietal risico's genoemd die ik niet wil lopen, zeker niet nu, in het begin. Ik kan me wel heel goed voorstellen dat we over een aantal jaren nog eens bekijken welke jurisprudentie er is opgebouwd, en evalueren of het tweede onderdeel van de wet wel nodig is.
De heer Koole (PvdA): Onze fractie deelt met de indieners dat wetgeving tot een robuuste wet moet leiden. Er is wat verschil in appreciatie over de vraag of dit onderdeel wel of niet moet worden opgenomen, maar ik hoor de heer Schouw ook zeggen dat hij bereid is om te zijner tijd het punt van de beperking van de rechterlijke toetsing mee te nemen bij de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling. Ik vraag de heer Schouw dan ook om dat uitdrukkelijk toe te zeggen, of in ieder geval te bevorderen. Ik vraag hem of hij het ermee eens is dat het wordt meegenomen, dan kunnen we dadelijk aan de regering vragen of zij dat wil toezeggen.
De heer Schouw: Ja, dan moet ik dus … U gaat mij nog het woord geven, voorzitter.
De voorzitter: Nee, u hebt het woord de hele tijd.
De heer Schouw: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde zeggen: dan moet ik heel lief naar de minister kijken, want dit zijn dingen die ik, mede namens mevrouw Dijkstra, niet kan toezeggen. De minister knikt echter, dus hij zal dit de heer Koole dadelijk misschien toezeggen. Ik moet hier nog wel één opmerking over maken. De rechter kan natuurlijk ook toetsen of het nieuwe onderdeel d van het tweede lid van artikel 5 Algemene wet gelijke behandeling wel voldoet aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in het bijzonder de artikelen 9 en 14. Die ruimte heeft hij, maar de rechter zal daarbij ongetwijfeld de uitspraak van het Hof in de zaak-Ladele betrekken en dan ligt het voor de hand om te veronderstellen dat die toetsing zal uitvallen in het voordeel van onderdeel d. Dat wilde ik nog zeggen.
De heer Koole (PvdA): Ik versprak me inderdaad door een toezegging te vragen. Mijn vraag is of de indieners het zouden betreuren als de minister dat zou toezeggen. Ik begrijp dat de indieners dat niet zouden betreuren.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 9
Minister Plasterk: Dan de interessante kwestie van de rechterlijke toets. Ik heb met belangstelling geluisterd naar de discussie van zojuist. Ik ben een eenvoudig bioloog, maar ik heb me ooit het volgende laten vertellen: Een goede jurist is iemand die weet wat een andere jurist ergens van vindt. In het kader van die discussie is het altijd een beetje lastig om te voorspellen of de rechter al dan niet onder de indruk zal zijn van de toevoeging in artikel 5, lid 2, onderdeel d over waar de rechter wel of niet aan zou mogen toetsen. Als de rechter zich er niets van aantrekt, doet het er niet zoveel toe. Als deze zich er wel iets van aantrekt, kom je op de vraag of het wenselijk is dat dit gebeurt. Hoe dan ook, gehoord de discussie, de argumenten en de reactie van de heer Schouw — die vraag is indirect aan mij gesteld — ben ik bereid om toe te zeggen dat ik de Kamers bij een volgende herziening van de Algemene wet gelijke behandeling een voorstel zal doen om dat lid uit de wet te verwijderen. Dan kunnen de Kamers alsnog bekijken of zij dit al of niet wenselijk vinden. Dan heb ik het mijne eraan bijgedragen, ook als het gaat om de vervolgbehandeling van de wet zoals die nu voorligt.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 11
Mevrouw Van Bijsterveld (CDA): Ik ga nog even in op de rechterlijke toetsing. Wij vinden dit hele thema eigenlijk een arbeidsconflict. Het is typisch iets wat je, zoals elk arbeidsconflict, gewoon aan de rechter kunt overlaten. Dan hoef je helemaal niet met een wetsvoorstel te komen. Kom je toch met een wetsvoorstel, dan vinden wij het behoorlijk problematisch dat je de rol van de rechter daarin zo beperkt. Ik vind het positief dat de minister heeft gezegd dat er over enige jaren een heroverweging zal plaatsvinden. Ik vind het ook positief dat de initiatiefnemers daarachter staan. Wij zullen nog even bekijken of dat onze angst en vrees voor de inperking van de rechterlijke toetsing kan wegnemen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 13
Mevrouw De Boer (GroenLinks): Ik heb nog een enkel punt over de bepaling in de Algemene wet gelijke behandeling. Over het uitzonderen van situaties waarin onderscheid gemaakt wordt van de werking van de Algemene wet gelijke behandeling — dat is immers wat er gebeurt — blijven wij, denk ik, principieel van mening verschillen. Het is de intentie van de indieners om een robuust wetsvoorstel in te dienen. Ook wij willen een robuust wetsvoorstel, dat echt gaat doen wat het moet doen. Naar ons oordeel is de desbetreffende bepaling daarvoor niet noodzakelijk, maar goed, ook daarover zullen wij van mening blijven verschillen. Wij zijn wel blij met de toezegging van de minister dat hij bij de eerstkomende wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling het voorstel zal doen om de desbetreffende bepaling uit de wet te halen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 14
De heer Schouwenaar (VVD): Ik heb begrepen dat de minister heeft toegezegd dat hij bij een komende herziening van de AWGB zal zien of deze bepaling geschrapt kan worden. Hij heeft die bepaling niet met naam en toenaam aangeduid. Ik neem aan dat hij artikel 5, tweede lid, sub d bedoelt. Ik vroeg mij ook af welke termijn hij daarbij in gedachten had.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 15
De heer Koole (PvdA): Ik ben ook heel dankbaar voor de goede beantwoording door de indieners en hun flexibiliteit in reactie op vragen van deze Kamer. Ze hebben een opening gemaakt om de beperking van de toetsing door de rechter mee te laten nemen bij de volgende herziening van de Algemene wet gelijke behandeling, zoals ook al eerder was aangegeven in de eerste termijn van de heer Schouwenaar.
(...)
Ik dank hem voorts voor de toezegging dat hij bij de volgende herziening van de Algemene wet gelijke behandeling het voorstel zal doen om die bepaling in artikel 5, tweede lid, sub b, uit de wet te laten verwijderen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 16
De heer Kuiper (ChristenUnie): Ik heb nog wel één vraag, die ook door de heer Schouwenaar werd gesteld aan de minister, namelijk de vraag om verheldering over artikel 5 van de Algemene wet gelijke behandeling. Daar is al door twee anderen naar gevraagd, maar ook ik ben erin geïnteresseerd, om er iets meer scherpte in te krijgen.
(...)
Handelingen I 2013-2014, nr. 31, item 12 - blz. 18
Minister Plasterk: In de eerste termijn heb ik al gezegd dat ik bereid ben bij de volgende herziening van de Algemene wet gelijke behandeling een verandering aan te brengen ten aanzien van het rechterlijke toetsingsverbod. Misschien moet ik dat iets preciseren. Ik had sowieso al gezegd dat ik daar geen apart wetstraject voor wil starten. Naar mijn mening moet dit onderdeel zijn van de volgende herziening van de Algemene wet gelijke behandeling. Daarin zit dus besloten dat het onderdeel is van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling. Dat betekent dat het voorstel op dat moment ook gedragen moet worden door de argumenten en dat het weloverwogen tot stand moet komen. Ik ben dus bereid om dat op dat moment serieus aan de orde te stellen en om het dan te heroverwegen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Handelingen EK 2013/2014, nr. 31, item 12
-
behandeling Handelingen EK 2013/2014, nr. 31, item 10
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
9 oktober 2018
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 oktober 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de evaluaties van vijf jaar Wet College voor de Rechten van de mens en de kabinetsreactie daarop
op 9 oktober 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK 32.467, J
-
-
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
27 mei 2014
toezegging gedaan
Toezegging Voegen adviezen bestuurscolleges Caribisch Nederland bij specifieke BES-wetgeving (33.884) (T02008)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Quik-Schuijt (SP), mede gesteld namens de fracties van de VVD, het CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie, toe om bij wetgeving welke specifiek van toepassing is op de BES-eilanden de adviezen van de bestuurscolleges van Caribisch Nederland bij de memorie van toelichting te voegen.
| Nummer | T02008 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 1 juli 2014 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. A.C. Quik-Schuijt (SP) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | adviezen BES-wetgeving bestuurscolleges Caribisch Nederland |
| Kamerstukken | IJkwet BES 2014 (33.884) |
Handelingen I 2013-2014, nr. 36, item 7, blz. 6
Minister Plasterk: De vraag van mevrouw Quik of het niet nuttig zou zijn voor het informeren van de Kamers wanneer de opvatting van de bestuurscolleges in de memorie van toelichting dan wel in de bijlagen aangeleverd zou worden, is een terechte vraag. Deze opmerking trek ik mij aan. Ik denk dat het nuttig is om in het kader van mijn coördinerende rol erop toe te zien dat voortaan wanneer er een wet voorligt die specifiek van belang is voor de BES, de opvatting van de bestuurscolleges wordt meegeleverd. We hadden dan misschien dit overigens interessante debat niet hoeven voeren. Dus ik zeg toe dat ik daarop zal toezien.
De voorzitter:
Heel kort, mijnheer De Graaf. We hebben nog een andere agenda.
De heer Thom de Graaf (D66):
Dat was niet het antwoord op mijn vraag. Het antwoord van de minister is buitengewoon relevant, maar mijn vraag was net iets anders. Het ging niet alleen om de vraag of de minister de opvatting van de bestuurscolleges aan beide Kamers kenbaar wil maken, maar ook om de vraag of hij als minister die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de BES-regelgeving, de bijzondere verantwoordelijkheid op zich wil nemen voor de toelichting waarom iets van toepassing wordt verklaard voor de BES-eilanden.
Minister Plasterk:
Het antwoord is vanzelfsprekend bevestigend. Ik vond dat dit in de toelichting op deze wet ook wel staat. Ik kan mij voorstellen dat het in aanvulling daarop nuttig is om te vermelden dat ook de bestuurscolleges van de eilanden menen dat dit het geval is. Ik heb toegezegd dat ik daarop zal toezien.
De voorzitter:
Mevrouw Quik, heel kort.
Mevrouw Quik-Schuijt (SP):
Ik heb bij een aantal wetten specifiek de vraag gesteld of de bestuurscolleges überhaupt geraadpleegd waren. Dat bleek dan niet het geval te zijn omdat men het niet belangrijk vond. Het minste wat je kunt doen is zeggen dat je bestuurscolleges niet raadpleegt omdat je het niet nodig vindt. Dat is echter niet afspraak. Misschien wil de minister daar ook op letten.
Minister Plasterk:
Ik heb zojuist benadrukt dat het om een wet gaat die specifiek van toepassing is op de BES-eilanden. Dan lijkt mij hoe dan ook van belang dat de opvatting van de bestuurscolleges daarover bij de informatie zit. Ik heb toegezegd erop toe te zien dat dit voortaan gebeurt.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Quik.
Mevrouw Quik-Schuijt (SP):
Ik heb het over andere wetten waarbij ik die vraag gesteld heb. Dat zijn de wetten die bij de commissie Veiligheid en Justitie voorbijkomen, want die zie ik. Bij herhaling is gebeurd dat er niets over in de toelichting stond. Ik heb daarnaar gevraagd. Daarop kreeg ik het antwoord dat die eilanden niet zijn geraadpleegd omdat men het niet nodig vond.
Minister Plasterk:
Dan vraag ik wel begrip voor het feit dat er stapels wetten hier passeren. Als het om een internationaal verdrag gaat, geldt dat vanzelfsprekend voor het land Nederland, inclusief de Caribische delen. Ik denk niet dat de bestuurscolleges op de eilanden de capaciteit hebben om al die wetten helemaal door te pluizen. Het kan wel eens gebeuren dat de minister van Buitenlandse Zaken een wet laat passeren waarbij hij niet het gevoelen van het bestuurscollege van Saba daarover heeft gepeild omdat dit minder relevant is. Nogmaals, deze wet geldt specifiek voor de BES-eilanden. In dat kader geldt mijn toezegging voor toekomstige situaties die ik zojuist heb gedaan.
Brondocumenten
-
behandeling (zonder stemming aangenomen ) Verslag EK 2013/2014, nr. 36, item 7
-
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 juli 2014
toezegging gedaan
Toezegging Geactualiseerd overzicht privatiseringen/verzelfstandigingen (C) (T02050)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer toe haar jaarlijks een geactualiseerd overzicht van voorgenomen privatiseringen/verzelfstandigingen te doen toekomen, waarin de relevante publieke belangen uitgebreid worden geëxpliciteerd, en zo mogelijk ook de (af)weging.
| Nummer | T02050 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 januari 2015 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | overzicht privatisering verzelfstandiging |
| Kamerstukken | Verbinding verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (C) |
Kamerstukken I 2014/15, C, Y, p. 8
Ik meld u voorts dat ik voornemens ben uw Kamer voortaan jaarlijks (in plaats van aan het begin van elke kabinetsperiode) een geactualiseerd overzicht van voorgenomen privatiseringen/verzelfstandigingen te doen toekomen. Op deze wijze kan ik u informeren over de resultaten van de monitoring van voorgenomen privatiseringen en verzelfstandigingen. Ik zal in dit jaarlijkse overzicht ook steeds de relevante publieke belangen uitgebreid expliciteren, en – conform uw verzoek – zo mogelijk ook de (af)weging. Waar het gaat het om lopende trajecten waarover nog geen politieke besluitvorming heeft plaatsgehad, kan de (af)weging tussen publieke belangen overigens nog niet zichtbaar worden gemaakt.
Brondocumenten
-
brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst (W&R) over de coördinerende rol van de minister voor W&R inzake privatiseringen en verzelfstandigingen en over het besliskader EK, Y
voor kennisgeving aangenomen op 27 januari 2015
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
5 juli 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 juni 2016
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst over voorgenomen privatiseringen en verzelfstandigingen
voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 5 juli 2016
EK, AG
-
-
8 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 september 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor Wonen en Rijksdienst over (deels) openstaande toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen op 8 september 2015
EK, C
-
-
9 juni 2015
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 juni 2015
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BZK/AZ) -
26 mei 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 mei 2015
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Jaarbrief 2015 beleid met betrekking tot zbo's
voor kennisgeving aangenomen op 26 mei 2015
EK, AB
-
-
21 januari 2015
toezegging gedaan
Toezegging Het in beeld brengen van de effecten op burgers en bedrijven inzake administratieve lasten bij regelgeving (33.962) (T02249)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verheijen (PvdA), toe dat zij de effecten op burgers en bedrijven inzake administratieve lasten steeds bij AMvB's, de invoeringswet en andere regelingen ten aanzien van de Omgevingswet, in beeld zal brengen.
| Nummer | T02249 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 15 maart 2016 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Milieu Minister van Infrastructuur en Waterstaat Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Drs. L.H.J. Verheijen (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | administratieve lasten Algemene Maatregel van Bestuur invoeringswetten |
| Kamerstukken | Omgevingswet (33.962) |
Handelingen I 2015-2016, nr. 23, item 8, blz. 12-47
De heer Verheijen (PvdA):
(...)
Gedurende de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel heeft mijn fractie aandacht gevraagd voor het feit dat de verschuiving van vergunningen naar algemene regels, van de overheden veel meer preventieve informatie, communicatie, repressief toezicht en handhavingsinspanningen vraagt. De regering heeft dat in haar memorie van antwoord ook erkend. Zal er in het te sluiten bestuursakkoord met de koepels ook aandacht zijn voor dit onderdeel van de uitvoeringskosten van de nieuwe wetgeving? En op welke wijze wordt er verder onderzoek gedaan naar deze lastenvermindering voor individuele burgers en bedrijven, die voor collectieve rekening komt?
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
(...) Met betrekking tot verder onderzoek naar lastenvermindering voor burgers en bedrijven kan ik toezeggen dat in toekomstige onderzoeken naar administratieve lasten bij AMvB's, de invoeringswet en andere regelingen ook de effecten voor burgers en bedrijven in beeld worden gebracht, zoals ik dat ook in dit wetsvoorstel heb gedaan.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2015/2016, nr. 23, item 8
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 maart 2016
toezegging gedaan
Toezegging Overzicht ondersteuning lokaal bestuur in Caribisch Nederland (34.300 IV / CXIX) (T02325)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Kappen (VVD), toe de Kamer, op basis van het jaarverslag van de Rijksvertegenwoordiger, te informeren over de ondersteuning (capaciteit) die aan het lokaal bestuur in Caribisch Nederland wordt gegeven door de Nederlandse overheid.
| Nummer | T02325 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 juni 2016 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | generaal-majoor der Mariniers (b.d.) F.E. van Kappen (VVD) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Caribisch Nederland lokaal bestuur ondersteuning |
| Kamerstukken | Werkbezoek Caribisch deel Koninkrijk april 2016 (CXIX) Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2016 (34.300 IV) |
Handelingen I 2015-2016, nr. 35, item 9, blz. 45
De heer Van Kappen (VVD)
Ik heb nog een vraag die te maken heeft met het verbeteren van de kwaliteit van de lokale bestuurders. Er zou capaciteit ter beschikking worden gesteld voor ondersteuning. Is het mogelijk om ons een periodiek een overzicht te geven van de daadwerkelijk geleverde ondersteuning voor de landelijke overheid? Wij zijn daar erg nieuwsgierig naar.
Handelingen I 2015-2016, nr. 35, item 9, blz. 49
Minister Plasterk:
De heer Van Kappen vroeg om in beeld te krijgen wat de ondersteuning is die aan het eilandelijk bestuur wordt geleverd. Ik denk dat ik dat kan doen op basis van het jaarverslag van de Rijksvertegenwoordiger. Ik zeg toe dat ik dat, gebruikmakend van die informatie, aan de Eerste Kamer zal doen toekomen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2015/2016, nr. 35, item 9
-
14 november 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 november 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief ter aanbieding van de Voortgangsrapportage 2016 van de Rijksvertegenwoordiger
EK 34.775 IV / CXIX, B
-
-
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 september 2017
nieuwe deadline: 1 november 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 juli 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
21 juni 2016
toezegging gedaan
Toezegging Overzicht markttoetsen (34.403) (T02327)
De Minister voor Wonen en Rijksdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Köhler (SP), toe om, voor zover mogelijk, in de Staat van de Volkshuisvesting een jaarlijks overzicht van de markttoetsen te verstrekken.
| Nummer | T02327 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 5 juli 2016 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Wonen en Rijksdienst Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | F. Köhler (SP) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | marktverkenningen Staat van de Volkshuisvesting Woningwet |
| Kamerstukken | Uitbreiding werkgebied toegelaten instellingen met het oog op het huisvesten van vergunninghouders (34.403) |
Handelingen I 2015-2016, nr. 37, item 13 - blz. 2
De heer Köhler (SP): Bij elk project moet eerst worden nagegaan of er toch geen particulier bedrijf aan wil beginnen, alvorens een woningcorporatie aan de slag kan. Dat de geforceerde marktwerking menigmaal tot extra bureaucratie leidt, wisten we al. Maar in dit geval is het wel erg bizar: de corporaties mogen deze projecten aanpakken omdat particuliere bedrijven dat niet doen, maar bij elk project moet toch nog apart worden gekeken of dit misschien toch niet het geval is. Als het om hun ideologische stokpaardjes gaat, is de marktfetisjisten niets te dol. De SP daarentegen is voor het schrappen van onnodige regels. Helaas kunnen we daar op dit punt geen meerderheid voor vinden. Daarom vraag ik de minister om de resultaten van de markttoetsen jaarlijks aan de Kamer te rapporteren, zodat we ons allemaal een goed oordeel kunnen vormen over het nut ervan.
(...)
Handelingen I 2015-2016, nr. 37, item 13 - blz. 4
De heer Köhler (SP): Mijn vraag of we jaarlijks gerapporteerd kunnen krijgen over de markttoets, is niet beantwoord, of ik moet het antwoord van de minister zo begrijpen dat hij impliciet ja heeft gezegd. Maar daarvan hoor ik dan nog graag de bevestiging.
(...)
Handelingen I 2015-2016, nr. 37, item 13 - blz. 5
Minister Blok: Voorzitter. De vraag van de heer Köhler of ik een jaarlijks overzicht van de markttoetsen kan verstrekken, heb ik inderdaad nog niet beantwoord; daar heeft de heer Köhler gelijk in. Ik kan dat doen als het gaat om woningbouwcorporaties die na zo'n markttoets marktactiviteiten gaan uitvoeren. Dat deel wordt immers gemeld bij de Autoriteit woningcorporaties. Ik kan dat niet, althans zeker niet nauwkeurig, doen als dat niet door woningbouwcorporaties wordt gedaan, want particuliere investeerders hoeven verder niets te melden bij de autoriteit. Als de heer Kohler ermee kan leven dat ik alleen het eerste deel kan leveren, dan zeg ik dat graag toe. Het lijkt mij logisch dat wij dat dan doen in de Staat van de Volkshuisvesting. Dat is het jaarlijkse overzicht van de staat van de sociale huisvesting in Nederland. Ook uit eigen interesse zal ik proberen te achterhalen in welk deel van de gevallen de markttoets leidt tot een keuze voor corporaties en in welk deel van de gevallen die leidt tot een keuze voor de markt. Dat laatste deel zal echter minder exact zijn.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2015/2016, nr. 37, item 13 gerectificeerd / herdruk
-
9 december 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 juli 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juli 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over woonvisies van gemeenten en over markttoetsen indien corporaties commerciële activiteiten uitvoeren
voor kennisgeving aangenomen op 11 juli 2017
EK 32.769 / 33.966 / 34.403, R
-
-
27 januari 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
27 januari 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Wonen en Rijksdienst -
5 juli 2016
toezegging gedaan
Toezegging Problematiek Zeeland en verdeelmodel (34.568) (T02425)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Flierman (CDA), Postema (PvdA) en Schalk (SGP), toe dat:
-
-de minister van Economische Zaken naar de problematiek van de provincie Zeeland kijkt en de Kamer daarover een brief stuurt;
-
-de minister zelf na het verschijnen van het advies van de commissie-Jansen II met het IPO zal overleggen en naar verdere ontwikkeling van het verdeelmodel van het Provinciefonds zal kijken.
| Nummer | T02425 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 23 mei 2017 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Dr. A.H. Flierman (CDA) Drs. A. Postema (PvdA) P. Schalk (SGP) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | provinciefonds Zeeland IPO |
| Kamerstukken | Vereenvoudiging van het verdeelmodel van het provinciefonds (34.568) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 1
De heer Flierman (CDA): Het IPO kondigt echter zelf in een brief van 15 maart 2017 aan dat men zich zorgen maakt over de positie van Zeeland. Daarom heeft men een commissie van deskundigen, opnieuw onder voorzitterschap van de heer Jansen, ingesteld om te bezien hoe de positie van Zeeland in het Provinciefonds versterkt kan worden. Men gaat daarbij uit van een bijdrage van Zeeland zelf, een bijdrage van de andere provincies, maar ook een bijdrage van het Rijk. Wij zouden graag een reactie van de minister op die brief krijgen. Ik snap heel goed dat hij hier en nu geen blanco cheque gaat uitdelen, maar hij zou op z'n minst kunnen toezeggen dat de regering te zijner tijd het gesprek met het IPO aangaat over het advies van de commissie van deskundigen om te bezien hoe men gezamenlijk tot een oplossing of tot een opvolging van de adviezen kan komen.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 2
De heer Postema (PvdA): Mijn fractie is van oordeel dat het voorliggende wetsvoorstel weliswaar een verbetering is ten opzichte van het vigerende verdeelmodel, maar dat we er nog niet zijn. Daarom kunnen we instemmen met het voorstel, maar niet zonder een duidelijk commitment van regeringswege om zich mede-eigenaar te betonen van de problematiek in Zeeland én een bevestiging van de minister dat de in maart 2017 in de Tweede Kamer unaniem gesteunde motie-Veldman/Fokke ten uitvoer wordt gebracht. In deze motie wordt er immers voor gepleit om binnen drie jaar te komen tot een fundamenteel gewijzigd verdeelmodel van het Provinciefonds met een rechtvaardige verdeling op basis van een meer op de werkelijkheid gestoeld rendement op vermogen. Hiermee liggen een kortetermijnoplossing voor de problematiek in Zeeland — dus nog buiten het verdeelmodel om — en een duurzame oplossing via aanpassing van het verdeelmodel mooi in elkaars verlengde. Zo kan beter dan nu het geval is recht worden gedaan aan het uitgangspunt dat een verdeelmodel provincies in staat moet stellen hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenniveau te bieden tegen een globaal gelijke lastendruk. Wij wachten de beantwoording van de minister met belangstelling af.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 3-4
De heer Schalk (SGP): Natuurlijk moet er bij de actualisatie naar alle provincies worden gekeken en daarna moet er op basis van eerlijke maatstaven tot een herverdeling worden gekomen. Maar het probleem van Zeeland ligt nu dus wel degelijk op tafel. Niet voor niets heeft zowel de commissie-Balkenende, de Raad voor de financiële verhoudingen als de Raad van State zich uitdrukkelijk over dit thema uitgelaten, gekoppeld aan Zeeland. Bovendien laat het IPO dat zelf ook al zien in de brief aan de minister van 13 september vorig jaar. Inmiddels ligt er opnieuw een brief van het IPO, van 15 maart 2017, waarin het probleem nogmaals wordt bevestigd. Niet voor niets heeft het IPO de voorzitter van de commissie-Jansen opnieuw gevraagd om een oplossing aan te dragen. Dat vindt mijn fractie wel heel frappant omdat het logisch is dat de heer Jansen zijn eigen advies niet zal ondergraven. Dat hij deze opdracht toch heeft aanvaard, geeft aan dat hij aanvoelt dat het in ieder geval van belang is om onevenredige of oneigenlijke effecten te herstellen. Mijn fractie doet een dringend beroep op de minister om de uitslag van dit nieuwe onderzoek te wegen en te bezien of een tegemoetkoming alsnog is te vinden. Graag krijg ik van de minister de uitdrukkelijke toezegging dat hij met het IPO en met Zeeland dit probleem concreet gaat aanpakken. Ik hoop op een positieve reactie van de minister.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 5
De heer Plasterk: Mijn collega van Economische Zaken zal namens het gehele kabinet de specifieke problematiek met betrekking tot het dossier Zeeland oppakken. Hij neemt ook de reactie op het rapport van de commissie-Balkenende voor zijn rekening. Er is al gemeld dat er binnen de rijksbegroting 25 miljoen extra beschikbaar is gesteld om bij te dragen aan de structuurversterking. Het daarbij behorende investeringsprogramma zal op korte termijn aan de Kamer worden toegestuurd, met een reactie van het kabinet.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 6-7
De heer Plasterk: Vervolgens was er een vraag over de brief van het IPO waarin staat dat men de heer Jansen nog een keer om advies wil vragen; het bevalt kennelijk goed. Vanuit het ministerie zullen wij dat ondersteunen en daaraan opbouwend meewerken. Het is de verantwoordelijkheid van de provincies om te besluiten of men onderling, vanuit de eigen middelen en binnen het verdeelmodel, zou willen overdragen aan bijvoorbeeld de provincie Zeeland. Ik wil niet de verwachting scheppen dat er vanuit het Provinciefonds extra geld van het Rijk is. Die kanttekening wil ik er wel bij geplaatst hebben.
De heer Postema (PvdA): Dit is een geschikt moment om de minister daarop wat verder te bevragen. Als we niet uitkijken, hebben we straks een situatie waarin iedereen de situatie in Zeeland eigenlijk zeer onbevredigend vindt, maar dat er verder niets gebeurt en dat we overgaan tot de orde van de dag. Nu is het zo — dat is best bijzonder — dat alle betrokken provincies hebben gezegd dat dit echt een groot probleem is. Nogmaals, dat zijn de woorden die men zelf in de brief gebruikt. Het gaat weliswaar om een brief aan de Kamer; misschien zou het goed zijn als het IPO ook een dergelijke brief aan de minister zou richten. Die heb ik nog niet gezien. Maar ik kan me voorstellen dat ook de minister zich geroepen voelt om mede-eigenaarschap te voelen bij het probleem, daar waar het IPO zelf aangeeft dat het dit eigenlijk wel een gedeelde verantwoordelijkheid van de provincies vindt. Het IPO vindt daarnaast dat Zeeland er zelf ook een specifieke verantwoordelijkheid in heeft, en het kijkt toch ook naar het Rijk. Misschien zou de minister daar toch nog wat verder op willen reflecteren.
Minister Plasterk: Ik begrijp de vraag wel, maar ik denk dat de heer Postema het antwoord ook wel begrijpt. Als de provincies onderling aan de heer Jansen vragen om die verdeling nog eens te heroverwegen, daar heel goed naar te kijken en nog eens te bekijken of er niet nog wat voor de provincie Zeeland zou kunnen gebeuren, staat hun dat natuurlijk vrij. Dan zal ik dat ook ondersteunen waar dat kan. Maar ik kan geen verwachtingen scheppen over het meerjarenbudget van het Provinciefonds. Ten eerste heb ik dat budget nu niet; ik heb het niet gedekt. Iemand heeft mij wel gezegd, en zo ervaar ik het ook: je wordt snel minder demissionair; het went een beetje. Maar het blijft toch zo dat ik niet over de meerjarenbegroting kan beschikken wat betreft het Provinciefonds. Dat overschrijdt de grenzen van mijn verantwoordelijkheid.
De heer Postema (PvdA): Dat laatste snap ik ook. Ik begrijp dat de minister daarop geen bindende toezegging wil doen die budgettaire gevolgen heeft. Ik hoor tegelijkertijd wel de nodige sympathie. De provincies hebben zelf aangegeven het accres niet te willen aanwenden voor het oplossen van dit probleem. Maar wij weten ook dat bij gewijzigde verdeelmodellen wat smeerolie vaak helpt om uiteindelijk alle partijen in het gareel te houden. In die zin hoop ik op een welwillende houding van de minister dan wel zijn opvolger.
Minister Plasterk: Waarvan akte.
De heer Flierman (CDA): Laat mij daar meteen bij aansluiten. Als ik ook naar de interruptie van de heer Postema luister, denk ik dat we het ongeveer eens zijn. Ook wat mij betreft hebben we niet aan de minister gevraagd om nu al toe te zeggen dat hij of zijn opvolger de portemonnee trekt, op welke manier dan ook; dat snap ik heel goed. Aan de andere kant is het in mijn beleving ook een kwestie van goede bestuurlijke verhoudingen tussen de minister van Binnenlandse Zaken en het bestuur van het IPO dat er, als er zo'n rapport komt en het IPO dat agendeert voor het overleg met de minister, in ieder geval serieus naar dat rapport wordt gekeken. Die vraag en die bereidheid proef ik bij de minister in ieder geval wel. Dat zou wat mij betreft voor dit moment ook voldoende zijn.
Minister Plasterk: Dank daarvoor. Ik wil van mijn kant wel precies blijven. Met steun van het IPO is dit voorstel hier nu ter tafel gebracht. Dit is wat ik de Kamer zou vragen om nu vast te stellen en tot wet te verheffen: deze maatstaven met de daaruit voortvloeiende verdeling. Ik neem kennis van het feit dat het IPO er opnieuw naar wil kijken. Maar ik kan geen verwachtingen scheppen over additioneel budget vanuit het Rijk. Ik neem aan dat de heer Flierman dat begrijpt. Ik zal zelf, en naar ik aanneem ook mijn opvolger, die een warm hart voor Binnenlandse Zaken zal hebben, mijn best doen om ervoor te zorgen dat er voor het lokaal en middenbestuur voldoende ruimte is, ook op dit punt. Maar daar moet het wel bij blijven.
De heer Schalk (SGP): Het heeft niet veel zin om nog meer te vragen van de minister. Maar in een eerder deel van zijn betoog zei hij dat er naar aanleiding van de commissie-Balkenende 25 miljoen voor structuurversterkingen in Zeeland aankomt. Het is toch niet de bedoeling dat juist dat wat bedoeld was voor structuurversterking de oplossing wordt voor dit probleem?
Minister Plasterk: In uw vraag ligt besloten dat we nu met elkaar een probleem hebben gecreëerd. Maar dit is de door de twaalf provinciën vastgelegde verdeelmaatstaf, waarvan ze alle twaalf zeggen: doe dat nu zo, leg dat voor de komende jaren vast in de wet. Daarnaast vraagt men aandacht voor de specifieke problematiek die voortvloeit uit de situatie in Zeeland. Ik heb gemeld dat mijn collega van EZ daar welwillend naar kijkt en dat het kabinet dat probleem sowieso onder ogen ziet. Daarom is er in de begroting ruimte voor gemaakt. Binnenkort komt er een brief van de collega van EZ over de invulling daarvan.
(...)
De heer Postema (PvdA): We hebben dankzij de moties die in de Tweede Kamer zijn aangenomen nog enige tijd om tot een verdere doorontwikkeling van het verdeelmodel te komen. Tot die tijd bestaat het probleem van de fictieve winstuitkering Zeeland. Is de minister het eens met mijn fractie dat, op het moment dat de commissie-Jansen niet tot een goed voorstel komt, het noodzakelijk wordt dat het proces van een verdere doorontwikkeling van het model wordt versneld?
Minister Plasterk: Ik ben het daarmee eens, want we hebben dat proces al versneld. Het aanvankelijke plan was om deze maatstaven voor vijf jaar vast te zetten. Dat is veranderd in twee jaar. Nogmaals, alle twaalf provincies dringen erop aan om het daar op dat punt bij te laten.
De heer Postema (PvdA): Dat is zo, maar de provincies dringen er in de brief van 15 maart ook op aan om het probleem Zeeland tijdelijk op te lossen. Ik hoor mijn collega's ook zeggen dat we moeten proberen het probleem voor het voetlicht te brengen. We moeten het probleem van de fictieve rendementsheffing het hoofd bieden. Dat mag wat tijd kosten, maar we kijken wel reikhalzend uit naar een goed rapport-Jansen II en naar de gepaste reactie daarop van de minister.
Minister Plasterk: Dat begrijp en ondersteun ik. Ik kijk daarom net als u uit naar dat rapport.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 28, item 8 - blz. 7-9
De heer Flierman (CDA): Dan komt er een tweede commissie-Jansen op verzoek van het IPO. Die commissie gaat kijken naar de mogelijkheden om nog iets aan de positie van Zeeland te doen. We moeten afwachten waarmee de heer Jansen komt, maar het is een verstandig man en toen ik hem van de week sprak, had ik niet de indruk dat hij zijn eigen advies weer ter discussie gaat stellen. Hij zal vermoedelijk gaan kijken naar andere mogelijkheden die er nog zijn om de positie van de provincie Zeeland in financiële zin wat te verstevigen. Wij wachten met veel belangstelling af, met welke voorstellen hij komt. Ik heb de minister horen zeggen dat hij of zijn opvolgers vanuit hun warme hart voor het openbaar bestuur en de provincies het gesprek zullen gaan voeren als er een advies is en het IPO dat bij de minister op tafel legt. Die toezegging is voor mij voldoende.
(...)
De heer Postema (PvdA): We hebben met instemming de toezegging beluisterd dat vlot zal worden gekeken naar de verdere ontwikkeling van het verdeelmodel, met aandacht voor rendement op het vermogen dat meer op de werkelijkheid gestoeld is. Voorts hebben we goed kunnen spreken over het gewenste rapport-Jansen II voor het oplossen van de problematiek in Zeeland.
(...)
De heer Schalk (SGP): Ik ben het ook met de minister eens dat je niet steeds aanpassingen moet doorvoeren in zo'n verdeelmodel. In het geval van Zeeland is het echter evident dat het al voor aanvaarding van de wet tot dusdanige problemen leidt, dat de heer Jansen opnieuw met een deskundige commissie gaat bekijken hoe het precies uitpakt. Ik heb net als andere sprekers begrepen dat de minister, nadat er een nieuw rapport van de commissie-Jansen komt, in ieder geval met het IPO wil gaan praten om te zien wat er in de toekomst nog mee te doen is.
(...)
Minister Plasterk: Ik heb genoteerd dat er wordt uitgekeken naar het nieuwe advies van de heer Jansen en zijn companen. Daarbij is het van belang om het verdeelmodel voor de toekomst opnieuw te bekijken.
(...)
Minister Plasterk: Als je met maatstaven werkt en je die objectief probeert te maken, doe je dat op een ijkmoment en zie je onder ogen dat het vervolgens enigszins kan gaan schuiven als daarvoor specifieke redenen zijn, bijvoorbeeld als er iets aan de hand is met de structuur. Dat is bij Zeeland zo. Mijn neiging is niet om dan weer met het verdeelmodel te gaan schuiven, maar om structuurmaatregelen te nemen. Dat is ook het voornemen van het kabinet. Ik hoop dat we daarmee de heer Schalk tegemoet kunnen komen. Mijn collega van EZ stuurt daarover binnenkort een brief aan de Kamer.
Brondocumenten
-
behandeling (zonder stemming aangenomen ) Verslag EK 2016/2017, nr. 28, item 8
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
12 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over stand van zaken nieuwe verdeling provinciefonds
Op 25 juni 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK, F
-
-
26 maart 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
12 maart 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 maart 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
12 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 december 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de herziening van de financiële verhoudingen
Op 12 januari 2021 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 35.570 B / 34.568 / 35.570 C, C
-
-
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
10 maart 2020
nieuwe deadline: 31 december 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
29 oktober 2019
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de motivering bij verzoeken om deadlines bij een aantal toezeggingen te verschuiven en over het voorgenomen wetgevingstraject naar aanleiding van toezeggingen over de financiering van politieke partijen
Op 29 oktober 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, A
-
-
10 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
9 april 2019
nieuwe deadline: 1 januari 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 35.000 VII / 35.000 IV, C
-
-
9 oktober 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2018
nieuwe deadline: 1 januari 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de herziening van de financiële verhoudingen
op 9 oktober 2018 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ
EK, D
-
-
5 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL op 11 september 2018
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 2 oktober 2018
EK 34.775 VII / 34.775 IV, G
-
-
12 september 2017
nieuwe deadline: 1 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
23 mei 2017
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer blijvend informeren over de doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (33.118) (T02438)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, toe dat zij de Kamer periodiek zal informeren over de doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
| Nummer | T02438 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 30 mei 2017 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Hoofdverantwoordelijke) Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Digitaal Stelsel Omgevingswet |
| Kamerstukken | Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 29, item 7, blz. 47
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
(...) De doorontwikkeling van het DSO is een uitwerking binnen de gestelde kaders. Daarbij is geen specifiek "go/no go"-moment in deze Kamer voorzien. Ik stuur de brieven meer ter informatie. De Kamer kan dan altijd zien of ze daarop wil ingrijpen of niet. Ik zal de Kamer gezien belang en omvang van het project intensief blijven informeren, via de periodieke voortgangsrapportages. Als het DSO door de Tweede Kamer als Groot Project wordt aangemerkt, zal ik bijvoorbeeld tweemaal per jaar over de voortgang rapporteren, zodat het parlement op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen.
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
Hebben we het gedekt? Ik heb financiële afspraken gemaakt met de medeoverheden. Het Rijk neemt de investeringskosten van het DSO voor zijn rekening, terwijl het bevoegd gezag dat doet voor de transitiekosten. Voor de exploitatiekosten hebben we een verdeelsleutel afgesproken. Principeafspraken zijn er dus, maar als het allemaal heel anders uitpakt, gaan we volgens afspraak weer rond de tafel zitten. We zullen de Kamer natuurlijk graag op de hoogte houden van de ICT via een jaarlijkse voortgangsbrief en via rapportages als het parlement dit aanmerkt als een Groot Project. Verder hebben we ook nog het ICT-Dashboard.
Brondocumenten
-
behandeling Ontwerpbesluiten Omgevingswet Verslag EK 2016/2017, nr. 29, item 7
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 mei 2017
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer jaarlijks informeren over de uitkomsten van het monitoringsprogramma inzake implementatie (33.118) (T02439)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Klip-Martin (VVD), toe dat zij de uitkomsten van het monitoringsprogramma met betrekking tot het implementatieprogramma jaarlijks de Kamer zal doen toekomen.
| Nummer | T02439 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 30 mei 2017 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Milieu Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Implementatieprogramma monitoringsprogramma |
| Kamerstukken | Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 29, item 7, blz. 19-49
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(...)
De implementatie van de Omgevingswet is dan ook niet zozeer een project als wel een proces, een beweging. Een belangrijk deel van het succes van de implementatie zal dus onderweg bepaald gaan worden. Hierbij zullen we gezamenlijk lerend vermogen moeten organiseren. Het Rijk heeft hierbij de grote verantwoordelijkheid om niet alleen de invoering te blijven begeleiden, maar ook de filosofie achter de nieuwe wetgeving levend te houden. Het kabinet geeft op de vraag van GroenLinks over monitoring in de tweede vragenronde aan dat integrale indicatoren worden ontwikkeld en dat de monitoring en gegevensverzameling bij ministeriële regeling zal worden geregeld. Wij hebben hierbij nog niet de indruk dat sprake is van een gestructureerde, robuuste en gecoördineerde aanpak, en het antwoord van het kabinet klinkt de VVD-fractie derhalve wat magertjes in de oren. Wij denken dat de invoering van de Omgevingswet is te typeren als een zogeheten groot project, conform de groteprojectenprocedure in de Tweede Kamer. Als voorbeeld van een groot project noemt de regeling: nieuwe wetgeving met grote bestuurlijke of grote organisatorische gevolgen.
Daarbij hoort volgens mijn fractie een volwaardige, robuuste, goed opgezette en doordachte monitoring met eveneens doordachte indicatoren, feedbackmechanismen en rapportages over doelbereik. Dat is van belang in het kader van de politieke verantwoording, maar zeker ook cruciaal voor het gezamenlijk ontwikkelen van lerend vermogen en daardoor voor een succesvolle maatschappelijke invoering. Veel van mijn collega's hadden het in verschillende bewoordingen al over die noodzaak tot serieuze monitoring.
De VVD is er niet op uit de kosten van deze stelselherziening verder te doen oplopen. Toch lijken hier de kosten voor de baat te kunnen uitgaan. Kan de minister ons aangeven hoe zij aankijkt tegen het opzetten van een langjarig, goed gestructureerd monitoring- en feedbackprogramma als essentieel onderdeel van een succesvolle implementatie en met name ook succesvolle uitvoering van het totale Omgevingswetstelsel?
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
Mevrouw Klip vroeg hoe ik aankijk tegen het monitoringsprogramma. Ik denk dat continue monitoring een heel belangrijk onderdeel is van het implementatieprogramma. In het implementatieprogramma is daarom een monitoringsprogramma opgezet. Er wordt gemonitord op drie onderdelen: het succes van de wet, ofwel de realisatie van de beleidsdoelen van de stelselherziening, de voortgang van de implementatie door het bevoegd gezag en de ervaringen met het implementatieprogramma. Die monitor is niet alleen gericht op verantwoording, maar vooral ook op het kunnen leren van elkaars ervaringen. Als we die gegevens hebben, geven we die ook weer terug aan overheden, omdat het delen van ervaringen heel belangrijk is. We zullen het parlement jaarlijks informeren over de uitkomsten van de monitor.
Brondocumenten
-
behandeling Ontwerpbesluiten Omgevingswet Verslag EK 2016/2017, nr. 29, item 7
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juni 2020
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 november 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over toezeggingen in het kader van de stelselwijziging van het omgevingsrecht
EK 34.986 / 33.118 / 35.000 VII, L
-
-
24 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 mei 2017
toezegging gedaan
Toezegging Het bekijken van mogelijkheden voor burgers om de objectiviteit en transparantie van overheidsinformatie te toetsen (34.287) (T02444)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verheijen (PvdA), toe dat zij bij de verdere uitwerking van de Omgevingswet zal bekijken hoe ten gunste van de burger vorm gegeven kan worden aan het valideren van milieu-informatie die door de overheid wordt verstrekt.
| Nummer | T02444 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 17 januari 2017 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Milieu Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Infrastructuur en Waterstaat |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Drs. L.H.J. Verheijen (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | digitale loketten Informatiehuizen milieu-informatie |
| Kamerstukken | Implementatie herziening mer-richtlijn (34.287) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 14, item 3, blz. 7-16
Verheijen (PvdA):
(...)
(...) Ik constateer dat de minister het niet wil verplichten en in haar antwoord verwijst naar de mogelijkheid voor de burger om naar de rechter te gaan indien men ontevreden is en de milieu-informatie niet voldoende vindt.
Voor ons is het de vraag vanuit welk perspectief hier naar de burger wordt gekeken. Gebeurt dat slechts vanuit een belangenperspectief? Ziet men burgers als actoren die voor hun eigen belang moeten opkomen? En waar is dan de systeem- of stelselverantwoordelijkheid van het Rijk en welke ondersteuning kan een burger verwachten bij ontsluiting en duiding van de informatie waar overheden zelf in overgrote mate ook producent van zijn? Met andere woorden: biedt het antwoord van de minister niet te veel bescherming aan de overheden?
Bij veel discussies over fysieke en ruimtelijke projecten in dit land blijkt er behoefte aan neutrale informatie, aan een toetsing door derden, aan evaluatie- en reviewprocessen die standpunten kunnen overbruggen en bijdragen aan draagvlak voordat men naar de rechter gaat of moet. De vraag is waarom de regering in dit dossier zo sterk vasthoudt aan de eigen verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en niet ruimhartiger de eerdergenoemde behoefte omarmt en daarvoor een faciliteit aanbiedt — wat ons betreft een flexibele faciliteit, ook aanvullend op de bestaande MER-procedures — waarop burgers een beroep zouden kunnen doen.
Ondanks de eerder gedane toezegging bij de behandeling van de Omgevingswet dat er een participatiehandreiking komt en er in het kader van de komende Omgevingswet al veel ervaring wordt opgedaan met een dialoog en brede participatieaanpak, blijft toch de vraag hangen waarom het Rijk niet een professionele informatie en toetsingsfaciliteit ten behoeve van de informatietegenmacht van burgers zou willen faciliteren, die gezag kan opbouwen in plaats van elk dossier zijn eigen informatie-"verelendungsfase" te laten ondergaan. Denk aan windmolens, denk aan gaswinning, denk aan mestverwerkers et cetera.
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
De heer Verheijen vroeg of je de toegang tot informatie niet in een professioneel of onafhankelijk instituut moet regelen. Eerlijk gezegd: ik zie informatiehuizen als onafhankelijke instituten. Weliswaar worden ze vormgegeven door Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk, maar we zullen de informatie nog wel moeten evalueren en toetsen. Verder zal moeten worden aangegeven tot wanneer de informatie geldig is en hoe openbaar ze is. Ik zou niet kunnen bedenken wie die rol anders zou kunnen vervullen, omdat je de informatie altijd via de genoemde partijen aangeleverd moet krijgen. Ik adviseer de heer Verheijen, voorstellen te doen om de informatiehuizen in zijn ogen onafhankelijker te maken, omdat je er anders nog een extra instituut bij krijgt.
De heer Verheijen (PvdA):
Hier zit wel een groot bestuurlijk paradigma-dilemma. Het is vanzelfsprekend dat de burgers de overheid mogen vertrouwen als het gaat om de informatie die de overheid genereert, want vaak is de overheid zelf de producent van die informatie. Waar kunnen burgers terecht voor een onafhankelijke toets? Daarvoor heb je vaak een wetenschappelijke autoriteit nodig. In het hele natuurdossier heeft men enige jaren gewerkt met een natuurautoriteit, die informatie aan overheden en burgers kon verschaffen over het voorkomen van allerlei dieren die problemen konden veroorzaken voor allerlei bouwprojecten. Toch was dat een interessant steun- en informatiepunt, dat als zodanig goed heeft gefunctioneerd. Bij de Laan van de Leefomgeving blijft het probleem dat dat een constructie van de overheden is. Het voordeel van de onafhankelijke Commissie m.e.r. is dat het een onafhankelijke stichting is, opgericht door de overheid met een bepaalde opdracht, maar vervat in procedures waarvan u zegt dat u ze niet voor 100% verplicht wilt stellen. Ik zoek naar een lichte faciliteit die de burgers helpt bij het toetsen van de informatie die ze van de overheden krijgen.
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
Ik wil daar zeker over nadenken. Ik denk overigens dat dit veel meer gaat over de Omgevingswet en de digitalisering van de loketten. Sowieso wil ik al mijn informatie laten valideren door partijen als het RIVM en dergelijke. Ik zou het wel fijn vinden als de overheid als onafhankelijk gezien blijft worden. Wat je ook doet, iedere keer is er een nieuwe roep om onafhankelijkheid. Maar we worden vaak niet zo gezien, wat het heel lastig maakt. De heer Verheijen vraagt mij te bekijken of daar geen gat zit. Ik zeg graag toe dat ik dat zal doen. Daar moeten we dan maar eens over doorpraten, hoewel ik niet weet hoelang ik deze rol nog vervul.
Handelingen I 2016-2017, nr. 14, item 5, blz. 4-7
De heer Verheijen (PvdA):
(...)
Over mijn tweede punt hebben we wat uitgebreider gefilosofeerd in het kader van de Omgevingswet. Dat sluit aan bij de vraag van mevrouw Stienen wat er nog gaat komen in het kader van de handreiking inzake de Omgevingswet. Wij zouden het zeer op prijs stellen als we in een verder debat kunnen doorpakken in het kader van conclusies die ertoe leiden dat burgers een neutrale faciliteit kunnen gebruiken om overheidsinformatie te toetsen. De minister heeft terecht gezegd dat het bestuur volgens de Algemene wet bestuursrecht wordt geacht, zonder vooringenomenheid die informatie te verschaffen en de besluitvorming voor te bereiden. Maar juist uit het feit dat de Algemene wet bestuursrecht de overheid erop wijst dat zij dat zonder vooringenomenheid moet doen, blijkt dat daar een natuurlijke spanning in zit. Het bestuur is immers politiek-bestuurlijk gekozen op basis van een programma met projecten die men wil uitvoeren. Mijn vraag is hoe dit kan worden opgelost, zodat de informatie toetsbaar is op een goede, eventueel wetenschappelijk voorbereide wijze, zonder dat dit onmiddellijk leidt tot een verplichte procedure in het kader van de MER, juist in het kader van de participatiedialoog die daarbij hoort.
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
Tot slot heeft de heer Verheijen gevraagd om objectieve informatie voor de burger. De informatiehuizen dienen ertoe om aan iedereen, juist ook de burgers, alle relevante en onderliggende gegevens op objectieve wijze en transparant beschikbaar te stellen. Daar zullen ook heel veel instituten bij betrokken zijn, zoals het RIVM maar ook bijvoorbeeld de Commissie voor de m.e.r. Ik ben het met de heer Verheijen eens dat de informatiehuizen ook gevalideerd moeten kunnen worden. Ik zeg toe om bij de verdere uitwerking in de Omgevingswet eens goed te bekijken hoe we dat vorm kunnen geven, in commissievorm of op een andere manier, zodat mensen nog een keer kunnen vragen of dat wel op de juiste wijze verwerkt is.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 14, item 5
-
behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 14, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
14 januari 2025
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
14 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 januari 2025
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
18 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van I&W over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 14 januari 2025, op de passages ten aanzien van de toezeggingen T03581 en T03865 na.
EK, E
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
4 juli 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
2 juni 2020
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 november 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over toezeggingen in het kader van de stelselwijziging van het omgevingsrecht
EK 34.986 / 33.118 / 35.000 VII, L
-
-
24 september 2019
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
17 januari 2017
toezegging gedaan
Toezegging Horizontale werking (33.989) (T02460)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Engels (D66) en Duthler (VVD), toe om, als er initiatieven vanuit de Tweede Kamer op het punt van horizontale werking van artikel 13 Grondwet komen, deze waar mogelijk te ondersteunen.
| Nummer | T02460 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 4 juli 2017 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. dr. A.W. Duthler (Fractie-Duthler) prof. mr. J.W.M. Engels (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | artikel 13 Grondwet horizontale werking telecommunicatiegeheim |
| Kamerstukken | Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim (33.989) |
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 2
De heer Engels (D66): Een andere kwestie betreft de vraag naar de horizontale werking van dit grondrecht en de in dat verband mogelijk actieve rol van de overheid. Op advies van de Raad van State is in het voorstel op dit punt uiteindelijk geen regeling getroffen. Het zou constitutioneelrechtelijk de voorkeur verdienen een meer algemene regeling in de Grondwet op te nemen. Hoe moet nu worden aangekeken tegen de verantwoordelijkheid van grote bedrijven als Facebook en WhatsApp en grote telefoonproviders? Mijn fractie zou menen dat het telecommunicatiegeheim in beginsel ook ten aanzien van hen zou moeten gelden. Artikel 11.2.a van de Telecommunicatiewet schept om die reden al bepaalde verantwoordelijkheden voor dit type bedrijven. De kritiek dat hier nog sprake is van een grote privacygevoeligheid leeft echter breed. Mijn fractie meent dat socialmediaplatforms een zorgplicht hebben om zorgvuldig met onze gegevens om te gaan en gebruikers daarover te informeren. In de Tweede Kamer toonde de minister zich gevoelig voor de risico's die zich op dit punt voordoen en achtte hij nadere regelgeving niet ondenkbaar. Mijn fractie hoort graag of de regering voornemens is om het communicatiegeheim ook in horizontale zin, met name tussen burgers en bedrijven, beter te beschermen.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 4
Mevrouw Duthler (VVD): Hoe zit het wat de horizontale werking betreft met het briefgeheim? Volgens de wetsgeschiedenis is het briefgeheim bedoeld om te worden ingeroepen tegen alleen de overheid. Dat is tijdens de behandeling van het onderhavige wetsvoorstel in de Tweede Kamer nog eens bevestigd door de regering. Hoe houdbaar is dat, en is het nog wel van deze tijd? Zou de horizontale werking van het briefgeheim, gelet op alle mogelijke communicatiemiddelen die bepaald niet, of juist niet, door de overheid worden gefaciliteerd en geëxploiteerd, niet vanzelfsprekend moeten zijn? Graag een reactie van de regering.
Nu werkt artikel 13 slechts door in enkele wetten. Voor zover mij bekend zijn dat het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering, de Postwet en de Telecommunicatiewet. Ervan uitgaande dat er geen sprake is van horizontale werking van het bijna gemoderniseerde briefgeheim, dient dan niet ook bijvoorbeeld de Wet elektronische handtekeningen vertrouwensdiensten te worden aangepast, in die zin dat een vergelijkbare bepaling als die van artikel 18.13 van de Telecommunicatiewet en artikel 4 van de Postwet wordt toegevoegd? Graag een reactie van de minister.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 7
Minister Plasterk: Mevrouw Duthler verwees ernaar dat er ook in de Tweede Kamer interesse werd getoond om de horizontale werking van de bescherming van de privacy en berichten nader uit te spitten. Ik meen dat het de heer Koopmans van de VVD was die toen meldde dat hij van plan was om op dat punt het initiatief te nemen. Ik heb gezegd dat ik dat initiatief van harte zou ondersteunen, omdat ik het belang van het onderwerp onderschrijf. De conclusie is daar geweest dat het belangrijk is dat deze grondwetswijziging zich niet richt op de horizontale werking, maar dat dat geen reden is om er niet op korte termijn op terug te komen.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 8
Minister Plasterk: Het grondwettelijke briefgeheim zoals het in artikel 13 van de huidige Grondwet en wellicht straks ook in de gewijzigde versie van artikel 13 vastligt, heeft verticale werking. Dat laat onverlet dat de horizontale bescherming van de privacy bij gewone wet bestaat. Dat laat weer onverlet dat het misschien wel goed zou zijn — ik denk dat dit goed zou zijn — dat we ons er nog eens op beraden of die in de gewone wet wel voldoende is geregeld nu mensen voortdurend op "oké" klikken en veel services van bedrijven vaak ook niet kunnen krijgen als ze niet op "oké" klikken en daardoor bijna gedwongen worden om allerlei informatie te delen. Dat is wat ik wilde zeggen over de horizontale werking.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 11
De heer Engels (D66): De reactie van de minister dat hij onderkent waar het probleem zit met betrekking tot de horizontale werking, is helder. Dat kunnen wij hier en nu ook zo niet in de Eerste Kamer oplossen. Dat is ook duidelijk. Het is een goed signaal als nu al van regeringszijde wordt aangegeven dat wanneer er initiatiefwetgeving op dit punt komt om dit aan te scherpen, de regering zich daar niet op voorhand tegen zal verzetten.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 12
Mevrouw Duthler (VVD): Het privacyrecht heeft ook een horizontale werking. Ook dat zou volgens mijn fractie een argument zijn om het creëren van die horizontale werking van het briefgeheim in ieder geval nader te onderzoeken. Ook dat formuleert mijn fractie zo voorzichtig omdat het echt hoog tijd wordt voor die modernisering van het briefgeheim. Mijn fractie zou een dergelijke toezegging ontzettend op prijs stellen.
(...)
Handelingen I 2009-2010, nr. 34, item 5 - blz. 12
Minister Plasterk: Wat betreft het nader beraad op de horizontale werking van de privacy heb ik in de Tweede Kamer een toezegging gedaan, die ik hier ook graag wil doen. Als er initiatieven op dat punt komen, zal ik die niet alleen welwillend beschouwen maar waar mogelijk ook ondersteunen. Ik denk dat het nuttig en nodig is om dat te doen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 34, item 5
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
4 juli 2017
toezegging gedaan
Toezegging Gevolgklassen 2 en 3 (34.453) (T02463)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (ChristenUnie), toe met de gemeenten in gesprek te gaan over ondersteuning bij de toetsing van projecten, in het bijzonder die in de gevolgklassen 2 en 3.
| Nummer | T02463 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 4 juli 2017 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Mr. M.H. Bikker (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | gevolgklassen kwaliteitsborging toetsing |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 34, item 6- blz. 19
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dat leidt dan alleen tot een verbetering voor de eerste categorie en niet voor de andere twee categorieën, waar de minister dit wetsvoorstel tot nu toe niet op van toepassing heeft verklaard. Hoe ziet de minister dat voor zich?
Minister Plasterk: Op dat punt is dat zo, inderdaad. Verder zullen we er gewoon in de uitvoering voor moeten zorgen dat het niet op papier gebeurt. Dat was de vraag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dat zijn juist de meest complexe projecten. Ik zie dus niet helemaal in wat de winst is. Voor de meest complexe projecten blijft juist staan dat het op papier gebeurt.
Minister Plasterk: Nee, nee, nee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dan heb ik de minister verkeerd begrepen. Dan hoop ik dat hij het wat wil toelichten.
Minister Plasterk: Er komt een kwaliteitsborger die op locatie — dat antwoord heb ik zojuist gegeven — moet controleren en die zijn controle met feitenmateriaal moet onderbouwen en toelichten aan de gemeente, die handhaver is.
De voorzitter: Mevrouw Bikker, tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dat begrijp ik. Die komt echter voor de eerste categorie, de eenvoudige categorie. Er zijn drie categorieën, drie gevolgklassen. Voor de eerste categorie, waarvan de maatschappelijke impact gering is, gaat dit wetsvoorstel gelden. De minister heeft gezegd dat dit op een later moment mogelijk, na evaluaties, voor die andere bouwcategorieën van toepassing zal worden. Daarmee blijft dus het papieren toezicht, om in de woorden van de minister te spreken, voor de meest complexe bouwprojecten met de grootste maatschappelijke impact nog steeds bestaan. Mijn vraag is dus heel concreet wat de minister op dat punt gaat doen als dit wetsvoorstel realiteit wordt.
Minister Plasterk: Laat ik zo nog proberen om mevrouw Bikker over de streep te halen door daar in de tweede termijn nog even op terug te komen. Wij gaan daar alles aan doen.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 34, item 6- blz. 23
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dan het probleem van de papieren toets. Ik neem aan dat ik daarvoor iets meer spreektijd van de Voorzitter krijg, omdat ik net afzag van mijn interruptie. De minister wil garanderen dat het daarbij niet blijft. Ik wil hem vragen of hij dat ook onderdeel wil maken van de evaluatie. Maar de papieren toets die de minister zo duidelijk ziet bij het gemeentelijke bouwtoezicht blijft wel voor de meest complexe projecten, de gevolgklassen 2 en 3, overeind. Dat zijn de meest risicovolle projecten. Ik zou juist op die punten verwachten dat het Rijk inzet op verbetering. Ik mis dat ten enen male in het wetsvoorstel. Ik zie uit naar de reactie van de minister.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 34, item 6- blz. 25
Minister Plasterk: De vraag van mevrouw Bikker van de ChristenUnie ging over de gemeenten en hun rol bij de toetsing van de vervolgklassen 2 en 3. In de eerste plaats gaan de aanpassingen van de aansprakelijkheid ook gelden voor de vervolgklassen 2 en 3. Dat zou natuurlijk een zeker effect kunnen hebben en een prikkel kunnen geven aan de bouwers om goed werk te leveren. Voor het overige blijft het natuurlijk de verantwoordelijkheid van de gemeenten om dat te doen. Ik kan wel toezeggen dat ik met ze in gesprek zal gaan om te bekijken hoe ik ze kan ondersteunen bij het uitvoeren van die verantwoordelijkheid, ook voor de klassen 2 en 3. Dat zeg ik toe.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 34, item 6
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
29 oktober 2019
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de motivering bij verzoeken om deadlines bij een aantal toezeggingen te verschuiven en over het voorgenomen wetgevingstraject naar aanleiding van toezeggingen over de financiering van politieke partijen
Op 29 oktober 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, A
-
-
10 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
9 april 2019
nieuwe deadline: 31 december 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 juli 2017
toezegging gedaan
Toezegging Reikwijdte artikel 39 (34.588) (T02469)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Beuving (PvdA) en Köhler (SP), toe dat als het vragen van medewerking aan iemand ertoe leidt dat de AIVD die persoon iets laat doen waarvoor, als de AIVD het zelf zou doen, een last nodig is omdat sprake is van een bijzondere bevoegdheid, de autorisatie gegeven zal worden op hetzelfde niveau als wanneer er inderdaad sprake zou zijn van een daad van de AIVD zelf.
| Nummer | T02469 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2017 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr.dr. J. Beuving (PvdA) F. Köhler (SP) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst artikel 39 wiv informanten Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 |
| Kamerstukken | Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (34.588) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 6 - blz. 6
Mevrouw Beuving (PvdA): De PvdA-fractie heeft ook nog een vervolgvraag over het voorgestelde artikel 39, waarin de bevoegdheid is geregeld voor de diensten om zich te wenden tot overheidsinstanties, bedrijven en andere derden met het verzoek om realtime en geautomatiseerd toegang te krijgen tot de gegevensbestanden van de betreffende derde. De regering stelt in de nadere memorie van antwoord dat het bij de bevoegdheid van artikel 39 gaat om het bevragen van reeds bij derden berustende gegevens, zij het dat die voor een ander doel zijn vergaard. Volgens de regering is het bevragen van gegevensbestanden bij derden dan ook — dan ook! — als minder ingrijpend middel te kenmerken dan wanneer deze gegevens via de inzet van een bijzondere bevoegdheid worden vergaard. De PvdA-fractie verzoekt de minister uit te leggen waarom dit voor de persoon waarop deze gegevens betrekking hebben, een minder ingrijpend middel is, waarvoor niet de extra waarborgen hoeven te gelden die wel gelden voor de inzet van bijzondere bevoegdheden.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 6 - blz. 17
De heer Köhler (SP): Ik kom bij enkele opmerkingen over het verkrijgen van realtimetoegang — excuses voor alle Engelse termen, maar ik citeer uit de wetgeving — door de diensten tot gegevensbestanden van informanten. Informanten zijn in dit verband bijvoorbeeld ziekenhuizen. De minister vindt dat minder ingrijpend dan het inzetten van een bijzondere bevoegdheid, omdat het bij realtimetoegang zou gaan om gegevens die reeds bij de informant voorhanden zijn. Maar de omstandigheid dat de gegevens al eerder met andere doeleinden zijn verzameld, maakt de inbreuk door de diensten op de rechten van burgers die hun gegevens aan deze instellingen hebben toevertrouwd, volgens ons niet kleiner.
Voor de burgers die het treft, maakt het immers niet uit op welke wijze de diensten deze gegevens vergaren: door de inzet van een bijzondere bevoegdheid of door realtimetoegang van een meewerkende partij. In beide gevallen vindt de gegevensvergaring heimelijk plaats. De burger heeft hier dus geen wetenschap van, laat staan zeggenschap over. Het enige verschil is dat bij de inzet van een bijzondere bevoegdheid een medewerkingsplicht voor de aangezochte partij geldt en bij de raadpleging van de aangezochte partij als informant niet. Dat verschil rechtvaardigt volgens mijn fractie niet waarom in het laatste geval een voorafgaande rechtmatigheidstoetsing door de TIB niet nodig zou zijn. Wil de minister nog eens uitleggen waarom waarborgen die wel gelden voor het vorderen van opgeslagen gegevens bij bijvoorbeeld een aanbieder van een communicatiedienst, niet van toepassing zijn bij het vergaren van dezelfde gegevens via de vrijwillige medewerking van dezelfde aanbieder?
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 8 - blz. 8
Minister Plasterk: Mevrouw Beuving en de heer Köhler vroegen naar artikel 39 en de informanten. Ik denk dat ik hun wel tegemoet kan komen en ook een misverstand uit de schriftelijke beantwoording kan wegnemen. Mevrouw Beuving signaleerde terecht dat de schriftelijke beantwoording de indruk kan wekken dat de inbreuk op de privacy voor de burger anders is wanneer die plaatsvindt op basis van een last en de inzet van bevoegdheden, dan wanneer die gedaan wordt door een agent dan wel een informant. Het ging om de formulering "dan ook". Ik ben het ermee eens dat die niet juist is. Dat is dus niet de reden om een onderscheid op dit punt te maken. Laat ik het voor de mensen die niet weten waar ik het nu over heb, toch even in twee zinnen toelichten. Voor het inzetten van een agent is een last nodig. Een agent is iemand die in opdracht van de dienst handelingen verricht, informatie vergaart of iets doet. Dat mag alleen als daarvoor een last is gegeven. Het aanspreken van een informant of het aangesproken worden door een informant hoort echter bij de dagelijkse taken van de dienst. Daarvoor hoeft ook nu geen aparte last, geen aparte opdracht te worden gegeven. Wanneer er over iemand informatie wordt verschaft aan de AIVD, maakt het voor de inbreuk op de privacy niet uit — daar ben ik het mee eens — of dat is gebeurd in opdracht van de AIVD, dus door een agent, of doordat iemand bijvoorbeeld vrijwillig de telefoon heeft opgepakt. Het maakt wel uit voor de rechtmatigheid van overheidshandelen. Als iemand zelf de telefoon pakt en zegt "ik ben een imam en heb iemand in mijn gemeenschap over wie ik mij grote zorgen maak", hoeft de dienst niet te zeggen: sorry, ik moet dit gesprek onderbreken, want ik moet eerst een last hebben, anders mag ik mij niet laten informeren. In het omgekeerde geval, als de dienst iemand aanspreekt en vraagt "zou je voor ons dit en dat willen nazoeken en voortaan voor ons willen werken?" moet er wel een last worden gegeven. Dat is in de huidige wet zo en dat zal ook in de toekomstige wet zo kunnen zijn.
Het vervolg op de beantwoording van de vraag van mevrouw Beuving is dat ik me kan voorstellen dat het vragen van medewerking aan iemand ertoe leidt dat je feitelijk iemand iets laat doen waarvoor, als de dienst het zelf zou doen, zou gelden dat er een last voor gegeven moet worden, dus dat er sprake is van een bijzondere bevoegdheid. Ik wil de toezegging doen dat als dat het geval is, de autorisatie daarvoor gegeven zal worden op hetzelfde niveau als wanneer er inderdaad sprake zou zijn van een daad van de AIVD zelf. Stel dat iemand heel goed kan hacken en de AIVD zegt "zou je ons een lol willen doen en dit of dat willen hacken?" dan mag dat alleen maar wanneer dat onder de hackvoorwaarden gebeurt, dus als ware het een hack die door de dienst zelf wordt gedaan. Dat zeg ik toe. Dat geldt ook voor het geval waarin iemand toegang kan krijgen tot een database. Als de AIVD dan vraagt of die persoon voortaan bepaalde zaken willen naslaan, dan is dat iets anders dan een informant die zegt: goh, ik wil zo af en toe weleens iets vertellen over wat er bij ons in de straat gebeurt. Die toezegging wil ik dus bij dezen doen. Tot zover over de rol van informanten.
Mevrouw Beuving (PvdA): Ik wil het even zo concreet mogelijk hebben. Ik heb bij artikel 39 het voorbeeld voor ogen dat de AIVD contact opneemt met een roc, dus met een scholengemeenschap, en om bepaalde informatie of rechtstreekse toegang tot een gegevenssysteem vraagt. Geldt daarvoor hetgeen de minister zojuist zei, dus dat daarvoor dezelfde waarborgen gelden als de waarborgen die gelden op het niveau van vergelijkbare bevoegdheden die de dienst rechtstreeks zou inzetten zonder de hulp van deze derde?
Minister Plasterk: Als de vraag zou zijn om inzage te krijgen in bepaalde databases, dan is dat iets wat als de dienst dat eigenstandig zou doen, altijd om een last zou vragen. Dat geldt dat dus op vergelijkbare wijze. Als aan een docent gevraagd wordt hoe het in de klas is en of hij zich zorgen maakt over iemand, dan kan er sprake zijn van het vrijwillig delen van informatie zonder dat er een opdracht wordt gegeven. Dan valt het onder de reikwijdte van artikel 39.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 8 - blz. 17
Mevrouw Beuving (PvdA): Ten tweede heeft de minister aan ons een belangrijke toezegging gedaan in de context van het voorgestelde artikel 39 inzake de waarborgen die gelden bij het toegang krijgen tot gegevensbestanden van derden, zoals de door mij in mijn interruptie genoemde roc.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 35, item 8
-
behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 35, item 6
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 juli 2017
toezegging gedaan
Toezegging Veilige kabelinterceptie (34.588) (T02472)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Beuving (PvdA), toe dat onderzoeksopdrachtgerichte interceptie uitsluitend op veilige internetknooppunten zal worden uitgevoerd.
| Nummer | T02472 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2017 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr.dr. J. Beuving (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | fysieke inbreuk kabelinterceptie Onderzoeksopdrachtgerichte interceptie veiligheid |
| Kamerstukken | Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (34.588) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 6 - blz. 5
Mevrouw Beuving (PvdA): Eerst heb ik echter nog een vraag van meer technische aard, die ik nog niet eerder aan de orde heb gesteld. De PvdA-fractie vraagt zich af of er bij het aftappen van de kabel mogelijk zodanige fysieke inbreuk op de kabel wordt gemaakt, dat er kwetsbaarheden door kunnen ontstaan waarvan dan weer misbruik gemaakt zou kunnen worden door kwaadwillende derden.
(...)
Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 8 - blz. 11
Minister Plasterk: Mevrouw Beuving stelde nog een technische vraag, namelijk of die kabelinterceptie ook een fysieke inbreuk op de kabel met zich meebrengt die het risico met zich mee zou kunnen brengen dat anderen daarvan gebruikmaken. Het punt waarop de interceptie plaatsvindt, moet natuurlijk van geval tot geval worden bepaald. Duidelijk is dat het ergens op een internetknooppunt moet zijn, anders kun je er onvoldoende bij. Er zal bij de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie — zo staat het ook in de wet — overleg moeten plaatsvinden met de aanbieders om te bepalen wat de beste punten zijn om te intercepteren. Een van de aspecten die we daarbij nadrukkelijk zullen meenemen, zo zeg ik toe, is of dat dan ook op een veilige plek is. We moeten namelijk inderdaad niet hebben dat er een toegang voor de dienst wordt gecreëerd, die dan mede gebruikt wordt door anderen om er informatie vandaan te halen. Dat punt onderschrijf ik.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 35, item 8
-
behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 35, item 6
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 juli 2017
toezegging gedaan
Toezegging Voorlichting Raad van State Caribisch Nederland (34.877) (T02533)
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Raad van State op korte termijn om voorlichting te vragen over de wijze waarop de Nederlandse regering met Caribisch Nederland omgaat (inclusief de rol van de gezaghebber, het Cft en de Rijksvertegenwoordiger in relatie tot de bewindspersoon) en over de coördinerende rol van de staatssecretaris van BZK ten aanzien van Caribisch Nederland. De voorlichtingsaanvraag zal met de Kamer worden gedeeld.
| Nummer | T02533 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 6 februari 2018 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr. Th.C. de Graaf (D66) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Caribisch Nederland Raad van State voorlichting van de Raad van State |
| Kamerstukken | Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (34.877) |
Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 17
Staatssecretaris Knops
Mijn voorstel is nu om de Raad van State op niet al te lange termijn om advies te vragen ten aanzien van de wijze waarop wij in Nederland omgaan met de BES-eilanden. Dat moeten we ook breder zien: het gaat daarbij ook om de rol van het Cft, de rol van de Rijksvertegenwoordiger, de rol van de gezaghebber in relatie tot de bewindspersoon. We moeten het niet alleen zien in de enge relatie binnen het kabinet. We moeten dus kijken of die sturing versterkt kan worden. Vooralsnog wil ik voorstellen om het pad van de praktische invulling door die hoogambtelijke stuurgroep af te lopen en dat bewindspersonenoverleg goed te laten functioneren.
Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 20
Staatssecretaris Knops
Ik heb al iets gezegd over de coördinerende rol van BZK. Ik zal de Kamer op de hoogte houden van de voortgang. Ik zal natuurlijk eerst via het kabinet voorlichting moeten vragen aan de Raad van State, maar ik ben voornemens om dat te doen. Ik heb dat ook aangegeven in de ministerraad.
De heer De Graaf (D66):
(...) We hebben grepen dat u heeft toegezegd dat u voorlichting zult vragen aan de Raad van State over de coördinatiefunctie. Ik neem aan dat u die voorlichting op korte termijn zult vragen in een aparte voorlichtingsaanvraag. Zou u die aanvraag willen delen met deze Kamer?
Staatssecretaris Knops:
Ik zal dat uiteraard eerst aan de ministerraad voorleggen. We zullen het daar erover hebben. Ik zal uw punt daarin meewegen en meenemen, maar het is een besluit van de ministerraad. Ik kan er dus niet op vooruitlopen, maar ik zou er op zichzelf geen bezwaar tegen hebben, juist omdat ik het wat breder wil trekken dan het advies dat de Raad van State nu gegeven heeft. Er is in deze Kamer een motie aangenomen over de positie van de Rijksvertegenwoordiger. Je moet het hele stelsel van aansturing vanuit Europees Nederland nog eens goed tegen het licht houden, ook bijvoorbeeld als het gaat om regelgeving die gewoon wordt uitgerold over de Noordzee heen richting het westen.
Kamerstukken II, 2017/18, 34877, nr. 4, p. 6
Een algemene bepaling over de coördinatie van de Minister (thans Staatssecretaris) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van de Caribische openbare lichamen zoals de Afdeling suggereert, past niet goed in het onderhavige wetsvoorstel. Dat ziet immers alleen op het bestuur van Sint Eustatius en is slechts tijdelijk van aard. Het kabinet zal zich op deze suggestie beraden en er in een later stadium op terugkomen, zoals ook geldt voor een aantal suggesties van de commissie van wijzen om de bestaande vormgeving van de verhouding tussen Europees en Caribisch Nederland te heroverwegen. Het kabinet overweegt om over deze onderwerpen voorlichting aan de Afdeling te vragen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2017/2018, nr. 18, item 5
-
-
14 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
19 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 december 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
30 november 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
13 april 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 maart 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK inzake aanbieding rapporten Taakverdeling en BES-fonds
voor kennisgeving aangenomen op 13 april 2021
EK, J
-
-
29 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
15 oktober 2019
nieuwe deadline: 1 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2019
EK 35.000 VII / 35.000 IV, D
-
-
28 mei 2019
nieuwe deadline: 1 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over een toezegging inzake voorlichting van de Raad van State met betrekking tot Caribisch Nederland
Voor kennisgeving aangenomen op 28 mei 2019
EK, L
-
-
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 35.000 VII / 35.000 IV, C
-
-
3 oktober 2018
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL op 11 september 2018
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 2 oktober 2018
EK 34.775 VII / 34.775 IV, G
-
-
2 oktober 2018
nieuwe deadline: 1 juli 2019
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL op 11 september 2018
- voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ op 2 oktober 2018
EK 34.775 VII / 34.775 IV, G
-
-
6 februari 2018
toezegging gedaan
Toezegging Effecten van de wet (34.349) (T02615)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Bikker (ChristenUnie), Lintmeijer (GroenLinks) en Nooren (PvdA), toe om contact te houden met de betrokken sectoren om de effecten van de wet, inclusief het effect op het aantal personen dat gezichtsbedekkende kleding draagt, in kaart te brengen. Ontwikkelingen in andere Europese landen worden hierbij betrokken. De Kamer wordt over 2-3 jaar geïnformeerd.
| Nummer | T02615 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 12 juni 2018 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr. M.H. Bikker (ChristenUnie) Drs. F.C.W.C. Lintmeijer (GroenLinks) Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | boerka's gezichtsbedekkende kleding nikab |
| Kamerstukken | Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding (34.349) |
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 28-30
Minister Ollongren: Dan een vraag die ik misschien al eerder had moeten beantwoorden: mevrouw Nooren vroeg of ik inmiddels zicht heb op het aantal draagsters van de boerka of de nikab, want daar zal het in de praktijk vaak om gaan. Eigenlijk is dat heel moeilijk te schatten of te stellen. We weten het dus niet precies. Er is geen recent onderzoek naar gedaan. De aantallen die genoemd worden, zijn 200 tot 400, maar dat is een schatting en is niet gebaseerd op nader precies onderzoek. Dit was overigens ook een vraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik heb daar zelf mijn persoonlijke impressie bij gegeven. Mijn indruk — maar die is gebaseerd op één stad, waarin ik wat meer heb rondgefietst — is dat dit toeneemt. Ook als het wetsvoorstel van kracht wordt, ben ik benieuwd wat de effecten zijn. De minister noemt van het aantal draagsters eigenlijk schattingen die ik in 2009 heb gezien. Dat is dus echt wel eventjes geleden. Heeft de minister die belangstelling niet alsnog? Welke hang naar feitenkennis heeft zij op dit gebied?
Minister Ollongren: Ik zou natuurlijk liegen als ik zou zeggen dat mijn hang naar feitenkennis niet heel groot zou zijn, want dat is die altijd. Maar het is dus wel een feit dat we het niet precies weten. Wat ik natuurlijk wel kan doen, is kijken wat er is gebeurd in andere landen met een soortgelijk verbod, zij het dat dat in andere landen vaak net wat verder gaat. Dat geeft iets van een indicatie. In Frankrijk denken ze, maar heel hard is het niet, ook daar, dat het aantal draagsters van nikabs en boerka's is afgenomen na het verbod. Het lijkt mij goed dat we dat hier ook proberen te duiden, maar ja, ik kan niet anders dan zeggen dat er geen andere cijfers zijn dan de cijfers die blijkbaar al een aantal jaren worden gehanteerd. Ik heb geen aanwijzingen dat dat aantal is toegenomen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dan twee punten. In 2009 lukt het klaarblijkelijk wel om tot een getal te komen, of in ieder geval een bandbreedte. Dan vind ik het wat lijdzaam, ook in de antwoorden van de voorganger van de minister, maar goed, in die schoenen staat ze, dat het daarna niet meer kan. Laat ik dat als opmerking meegeven, maar er zit ook wel een vraag van reflectie in; die proeft de minister wel.
Ten tweede ben ik benieuwd naar die effecten, omdat ik twee mogelijkheden zie: iemand legt de boerka af en neemt weer deel aan de maatschappij, wat toe te juichen zou zijn, of iemand gaat binnen zitten. Ik heb uit Oostenrijk begrepen dat het fiftyfifty is. Als wij nu niet weten hoeveel mensen het zijn, dan kunnen we ook heel lastig inschatten wat de effecten zijn; of dat fiftyfifty is of totaal anders. Vandaar mijn oproep om nog meer hang naar feitenkennis, hoezeer ik ook toejuich dat de minister die heeft.
De voorzitter: Meneer Lintmeijer, aansluitend.
De heer Lintmeijer (GroenLinks): In aanvulling daarop, maar misschien ook vooruitlopend op de antwoorden die nog komen: als we het dan toch preciezer willen weten, laten we dan ook echt een serieuze evaluatie instellen en er serieus onderzoek naar doen, waarbij we niet alleen kijken naar de aantallen sec, maar vooral naar de effecten die het heeft op het gedrag van met name vrouwen met nikabs en boerka's. Ik weet het niet, mevrouw Bikker weet het niet, de minister geeft zelf ook aan in de antwoorden dat ze het niet weet. Dat blijft toch dun ijs om op te schaatsen? Laten we de afspraak maken dat we een stevige evaluatie erop loslaten. Op het moment dat daar uitkomsten van zijn, kunnen we ook nog overwegen hoe we met die uitkomsten omgaan. Leidt dat tot nieuwe, extra maatregelen of minder maatregelen?
Minister Ollongren: Op zich begrijp ik dat betoog van de heer Lintmeijer wel, maar daar stel ik tegenover dat de reden voor het voorstel voor een beperkt verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding niet is dat het om grote aantallen gaat. Sterker nog, ik heb juist betoogd dat dit niet het geval is. Wij weten niet precies over hoeveel mensen het gaat in het geval van nikabs en boerka's, maar ik weet wel dat het niet om grote aantallen gaat. Dat is dus ook niet de reden voor het wetsvoorstel. Ik zal straks komen op mogelijke gedragseffecten en gevolgen hiervan. In mijn inleiding zei ik al dat het moeilijk te voorspellen is; het gaat in hoge mate over menselijk gedrag. Ik ben het wel met de heer Lintmeijer eens dat het van belang is om te weten of dit bijvoorbeeld leidt tot het mijden van zorg of het niet gaan naar de rechter en dat soort zaken. Dat is heel goed om te weten. Ik ben het ook zeer met hem eens dat we dat wel in de gaten moeten houden, ook al gaat het niet over grote aantallen.
De heer Lintmeijer (GroenLinks): Een aanvulling. Het gaat inderdaad niet over grote aantallen. Mijn fractie maakt zich wel zorgen over wat het effect op de gezinnen is, als blijkt dat het inderdaad fiftyfifty is; als vrouwen thuisblijven en niet meer met hun kind mee naar school gaan, niet meer met hun kind naar de dokter gaan en daardoor ook kinderen in een ongewis isolement meeslepen. Dan is het multipliereffect groter dan ik zou wensen, ook al zou het maar om twee mensen gaan. Wat ons betreft is een evaluatie of een goed onderzoek daarnaar niet alleen bedoeld om het precies te weten, maar ook om te kijken of we moeten optreden op het moment dat die effecten ontstaan.
Minister Ollongren: Dat zouden ongewenste effecten zijn, dat ben ik met de heer Lintmeijer eens, ook al gaat het om kleine aantallen. Daarvoor zijn ook andere oplossingen denkbaar. De praktijk zal het moeten uitwijzen, want ik kan dat niet bewijzen, dat mensen vaak zullen kiezen om dan iemand anders met dat kind mee te laten gaan of om dat op een andere manier op te lossen. Ik heb trouwens ook heel veel vertrouwen in de professionals waarmee we te maken hebben, ook in de zorg en in het onderwijs. Ik denk dat we die ruimte ook moeten geven aan mensen, om te kijken of zij in de praktijk dan tot goede oplossingen komen.
De voorzitter: Mevrouw Bikker, nog één keer op dit punt en dan klaar ermee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Voorzitter, dat vind ik ook, maar ik zou wel graag antwoord hebben op de vragen die ik net stelde.
De voorzitter: Meneer Lintmeijer, ook tot slot op dit punt.
De heer Lintmeijer (GroenLinks): Nog even aansluitend. De minister heeft veel vertrouwen in de professionals, maar de kern van het betoog dat meerdere fracties hier hebben gehouden, is dat professionals ook zonder wetgeving heel wel in staat zijn om om te gaan met vrouwen die met een boerka of nikab binnenkomen, dus voor die professionals hoeft u het niet te doen. De minister zegt dat zij bij de uitvoering van de wet heel veel vertrouwen heeft in die professionals, maar die zeggen dat die wet het hun niet makkelijker maakt. Dat vind ik een kringredenering die zichzelf in de staart bijt.
Minister Ollongren: Nee, want het gaat om twee verschillende dingen. Vertrouwen in de professional spreek ik in algemene zin graag uit, maar ook binnen deze wet. De wet is niet gemaakt op verzoek van deze sectoren, maar zal de sectoren wel helpen om een eenduidige norm te hebben en straks als die norm er is, binnen die norm te handelen. Het vertrouwen dat ik zonet uitsprak in de professionals, zag juist op de schrijnende situaties waarvoor de heer Lintmeijer vreesde.
De voorzitter: Het antwoord op mevrouw Bikker.
Minister Ollongren: Ik denk dat zij op de vraag over de aantallen doelde en op haar wens om meer feitenkennis te hebben. Dat ben ik met haar eens, maar tot nu toe is het nog niet gelukt om dat heel precies te krijgen. Als de wet in werking is getreden, kunnen we proberen daar zicht op te krijgen. Ik zal daar zeker mijn best voor doen, voorzitter.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Is dit een toezegging? Dat bespaart mij in de tweede termijn.
Minister Ollongren: Een toezegging om mijn best te doen is het absoluut, maar ik realiseer mij heel goed dat het tot nu toe heel lastig is gebleken. Ik denk niet dat dit per se heel makkelijk wordt na deze wet, maar het lijkt mij goed om het in de gaten te houden.
Misschien mag ik in antwoord op mevrouw Bikker ook even ingaan op de internationale situatie en wat we daarvan hebben geleerd, want dat geeft iets van een houvast. Ik noemde Frankrijk al, waar sinds 2011 zo'n verbod geldt, in de hele openbare ruimte, overigens. Volgens de Franse regering is het aantal dragers van gezichtsbedekkende kleding na invoering van het verbod met de helft afgenomen. Er zijn boetes uitgedeeld. Die zijn overigens wel goed te meten. Dat waren er meer dan 1.000 tot en met 2014, dus in een beperkte periode van drie jaar. De handhaving van het verbod verloopt in het merendeel van de gevallen zonder toepassing van dwangmiddelen en al helemaal zonder het ontstaan van openbareordeverstoringen, gelukkig. In België, waar hetzelfde verbod geldt sinds 2011, zijn er geen getallen bekend. Sinds kort is er ook een algeheel verbod in Oostenrijk en in Denemarken, maar dat is relatief nieuw, dus daar zijn ook nog geen getallen bekend.
Mevrouw Nooren vroeg ook nog of het een averechts effect kan hebben op mensen met een islamitische achtergrond, op hun recht om als minderheid hun godsdienst te belijden. Het wetsvoorstel is godsdienstneutraal. Het ziet niet op alleen de boerka en de nikab. Het ziet op de communicatie, de herkenbaarheid op die plekken waar mensen elkaar tegemoet treden. In die zin denk ik niet dat datgene wat mevrouw Nooren vreest, zich hoeft voor te doen. Het ziet nadrukkelijk op gezichtsbedekkende kleding. Het ziet niet op uitdrukkingen van een religie. Daar zijn een heleboel voorbeelden en vormen van. De nikab en de boerka zijn daar maar een klein onderdeel van.
Mevrouw Nooren (PvdA): Voor alle duidelijkheid, het is een worsteling. We hebben een wet aan de orde waarvan we niet weten hoe die gaat werken. Als we dat gaan voorspellen, is dat voor ons allemaal lastig. Ik bedoelde niet die 200 tot 400 personen die het betreft, want ik denk dat we een goed debat erover hadden dat je elkaars gezicht moet kunnen zien om een aantal dingen voor elkaar te krijgen. De vraag gaat over de implicaties van de wet voor een wat bredere groep, waar je verschillend over kan denken. Welke toonzetting geeft deze regering, waar u onderdeel van uitmaakt? Ik begrijp dat deze regering zegt: is dat een onderwerp van gesprek, wilt u dat in kaart brengen? Welk effect heeft deze wet daarop? Hoe kijkt u als D66-minister aan tegen een doelgroep die zegt: goh, waarom moet dit zo, want het loopt nu toch ook goed? Dat is de vraag die ik wilde stellen.
Minister Ollongren: Daar zal ik tegen zeggen wat ik zonet ook heb betoogd. Ik heb het dan over de reden voor het wetsvoorstel die dus niet ziet op uitingen van geloofsovertuigingen maar op communicatie. Mijn voorganger heeft met een aantal nikabdraagsters gesproken. Er zijn zeker moeders die zeggen dat als deze wet van kracht wordt, ze niet meer naar bijvoorbeeld de school van hun kind willen gaan. Dat effect zal er zeker zijn. Daar staat tegenover dat er ook vrouwen zijn die zeggen er dan de voorkeur aan te geven wel naar de school van hun kind te gaan. Het is dus een heel persoonlijke afweging die mensen zullen maken en waarbij het lastig is om er een algemene uitspraak over te doen.
De voorzitter: Mevrouw Nooren, maar wel graag kort.
Mevrouw Nooren (PvdA): Dan sluit ik aan bij mevrouw Bikker. Het zou fijn zijn om de effecten van dit wetsvoorstel op de verbonden samenleving te weten om er enig gevolg aan te kunnen geven, want misschien komt na dit wetsvoorstel nog wel een wetsvoorstel. Het is dan wel goed om te weten welk effect zo'n wet heeft op de samenhang in de maatschappij.
Minister Ollongren: Ik proef uit de inbreng van mevrouw Nooren en ook anderen dat er inderdaad veel behoefte is om die effecten in kaart te brengen. Zorgmijding is zo'n effect. Verder noem ik het effect op scholen. Ik zeg de Kamer graag toe dat ik dat in de gaten houd. Ik stel mij voor om dat te doen door in gesprek te gaan met organisaties die daarmee te maken hebben. Dat is misschien niet zo kwantitatief als mevrouw Bikker het zou willen, maar geeft ons in ieder geval een idee van de effecten die het heeft.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 33
Minister Ollongren: De heer Köhler had ook aandacht voor bijvoorbeeld zorg mijden, en de gevolgen voor kinderen of ouderen. Ik heb zojuist al betoogd dat dit geen gewenst effect van het wetsvoorstel zou zijn, want het is belangrijk dat mensen goed voor hun kinderen blijven zorgen en naar consultatiebureaus gaan, maar het is wel een persoonlijke keuze van ouders. Ik zei zojuist dat ik geen grote effecten verwacht, omdat ik verwacht dat mensen voor een andere oplossing zullen kiezen als ze die gezichtsbedekkende kleding echt niet af willen doen. Garanties daarvoor kan ik op dit moment echter niet geven. Het is wel iets waar wij voor aandacht voor zullen moeten hebben en houden. Ik heb mevrouw Bikker zojuist al toegezegd dat ik met de instellingen in gesprek blijf.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 39
Mevrouw Nooren (PvdA): Ten slotte ben ik blij met de toezegging van de minister om het effect van de wet, de toegang van leden van het gezin — ik trek het maar even breed — tot cruciale sectoren als het onderwijs, de zorg, de rechtbank, het College voor de Rechten van de Mens, et cetera, te monitoren. En ik vroeg me af of er niet een landelijke veiligheidsmonitor is of een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat dit soort thema's weleens aan de orde heeft, waarin het effect van zo'n wetsvoorstel kan worden meegenomen. Ik heb daarvoor zelf nog geen concreet voorstel, maar de minister misschien wel.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 40
De heer Lintmeijer (GroenLinks): Dat heeft ook te maken met het volgende punt, namelijk de effecten van de wet op het gedrag. Bevordert die wet nou juist de emancipatie van vrouwen omdat ze nu hun nikab of boerka afleggen en meer mee gaan doen aan het openbare leven of kruipen ze terug in schulp, wat wij buitengewoon betreurenswaardig zouden vinden? De minister zegt dat zij de vinger aan de pols houdt. Dat is een toezegging die een eindje de goede weg op gaat. Ik zou graag een wat scherpere toezegging hebben van de minister over de manier waarop zij de vinger aan de pols gaat houden. Ik vraag haar om over twee of misschien drie jaar haar bevindingen hier te delen, al dan niet voorzien van aanbevelingen over ongewenste effecten en hoe we daar verder mee om zouden kunnen gaan. Die toezegging mag dus een slagje scherper wat mijn fractie betreft.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 41
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik heb mijn verwondering erover uitgesproken dat een aantal feiten, met name wat betreft het aantal vrouwen dat een gezichtsbedekkende sluier draagt, in 2009 wel bekend kon zijn en daarna niet meer. Ik blijf dat opmerkelijk vinden en ik markeer dat toch maar, vooral omdat hier veel partijen zijn die geloven in vooruitgang — ik doe dat eigenlijk ook best vaak — en dat dan hier niet zou kunnen. Dus hoe zit dat dan? Daarom dank ik de minister er des te meer voor dat zij een kwalitatieve toezegging heeft gedaan om in ieder geval het inzicht te vergroten. Ik hoor nog wel graag van haar op welk moment we dat dan inzichtelijk krijgen en wat die kwalitatieve toezegging dan verder precies inhoudt, zodat we dan ook een moment hebben om echt met elkaar in gesprek te gaan over wat we beoogd hebben met de wetgeving en om inzichtelijk te krijgen hoe het staat met groei en met de verhouding tot de samenleving. Dat is niet allereerst wat dit stuk van de wetgeving beoogt, maar het is natuurlijk wel een neveneffect.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 49
Minister Ollongren: Ik kom te spreken over het effect. Ik zal daar straks in de richting van mevrouw Bikker ook nog iets over zeggen, maar mevrouw Nooren vroeg daar ook naar. Ja, dat klopt, die toezegging heb ik gedaan. We zullen het effect in de gaten houden. Hoe gaan we dat precies doen? Ik zei net: in ieder geval door steeds met de instellingen in overleg te blijven. Als er andere en betere manieren zijn om dat te doen, zullen we dat natuurlijk graag overnemen. Ik hoorde zojuist al een suggestie van mevrouw Nooren op dat punt. We moeten even kijken naar de manier. Het zal inderdaad vaak kwalitatief zijn. Het zal misschien ook gericht zijn op een heel specifiek aantal instellingen. Maar de toezegging staat in ieder geval.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 50-51
Minister Ollongren: De emancipatiekant hiervan. Ik begrijp dat de heer Lintmeijer dit punt opbrengt. Het is een relevant punt. Ik heb in eerste termijn gezegd dat we de effecten hiervan op dit moment niet goed kunnen overzien. Het is als zodanig niet het oogmerk van het voorstel, maar hoe draagsters van gezichtsbedekkende kleding hiermee om zullen gaan, dat is iets dat we moeten afwachten. Beide situaties zouden zich kunnen voordoen. Mensen zouden ervoor kunnen kiezen om die minder te dragen of op bepaalde plekken niet meer te dragen, maar het kan ook zijn dat mensen dat juist wel doen. Het punt is begrijpelijk, maar dat is niet waar het wetsvoorstel op ziet.
De heer Lintmeijer (GroenLinks): Ik had de minister gevraagd of zij dat vinger aan de pols houden daadwerkelijk vorm zou kunnen geven en of wij over een gerede tijd, twee tot drie jaar, een rapportage kunnen krijgen over hoe dit heeft uitgepakt.
Minister Ollongren: Dat klopt en dat lijkt mij een redelijke wens. Ik zei al dat ik nog even goed moet bedenken en afspreken hoe wij dat in de praktijk in de gaten kunnen houden, maar het lijkt mij heel redelijk om af te spreken dat we daar op een termijn van twee of drie jaar op terugkomen. Dat zou ook de toezegging kunnen zijn die ik al aan mevrouw Bikker heb gedaan.
Ik ben inmiddels bij de VVD. Het belangrijkste punt van de heer Schouwenaar betrof het grensgebied met de Wet openbare manifestaties. Daar kom ik zo nog op, omdat ik nog een motie van de SGP op dat punt heb.
Ik heb de toezegging aan mevrouw Bikker herhaald. Misschien is het goed om nog even in haar richting te zeggen dat het lastig is om heel precieze cijfers uit de onderzoeken tot nu toe te halen. Ik weet het dus niet. Wij weten niet of het aantal vrouwen is toegenomen of niet. Onderzoek op dat gebied is buitengewoon lastig. Het is een beetje zoals het is. De uitwerking van het huidige wetsvoorstel is daarom des te belangrijker. Dat zal gebeuren door in overleg te gaan met de betrokken partijen. Ik zal ook met andere collega's moeten overleggen over hoe wij dat gaan doen. Ik heb zojuist aangegeven dat wij daar op een termijn van twee of drie jaar in ieder geval een beeld van zouden moeten kunnen schetsen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik ben blij met die toezegging, maar wat kan ik over die twee of drie jaar ongeveer verwachten? Wat heeft de minister in gedachten over wat wij dan terugkrijgen? Het is nu wel heel vaag.
Minister Ollongren: Twee dingen. In de eerste plaats: kunnen de instellingen en de sectoren die het betreft ermee uit de voeten? Twee, een heel belangrijke, zoals ik ook in eerste termijn heb gezegd: heeft het bepaalde gedragseffecten, zoals zorg mijden of mensen die bepaalde plekken, ook de rechter, niet meer bezoeken? Het lijkt mij heel belangrijk om te proberen dat in beeld te krijgen. Ik vond het overigens ook interessant dat mevrouw Bikker zei: zouden we niet het bredere Europese verband erbij kunnen betrekken? We kijken natuurlijk ook naar wat er in andere landen is gebeurd. Wij scharen ons nu in een rijtje van landen waar recentelijk nog twee zijn bijgekomen. Het lijkt mij heel goed om in de gaten te houden of het zich bij ons, al hebben wij een net iets andere wet dan men in de andere landen heeft, anders of op een soortgelijke manier ontwikkelt dan daar. Die suggestie neem ik graag mee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dank voor die heldere toezegging. Ik begrijp dat zij over twee tot drie jaar ook de ontwikkelingen in de andere landen meeneemt. Dat lijkt mij raadzaam.
Minister Ollongren: Dat klopt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2017/2018, nr. 33, item 4
-
28 oktober 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK en de staatssecretaris P&I ter aanbieding van de "Evaluatie gezichtsbedekkende kleding" en de kabinetsreactie daarop
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, P
-
-
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 31 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
10 maart 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de stand van zaken van de implementatie van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding
Op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, J
-
-
12 juni 2018
toezegging gedaan
Toezegging Handhaving wet (34.349) (T02617)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe dat de professionals in de betrokken sectoren nooit verantwoordelijk zijn voor de handhaving van het gedeeltelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding.
| Nummer | T02617 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 12 juni 2018 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | boerka's gezichtsbedekkende kleding nikab |
| Kamerstukken | Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding (34.349) |
Handelingen I 2017-2018, nr. 33, item 4 - blz. 34
Minister Ollongren: De handhaving. Daar heb ik al iets over gezegd. Ik zei het al in antwoord op de vraag van de heer Lintmeijer: het geldt voor scholen, maar het geldt natuurlijk voor de hele breedte van de vier sectoren. In eerste instantie is het aan de instellingen zelf. Zij moeten daarvoor goede instructies opstellen, zodat mensen weten welk handelingsperspectief zij hebben. Ze moeten mensen de gelegenheid geven om zich aan te passen, dan wel het gebouw of het voertuig te verlaten, dan wel het betreffende kledingstuk af te doen. Pas bij een escalatie stellen wij ons voor dat de politie ingezet zou kunnen worden.
Mevrouw Nooren (PvdA): Excuses, voorzitter, maar dit antwoord wijkt af van het antwoord in de memorie van antwoord, waarin de regering zegt: Instellingen of organisaties die het betreft hoeven niet actief te handelen. De minister heeft het nu echter over het werken met instructies voor mensen die in deze sectoren werken. Daarmee breng je medewerkers, die vaak in een kwetsbare positie zitten, in een rol die hen niet past, want zij moeten handhavend optreden. Daar zijn ze niet toe bevoegd. Misschien vinden ze het niet eens nodig, maar dat terzijde. Hoe ziet de minister dat? Geldt dat wat in de memorie van antwoord staat, dat het aan de instellingen zelf is wat ze doen, of zegt de minister: Er komen instructies voor alle betrokken instellingen en voor al die medewerkers, meer dan een miljoen in de zorg, over hoe ze moeten handelen als er zo iets gebeurt?
Minister Ollongren: Ik heb zojuist al gezegd in antwoord op de vraag van de PVV dat ik de ingangsdatum wil laten afhangen van hoe het overleg met de instellingen gaat. Ik vind het goed en niet meer dan normaal dat instellingen helder willen hebben wat voor handelingsperspectief ze hebben. We kunnen instellingen en professionals in de zorg, in het onderwijs of in het openbaar vervoer niet verantwoordelijk maken voor de handhaving. Dat zou vreemd zijn. Vandaar dat ik schetste, net als bij het rookverbod, dat het logisch is dat instellingen zelf een soort handleiding hebben over hoe hiermee om te gaan, hoe te handelen als zich datgene voordoet wat vanaf de inwerkingtreding van de wet niet meer is toegestaan. Het eerste wat je doet, net als wij dat allemaal in onze dagelijkse praktijk doen, is toch iemand erop aanspreken. Als je weet dat er een verbod geldt en iemand overtreedt dat, dan is het eerste wat je doet de persoon aanspreken. Dat is iets anders dan wat mevrouw Nooren schetst, alsof de medewerkers opeens verantwoordelijk worden voor de handhaving. Dat is niet het geval, want als het aanspreken niet leidt tot een aanpassing van het gedrag, zei ik zojuist, dan ligt het voor de hand dat de instelling de politie inschakelt. Ik verwacht niet dat dit in grote aantallen zal gebeuren omdat het ook niet over grote aantallen gaat.
De voorzitter: Ten slotte op dit punt, mevrouw Nooren.
Mevrouw Nooren (PvdA): Ik begrijp dat de minister in afwijking van de antwoorden tot nog toe van de regering nu stelt dat er wel een actieve rol van de betrokken organisaties wordt verwacht.
Minister Ollongren: Ik wijk zeker niet af van de memorie van antwoord. Ik zal in de dinerpauze nog even heel precies naar die formulering kijken, maar zoals ik het nu schets, is mijn verwachting dat instellingen met dit verbod in de hand willen weten wat voor handelingsperspectief ze hebben. Ik doel dan op de chauffeur, de zorgverlener en de onderwijzer. Dan is het logisch dat de instellingen zelf een handleiding opstellen, maar nogmaals, de handhaving ligt natuurlijk nooit bij de professionals die ik zojuist heb genoemd.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2017/2018, nr. 33, item 4
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de stand van zaken van de implementatie van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding
Op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, J
-
-
12 juni 2018
toezegging gedaan
Toezegging Proefprojecten (34.453) (T02736)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer toe dat tot aan de inwerkingtreding van de wet proefprojecten georganiseerd zullen worden, om zo veel mogelijk ervaringen op te doen die kunnen worden meegenomen bij de implementatie van het stelsel.
| Nummer | T02736 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 april 2019 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | bouwen kwaliteitsborging proefprojecten |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2018/19, 34 453, L, p. 1
Minister Ollongren: Om te komen tot de door uw Kamer gevraagde zorgvuldige voorbereiding en implementatie van het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging is de inwerkingtreding van het wetsvoorstel voorzien gelijk met de Omgevingswet per 1 januari 2021. Uit de recent aan u toegezonden evaluatie van lopende proefprojecten blijkt dat met het beoogde stelsel belangrijke verbeteringen in de bouwkwaliteit te bereiken zijn. De periode tot aan inwerkingtreding wil ik met partijen benutten om het aantal proefprojecten te intensiveren. Hierover heb ik in het bestuursakkoord met de gemeenten afspraken gemaakt.
(…)
Handelingen I 2018-2019, nr. 27, item 10 - blz. 9
Minister Ollongren: En ik heb ook toegezegd dat tot aan de inwerkingtreding proefprojecten georganiseerd zullen worden, om zo veel mogelijk ervaringen op te doen die kunnen worden meegenomen bij de implementatie van het stelsel.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2018/2019, nr. 27, item 10
-
-
11 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over de Monitoringsrapportage Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 2024
Op 11 november 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, BC
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
16 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de stand van zaken met betrekking tot de beoogde inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Op 21 december 2021 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK, AB
-
-
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
6 juli 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 juni 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 maart 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 november 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 september 2020
nieuwe deadline: 30 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
10 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 10 maart 2020 door de commissies BiZa/AZ en KOREL voor kennisgeving aangenomen.
EK 35.300 VII / 35.300 IV, E
-
-
1 november 2019
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Milieu en Wonen -
1 november 2019
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2019
toezegging gedaan
Toezegging Betrokkenheid vertegenwoordigende organen opnemen in beleidsregel (35.013) (T02749)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Flierman (CDA), Meijer (SP), Verheijen (PvdA), en Baay-Timmerman (50PLUS) toe in de beleidsregel vast te leggen dat projecten alleen voor aanwijzing in aanmerking komen als de betrokkenheid van de vertegenwoordigende organen geborgd is.
| Nummer | T02749 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 21 mei 2019 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Mr. M.H.H. Baay-Timmerman (50PLUS) Dr. A.H. Flierman (CDA) M.P. Meijer (SP) Drs. L.H.J. Verheijen (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Crisis- en herstelwet duurzaamheid Omgevingswet |
| Kamerstukken | Wijziging Crisis- en herstelwet in verband met versnelling woningbouw en faciliteren duurzame ontwikkeling (35.013) |
Handelingen I 2018-2019, nr. 29 item 4 - blz. 4
De heer Flierman (CDA):
Dat vinden we mager, in twee opzichten. In de eerste plaats is daarmee dus het besluit om een project aan een lopend experiment toe te voegen, niet expliciet onderhevig aan goedkeuring of een andere vorm van bespreking in een gekozen vertegenwoordiging. En in de tweede plaats vinden we dat woordje "veelal" niet prettig, want dat betekent dus niet "altijd". Op dit punt zouden wij graag zien dat de procedure wordt aangescherpt, bijvoorbeeld zo dat toevoeging aan een experiment altijd expliciet ter goedkeuring aan de betrokken gemeenteraad of Statenvergadering wordt voorgelegd, die daarbij ook kan aangeven hoe ze bij het concrete besluit wil worden betrokken. De minister kan dit dan bijvoorbeeld via een beleidsregel als een criterium bij de beoordeling van haar instemming met de toevoeging aan het experiment betrekken. Graag hoor ik welke mogelijkheden de minister hiervoor ziet.
Handelingen I 2018-2019, nr. 29 item 4 - blz. 9
Mevrouw Meijer (SP):
Voorzitter. De SP verwacht geen heil van deze wet. Wanneer deze wordt gepubliceerd in het Staatsblad, staan er niet plotseling meer bouwvakkers klaar en is er ook niet opeens meer bouwgrond. Wellicht zorgt het wel voor minder zorgvuldigheid, nu gemeenteraden pas betrokken worden als ze een verklaring van geen bedenkingen moeten afgeven, maar minder invloed zullen hebben op de inhoud van een bouwplan. Een parallel valt te trekken met de Tweede Kamer, die erop moet toezien dat bij bestaande experimenten nieuwe gebieden en projecten worden toegevoegd bij ministeriële regeling, in plaats van met een AMvB waarover de Kamer wel meepraat. Wellicht kan de minister ons uitleggen — voorgaande sprekers vroegen daar ook al naar — waarom zij van mening is dat hier wel sprake is van een zorgvuldig proces waarin alle belangen zijn afgewogen.
Handelingen I 2018-2019, nr. 29 item 4 - blz. 11
De heer Verheijen (PvdA):
Met betrekking tot de formele aanmelding van gebieden zijn in de nieuwe regeling dus noch de Staten-Generaal, noch de betrokken gemeenteraad rechtstreeks betrokken. Zij kunnen ook geen procedurele pauze instellen ten behoeve van overleg tussen college en raad. Waarom wil de minister geen publicatieplicht opnemen bij aanmelding? Dat zou getuigen van een uitnodigend gebaar in het licht van de versterking van participatie en informatie voor omwonenden. Ik meen dat de CDA-fractie daar zojuist ook om vroeg. Dit zou de gemeenteraad in staat stellen op een vroegtijdig moment met het college te schakelen over kaderstelling, positie van de inspraak et cetera. Dat een aantal gemeenteraden dit uit eigen overtuiging reeds doen, geeft nog niet de zekerheid dat dit criterium breed wordt toegepast. Wij missen dus met andere woorden de ruimte voor een toetsende rol van gemeenteraden in deze regeling.
Handelingen I 2018-2019, nr. 29 item 4 - blz. 12
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
De minister heeft er alle vertrouwen in dat de verschillende colleges op correcte wijze zullen omgaan met dit juiste moment en adviseert zelfs om bij uitwerking van een gemeentelijk experiment of aanmelding van een project of gebied altijd de gemeenteraad, de burgers en de bedrijven vroegtijdig te betrekken. Ik citeer: "Wel strekt het zowel onder de Omgevingswet als onder de Crisis- en herstelwet ter aanbeveling om de gemeenteraad vroegtijdig in te lichten." Gelet op de nadruk die de minister zelf legt op de betrokkenheid en tijdige inlichting van de gemeenteraad bij experimenten, vraagt mijn fractie zich af waarom ze dit dan niet als een wettelijke verplichting in dit wetsvoorstel opneemt. Graag een toelichting van de minister.
Handelingen I 2018-2019, nr. 30 item 11 - blz. 4
Minister Ollongren:
Ik denk ook niet dat er bijvoorbeeld bij de strengere EPC-waarden enorm veel politieke discussie hoeft te komen over het feit dat de gemeenteraad daar niet per se een rol in heeft. Als die zorg breed leeft bij deze Kamer, zou ik me kunnen voorstellen dat we helder maken dat we natuurlijk wel willen dat de betrokkenheid van de vertegenwoordigende organen — dat zijn dan de gemeenteraad en de Provinciale Staten — moet zijn geborgd. Ik ga daar eigenlijk wel van uit. Het hoeft natuurlijk niet in de wet te worden opgenomen, maar ik zou me kunnen voorstellen dat we dat in een beleidsregel vaststellen. Dat is een handreiking die ik zou willen doen in de richting van de heer Flierman en de andere leden die hier aandacht voor hebben gevraagd.
De heer Flierman (CDA):
Ik zou de minister daarvoor willen bedanken. Het ging mij er inderdaad om dat u als minister — althans als ik de systematiek goed heb begrepen — altijd toetst of een bepaald gebied of een bepaald project toegevoegd wordt aan een experiment. Het zou mij een goede gedachte lijken dat de minister — ik hoor het haar zeggen — in de vorm van een beleidsregel formuleert dat bij een besluit omtrent toevoeging altijd de vraag gesteld wordt: heeft de betrokken gemeenteraad of de betrokken Statenvergadering hiermee ingestemd? Als de minister ons dat toezegt, dan is mijn zorg op dat punt weggenomen.
Minister Ollongren:
Dan zal ik de heer Flierman dat graag toezeggen. Ik zeg het nu tegen de heer Flierman, maar het is ook bedoeld voor de andere leden die soortgelijke zorgen hebben uitgesproken. Ik dacht dat de heer Verheijen daar overigens ook een van was. Ook mevrouw Meijer en anderen hebben soortgelijke zorgen uitgesproken. Met andere woorden, ik zal dit in een beleidsregel doen. In die beleidsregel zal ik vastleggen dat projecten alleen voor aanwijzing in aanmerking komen als de betrokkenheid van de vertegenwoordigende organen geborgd is.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2018/2019, nr. 30, item 11
-
behandeling Verslag EK 2018/2019, nr. 29, item 4
-
9 december 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 mei 2019
toezegging gedaan
Toezegging Het instellen van een onafhankelijke evaluatiecommissie (34.986) (T02849)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Nooren (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS), Kluit (GroenLinks), Rietkerk (CDA) en Verkerk (ChristenUnie), toe een evaluatiecommissie in te stellen van deskundigen om een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te waarborgen. De Kamer zal geïnformeerd worden bij brief over de wijze van inrichting van de evaluatiecommissie voorafgaand aan de voorhang van het inwerkingtredings-KB en elk jaar zal een evaluatiebrief verzonden worden naar de Kamer.
| Nummer | T02849 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Mr. M.H.H. Baay-Timmerman (50PLUS) drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | evaluatiecommissie evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 12-21
Mevrouw Nooren (PvdA):
(...)
Daarmee kom ik op het laatste inhoudelijke punt van mijn fractie. Wij vinden het niet alleen belangrijk dat de invoering de komende jaren wordt begeleid door een nationaal programma. Ik had het er eerder over. Wij vinden het ook cruciaal dat er een onafhankelijke commissie komt die de voortgang van de invoering en de implementatie monitort en daarbij aandacht heeft voor zaken die ik eerder in mijn betoog aan de orde heb gesteld. Ik noem de cultuurverandering, de manier van participatie vormgeven, het omgaan met de lokale ruimte van de Omgevingswet, het DSO et cetera, et cetera. Is de minister bereid zo'n commissie in te stellen en hun bevindingen ter beschikking te stellen aan de beide Kamers van de Staten-Generaal?
(...)
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
(...)
Voorzitter. Mijn fractie zal zich aansluiten bij de nog te stellen vragen van de Partij voor de Dieren aangaande de rechtmatigheid, bij de vragen van de ChristenUnie over het rapport-Remkes, bij de vragen van GroenLinks over de toetsing van de open normen en bij de vragen van het CDA over de onafhankelijke evaluatiecommissie. Dit zal echter niet voorkomen dat herhaling of overlapping van vragen plaatsvindt.
(...)
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Ja. Wij zouden ook graag een onafhankelijke evaluatie zien. Mijn collega's gaan daar nog verder op in. Graag ook aan ons antwoord op de vraag of die er komt.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 6-16
De heer Rietkerk (CDA):
(...)
Wat de evaluatie betreft vraagt de CDA-fractie mede namens de fracties van onder andere VVD, 50PLUS, D66, GroenLinks, Forum voor Democratie en de ChristenUnie, en in lijn met de PvdA-fractie, waarom er in de wet geen waarborgen zijn opgenomen voor een onafhankelijke evaluatie, terwijl de regering die wel nastreeft. De regering ondersteunt in het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Raad van State het belang van een onafhankelijke evaluatie van de wet. De regering heeft geen aanleiding gezien om de onafhankelijkheid van de evaluatie nader in de wet zelf vast te leggen.
De regering laat het in het midden, ook na drie vragenronden, waarbij de CDA-fractie iedere keer op dit punt is door gaan vragen. Waarom ziet de regering dit niet zitten? En waarom geeft de regering iedere keer een procesantwoord, zonder inhoudelijk in te gaan op de noodzaak van die onafhankelijke evaluatie? In plaats daarvan krijgen we een procesantwoord in de trant van dat we eerst ervaring moeten opdoen met wetten, AMvB's, regelingen en dat soort zaken, en dat er dan eventueel gekeken kan worden. Daar nemen wij geen genoegen mee. De CDA-fractie hecht eraan om een onafhankelijke evaluatiecommissie in te stellen, die de jaarlijkse evaluatie van de Omgevingswet cum suis, ook gelet op de monitorcijfers, in beeld brengt. Op dit punt vraagt de CDA-fractie een toezegging van de minister.
(...)
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(...)
Voorzitter. De bovenstaande conclusie is van gerenommeerde wetenschappers. Een vergelijkbare conclusie heeft de Raad van State getrokken. Nu schaart de commissie-Remkes zich in deze rij. Daarom is het van belang dat er een uitermate goede evaluatie van de Omgevingswet komt om te onderzoeken of die zorg in de praktijk ook terecht is. Kan de minister toezeggen dat - ik verwijs daarbij ook naar de bijdrage van collega Rietkerk - dat er een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet komt? En dat bij deze evaluatie expliciet aandacht gegeven wordt aan de mogelijke aantasting van genoemde staatsrechtelijke noties?
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 5-59
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(...)
(...) Een aantal van u heeft gevraagd om een onafhankelijke evaluatiecommissie. Ik wil heel graag duidelijk maken dat ik dat cruciaal vind. We zijn daar met elkaar bij. Het moet inderdaad een onafhankelijke evaluatie zijn die ons een breed en onafhankelijk beeld geeft van wat de verschillende effecten zijn.
(...)
(...) Ik hecht een groot belang aan een onafhankelijke evaluatie. Ik zal dan ook een commissie van deskundigen aanstellen om die onafhankelijkheid te borgen. Ik ben ook graag bereid om u bij de brief die voor de zomer gestuurd wordt, te informeren over hoe we dat willen gaan inrichten.
(...)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(...)
Dan over de evaluatie en hoe die commissie is opgehangen. Ik denk dat ik daar later ook nog op terugkom. Laat ik in ieder geval zeggen dat ik heel erg belangrijk vind, en dat hoor ik bij u allemaal, dat we echt gaan naar een onafhankelijke evaluatiecommissie. We zullen zorgen dat we in de brief die voor de zomer komt, zullen aangeven hoe we dat willen inrichten. En mocht u daar dan nog andere gedachten over hebben, dan kunnen we daar ook altijd nog met uw Kamer over van gedachten wisselen.
(...)
De heer Rietkerk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee vragen aan de minister. De eerste vraag gaat over de toezegging, waar we als Kamer blij mee zijn, dat er ook wat de minister betreft een onafhankelijke evaluatiecommissie komt. Dat is tenminste duidelijk. Dat was tot nu toe niet duidelijk. Maar ik heb ook aangegeven dat ik graag een jaarlijkse rapportage wil. Daar heeft de minister nog niet op gereageerd. Dat is mijn eerste vraag.
(...)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het lijkt mij heel belangrijk dat we in deze fase, waarin we veel stappen met elkaar aan het nemen zijn en ook veel vragen van decentrale overheden krijgen, strak de vinger aan de pols houden en we inderdaad naar een jaarlijkse rapportage toe gaan.
(...)
De heer Rietkerk (CDA):
(...)
Dan de evaluatie. De minister heeft wat ons betreft, en andere fracties gaven het ook aan, heel duidelijk een toezegging gedaan voor het instellen van een onafhankelijke evaluatiecommissie. De minister zei uiteindelijk op vragen en interrupties dat de minister ook van plan is om dat jaarlijks te doen. Graag hoor ik of ik dat zo goed verstaan heb.
(...)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(...)
Meneer Rietkerk vroeg of hij goed had begrepen dat ik heb toegezegd dat er een onafhankelijke evaluatiecommissie komt en dat er een jaarlijkse evaluatiebrief komt. Het antwoord op beide vragen is ja.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang van de implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EU
-
-
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 maart 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 februari 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
1 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de stand van zaken van de invoering van de Omgevingswet
Op 9 november 2021 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, CP
-
-
13 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet, juli 2021
Op 13 juli 2021 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, CJ
-
-
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Aandacht besteden bij evaluatie aan staatsrechtelijke noties (34.986) (T02850)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie van de Omgevingswet aandacht te geven aan enkele staatsrechtelijke notities als de scheiding van de machten en het beginsel van democratie, met inbegrip van de toepassing van de instrumenten van de Omgevingswet en de werking daarvan binnen het rechtsbestel.
| Nummer | T02850 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | constitutie evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 16
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Voorzitter, ik kom op het punt van de rechtsbescherming. Bij rechtsbescherming gaat het vooral om de verbinding tussen de burger en de overheid. De commissie-Remkes pleit in haar rapport Lage drempels, hoge dijken voor de versterking van de rechtsstaat. Onder andere pleit ze voor een constitutionele toets van wetgeving ex post door de rechter. De commissie schrijft op pagina 200/201: "Voorts is constitutionele toetsing een middel om de afnemende aandacht voor de wetgevingskwaliteit in het wetgevingsproces te compenseren. Ook is het een remedie tegen het veranderende karakter van wetgeving (van de wet als waarborg en normstelling naar beleidsinstrument en de terugtred van de wetgever)." Bij deze laatste zin staat nog een noot. Ik citeer: "Als voorbeeld hiervoor kan de Omgevingswet worden genoemd, die voor een belangrijk deel inhoudelijk vorm gaat krijgen in de daarop gebaseerde AMvB's." In deze noot wordt verwezen naar een artikel van Groothuijse en anderen, dat de titel draagt; Constitutionele aardverschuivingen in het omgevingsrecht? Een saillant detail is dat prof. Remco Nehmelman een van de auteurs was.
De conclusie van dit artikel is: "Door onvoldoende aandacht te besteden aan de constitutioneel rechtelijke gevolgen van dergelijke ontwikkelingen, kunnen (en zullen) deze belangrijke noties op den duur worden aangetast." De auteurs verwijzen hierbij naar de rechtstatelijke noties van de scheiding van de machten en het beginsel van democratie.
Voorzitter. De bovenstaande conclusie is van gerenommeerde wetenschappers. Een vergelijkbare conclusie heeft de Raad van State getrokken. Nu schaart de commissie-Remkes zich in deze rij. Daarom is het van belang dat er een uitermate goede evaluatie van de Omgevingswet komt om te onderzoeken of die zorg in de praktijk ook terecht is.
Kan de minister toezeggen dat — ik verwijs daarbij ook naar de bijdrage van collega Rietkerk — dat er een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet komt? En dat bij deze evaluatie expliciet aandacht gegeven wordt aan de mogelijke aantasting van genoemde staatsrechtelijke noties?
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 6
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
De ChristenUnie refereert aan het artikel over de constitutionele aardverschuiving en zegt dat het daarom belangrijk is om de aantasting te voorkomen en bij de evaluatie expliciet aandacht te geven aan deze staatsrechtelijke noties. Daar ben ik heel erg graag toe bereid. Ook de toepassing van de instrumenten van de Omgevingswet en de werking daarvan binnen ons rechtsbestel, kunnen bij de evaluatie worden meegenomen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Digitale toegankelijkheid monitoring (34.986) (T02851)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de monitorgegevens op digitale wijze maandelijks ter beschikking worden gesteld aan de Kamer.
| Nummer | T02851 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Hoofdverantwoordelijke) Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Invoeringswet Omgevingswet monitoring Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 6
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Het monitoren. De CDA-fractie constateert dat er met halfjaarrapportages gewerkt wordt en met een soort nog op te stellen implementatiemonitor. Ik sluit eigenlijk aan bij de vragen van mevrouw Klip over de behoefte aan een integrale monitor die op tijd aangeeft wat de voortgang is. Ik heb nog wel een aanvullende vraag. Tegenwoordig leven we in een digitaal tijdperk en kan de minister daarom ook ingaan op de mogelijkheid om zo'n monitor gewoon sneller digitaal beschikbaar te stellen? Wanneer een monitor bij de Kamer binnenkomt, is die namelijk vaak alweer achterhaald. We kunnen dan zeggen: dat is mooi, want dat betekent dat er vooruitgang in zit. Maar het is wel heel erg lastig voor een controlerend orgaan om dan het goede debat te voeren. We leven dan immers nog in het verleden. Wij willen graag in het heden leven en naar de toekomst kijken!
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 8-44
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
De tweede vraag gaat over de monitoring. Ik heb gevraagd om snel de gegevens te kunnen krijgen. Natuurlijk moeten die bewerkt worden. Wil de minister meedenken over de digitale toegankelijkheid van de monitoring?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…) Het lijkt me ook heel belangrijk om te zorgen dat het ook digitaal gemakkelijk ontsloten kan worden. Dus laten we ook in de brief die voor de zomer komt, ingaan op welke wijze we denken dat de rapporten die worden opgeleverd, ook gemakkelijk digitaal toegankelijk zijn.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
De heer Rietkerk vroeg of de Monitor Invoering Omgevingswet snel digitaal beschikbaar kan worden gesteld als deze uitkomt. Ja, juist in deze laatste fase is het volgen van de stand in het land van essentieel belang. Daarom is het wenselijk dat de tijd tussen constateren en publiceren zo kort mogelijk is. Voor een deel van de monitorgegevens waar regelmatig nieuwe mutaties binnenkomen, is dat goed mogelijk, bijvoorbeeld het aantal gepubliceerde visies en verordeningen en het aantal aansluitingen op het DSO. Wij houden dat binnen het programma nauwlettend in de gaten, maar ik ben natuurlijk van harte bereid om deze objectief vaststelbare gegevens via de digitale weg te publiceren. We zullen dat maandelijks doen. Dan kunt u heel goed volgen wat de voortgang is. Over de resultaten uit de halfjaarlijkse survey onder projectleiders en programmamanagers blijven we u ook halfjaarlijks op de hoogte houden.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
8 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 augustus 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK ter aanbieding van de maandrapportage juli 2020 aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
voor kennisgeving aangenomen op 8 september 2020
EK, AG
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Invoeringsondersteuning vijf jaar laten doorlopen vanaf 2021 (34.986) (T02855)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Dessing (FVD), Nooren (PvdA), Baay-Timmerman (50PLUS), Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de invoeringsondersteuning nog vijf jaar te laten doorlopen vanaf 2021. In dat kader zal minimaal één jaar voldoende ondersteuning met regioteams plaatsvinden, op kosten van de Rijksoverheid. Nadat vijf jaar zijn verstreken zal bezien worden met decentrale overheden welke ondersteuning nog nodig is.
| Nummer | T02855 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Mr. M.H.H. Baay-Timmerman (50PLUS) J. Dessing (FVD) drs. T. Klip-Martin (VVD) Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | invoeringsondersteuning Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet regioteams |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 4-31
De heer Dessing (FvD):
(…)
Voorzitter. Waar voor onze fractie nog wel een punt van aandacht ligt, is of er tijdens en na implementatie van de Omgevingswet voldoende aandacht blijft voor de factor mens. Dit omdat het vanwege de veelomvattendheid van dit wetstelsel voor met name het ambtenarenapparaat een risico kan zijn dat bij het ontstaan van problemen, zowel tijdens als na implementatie, iedere gemeente in staat moet zijn om deze problemen te verhelpen. Het stemt onze fractie gerust dat in dit kader het aanleveren van de boomstructuur van het DSO-systeem onderdeel uitmaakt van de bruidsschat, het startpakket dat gemeentes meekrijgen. Graag ziet onze fractie dat nazorg voor probleemoplossing tijdens maar ook na implementatie geruime tijd voorhanden blijft. Wij denken hierbij aan implementatie- en nazorgteams die de gemeentes nog geruime tijd helpen als probleemoplosser en vraagbaak om de kennis en vaardigheden van het ambtenarenapparaat te garanderen. Kan de minister dit aan onze fractie toezeggen?
(…)
Mevrouw Nooren (PvdA):
(…)
Dat brengt me op een bredere vraag over de ondersteuning van de verandering. Het programma Aan de slag met de Omgevingswet is ingezet om de implementatie te begeleiden. Heel goed. In de beantwoording staat dat dit programma doorloopt tot eind 2021. Is dat niet te kort, zo vragen wij de minister. Iedereen die een grote organisatie leidt, weet dat anders werken een kwestie van lange adem is. Is de minister bereid tot langdurig investeren — logisch lijkt tot 2029 — in de begeleiding van het veranderingstraject? Wij zijn benieuwd naar het antwoord van de minister daarop.
(…)
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
(…)
In de nota naar aanleiding van het verslag wordt gesproken over speciale regioteams die hoogwaardige ondersteuning moeten gaan bieden aan overheden die met het DSO aan de slag gaan. Hoe zijn deze teams samengesteld? Welke expertise hebben zij? Wie financiert deze regioteams? Hoelang blijven de teams beschikbaar voor de lokale overheden? Kan de minister toezeggen dat deze regioteams ook na inwerkingtreding van de wet nog minimaal een jaar ondersteuning blijven geven aan die gemeenten die daaraan behoefte hebben en dat de kosten daarvan door het Rijk worden gedragen?
(…)
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
(…) Er zullen zich verschillen tussen gemeenten voordoen in ambitie en tempo. Ik zei het al. Dat is nu ook al het geval. De rol van de gemeenteraad is hierbij belangrijk. Het te hanteren ambitieniveau — ik zei het net — is immers het gevolg van bestuurlijk lef en politieke keuzes, én van kennis, kunde en de benodigde competenties bij bestuur en ambtenaren. Hier hebben de rijksoverheid en koepelorganisaties een belangrijke rol via kennisprogramma's, die in onze optiek niet zouden moeten ophouden per 1 januari 2021. De minister heeft aangegeven deze opvatting te delen. Hoe ziet zij dit in de praktijk voor zich? Het interbestuurlijk programma Aan de slag met de Omgevingswet loopt immers tot ongeveer medio 2021. Met andere woorden, waar blijft de kennis van de huidige ambtenaren op BZK, die op enig moment — en de vraag is wanneer — weer een andere klus gaan klaren? De regering geeft in haar beantwoording aan dat steun door de koepels en het Rijk geboden zal blijven worden. Ook voor de leden van de VVD-fractie is dat een cruciaal aspect. Hoe gaat dit georganiseerd en geborgd worden? Welke criteria gaan gehanteerd worden voor continuering of afbouw van deze ondersteuning? Wij vragen de minister naar de beredeneerde systematiek op dit punt voor de toekomst en waar en hoe die afspraken zijn of worden vastgelegd.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 17
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Als eerste de regioteams. In de nota naar aanleiding van het verslag, op pagina 64, deelt de minister mee dat er speciale regioteams in het leven geroepen worden om het bevoegd gezag te begeleiden bij de implementatie. De fractie van de ChristenUnie is blij met deze beslissing. Wij vragen de minister wanneer deze regioteams zullen starten, of de capaciteit van deze teams voldoende groot is, en vooral ook, hoe lang ze blijven functioneren.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 9-47
De heer Verkerk (ChristenUnie):
Ik wil de minister danken voor de antwoorden en dat ze wilde reflecteren op de vraag rond de cultuurverandering bij het algemeen bestuur. U heeft met name geantwoord ten aanzien van de meer hogere lagen van het bestuur. Ik had de vraag ook gesteld met name gezien de raden en de staten. Ik wil de minister nog vragen welke programma's er zijn om te zorgen dat we wat betreft het omgevingsrecht ook echt sterke raden en staten hebben, die weten wat hun bevoegdheden zijn en welke macht ze moeten controleren, want dat verandert.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Absoluut, dat is een heel belangrijke vraag. Ik wilde daarop terugkomen bij de invoeringsondersteuning. Onderdeel van de manier waarop we nu bezig zijn met de implementatie, waar we de invoeringsondersteuning ook zullen doorzetten, is ook juist op dit soort aspecten gericht. Het is heel terecht dat de heer Verkerk daar aandacht voor vraagt. Een aantal andere leden heeft ook gevraagd: mooi dat dat er is voor de gemeenteraads- en statenleden van nu, maar wat als er straks verkiezingen zijn geweest en een deel van de kennis weer weg is? Juist daarom ben ik het met uw Kamer eens dat we die invoeringsbegeleiding echt langer moeten doorzetten. Het stond nu geloof ik gepland tot halverwege 2021. Dat zal echt langer nodig zijn. We zullen met elkaar de transitie in de cultuuromslag en een goed besef welke rol, verantwoordelijkheden en mogelijkheden gemeenteraden en staten hebben, de komende jaren moeten vormgeven. Daarbij moeten we ook zorgen voor blijvende opleidingen, informatie, en dergelijke trajecten. Dat zullen we ook doorzetten.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Een aantal leden heeft gevraagd: stopt de invoeringsondersteuning nou halverwege 2021? Nee, ik vind dat we die door moeten zetten. We constateren met elkaar dat dit niet alleen maar een moment is van een omklappen naar een digitaal systeem. Er is een heel proces waarin gemeenten kunnen besluiten om delen uit de bruidsschat aan te passen. Als in 2023 een gemeente zegt "ik wil dat nu doen maar ik heb er vragen bij en ik heb daar ondersteuning bij nodig", vind ik dat we ervoor moeten zorgen dat we die ondersteuning bieden.
(…)
Mevrouw Baay van 50PLUS vroeg expliciet of die regioteams ook blijven na de invoering van de Omgevingswet. En komen de kosten daarvoor niet bij de gemeenten, maar bij het Rijk terecht? Ja, dat kan ik bevestigen. Die regioteams blijven en die invoeringsondersteuning zal niet in rekening worden gebracht. Op kosten van het Rijk zullen we dat dus nog doorzetten, omdat — ik zei het net al — een zorgvuldige invoering van die Omgevingswet van groot belang is.
(…)
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
Een andere vraag van ons was: waar blijft de kennis van al die ambtenaren die hier jaren mee bezig zijn geweest? Zij gaan natuurlijk op een gegeven moment iets anders doen. De minister zegt toe dat ze niet zal stoppen met het aanbieden van een kennis- en ondersteuningsprogramma. Daar zijn wij blij mee. Maar welke criteria spreek je nou af met elkaar bij de vraag wanneer je daarmee stopt? We verwachten dan natuurlijk niet het antwoord: we stoppen daarmee op 13 april 2026. Maar we zouden ons kunnen voorstellen dat er wel wordt overlegd over het gaan stoppen met dat kennis- en ondersteuningsprogramma. En dat zou moeten gebeuren op basis van een onderling akkoord met de decentrale overheden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…) Hoe gaan we bekijken wat er nog nodig is? Ik heb zelf het idee dat we er eigenlijk wel van uit moeten gaan dat die ondersteuning in de eerste vijf jaar nog gewoon nodig is, en dat we na die vijf jaar gaan bekijken wat er nog nodig is. Dat zullen we uiteraard doen in overleg met de gemeenten, met de koepels, met de andere decentrale overheden. De gemeenten hebben de tijd tot 2029, maar ik kan me ook voorstellen dat de bulk van het werk wel in de eerste periode ligt. Maar uiteraard is dat iets wat we samen moeten bekijken. We moeten er samen een succes van maken. Dat betekent ook dat we het over dit soort dingen met elkaar moeten hebben.
(…)
De heer Verkerk (ChristenUnie):
Ik wil de minister danken voor de verschillende toezeggingen die zij heeft gedaan. Ik heb in eerste instantie ook nog gevraagd naar het opleiden van gemeenteraden en Provinciale Staten, ook over de verkiezingen heen. Ik weet niet zeker meer of u hebt toegezegd dat u daarin investeert en dat u ervoor zorgt dat dat gaat gebeuren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als onderdeel van de implementatiebegeleiding is het absoluut belangrijk dat we niet alleen de mensen die er nu zitten opleiden, maar ook dat we de komende jaren aandacht houden voor een goede opleiding van gemeenteraden en Statenleden.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat zullen we trouwens ook samendoen met de koepels, maar dat spreekt voor zich, lijkt mij.
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 12, blz. 2-15
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. We hebben twee dagen intensief gedebatteerd over dit wetsvoorstel. Vervolgens hebben we een brief van de minister ontvangen, slechts één dag voorafgaande aan de stemming, met daarin een opsomming van de door haar gedane toezeggingen. Om deze te kunnen toetsen aan de Handelingen van het debat, heeft 50PLUS vorige week om uitstel van stemming gevraagd in het belang van een zorgvuldige behandeling. Mijn fractie hecht veel waarde aan de volgende specifieke toezeggingen: de garantie dat volledige werking, alsmede de toegankelijkheid voor eenieder van het DSO gereed zijn vóór inwerkingtreding; het starten van een landelijke voorlichtingscampagne, zodat de burger op de hoogte is van de komst en de inhoud van de Omgevingswet; dat gemeenten die daaraan behoefte hebben, ook na inwerkingtreding van de wet minimaal één jaar voldoende ondersteuning krijgen van de regioteams, op kosten van het Rijk; en het opnemen van een motiveringsplicht, waarmee de overheden moeten aangeven in hoeverre aan participatiebeleid is voldaan.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Mevrouw Baay noemde een aantal toezeggingen die voor haar van belang waren bij de Omgevingswet. Zij vroeg mij de volgende toezeggingen te bevestigen: zorgen voor toegankelijkheid van het DSO voor iedereen, een landelijke voorlichtingscampagne, na de inwerkingtreding minimaal één jaar voldoende ondersteuning met regioteams op kosten van de rijksoverheid en een wettelijke motiveringsplicht ten aanzien van de mate waarin participatiebeleid is toegepast. Ik ga dat allemaal doen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 12
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
nadere memorie van antwoord EK, S Bevat bijlage
-
25 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, derde kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GU
-
-
7 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 augustus 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, tweede kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GP
-
-
13 mei 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
5 november 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij de evaluatie het risico op regelreflex bezien (34.986) (T02856)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie de onafhankelijke evaluatiecommissie het risico van regelreflex zal bezien.
| Nummer | T02856 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet regelreflex |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 33
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
Aan de andere kant — ik zei er net al wat over — bepleit de onafhankelijk Integrale Adviescommissie Omgevingswet een open houding en het niet bij de eerste de beste casus in de regelreflex schieten. Zij beveelt stellig aan het nieuwe systeem een kans te gunnen, waar het maken en leren van fouten bij hoort. Anders zijn we immers over een paar jaar terug bij af. Maar hoe wordt dit laatste punt goed gewaarborgd? Met andere woorden: hoe ziet de regering het op overzichtelijke wijze vormgeven en combineren en soms implementeren van al deze veelsoortige monitoringsresultaten zonder in de genoemde regelreflex te schieten, waardoor de essentie van het nieuwe omgevingsrechtstelsel juist verloren gaat?
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 17
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Voorzitter. De fractie brengt dit punt niet in om te tornen aan doelstellingen of om te tornen aan planning — in ieder geval niet op dit moment — maar om te benadrukken hoe belangrijk het is dat de minister de cultuurverandering volgt en faciliteert. Daarom sluit de fractie ook aan bij de bijdrage van collega Klip van de VVD en wat zij gezegd heeft rond het implementeren van lessons learned en niet in de verkeerde reflex schieten.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 6-9
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Dan de inbouw van parallelle wetgeving, waar mevrouw Klip naar vroeg. Van belang is dat het stelsel ook in de toekomst op orde blijft en dat we wel reageren op signalen zonder meteen in de risicoregelreflex te stappen, waar ook de Adviescommissie Omgevingswet ons voor waarschuwt. Dat lijkt me absoluut de manier om daarmee om te gaan.
(…)
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Rietkerk. Namens de VVD-fractie dank ook ik de minister voor haar toezegging om een commissie van deskundigen in te stellen, die neutraal en onafhankelijk zal kijken naar al het monitoren en evalueren. De VVD-fractie had daar een vraag aan gekoppeld. U zegt wel in een bijzin: natuurlijk moeten we niet in een regelreflex schieten. Het vlees is echter zwak. We zijn allemaal geneigd als er zich een probleem voordoet om dan heel snel naar een oplossing te springen. Ik heb dus namens mijn fractie die vraag gesteld. Ik begrijp best dat dat niet gedetailleerd tot achter de komma kan. Er zijn echter zoveel verschillend soortige gegevens, die iedere keer ook op verschillende tijdstippen naar voren zullen komen, doordat er twee-, drie-, vier- en vijfjaarlijkse cycli zijn. Kan de minister toch toezeggen dat er een systematiek komt hoe we omgaan met al die verschillend soortige gegevens? Nogmaals, we kennen allemaal dat opstapelen en de neiging om een probleem heel snel op te lossen, terwijl je daarmee waarschijnlijk weer problemen voor de toekomst creëert. Ik krijg dus toch graag een toezegging van de minister dat daar enige vorm van systemisch denken aan gekoppeld wordt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat doe ik graag. Ik herken het risico dat mevrouw Klip schets. Ik denk dat ik hier twee dingen op kan toezeggen. Dat is dat we ook bij de evaluatie zullen vragen of de onafhankelijke commissie ingaat op wat zij ziet van het risico regelreflex. Hoe beoordelen ze dat? Zoals we ook kijken naar de balans tussen beschermen en benutten, denk ik dat dit ook een aspect is dat we expliciet zouden kunnen voorleggen aan de commissie om rekening mee te houden. (…).
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer informeren over inrichting systematische monitoring (34.986) (T02857)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de Kamer een integraal inzicht aan te bieden met betrekking tot de systematische aanpak van de monitoring. Jaarlijks komt er een brief over de monitoringsresultaten.
| Nummer | T02857 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet monitoring Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 33
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
Aan de andere kant — ik zei er net al wat over — bepleit de onafhankelijk Integrale Adviescommissie Omgevingswet een open houding en het niet bij de eerste de beste casus in de regelreflex schieten. Zij beveelt stellig aan het nieuwe systeem een kans te gunnen, waar het maken en leren van fouten bij hoort. Anders zijn we immers over een paar jaar terug bij af. Maar hoe wordt dit laatste punt goed gewaarborgd? Met andere woorden: hoe ziet de regering het op overzichtelijke wijze vormgeven en combineren en soms implementeren van al deze veelsoortige monitoringsresultaten zonder in de genoemde regelreflex te schieten, waardoor de essentie van het nieuwe omgevingsrechtstelsel juist verloren gaat?
Mede in dat kader bepleit de onafhankelijke Integrale Adviescommissie Omgevingswet de benoeming van een externe commissie of een commissaris die adviseert over het bewaken van de kaders, doelstellingen en kerninstrumenten. De minister geeft aan hierover met collega's in gesprek te gaan; ik zei dat ook al eerder. Wanneer verwacht de minister hier een reactie op te kunnen geven? Anders geformuleerd: hoe gaat de regering het behoud van de kaders, kerninstrumenten en doelstellingen borgen?
Voorzitter. De leden van mijn fractie zijn ook op dit punt geïnteresseerd in de bedachte systematiek. Dat wil zeggen: in de systemische benadering van de implementatie van verbeteringen, wijzigingen et cetera in combinatie met het overeind houden van de filosofie van de Omgevingswet. Kan de minister toezeggen een implementatiesystematiek met betrekking tot de verschillende monitoringsresultaten aan de Kamer voor te leggen?
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 17
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Voorzitter. De fractie brengt dit punt niet in om te tornen aan doelstellingen of om te tornen aan planning — in ieder geval niet op dit moment — maar om te benadrukken hoe belangrijk het is dat de minister de cultuurverandering volgt en faciliteert. Daarom sluit de fractie ook aan bij de bijdrage van collega Klip van de VVD en wat zij gezegd heeft rond het implementeren van lessons learned en niet in de verkeerde reflex schieten.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 9-10
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Rietkerk. Namens de VVD-fractie dank ook ik de minister voor haar toezegging om een commissie van deskundigen in te stellen, die neutraal en onafhankelijk zal kijken naar al het monitoren en evalueren. De VVD-fractie had daar een vraag aan gekoppeld. U zegt wel in een bijzin: natuurlijk moeten we niet in een regelreflex schieten. Het vlees is echter zwak. We zijn allemaal geneigd als er zich een probleem voordoet om dan heel snel naar een oplossing te springen. Ik heb dus namens mijn fractie die vraag gesteld. Ik begrijp best dat dat niet gedetailleerd tot achter de komma kan. Er zijn echter zoveel verschillend soortige gegevens, die iedere keer ook op verschillende tijdstippen naar voren zullen komen, doordat er twee-, drie-, vier- en vijfjaarlijkse cycli zijn. Kan de minister toch toezeggen dat er een systematiek komt hoe we omgaan met al die verschillend soortige gegevens? Nogmaals, we kennen allemaal dat opstapelen en de neiging om een probleem heel snel op te lossen, terwijl je daarmee waarschijnlijk weer problemen voor de toekomst creëert. Ik krijg dus toch graag een toezegging van de minister dat daar enige vorm van systemisch denken aan gekoppeld wordt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat doe ik graag. Ik herken het risico dat mevrouw Klip schets. Ik denk dat ik hier twee dingen op kan toezeggen. Dat is dat we ook bij de evaluatie zullen vragen of de onafhankelijke commissie ingaat op wat zij ziet van het risico regelreflex. Hoe beoordelen ze dat? Zoals we ook kijken naar de balans tussen beschermen en benutten, denk ik dat dit ook een aspect is dat we expliciet zouden kunnen voorleggen aan de commissie om rekening mee te houden. Daarnaast denk ik dat het goed is dat we aan de Kamer laten zien hoe we met elkaar een systematische monitoring inrichten en dat er geen overlap is en dat duidelijk is voor iedereen. Het lijkt me goed om de Kamer integraal inzicht te bieden in de systematische aanpak van die monitoring.
Mevrouw Klip-Martin (VVD): Ik dank de minister voor de toezegging. Ik bedoel echter niet alleen het systematisch monitoren, maar met name wat we daar dan vervolgens mee doen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Uiteraard.
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
Ik bedoel ook dat wat we er vervolgens mee doen een beredeneerde gang van zaken is.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. Het is goed om de samenhangt of de monitoring ook daadwerkelijk goed benut wordt in de beleidscyclus, waarvan de adviescommissie nu zegt dat het mooi is dat het juist daarvoor is vormgegeven, te laten bekijken.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
nadere memorie van antwoord EK, S Bevat bijlage
-
7 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 februari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang van de implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EU
-
-
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren ontwikkeling aantal, kwaliteit en onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages en m.e.r.-beoordelingen (34.986) (T02859)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen.
| Nummer | T02859 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet milieueffectrapportage Omgevingswet m.e.r.-beoordeling |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 21
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
Ik ga door naar de positie van de MER. De bescherming van kwetsbare waarden staat of valt met de gerealiseerde balans tussen beschermen en benutten. Bij GroenLinks bestaan twijfels of met de huidige voorstellen voorkomen kan worden dat er wordt doorgeslagen naar de kant van het benutten. Het instrument projectbesluit zal een aantal bestaande plannen en besluiten in het huidige instrumentarium vervangen, zoals bijvoorbeeld het tracébesluit en de inpassingsplannen. Het projectbesluit is bedoeld voor complexe en ingrijpende projecten, projecten waarin de overheid vaak zelf ook een actor is, omdat ze iets willen realiseren, en waarbij verwacht kan worden dat burgers extra behoefte hebben aan onafhankelijke, getoetste informatie. Juist bij deze projecten is het van belang dat er een extra waarborg, een onafhankelijke toets is ingebouwd. Kan de minister aangeven dat bij een onafhankelijke toetsing van de MER, dit gekoppeld zit aan het instrument projectbesluit, ongeacht de inhoud van het project? Zo niet, kan de minister dan vanuit het perspectief van milieubescherming toelichten waarom een bepaald type project meer waarborgen moet krijgen dan de ander, en welke grondslagen ze daarvoor hanteert?
Dat onafhankelijke toetsing van de MER geen overbodige luxe is, is recent weer gebleken uit de jaarlijkse cijfers van de Commissie voor de m.e.r. waaruit bleek dat twee derde van de getoetste MER's in eerste instantie grote gebreken vertoonde. Dat is ook in lijn met de ontwikkeling van de verscherpte vereisten voor de MER ten aanzien van de kwaliteit van de MER en de objectiviteit van het bevoegd gezag. We hebben dus al gezien dat dit een probleem is en we proberen dit te repareren.
Een hiermee samenhangende zorg is dat uit recente signalen blijkt dat het instrument MER aanzienlijk minder vaak gebruikt wordt. We hebben bijvoorbeeld aan de Commissie voor de m.e.r. gevraagd hoeveel aanvragen ze hebben voor een onafhankelijke toets voor de omgevingsvisies. Tot mijn schrik is dat aantal op twee handen te tellen. De reden daarvoor is dat dat volgens de gemeenten globale visies betreft. Daardoor zien zij geen noodzaak om een milieueffectenrapport te maken. Als je vervolgens kijkt naar de gemeentelijke omgevingsplannen, die toch een concreter niveau zouden moeten hebben, dan zie je dat die ook niet of nauwelijks worden voorgelegd. Daarbij is de argumentatie dan dat het een stapeltje oude bestemmingsplannen met een nietje erdoorheen is. Onze vraag is dus dat dit geborgd moet worden. Is de minister bekend met deze cijfers over de gerealiseerde en onafhankelijk getoetste MER? Is ze ook bekend met de cijfers van Investico over het percentage plan-MER-beoordelingen, dat leidt tot een daadwerkelijke MER? Dat is namelijk minder dan 1%. Is de minister bereid om het gebruik van de milieueffectrapportage na invoering van de Omgevingswet op decentraal niveau bij omgevingsvisies, omgevingsplannen en projectbesluiten verplicht te stellen? Of is zij bereid om in ieder geval het gebruik te stimuleren vanuit het perspectief dat dat belangrijk is? Zou zij ook willen monitoren hoe dat gaat verlopen in de praktijk? Zo ja, wil zij dat delen met ons als Eerste Kamer?
(…)
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Ja. Wij zouden ook graag een onafhankelijke evaluatie zien. Mijn collega's gaan daar nog verder op in. Graag ook aan ons antwoord op de vraag of die er komt.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 20
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voorzitter. Dan de milieueffectrapportage, voor met name de fractie van GroenLinks maar ook voor een aantal andere belangrijk. De zorg van GroenLinks was, als ik hem even vrij vertaal, dat er straks gewoon geen milieueffectrapportages worden gedaan, of misschien niet van voldoende kwaliteit, daar waar dat wel zou moeten voor het maken van een zorgvuldige afweging. Laat ik het zo zeggen dat mijn conclusie is dat we in ieder geval moeten monitoren hoe dat zich ontwikkelt. Want we kunnen van tevoren allerlei beelden hebben, en ik kan daar allerlei dingen tegenover zetten, maar ik denk dat bij veel van dit soort punten waar we met elkaar constateren dat er misschien vragen leven, we moeten zorgen dat we daar in de monitoring goed zicht op houden. Maar misschien is er nog een iets meer inhoudelijk antwoord op hoe het nu geregeld is. Voor alle plannen en projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, moet een MER worden gemaakt. Het type projecten en plannen waarvoor een MER-plicht geldt, is onder de Omgevingswet hetzelfde als onder de Wet milieubeheer. Het is daarom niet de verwachting dat er minder of meer MER's gemaakt worden onder de Omgevingswet in vergelijking met de Wet milieubeheer. Voor plannen en programma's blijft het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. verplicht. Dit sluit ook aan bij de Europese richtlijn die hierover gaat. Het bevoegd gezag kan bij een project, dus niet bij een programma of plan maar bij een project, zelf de kwaliteit van de MER beoordelen. Uiteraard kunnen ze altijd nog vrijwillig de wettelijk geborgde Commissie m.e.r. inschakelen. Mijn collega, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, heeft onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit en kwantiteit van de MER en zal de Kamer binnenkort over dit onderzoek informeren. Maar zoals ik al heb gezegd, ben ik graag bereid om dit ook in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet goed te blijven volgen.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Dank voor deze toezegging. Ik heb nog één verduidelijkende vraag. Monitoren en evalueren we daar dan ook de onafhankelijke toetsing bij, dus in hoeverre dat nog gebeurt en zich ontwikkelt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, dat kunnen we doen. Kijk, het is daarnaast ook nog interessant om te zien of het Planbureau voor de Leefomgeving, dat de uiteindelijke effecten voor de leefomgeving en dergelijke monitort, ook nog verschillen in de praktijk ziet, of wat het uiteindelijk oplevert in de leefomgeving.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
10 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over toezeggingen betreffende de milieueffectrapportage
EK 34.287 / 29.383 / 34.986, AI
-
-
9 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 juli 2025
Voortgang: -
10 juni 2025
Voortgang: -
27 mei 2025
Voortgang: -
20 mei 2025
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister en staatssecretaris van I&W over enkele openstaande toezeggingen betreffende het onderwerp milieueffectrapportage
EK 34.287 / 29.383 / 34.986, AG
-
-
beslisnota(s) bij brief over aantal toezeggingen verband houdend met het onderwerp milieueffectrapportage
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
17 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van I&W over stand van zaken toezeggingen milieueffectrapportage
EK 34.287 / 29.383 / 34.986, AF
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren ontwikkelingen op het gebied van participatie (34.986) (T02862)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer toe dat zij zal bevorderen dat overheden expliciet aandacht besteden aan het betrekken van doelgroepen die normaal gesproken ondervertegenwoordigd zijn bij participatie, zal monitoren hoe participatie zich ontwikkelt en vervolgens bij de evaluatie van de Omgevingswet zal bepalen of andere of nadere eisen alsnog noodzakelijk zouden zijn.
| Nummer | T02862 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet participatie |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 23
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
(…) Ook kan ik toezeggen dat ik zal bevorderen dat overheden expliciet aandacht besteden aan het betrekken van doelgroepen die normaal gesproken ondervertegenwoordigd zijn bij participatie, monitoren hoe participatie zich ontwikkelt en vervolgens bij de evaluatie van de Omgevingswet bepalen of andere of nadere eisen alsnog noodzakelijk zouden zijn.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
7 oktober 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
17 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
11 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij de evaluatie kwaliteit participatieve proces bezien (34.986) (T02863)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe bij de evaluatie van de Omgevingswet de kwaliteit van het participatieve proces te bezien en eventuele best practices die uit de evaluatie naar voren komen, te delen.
| Nummer | T02863 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet participatie |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 16
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
De fractie van de ChristenUnie is blij dat in de Omgevingswet een belangrijke rol is weggelegd voor participatie en dat dat wordt vastgelegd in een aparte wet. Participatie leidt tot het leggen en versterken van verbindingen. Ik zal hier kort over zijn. Ik verwijs verder naar de bijdrage van collega Nooren van de PvdA. Onze fractie wil nogmaals een link leggen met het rapport van de commissie-Remkes. In dit rapport lezen we dat de maatschappelijke democratie de brede basis vormt van de parlementaire democratie. Nu: die maatschappelijke democratie krijgt concreet vorm in de Omgevingswet. Daarmee stijgt het belang van een goede praktijk van participatie ook uit boven het belang van de Omgevingswet zelf.
De zorg van de ChristenUnie ligt in de kwetsbaarheid. We noemen twee punten.
Als eerste het betrekken van alle relevante burgers. Voorkomen moet worden dat hardnekkige verschillen in de samenleving vertaald worden naar hardnekkige verschillen in participatie.
Het tweede punt is de kwaliteit van het participatieve proces. Het gaat om een proces waarin burgers daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 25-26
De heer Verkerk (ChristenUnie):
Ik dank de minister voor de toezegging dat de gemeenten zelf een participatieregel of -regeling opstellen. Ik dank de minister ook voor de toezegging dat ook wordt onderzocht of alle relevante burgers betrokken worden bij het participatieproces, en dat het gesprek hierover ook zal plaatsvinden. Uit ervaring weet ik dat dat heel veel inspanning vraagt. Maar die inspanning levert ook heel veel op. Ik deel de visie van de minister op dat punt.
Ik zou nog graag één andere toezegging krijgen. In mijn bijdrage heb ik ook nog gesproken over de kwaliteit van het participatieve proces. Kan de minister toezeggen dat bij de evaluatie daarnaar gekeken wordt? Waarom vraag ik dit? Ik weet als manager hoe lastig dat is, en hoe begaafd sommige mensen zijn in te doen alsof het een participatief proces is, terwijl er ouderwetse machtsprocessen een grote rol spelen. Dank u wel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben het helemaal eens met de analyse. Juist daarom moeten we oppassen voor afvinklijstjes. Je moet niet doen alsof je aan participatie hebt gedaan als je een mail hebt verstuurd, of als je een bewonersavond hebt georganiseerd terwijl niemand dat wist en niemand het kon vinden. Dan heb je niet aan participatie gedaan. Het zit hem echt in de kwaliteit. Dus ik ben zeer gemotiveerd om juist op die kwaliteit te letten, en ook om de best practices te delen die we daarin kunnen ontdekken. We moeten met name inzetten op de kwaliteit van de participatie. Want alleen participatie van goede kwaliteit geeft mensen werkelijk de ervaring dat ze gehoord worden door de overheid, en dat hun belangen echt gehoord worden en betrokken worden bij de afwegingen die worden gemaakt. Dat is de essentie waarom we dit eigenlijk allemaal met elkaar doen. Ik ben daar dus graag toe bereid.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
7 oktober 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren en evalueren rechtspraak en rechtsbescherming (34.986) (T02864)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de ontwikkelingen op het gebied van de rechtspraak en rechtsbescherming te monitoren, waarbij specifiek aandacht zal zijn voor de effectiviteit van de rechtsbescherming en de eventuele noodzaak tot indringendere toetsing (in het kader van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) door de rechter. Bij de evaluatie van de Omgevingswet zal ook specifiek op deze punten ingegaan worden.
| Nummer | T02864 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet rechtsbescherming |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 30-59
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Het wettelijk stelsel in Nederland voorziet al in toetsing aan het evenredigheidsbeginsel, zoals gecodificeerd in artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoewel de bestuursrechter bij beleids- of beoordelingsruimte voor het bestuursorgaan niet zonder meer zijn eigen oordeel over de belangenafweging in de plaats mag stellen van het bestuursorgaan, moet de rechter wel toetsen aan de eisen van het recht, zoals evenredigheid en deugdelijke motivering. Een bestuursorgaan mag geen besluit nemen dat onredelijke of disproportionele effecten heeft voor burgers en bedrijven. Dat volgt uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een bestuursrechter toetst onverkort of een besluit in strijd is met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Ook besluitvorming op grond van de Omgevingswet moet leiden tot een evenwichtig resultaat. Dit is op een aantal plekken in het stelsel ook expliciet aangegeven, bijvoorbeeld in artikel 4.2: het omgevingsplan moet zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
(…)
De heer Nicolaï (PvdD):
(…) Dan kom ik terug op het eerste punt. Natuurlijk is het zo dat een rechter uitmaakt wat hij met zijn bevoegdheid doet. Het zou raar zijn als wij dat zouden uitmaken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Precies, dat zijn we in ieder geval met elkaar eens.
De heer Nicolaï (PvdD):
Maar het gaat er natuurlijk om hoe je de bevoegdheid van de rechter omschrijft. Op dit moment ben ik met u eens dat het evenredigheidsbeginsel in de wet staat. Ik ben het ook met u eens dat op diverse plekken in de Omgevingswet, ook in de toelichting, over die proportionaliteit gesproken wordt. De vraag die ik hier echter heb voorgelegd, en waar we hier in de Kamer allemaal mee worstelen, is de volgende. Als de rechter aan dat proportionaliteitsbeginsel gaat toetsen, is op dit moment de rechtspraak dat de rechter dat heel terughoudend doet. Wat betekent terughoudend doen? Dat betekent dat hij zich eigenlijk nauwelijks bemoeit met die belangenafweging. Wij gaan nu hier met z'n allen afspreken, althans als je vóór het omgevingswetstelsel bent, dat die belangenafweging op heel veel meer terreinen ruim mag plaatsvinden.
(…)
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik ben het met u eens dat de rechter dat zelf bewaakt. Mijn vraag is, nogmaals, of het geen taak van de wetgever is om dat goed te regelen.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de heer Nicolaï denkt dat de ruimte enorm toeneemt, dan zou dat zijn pleidooi ondersteunen. Ik heb net echter ook al aangegeven dat de extra ruimte die wordt geboden ook best beperkt is. Voor mij is er dus geen aanleiding om in het hele stelsel tot een andere weging te komen op dit punt.
(…)
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik begrijp dit antwoord niet helemaal. De vraag is heel duidelijk en beperkt. Laat ik de vraag dan als volgt formuleren. Stel nu dat na één jaar blijkt dat die rechtsbescherming op veel terreinen inderdaad een wassen neus is. Is de regering dan bereid om te heroverwegen of er op dit specifieke terrein een uitbreiding van de rechterlijke toetsing zou moeten worden voorgeschreven? Voor mijn part zeg je zelfs dat het een experiment is. Daar komt het in feite op neer, want wij schrijven hier voor.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Hier ben ik wel bereid om met de heer Nicolaï mee te gaan. Ik vind namelijk het volgende. We zetten een stelsel neer, waarvan we bepaalde effecten inschatten, en dan is het heel goed om te monitoren of het ook uitpakt zoals we willen. Laat ik dan zeggen dat we dit ook zullen monitoren en dat we op dit punt zullen evalueren. Ik ga niet zo ver om meteen te zeggen: als het zo is, dan ga ik door naar de oplossing die de heer Nicolaï schetst. We hebben daar dan wel een discussie met elkaar over op basis van de evaluatie. Als deze ontwikkeling zich voordoet, dan moeten we daar ook een goed antwoord op hebben, ook in ons wettelijke kader. Dat doe ik dus graag.
(…)
De heer Nicolaï (PvdD):
(…)
Voorzitter. Even over de toezeggingen van de minister. Ik hoorde mevrouw Moonen zeggen dat er in die evaluatie ook aandacht zou moeten komen voor de rechtsbescherming en voor de wijze waarop de bestuursrechter omgaat met de toepassing van zijn uitspraakbevoegdheden. Ik heb even gewacht of de heer Rietkerk daar nog iets over zou vragen, want artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht was ook een beetje zijn pakkie-an. Ik wil toch nog even beklemtonen dat ik in ieder begrepen heb dat de minister heeft gezegd dat in de evaluatie van de wijze waarop de bestuursrechter ermee omgaat, uitdrukkelijk ook gekeken gaat worden of een meer indringende toetsing nodig is om rechtsbescherming voldoende te kunnen waarborgen. Dat heb ik genoteerd toen ik daarover begon in mijn discussie met de minister.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
De heer Nicolaï vroeg naar de toezegging dat open normen in de evaluatie ook aandacht krijgen vanwege de rechtsbescherming. Hij zei: die heb ik zo begrepen dat de minister heeft gezegd dat ook gekeken wordt of meer indringende toetsing nodig is om rechtsbescherming te waarborgen. Klopt dit, was zijn vraag. Het antwoord is ja. Dat heb ik inderdaad gezegd.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
9 februari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 februari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg over de nulmeting rechtspraak in het kader van de Omgevingswet
op 9 februari 2021 voor kennisgeving aangenomen
EK 33.118 / 34.986, BS
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer informeren over privacyaspecten betreffende de uitbouw van het DSO (34.986) (T02867)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe de Kamer te informeren over privacyaspecten inzake de vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
| Nummer | T02867 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Hoofdverantwoordelijke) Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Algemene Verordening Gegevensbescherming Digitaal Stelsel Omgevingswet Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 34-37
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Mevrouw Kluit vroeg nog of omgevingsvergunningen straks vindbaar zijn in het DSO-LV. Op het basisniveau worden nog geen omgevingsvergunningen ontsloten. Wel wordt aangesloten bij het huidige dienstverleningsniveau van ruimtelijkeplannen.nl. Dat betekent dat kennisgevingen van buitenplanse omgevingsactiviteiten worden getoond. Gebruikers kunnen net als nu op de kaart doorklikken naar de contour waarbinnen de afwijking van het omgevingsplan geldt en naar de kennisgeving. Gemeenten kunnen hier net als nu meer informatie aan toevoegen. Maar dan moet je natuurlijk wel rekening houden met de privacywetgeving, want in vergunningen kan veel bedrijfsgevoelige informatie staan. In het kader van de uitbouw van de landelijke voorziening wordt bekeken hoe en wanneer met zorg voor de privacy omgevingsvergunningen alsnog via de landelijke voorziening kunnen worden ontsloten. Daar wordt naar gekeken, maar de privacy moet daarin op een goede manier verwerkt worden.
(…)
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
De minister gaf aan dat ze op zich wel sympathiek staat ten opzichte van het idee om meer informatie over vergunningaanvragen en meldingen in het DSO in te bouwen voor burgers, maar dat privacyaspecten daarbij geborgd moeten worden. Dat zal te maken hebben met de AVG. Zijn deze problemen oplosbaar?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er wordt nu dus naar gekeken wat er kan, inderdaad conform de AVG. Ik kan vanavond niet beoordelen of dat oplosbaar is, maar er wordt wel gekeken welke mogelijkheden er zijn.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Kunnen wij hier nog een keer over spreken als dit niet oplosbaar is? Het beschermen van privacyrechten is natuurlijk heel belangrijk. Tegelijkertijd treed je met omgevingswetaanvragen natuurlijk op een andere manier ook in de privacy van andere burgers. Daar komen dus twee verschillende rechten tegenover elkaar te staan. Ik zou het er dus graag over willen hebben of we een juiste weging maken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over de verdere uitkomst kan ik de Kamer natuurlijk sowieso berichten. Er wordt hier dus naar gekeken. Over de uitkomst daarvan kan ik natuurlijk ook de Kamer berichten. Dat kan dan altijd wel of niet aanleiding zijn om daar nog een keer over te spreken.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
28 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer jaarlijks informeren over de lessons learned inzake de Crisis- en herstelwet (34.986) (T02872)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Klip-Martin (VVD), toe jaarlijks in een voortgangsbrief de Kamer te informeren over de lessons learned van de Crisis- en herstelwet. In de voortgangsbrief over de stelselherziening die medio dit jaar wordt gestuurd, zal ook op deze lessons learned ingegaan worden.
| Nummer | T02872 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 januari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Hoofdverantwoordelijke) Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Crisis- en herstelwet Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 29-30
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
Het feit dat dit betekent dat hier sprake is van een procesmatige ontwikkeling, betekent ook dat we moeten accepteren dat er de komende jaren fouten gemaakt zullen worden, dat zaken onbedoeld niet goed gaan en dat sommige regelgeving in de praktijk niet echt uitvoerbaar blijkt, alle oefenprogramma's van de afgelopen periode ten spijt. Natuurlijk moet dat zo veel mogelijk voorkomen worden, maar te vermijden zal het niet zijn. Je kunt dus de invoering van de Omgevingswet het best omschrijven als een lerend proces. Om die reden spelen monitoring en een goed ontworpen systeem van implementatie van de lessons learned een uiterst belangrijke rol. (…)
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 59
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Mevrouw Klip deed nog de suggestie om de Kamer te informeren over de lessons learned van de Crisis- en herstelwet. Het is zeker heel zinvol om daarvan te leren. Ik stuur uw Kamer graag jaarlijks een voortgangsbrief over de Crisis- en herstelwet waarin ik op die lessen inga. Ik zal ook in de voortgangsbrief over de stelselherziening die ik medio dit jaar stuur op deze lessons learned ingaan.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
28 januari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoek naar uitvoering Rijksregels en de Kamer daarover informeren (34.986) (T02875)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe dat zij een vergelijkbaar onderzoek als “Borging van de nationale ruimtelijke belangen” zal laten uitvoeren en de Kamer over de resultaten zal informeren.
| Nummer | T02875 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Inspectie Leefomgeving en Transport Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 12, blz. 11
Mevrouw Nooren (PvdA):
(…) Als we doorgaan, is de minister dan van plan weer een vergelijkbaar onderzoek te laten doen? Het is best interessant om te kijken of rijksregels uitgevoerd worden. En wil ze dan van tevoren met de inspectie afspreken dat die resultaten bij de Kamer terechtkomen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Mevrouw Nooren gaat meteen naar het allerlaatste punt dat ik als cadeautje aan het eind van mijn beantwoording had willen geven. Het antwoord is: ja. En ik ben ook graag bereid om de inspectie daarbij te betrekken. Maar goed, dan heb ik dat vast verklapt. Dit is even wat er is gebeurd.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 12
-
brief van de minister voor M&W met een aanvullende reactie op het artikel in NRC van 9 februari 2020 “Ministerie hield rapport over falen ruimtelijke ordening tegen” EK 33.118 / 34.864 / 34.985 / 34.986 / 35.054 / 35.133, BA
-
brief van de minister voor M&W over artikel in NRC van 9 februari 2020 “Ministerie hield rapport over falen ruimtelijke ordening tegen” EK 33.118 / 34.864 / 34.985 / 34.986 / 35.054 / 35.133, AZ
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Een steekproef doen naar doorwerking van nationale belangen in de omgevingsplannen (34.986) (T02878)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Nooren (PvdA) en Van Dijk (SGP), toe na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een steekproef te laten doen naar de doorwerking van nationale belangen in de omgevingsplannen.
| Nummer | T02878 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | mr. D.J.H. van Dijk (SGP) Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Invoeringswet Omgevingswet nationale belangen omgevingsplannen Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 12, blz. 1-15
Mevrouw Nooren (PvdA):
(…) Voor het Rijk is er ruimte voor sturing vooraf, rijksregels, of voor instructieregels; of achteraf, als de opgave niet gehaald wordt, dan wel als er bij het realiseren — ik neem maar even als voorbeeld nieuwe woningen — te weinig voortgang wordt geboekt, zoals op dit moment speelt. In die zoektocht is het voor de PvdA essentieel dat rijksregels worden gevolgd. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft volgens mijn fractie een gedegen en grootschalig onderzoek afgeleverd, met voor de fractie wat pittige conclusies: nationale ruimtelijke belangen komen in de knel; het systeem werkt niet als vanzelf, met risico's voor wat betreft veiligheid, gezondheid, financiën en economie, cultuur en natuur; en het vertrouwen in instituties. Nou, wat heb je dan nog over als je het hebt over de ruimtelijke ordening?
(…)
De heer Van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. De SGP herkende zich vooral goed in de laatste alinea's van de laatste brief van de minister met betrekking tot het gewraakte NRC-artikel: Een goede uitvoering van de regels en de borging van de nationale belangen blijven ook in de komende jaren continue aandacht vragen van alle partijen. Oftewel: we zijn er nog niet, we zitten in een proces. Dat is, dacht ik, ook in allerlei toonaarden bezongen tijdens ons uitvoerige debat. Het ILT-rapport zet daar nog eens een dikke streep onder. Het is, zo blijkt uit het rapport, bepaald geen vanzelfsprekendheid dat alle nationale belangen geborgd zijn en de burger afdoende beschermd is. Laat het rapport dan ook vooral een extra aanmoediging aan de minister zijn om met de medeoverheden te bezien of het stelsel goed werkt of dat er verbeteringen nodig zijn om een goede uitvoering te waarborgen.
Hieruit vloeit mijn belangrijkste vraag voort: hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de gemeenten en provincies in staat zijn om hun rol goed te spelen? De Omgevingswet geeft immers meer ruimte om af te wijken van landelijke regels en geeft ook meer ruimte voor globalere omgevingsplannen in plaats van meer gedetailleerde bestemmingsplannen. Als het in de huidige praktijk al lastig blijkt te zijn om bijvoorbeeld bepaalde veiligheidszones in bestemmingsplannen op te nemen, hoe gaat de minister dan onder de Omgevingswet, onder de omgevingsplannen ervoor zorgen dat basale veiligheidsregels niet onder de radar door vliegen? Daarop hoor ik graag nog een nadere toelichting van de minister.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Ik ben ook bereid om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet opnieuw een steekproef te laten doen naar de doorwerking van de nationale belangen in de omgevingsplannen. Dat was eigenlijk de vraag van mevrouw Nooren. Gemeenten groeien de komende jaren toe naar een volledig omgevingsplan. Het vergt dus wel even overleg met de koepels over hoe we dat op een goede manier aanpakken, maar ik neem u daar ook graag in mee.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 12
-
brief van de minister voor M&W met een aanvullende reactie op het artikel in NRC van 9 februari 2020 “Ministerie hield rapport over falen ruimtelijke ordening tegen” EK 33.118 / 34.864 / 34.985 / 34.986 / 35.054 / 35.133, BA
-
brief van de minister voor M&W over artikel in NRC van 9 februari 2020 “Ministerie hield rapport over falen ruimtelijke ordening tegen” EK 33.118 / 34.864 / 34.985 / 34.986 / 35.054 / 35.133, AZ
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Het monitoren van het DSO op toegankelijkheid (34.986) (T02881)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nooren (PvdA), toe dat zij de toegankelijkheid van het gehele Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zal monitoren, inclusief het deel dat onder verantwoordelijkheid van lokale overheden met inhoud wordt gevuld.
| Nummer | T02881 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Digitaal Stelsel Omgevingswet Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 11
Mevrouw Nooren (PvdA):
Voor nu is er wat betreft het DSO nog één punt dat niet tot dan kan wachten. Dat is zorgdragen dat er een toegankelijk stelsel wordt gebouwd op alle niveaus en voor alle mensen in de samenleving, met bijzondere aandacht voor ouderen, mensen die laaggeletterd zijn en mensen met een beperking, en dat die toegankelijkheid periodiek wordt beoordeeld. In de schriftelijke beantwoording geeft de regering aan dat de WCAG-richtlijn voor alle overheden geldt. Dit is het goede nieuws. Het slechte nieuws is echter dat zij er niet op gaat toezien of die wordt toegepast. Dat lijkt mijn fractie een slechte zaak. De ervaringen met gemeenten wat betreft toegankelijke informatie zijn niet gunstig, zo blijkt onder andere uit het promotieonderzoek van Velleman. Geen van de door deze onderzoeker onderzochte websites van gemeenten voldeed aan de toegankelijkheidsrichtlijn. Wij verzoeken de minister toe te zeggen dat het onderzoek naar de toegankelijkheid wordt verbreed, dat de toegankelijkheid van de decentrale onderdelen wordt gemonitord en dat wordt gezorgd voor aanvullende maatregelen als de toegankelijkheid van het DSO niet gewaarborgd kan worden.
Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 39
Mevrouw Nooren (PvdA):
(…) Het antwoord over de toegankelijkheid was mij niet duidelijk, behalve dat er een richtlijn geldt, waar de heer Janssen het ook over had. In eerste termijn heb ik ook de vraag gesteld of u bij de toetsing van het systeem niet alleen naar het landelijk systeem kijkt maar ook door het hele systeem heen toetst.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Meenemen in de monitoring? Ja. Uiteraard moeten we die toegankelijkheid in het hele systeem toetsen, want mensen hebben er niks aan als zij wel ons deel van de vragenbomen begrijpen, maar het deel dat de gemeente er zelf op aansluit niet, dus die toegankelijkheid moeten we in de breedte goed monitoren en toetsen.
Brondocumenten
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
22 juni 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 april 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 april 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Monitor VTH ook meenemen inzake bodem (34.864) (T02886)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Rietkerk (CDA) en Kluit (GroenLinks), toe dat het aspect ‘bodem’ ook meegenomen wordt in de monitoring van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).
| Nummer | T02886 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet evaluaties monitoring Vergunningverlening Toezicht en Handhaving |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 11-13
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Dan het vierde en laatste punt: de monitoring en de evaluatie. De minister heeft in het debat op 27 en 28 januari aan deze Kamer toegezegd dat er een onafhankelijke evaluatiecommissie komt die jaarlijks rapporteert en dat we dat ook digitaal kunnen volgen. Dank daarvoor. Kan de minister aangeven of er ook specifiek door die onafhankelijke evaluatiecommissie wordt gerapporteerd over vergunningverlening, toezicht en handhaving, zeker met betrekking tot het thema bodem?
(…)
Kluit (GroenLinks):
(…)
(…) Ik zou de minister willen vragen in het kostenoverzicht dat we krijgen voor het koninklijk besluit de taken die samenhangen met de bodem eruit te lichten, zodat duidelijk is waar wij het over hebben in relatie tot de omgevingsdiensten en de VTH-kolom. (…).
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
(…) De heer Rietkerk vroeg ook of ik kan toezeggen dat de onafhankelijke evaluatiecommissie de monitor VTH ook meeneemt als het om de bodem gaat. Ook mevrouw Kluit vroeg dat. Het antwoord is: ja, de monitor VTH kan input leveren. (…).
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging In de voortgangsbrief aandacht besteden aan wijze van evaluatie en monitoring (34.864) (T02887)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat in de voortgangsbrief uiteengezet wordt hoe de onafhankelijke evaluatie na vijf jaar en de jaarlijkse monitoring vorm worden gegeven.
| Nummer | T02887 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet evaluaties monitoring |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 11-14
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Dan het vierde en laatste punt: de monitoring en de evaluatie. De minister heeft in het debat op 27 en 28 januari aan deze Kamer toegezegd dat er een onafhankelijke evaluatiecommissie komt die jaarlijks rapporteert en dat we dat ook digitaal kunnen volgen. Dank daarvoor. Kan de minister aangeven of er ook specifiek door die onafhankelijke evaluatiecommissie wordt gerapporteerd over vergunningverlening, toezicht en handhaving, zeker met betrekking tot het thema bodem?
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
(…) De heer Rietkerk vroeg ook of ik kan toezeggen dat de onafhankelijke evaluatiecommissie de monitor VTH ook meeneemt als het om de bodem gaat. Ook mevrouw Kluit vroeg dat. Het antwoord is: ja, de monitor VTH kan input leveren. We gaan dus jaarlijks monitoren en een keer in de vijf jaar is er een evaluatie. Dan komt er informatie naar de Kamers toe. We moeten die twee zaken niet door elkaar halen.
De heer Rietkerk (CDA): Een verduidelijkende vraag. De onafhankelijke evaluatiecommissie rapporteert jaarlijks. Hoe past dat erbij?
Minister Van Veldhoven-van der Meer: De onafhankelijke evaluatiecommissie doet de evaluatie na die vijf jaar. Elk jaar komt er een monitoring. Je wilt het stelsel ook even in werking zien om te kunnen evalueren of het werkt. Daar kijkt die onafhankelijke evaluatiecommissie dus naar. In de tussentijd blijven we al die dingen monitoren. Daar krijgt u ook jaarlijks een monitoringsverslag van.
De heer Rietkerk (CDA):
Dan zijn we des te meer geïnteresseerd in de voortgangsbrief, omdat we volgens mij een toezegging hebben uit het debat van 27 en 28 januari. Daarin heeft de CDA-fractie met andere fracties geen motie ingediend, omdat de toezegging is gegeven dat de onafhankelijke evaluatiecommissie jaarlijks rapporteert. Dan zullen we goed kijken naar de formulering.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat heb ik misschien niet goed in mijn hoofd. Dan zullen we even goed kijken naar de formulering in de brief. Daar gaan we absoluut nog even naar kijken. We delen met elkaar dat onafhankelijk het beeld moet worden vastgesteld. Ik zal nog even nakijken hoe het precies daar is toegezegd. We zullen ook zorgen dat het in de brief helder verwoord wordt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 6
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 18, item 3
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 17, item 3
-
7 oktober 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
12 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de inrichting van de monitoring en evaluatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FX
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 november 2021
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
1 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de stand van zaken van de invoering van de Omgevingswet
Op 9 november 2021 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, CP
-
-
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 september 2020
nieuwe deadline: 1 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 29 september 2020
EK 35.300 VII / 35.300 IV, F
-
-
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging m.e.r.-beoordelingsplicht monitoren op het punt van diepe plassen (34.864) (T02888)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de m.e.r.-beoordelingsplicht gemonitord zal worden op het punt van diepe plassen.
| Nummer | T02888 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet diepe plassen m.e.r.-beoordelingsplicht milieueffectrapportage |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 10, blz. 3
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
(…) Voor de rest sluiten wij ons aan wat het CDA heeft gezegd over het verondiepen van plassen en de milieueffectrapportages waarbij wij graag een verplichting zouden zien. Mooi dat het verbetert, maar ons gevoel is dat je niet ver genoeg kunt gaan als het gaat over milieueffectrapportage.
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 13-14
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
Daarnaast heb ik een vergelijkbare vraag over het verondiepen van plassen. Is een MER-beoordeling voldoende of moet dat een MER zijn? We hebben in het andere debat al afgesproken dat de MER-beoordelingen worden gemonitord. Is het mogelijk om de projecten die te maken hebben met het verondiepen van plassen dan expliciet mee te nemen? Er zijn signalen, al weten we niet precies hoe het zit, dat die MER-beoordelingen in 99% van de gevallen niet meer tot een MER leiden. Specifiek voor die verondiepte plassen is het misschien goed om in de gaten te houden hoe de verhoudingen daar liggen. Kunnen die eruit worden gelicht en expliciet worden gemonitord?
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Kan de MER-beoordelingsplicht worden gemonitord op het punt van de diepe plassen? Ja, dat zullen we doen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 10
-
10 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over toezeggingen betreffende de milieueffectrapportage
EK 34.287 / 29.383 / 34.986, AI
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij de onafhankelijke evaluatie van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet betrekken hoe ambtenaren complexiteit ervaren en balans tussen beschermen burger en benutten geluid (35.054) (T02893)
De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat een onafhankelijke commissie de Aanvullingswet geluid Omgevingswet zal evalueren, waarbij zal worden onderzocht hoe ambtenaren de complexiteit van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet ervaren en waarbij de balans tussen beschermen van de burger en het benutten van geluid een relevant onderdeel zal worden.
| Nummer | T02893 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | geluid |
| Kamerstukken | Aanvullingswet geluid Omgevingswet (35.054) |
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3, blz. 7.
De heer Verkerk:
(…)
Dit brengt de fractie tot de volgende vragen. Hoe beoordeelt de minister de complexiteit van de aanvullende wet geluid in het licht van het ILT-rapport? Kan de minister toezeggen om bij de evaluatie van de aanvullende wet geluid ook te onderzoeken hoe de complexiteit van de wet door ambtenaren wordt ervaren?
(…)
In het debat over de Invoeringswet Omgevingswet heeft de minister toegezegd om tot een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te komen. Kan de minister toezeggen dat dit ook geldt voor de aanvullende wet geluid? Kan zij ook toezeggen dat in deze evaluatie expliciet aandacht wordt gegeven aan de invloed van deze wet op de bescherming van de burger, en daarmee ook op de balans tussen benutten en beschermen?
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11, blz. 9-10.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
De heer Verkerk vraagt of ik kan toezeggen te onderzoeken hoe de complexiteit van de Aanvullingswet door ambtenaren wordt ervaren. De uitvoerbaarheid van regelgeving is inderdaad van groot belang. Dat wordt gemonitord. Er zijn ook afspraken over met de VNG. Er zal zeker aandacht zijn voor de uitleg van de nieuwe regels. De wensen op dit punt worden samen met de VNG bezien. Wat daarbij wel helpt, is dat de nieuwe regelgeving op veel punten veel minder complex is dan de huidige Wet geluidhinder. Het normenstelsel is vereenvoudigd. Dat gaat zeker helpen.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11, blz. 10.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Zowel de Partij van de Arbeid als de ChristenUnie vroeg naar de rol van de onafhankelijke evaluatiecommissie en of die de evaluatiepunten van het Aanvullingsbesluit geluid mee kan nemen. De commissie begeleidt straks de evaluatie van de gehele Omgevingswet, inclusief de aanvullingssporen. Het spreekt wat mij betreft voor zich dat de balans tussen beschermen en benutten waar het om geluid gaat daarbij een heel relevant onderdeel is.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16, blz. 3.
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…) Ik wil de minister hartelijk danken dat ze heeft bevestigd dat ook voor de Aanvullingswet geluid een onafhankelijke evaluatiecommissie komt en dat aandacht wordt gegeven aan bescherming van de burger en de balans tussen benutten en besturen.
(…)
Ik heb gevraagd om bij de evaluatie van het ILT-rapport te onderzoeken hoe ambtenaren de complexiteit ervaren. Waarom heb ik die vraag gesteld? Niet puur omdat u dat moet doen, maar als je daar onderzoek naar doet en je maakt het bespreekbaar, dan verandert ook de perceptie. Dat is weer de relatie met cultuur. Dat was de diepere achtergrond.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16, blz. 7.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Dan de vraag van de ChristenUnie over hoe ambtenaren de complexiteit ervaren en of we dat bespreekbaar willen maken, ook als onderdeel van de cultuurverandering. Ik denk dat dat absoluut een goed punt is. Ik ga met de provincies en gemeenten ook in gesprek over het ILTrapport. Ook bij de evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Het gaat er dan inderdaad ook over hoe ambtenaren die wet in de praktijk ervaren. Want juist in de toepassing kun je misschien tot punten komen waarvan je zegt: om het goed en zoals bedoeld te laten werken, moeten we wellicht toch nog extra hulp bieden, op punten iets aanpassen of een nadere handreiking bieden. De werking in de praktijk is dus zeker een belangrijk onderdeel. Dank voor het opnieuw onder de aandacht brengen van dit punt.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Jaarlijkse rapportage monitoringsresultaten Aanvullingswet geluid Omgevingswet (35.054) (T02894)
De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Arbouw (VVD) en Crone (PvdA), toe een jaarlijkse rapportage naar de Kamer te sturen met daarin de monitoringsresultaten van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, de voortgang van de implementatie, de bevindingen en de acties die daarop worden gezet.
| Nummer | T02894 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.L.E. Arbouw (VVD) drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | geluid monitoring Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet geluid Omgevingswet (35.054) |
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3, blz. 1-2.
De heer Arbouw (VVD):
(…)
Een laatste punt betreft uiteraard het volgen en monitoren van de ontwikkelingen van het geluidsstelsel. We gaan immers nieuw werken met Swung-2. Kan de minister aangeven hoe zij de uitvoeringspraktijk gaat volgen, met name de nieuw ingevoerde systematieken, zoals de geluidsproductieplafonds voor industrieterreinen en provinciale wegen en de basisgeluidsemissie voor gemeentewegen en waterschapswegen? Hoe gaat dat gevolgd worden?
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3, blz. 8-9.
De heer Crone (PvdA):
(…)
Ik ben benieuwd of de minister bereid is om niet pas na vijf jaar te evalueren, zoals zij voorstelt, maar om de evaluatie nu met onmiddellijke ingang gewoon jaarlijks te doen. De vergelijkbare discussie hebben we gevoerd over de Invoeringswet. We kunnen het vanaf dag één al doen. Er zijn zelfs al oefengemeentes bezig. Ik noem de hoofdstad van Friesland. Ik wil horen hoe het daar gaat en of die vrije beleidsruimte tegenvalt. En als die vrije beleidsruimte er wel is, wordt die dan gebruikt om meer te benutten of om de burgers beter te beschermen? Dus ik vraag de minister om dit niet pas na vijf jaar te evalueren maar jaarlijks, en dan ook nog niet alleen maar via eigen goed werk, maar via een onafhankelijke commissie.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11, blz. 10.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Dan de jaarlijkse evaluatie. De Partij van de Arbeid weet — dat hebben we in het debat uitgebreid gewisseld — dat goede monitoring, die we jaarlijks doen, en evaluatie, na elke paar jaar, ontzettend belangrijk zijn. Er komt een jaarlijkse rapportage naar uw Kamer met daarin de monitoringsresultaten, de voortgang van de implementatie, de bevindingen en de acties die we daarop zetten. Daarnaast schrijft de Omgevingswet ook een evaluatie naar de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk voor. Er is dus elk jaar een monitor, maar na vijf jaar is er de formele wetsevaluatie die voortvloeit uit de wet. We zitten dus niet vijf jaar stil om te kijken hoe dit uitpakt. Dat lijkt mij de essentie van de vraag van de Partij van de Arbeid.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16, blz. 1.
De heer Arbouw (VVD):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording. Zij is wat mij betreft ingegaan op alle punten die de VVD aan de orde heeft gesteld, dus nogmaals dank. (…) En wij zijn ook zeker blij met de toezegging van de minister dat er een jaarlijkse rapportage op grond van de monitorresultaten met de Kamers gedeeld wordt.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16, blz. 5.
De heer Crone (PvdA):
(…)
Ik ben ten slotte ook blij — anderen hebben het ook gezegd — dat de evaluatie niet over vijf jaar zal plaatsvinden maar dat er continue monitoring is.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging RIVM apart monitoren effecten van geluidsnormen op burgers (35.054) (T02895)
De Minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat het RIVM apart zal monitoren wat de gezondheidseffecten zijn van de geluidsnormen op burgers, naast de jaarlijkse monitoring van de Omgevingswet, waar geluid ook onderdeel uit maakt.
| Nummer | T02895 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | geluid Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet geluid Omgevingswet (35.054) |
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3, blz. 7.
Mevrouw Moonen (D66):
(…)
In het debat over de Invoeringswet Omgevingswet heeft de minister toegezegd om tot een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te komen. Kan de minister toezeggen dat dit ook geldt voor de aanvullende wet geluid? Kan zij ook toezeggen dat in deze evaluatie expliciet aandacht wordt gegeven aan de invloed van deze wet op de bescherming van de burger, en daarmee ook op de balans tussen benutten en beschermen?
(…)
Vorige week heeft de minister de toezegging gedaan de werking en de praktijk van de Omgevingswet jaarlijks door een onafhankelijke commissie te laten monitoren. Daarbij heeft de minister toegezegd dat de monitoring in het bijzonder gericht zal worden op de balans tussen het beschermen en benutten van de milieuruimte. Mijn vraag aan de minister is: kan zij toezeggen dat er in de monitoring expliciet wordt ingegaan op het gebruik van de ruimte voor geluidsnormen en in het bijzonder op de gezondheidseffecten van de bewoners en misschien ook wel hun klachten?
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11, blz. 10.
Minister Veldhoven-Van der Meer:
(…) Mevrouw Moonen en de heer Janssen vroegen naar de gezondheidseffecten van geluid. Worden klachten van bewoners meegenomen in de monitoring? Die ziet toe op de hele werking van het stelsel. De geluidsregels maken daar integraal deel van uit, bijvoorbeeld ook de manier waarop van die afwegingsruimte gebruik wordt gemaakt. Het RIVM houdt ook altijd een vinger aan de pols waar het gaat om de gezondheidseffecten van geluid. Die worden ook gemonitord door het RIVM. Dat is geen onderdeel van de monitoring van de Omgevingswet, maar dat gebeurt daarnaast nog. Geluid maakt ook onderdeel uit van de monitoring van de Omgevingswet en daarnaast houdt het RIVM de vinger aan de pols.
Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16, blz. 3.
Mevrouw Moonen (D66):
(…)
Voor D66 zijn in het bijzonder de volgende antwoorden en toezeggingen van belang.
(…)
Tot slot zal het RIVM, naast de monitoring door de Omgevingswet, apart monitoren wat de effecten zijn van de geluidsnormen op burgers. Dat zijn voor ons belangrijke toezeggingen. Dan blijven er geen restvragen meer over.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 16
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 11
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 3
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoeken werking voorstellen kostenverhaal en financiële bijdrage en bezien of er geen lacunes zijn (35.133) (T02902)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Meijer (VVD), Verkerk (ChristenUnie), Van Dijk (SGP), Crone (PvdA) en Rietkerk (CDA), toe de werking van de huidige voorstellen inzake kosten verhaal en financiële bijdrage te onderzoeken en daarbij tevens te bezien of er nog lacunes zijn op dit terrein. Wanneer lacunes eventueel gedicht moeten worden, zullen daarbij in ieder geval de aspecten ‘rechtszekerheid’ en ‘snelheid’ betrokken worden. Ook zal worden gekeken naar de toepassing van het amendement-Ronnes (TK 2019/20, 35 133, nr. 34) inzake financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied op publiekrechtelijke basis, op provinciaal en Rijksniveau. Daarnaast zal onderzoek worden gedaan naar kostenverhaal bij grote infrastructuurprojecten.
| Nummer | T02902 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 3 maart 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) mr. D.J.H. van Dijk (SGP) drs. H.J. Meijer (VVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet kostenverhaal Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (35.133) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 22, item 8, blz. 2-28
De heer Meijer (VVD):
(…)
Aanvullend op het reguliere kostenverhaal kunnen financiële bijdragen voorruimtelijke ontwikkelingen worden gevraagd. Het zal de minister niet zijn ontgaan dat wij daar in de schriftelijke voorbereiding van dit debat een aantal vragen over hebben gesteld. Wij zouden in elk geval zelf deze constructie niet hebben voorgesteld, om een kleine aanduiding te geven van waar wij staan. Maar misschien kan de minister zelf nog eens aangeven hoe zij aankijkt tegen deze extra door de Tweede Kamer gecreëerde mogelijkheid, mede in relatie tot de inbreng van anderen die ik vandaag nog verwacht op het hiermee samenhangende thema van de compensatieregeling, want er zijn nu wel erg veel kostenverhaalinstrumenten in discussie. Het lijkt mij goed dat wij door de bomen nog wel het bos kunnen blijven zien.
(…)
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
In de wet is voor de aspecten water — denk aan het waterafvoerend vermogen van de rivier — en natuur — denk aan de Vogel- en Habitatrichtlijn — wel een bevoegdheid opgenomen om compenserende maatregelen op te leggen. Maar verder zien we dat die compensatieregeling in hoge mate beperkt wordt tot bouwactiviteiten. Onze fractie vraagt zich dan ook af of een generieke compensatieregeling in de wet niet zou kunnen bijdragen tot een betere balans tussen benutten en beschermen, of in de woorden van Calvijn "het komen tot het beschermen en bevorderen van het voordeel en het nut van anderen", zowel binnen het benutten, als binnen het beschermen, als bij de balans daartussen. Onze vraag aan de minister is dan ook: kunt u op stelselniveau een onderzoek doen of laten doen naar het nut en de noodzaak van een generiek kostenverhaal of een generieke compensatieregeling in de wet? Kunt u daarin ook de gerechtvaardigde belangen van de verschillende stakeholders meenemen? En kunt u bij dat onderzoek ook de resultaten van de monitor van de regelingen voor financiële bijdragen uit artikel 13.22 en artikel 13.23 van de wet en het kostenverhaal betrekken? Zou dat onderzoek in het eerste jaar na de inwerkingtreding kunnen starten? Kunt u de Kamer bij dit onderzoek betrekken? Wij zouden het fijn vinden als u hierop toezeggingen kunt doen.
(…)
De heer Van Dijk (SGP):
(…)
Wat betreft het publiekrechtelijk afdwingen van financiële bijdragen, wil ik juist graag op de rem trappen. Via een amendement is dit in de wet gekomen. Dat is al aangehaald door de VVD-collega. Ik heb daarbij de volgende vraagtekens. Het eerste vraagteken gaat over het kopje "procedureel". Het is ingewikkelde materie met tegengestelde belangen. Hier is al heel veel discussie over geweest. We willen geen betaalplanologie, maar ondertussen lijkt er in de praktijk regelmatig wel sprake van te zijn. De praktijk leert dat de huidige overeenkomsten heel divers zijn. In het verleden is daarom gezocht naar consensus tussen de NEPROM en de VNG. Verstoren van het huidige evenwicht kan grote gevolgen hebben voor de woningbouwproductie. Ik vraag me daarom af of het verstandig is om via het voorliggende voorstel even de afdwingbare financiële bijdrage de wetgeving in te fietsen. Haastige spoed is zelden goed. Juristen geven nu al aan dat het kostenverhaal een rommelig onderdeel van de Omgevingswet is geworden, waarbij de wetgever hinkt op verschillende gedachten, het privaatrechtelijke spoor onderbelicht wordt en wettekst en toelichting soms niet rijmen.
(…)
De heer Van Dijk (SGP):
(…)
Ik kom nu op het kopje "inhoudelijk". Voor publiekrechtelijk kostenverhaal gelden duidelijke criteria. Het kan alleen als de projectontwikkelaar er profijt van heeft, en het proportioneel en toerekenbaar is. Er geldt ook een limitatieve kostensoortenlijst. Maar in het amendement bij de voorgestelde publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen staat de deur wagenwijd open. In de toelichting op het amendement worden allerlei opties genoemd. Het is een hele waslijst die gaat van verbetering van de landschapskwaliteit tot realisatie van sociale woningbouw buiten het plangebied. Hier is dan mijn punt, mijn vraag aan de minister: waar is hier de rechtszekerheid van marktpartijen? Kunnen gemeenten dan alles wat via het kostenverhaal niet in rekening gebracht kan worden, alsnog via een verplichte financiële bijdrage in rekening brengen? Mijn vraag aan de minister is: is zij bereid het hele bouwwerk toch nog eens goed tegen het licht te houden, inzonderheid als het gaat om de afdwingbare financiële bijdrage en het gesprek hierover aan te gaan met projectontwikkelaars en gemeenten?
(…)
De heer Crone (PvdA):
(…)
Voorzitter. Dan nog een expliciete vraag die er dicht tegenaan ligt. Het amendement van Ronnes cum suis zag op de gemeentes, maar hier zit de provincie eigenlijk ook wel mee. Een aantal ervan hebben er ook op gewezen dat provincies misschien wel behoefte hebben aan een soortgelijk instrumentarium voor ruimtelijke ordening op het regionale c.q. provinciale schaalniveau om bijvoorbeeld het Klimaatakkoord te kunnen uitvoeren, zodat er compensatie, kostenverhaal of hoe je het noemen wil, kan plaatsvinden ten aanzien van zon- en windparken maar misschien ook wel ten aanzien van andere zaken in het kader van het Klimaatakkoord of anderszins. Op die manier kun je investeerders mee laten betalen, desnoods bestuursrechtelijk afgedwongen, aan natuurontwikkeling of aan compensatie voor bewoners die er last van hebben. De meeste Friese windparken die er zijn gekomen, zijn initiatieven van de burgers omdat ze uit de opbrengst verbeteringen voor hun eigen dorp of wijk kunnen financieren. Dat geeft een eerlijke balans tussen de private winst voor de ontwikkelaar en de belangen van de burgers. Dus als ik het goed zie, zou ook dit wel een positief argument kunnen zijn om een wat bredere definitie te hebben en om dit ook van toepassing te laten zijn op het provinciale bestuur. En ook dat zal dan wel weer keurig netjes geborgd zijn in de omgevingsvergunning. Voorwaarden voor compensatie kunnen daarin worden opgenomen.
(…)
De heer Rietkerk (CDA):
De provincies hebben mogelijkheden om allereerst beleid te formuleren in visies en omgevingsvisies, even los van de vergunning. In die omgevingsvisies is het heel gewoon dat je ook over compensatiebeginselen spreekt en dat vertaalt in een verordening. Dat is publiek geborgd. Hoe kijkt u daartegen aan in relatie tot uw wens tot die wettelijke regeling?
De heer Crone (PvdA):
Daarom is dit ook nog deels een open vraag aan de minister. Ik denk wel dat, zoals we het voor de gemeente regelen via het amendement-Ronnes, het in dezelfde sfeer ook voor de provincies zou kunnen. Als u zegt dat dit niets toevoegt aan wat er al bestaat, dan hoeft het weer niet. Ik denk aan de andere kant wel dat als we een wat bredere definitie zouden hebben, waarover we het net hadden, het ook geen kwaad kan. Ik hoor uit provinciekringen in ieder geval dat ze dat wel prettig zouden vinden, omdat ze dan die discussie niet hebben. Dus als wat betreft de provincies sprake zou zijn van hetzelfde laken een pak als voor de gemeentes, is dat alleen maar prettig. Dan is alleen wel de vraag of dit in de huidige wetgeving past of dat er volgens de minister dan nieuwe wetgeving nodig voor is, al of niet in een novelle of in een andere wet, maar, naar ik aanneem, niet in AMvB's. De heer Verkerk verwees ook naar dit punt. Dus we komen er vast in tweede termijn nog op terug dat we dit goed moeten regelen.
Voorzitter. Dan een ander voorbeeld. Er is nu ook in de Tweede Kamer besloten tot de aanleg van de brede sluis in Kornwerderzand. Ondernemers gaan daaraan meebetalen. Dat is ook al afgesproken en dat willen de werven ook wat betreft de schepen die door die nieuwe brede sluis worden geleid. Ze zeggen vervolgens wel: als we gaan betalen maar er freeriders tussen zitten die niet willen betalen, wat moeten we dan doen? Juist ondernemers zoeken dan een wettelijke grondslag om het allemaal te betalen. Ik begrijp dat er thans ook overleg over plaatsvindt met de ministeries. Dan lijkt het mij eigenlijk de logica van deze wet dat waar het gaat om een infrastructuurproject, er een soort kostenverhaal mogelijk is bij de initiatiefnemers en in dit geval bij die werven. Ik hoor graag van de minister of ik dat goed zie en of ze dat dan kan bevorderen.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Ik kom nog even terug op de vraag of er meer nodig is dan wat we nu hebben. Er is nu een uitbreiding en er komt een AMvB, maar is er nog meer nodig? Dit is eigenlijk de vraag naar de generieke compensatieregeling. Onder andere de ChristenUnie en de Partij van de Arbeid vragen daarnaar. Aan de andere kant hoor ik in diezelfde hoek, van de SGP onder andere, maar ook van de VVD, zorgen over een generieke compensatieregeling. Het huidige wetsvoorstel bevat meerdere nieuwe voorstellen. U vraagt naar een onderzoek naar een bredere regeling die ook ziet op milieubelastende activiteiten. Ik snap de vraag, maar ik zie er ook wel een aantal haken en ogen aan. Ook milieubelastende activiteiten en initiatieven worden dan beoordeeld op de vraag of financiële compensatie nodig is. Bovendien zijn er voor een aantal activiteiten al specifieke heffingen, zoals een lozingsheffing. Als er sprake is van een milieubelastende activiteit, kan ook op een andere manier ervoor worden gezorgd dat de kosten niet terechtkomen bij de belastingbetaler in het algemeen. Dat kan dus leiden tot een onwenselijke stapeling of complexiteit. Het kan ook effect hebben op het lokale systeem van heffingen zoals de afvalstoffen- en rioolheffing en de waterschapsbelasting.
Voor een onderzoek, wat een aantal fracties willen, is het wel goed om al dit soort vragen heel goed in kaart te brengen. Ik ben best bereid nog eens goed te kijken naar de werking van de voorstellen die we nu al voorstellen voor kostenverhaal en financiële bijdrage. In die context wil ik ook best nog eens kijken of we denken dat er ergens een gat valt. Er werd ook al gerefereerd aan Kornwerderzand. Dat is ook zo'n punt waarbij je je afvraagt of dat nou past binnen wat we hebben of dat er dan ergens een gat valt. Dan is het nog weer de afweging of we vinden dat we daar iets mee moeten doen. Het is ook de vraag of de provincies voldoende instrumenten hebben, ja of nee.
Dus, ik ben bereid om goed te kijken naar de werking van die verschillende voorstellen en om in het kader van de evaluatie nog eens te kijken of er gaten vallen en wat de voorstellen hiervoor zijn, met de verschillende voor- en nadelen daarbij goed in kaart gebracht. Ik ga niet op voorhand tegen u zeggen dat we dit moeten gaan doen. Het is altijd goed om na te denken, ook als je de optelsom maakt van de nieuwe elementen die we nu hebben, en bij de evaluatie te kijken wat er uit de werking is gebleken, of we nog gaten zien, of er oplossingsrichtingen zijn en wat daar de voor- en nadelen van zijn.
De heer Verkerk (ChristenUnie):
Ik wil de minister danken voor deze toezegging, omdat dit ook eigenlijk onze bedoeling was. Er staat op veel plekken wat. Laten we kijken of er gaten zitten en als er gaten zitten, laten we die dan zo repareren dat de rechtszekerheid, maar ook de snelheid, voor bedrijven en voor burgers gegarandeerd kan worden. Met de door u geformuleerde toezegging zijn wij helemaal gelukkig met de beantwoording van onze vragen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Heel fijn. We nemen dit punt van snelheid en rechtszekerheid zeker mee als denkrichting wanneer we eventueel een gat tegenkomen en moeten bekijken of we op dit punt van snelheid en rechtszekerheid nog iets kunnen verbeteren. We zullen de voor- en nadelen netjes op een rij zetten.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Kan kostenverhaal ook bij grote infrastructurele projecten? Dat is het punt van Kornwerderzand. Kostenverhaal is op grond van de Omgevingswet privaatrechtelijk en publiekrechtelijk mogelijk. Gaat infrastructuur met bouwen gepaard, dan kunnen kosten worden verhaald. Hoe dat precies werkt in de casus-Kornwerderzand heb ik niet scherp, maar in mijn toezegging net heb ik gezegd dat we gaan kijken hoe het huidige systeem op dit soort specifieke projecten uitwerkt, of daar een gat valt en wat de oplossingen dan zijn. Breder, namelijk in de context van de aanleg van infrastructuur, is het wel de vraag hoe je dat met elkaar mogelijk maakt. Eigenlijk valt die vraag van de heer Crone wel een beetje in die context. Dat waren de antwoorden op vragen die zijn gesteld over het kostenverhaal.
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Dan vroeg het CDA of de provincie ook gebruik moet kunnen maken van het amendement-Ronnes in het geval dat het interbestuurlijk toezicht wordt ingezet en of er dus een inpassingsplan vanuit het Rijk wordt vastgesteld. Dat kan niet. Het amendement-Ronnes is toegeschreven op het omgevingsplan. We hadden het er net over dat we nog eens goed gaan kijken welk stelsel we hebben en of we nog ergens gaten zien. Ik vind dit wel interessant om mee te nemen, want ik snap de reden waarom de heer Rietkerk de vraag stelt wel.
De heer Rietkerk (CDA):
De CDA-fractie bedoelt niet interbestuurlijk toezicht. In het kader van de Omgevingswet kan een provincie een provinciaal inpassingsplan maken en kan zelfs het Rijk een rijksinpassingsplan maken, want dat is eigenlijk hetzelfde als een gemeentelijk bestemmingsplan. Op die lijn is mijn vraag gericht. Dus analoog geredeneerd, is de vraag: is de instrumentenkoffer niet zo mooi dat, als de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt, het doorgaat, maar dat als er gedraald wordt, dat dan de provincie bij provinciaal belang en het Rijk bij rijksbelang — daarom is die NOVI zo van belang — zelfs bij een woningbouwopgave de zaak kan overnemen van het college. Is dan het amendement-Ronnes ook niet van toepassing in de systematiek van de Omgevingswet voor een provincie en het Rijk als het van provinciaal belang c.q. rijksbelang is?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap de vraag en ik vind het ook een logische vraag, maar het amendement is niet zo vormgegeven. Dus nu kan dat niet. Maar omdat we net hebben gezegd om op een aantal punten nog eens te zullen kijken of we nog casussen kunnen identificeren waarin je aanvullend misschien nog iets zou willen, zullen we ook hier nog eens nadrukkelijk naar kijken. Want ik snap wel waarom de heer Rietkerk het vraagt.
De heer Rietkerk (CDA):
Wellicht kan dan helpen dat de provincie het gemeentelijk omgevingsplan, het vroegere bestemmingsplan, in de plaats kan doen treden. Het Rijk kan dat ook. Wellicht kan die suggestie meegenomen worden, want volgens mij is dat volgens het huidige stelsel, of volgens het stelsel dat we hopelijk per 1 januari van kracht laten gaan, ook van toepassing. Ik vind het wel interessant om daar dan duidelijkheid over te hebben. Wanneer krijgen we die duidelijkheid? Want dat helpt ook bij andere onderwerpen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap waarom de heer Rietkerk de vraag stelt. Want als je zo'n inpassingsplan maakt, wil je eigenlijk ook de beschikking kunnen hebben over de instrumenten waar de gemeenten normaal gesproken de beschikking over hebben en waar dan dit instrument bijkomt. Waarom komt het er dan niet bij op het moment dat er vanuit het Rijk of de provincie een inpassingsplan wordt gemaakt? De constatering is dat het amendement-Ronnes op dit moment is toegeschreven op het omgevingsplan. Nu zou het dus niet kunnen. Maar laten we vanuit de logica van de heer Rietkerk nog eens kijken wat er wel kan en wat eventueel de haken en ogen zijn om dit volgens dezelfde systematiek mogelijk te maken. We zullen dat zo snel mogelijk laten weten, maar ik kan daar nu geen precieze datum op plakken.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
3 maart 2020
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren vergunningvoorschriften kostenverhaal (35.133) (T02903)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat gemonitord zal worden of in de praktijk vergunningvoorschriften over kostenverhaal minder rechtszekerheid bieden dan kostenverhaalregels.
| Nummer | T02903 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 3 maart 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet kostenverhaal Omgevingswet vergunningvoorschriften |
| Kamerstukken | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (35.133) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 22, item 8, blz. 6-18
Mevrouw Moonen (D66):
(…)
Voorzitter. Ik kom bij mijn tweede onderwerp, rechtszekerheid bij kostenverhaal. Dat betreft met name de decentrale rekensystematiek bij kostenverhaal. De Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over de decentrale rekensystematiek bij kostenverhaal. De Raad van State is vooral kritisch over het gegeven dat de rekenregels niet alleen in een omgevingsplan worden opgenomen, maar ook als voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Omdat de bestuursrechter regels in algemeen verbindende voorschriften anders toetst dan voorschriften bij een beschikking, kan dit binnen een en dezelfde gemeente leiden tot een verschillende juridische status voor overeenkomstige regels voor kostenverhaal. Hoe kijkt de minister aan tegen de effecten van verschillende juridische statussen voor overeenkomstige regels op de rechtszekerheid binnen een en dezelfde gemeente?
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Dan is er gevraagd of de vergunningvoorschriften over kostenverhaal minder rechtszekerheid bieden dan kostenverhaalregels. Worden die door rechters nou anders beoordeeld? De eerste was een vraag van D66 en de tweede van het CDA. Nee, dat is niet het geval. Als bouwactiviteiten via een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan worden toegestaan, moet het kostenverhaal ook bij die omgevingsvergunning geregeld worden. In dat geval is de omgevingsvergunning een alternatief voor het wijzigen van het omgevingsplan. Dat is een voortzetting van de huidige systematiek. Het biedt overheden ruimte om de instrumenten volledig te benutten. Het wettelijk kader voor kostenverhaal is voor beide soorten besluitvorming hetzelfde. Een verschil in toetsing tussen vergunningsvoorschriften en kostenverhaalregels wordt dan ook niet beoogd. Als daar vragen over zijn, lijkt het me goed om dit punt in de gaten te houden, om te kijken of daar in de praktijk toch anders mee wordt omgegaan. Dus, laten we dit wel als punt noteren waar we scherp op blijven.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
3 maart 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij monitoring en evaluatie aandacht geven aan het gebruik van het privaatrechtelijk contracteren in de praktijk (35.133) (T02905)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat bij de monitoring en evaluatie ook aandacht gegeven zal worden aan het gebruik van privaatrechtelijk contracteren in de praktijk.
| Nummer | T02905 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 3 maart 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet Omgevingswet privaatrechtelijk contracteren |
| Kamerstukken | Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (35.133) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 22, item 8, blz. 8-25
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
(…) Voorts vraagt de CDA-fractie naar de mogelijkheden om op grond van artikel 13.22 van de Omgevingswet privaatrechtelijk te contracteren over financiële bijdragen aan nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, en om die ook extra aandacht te geven bij de monitoring en de evaluatie. Hoe ziet de minister dit?
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
(…) Ik zal bij de monitoring en evaluatie ook aandacht geven aan het gebruik van het privaatrechtelijk contracteren in de praktijk; dat was nog een concrete vraag van de heer Verkerk.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 22, item 8
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
3 maart 2020
toezegging gedaan
Toezegging Ervaringen van ambtenaren inzake complexiteit wet- en regelgeving bodem monitoren en evalueren (34.864) (T02907)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat de ervaringen van ambtenaren inzake de complexiteit van wet- en regelgeving op het gebied van bodem gemonitord en geëvalueerd worden.
| Nummer | T02907 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 4, blz. 8
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
De eerste vraag is dan ook: hoe beoordeelt de minister de complexiteit van de Aanvullende wet bodem in het licht van het ILT rapport? Kan de minister toezeggen om bij de evaluatie van de Aanvullende wet bodem ook te onderzoeken hoe de complexiteit van de wet door ambtenaren wordt ervaren?
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 2
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…) Ik heb twee dingen gezegd. We hebben een stelsel. Een stelsel, welk stelsel dan ook, heeft nooit 100% garantie dat het altijd gebeurt, maar je wil wel dat het zo veel mogelijk gebeurt. Dat kun je aan de ene kant doen door het stelsel zo helder mogelijk te maken. Ten opzichte van het oude stelsel is het stelsel van de Omgevingswet toegankelijker. Het brengt bijvoorbeeld voor het omgevingsplan alle regels bij elkaar, wat de kans op fouten vermindert. Daarnaast is cultuur een onderdeel. Je mag er in principe op vertrouwen dat je allemaal de rijksregels naleeft, maar de constatering was dat dat niet altijd gebeurde. In het hele traject, waar we bijna 70 miljoen op inzetten, wordt er juist heel erg gezorgd voor de invoeringsbegeleiding. Dat helpt denk ik voor de kenbaarheid van de regels en ook de toepassing van de regels. Ik heb net richting de heer Verkerk nog een toezegging gedaan. Het is echt belangrijk dat we het gebruik van de regels door de ambtenaren zelf onderdeel maken van de monitoring en de begeleiding van de invoering. (…)
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 4
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Dialogen met partners over politiek-democratische cultuur in verband met macht en tegenmacht (34.864) (T02908)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat dialogen met partners over politiek-democratische cultuur gevoerd zullen worden en dat het punt van macht en tegenmacht wordt meegenomen bij de monitoring en evaluatie van jurisprudentie.
| Nummer | T02908 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet Omgevingswet politiek-democratische cultuur |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 4, blz. 9
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Wij hebben de volgende vragen aan de minister. Herkent de minister dat het in het debat over de Aanvullingswet bodem Omgevingswet niet alleen gaat om de structuur van de wet maar ook om de politiek-democratische cultuur waarbinnen die wet moet functioneren? Zo ja, herkent de minister het belang van dialogen over macht en tegenmacht om de bodem maximaal te beschermen en zelfs te komen tot een verbetering van kwaliteit van de bodem? Op welke manier — de laatste vraag — kan de minister dit soort vragen op een vruchtbare wijze in het overleg met gemeenten, provincies en waterschappen inbrengen? Welke toezegging kan zij op dit punt doen?
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 2-3
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…) Ik heb twee dingen gezegd. We hebben een stelsel. Een stelsel, welk stelsel dan ook, heeft nooit 100% garantie dat het altijd gebeurt, maar je wil wel dat het zo veel mogelijk gebeurt. Dat kun je aan de ene kant doen door het stelsel zo helder mogelijk te maken. Ten opzichte van het oude stelsel is het stelsel van de Omgevingswet toegankelijker. Het brengt bijvoorbeeld voor het omgevingsplan alle regels bij elkaar, wat de kans op fouten vermindert. Daarnaast is cultuur een onderdeel. Je mag er in principe op vertrouwen dat je allemaal de rijksregels naleeft, maar de constatering was dat dat niet altijd gebeurde. In het hele traject, waar we bijna 70 miljoen op inzetten, wordt er juist heel erg gezorgd voor de invoeringsbegeleiding. Dat helpt denk ik voor de kenbaarheid van de regels en ook de toepassing van de regels. Ik heb net richting de heer Verkerk nog een toezegging gedaan. Het is echt belangrijk dat we het gebruik van de regels door de ambtenaren zelf onderdeel maken van de monitoring en de begeleiding van de invoering. (…)
(…)
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
De heer Verkerk vroeg: herkent de minister ook het belang van dialogen over macht en tegenmacht? Zeker. Binnen de democratische rechtsstaat zijn checks-and-balances van groot belang. Naar mijn mening voorziet de regelgeving binnen het stelsel ook in voldoende sturing, waarbij er aan de ene kant bestuurlijke afwegingsruimte wordt geboden om het omgevingsrecht toe te snijden op de lokale situatie, maar waarbij er aan de andere kant via motivatie en dergelijke ook wel echt wordt gevraagd om daar verantwoording over af te leggen. En dat draagt dus weer bij aan de checks-and-balances. Het omgevingsrecht moet uiteindelijk gestalte krijgen in de toepassing. Hierbij zijn de wetgeving en het bestuur aan zet. Participatie is natuurlijk een belangrijke bijdrage aan het versterken van die checks-and-balances. En uiteindelijk controleert ook de rechter natuurlijk of er op een goede manier gebruik van wordt gemaakt. Naar mijn mening vormt daarom het stelsel een passend kader voor de adequate rechtstoepassing en - vorming. We gaan natuurlijk ook de jurisprudentie nauwlettend volgen, als onderdeel van de toegezegde monitoring en evaluatie. Dan kunnen we ook op dit punt nader bezien hoe het uitwerkt in de praktijk.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 12
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 4
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 januari 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
21 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 december 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, CV
-
-
23 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij de evaluatie de bescherming van de burger en balans benutten en beschermen meenemen in het kader van bodem (34.864) (T02909)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat bij de evaluatie inzake bodem gekeken zal worden naar de balans tussen beschermen en benutten en de bescherming van de burger.
| Nummer | T02909 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 februari 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Milieu en Wonen Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet bodem Omgevingswet Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 4, blz. 9
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Voorzitter. De Raad van State geeft in zijn advies aan dat het niet duidelijk is in hoeverre het wetsvoorstel voldoet aan het uitgangspunt van gelijkwaardige bescherming. Uit alle stukken blijkt dat de minister van mening is dat dit wel het geval is. In het debat over de Invoeringswet Omgevingswet heeft de minister toegezegd om tot een onafhankelijke evaluatie van de Omgevingswet te komen. Kan de minister dit ook toezeggen voor de aanvullende wet bodem? En kan de minister ook toezeggen dat in deze evaluatie expliciet aandacht gegeven wordt aan de invloed van deze wet op de bescherming van de burger, en daarmee natuurlijk ook op een juiste balans tussen benutten en beschermen?
Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 12-14
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
Wij hebben uitdrukkelijk naar voren gebracht om bij de evaluatie van de wet ook bij het onderwerp bodem de bescherming van de burger en de balans tussen beschermen en benutten te evalueren. Ik zal het even gemist hebben, maar ik ga ervan uit dat de minister dat heeft toegezegd. Als dat niet is toegezegd, dan wil ik dat heel graag horen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
(…)
Wordt ook specifiek de bodem betrokken in de evaluatie van benutten en beschermen en de bescherming van de burger? Ja, daar moeten we zeker ook naar kijken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 17
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 20, item 4
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 april 2020
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Milieu en Wonen -
11 februari 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij monitoring aandacht besteden aan het onderwerp ‘natuur’ (34.985) (T02999)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kluit (GroenLinks), Rietkerk (CDA), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), toe dat bij de monitoring van de Omgevingswet het onderwerp ‘natuur’ betrokken zal worden.
| Nummer | T02999 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 30 juni 2020 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister voor Natuur en Stikstof Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | J.C. Huizinga-Heringa (ChristenUnie) drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet natuur Omgevingswet monitoring natuur Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34.985) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 4, blz. 3
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
Tot slot komen we bij de evaluatie van de wet. Ik ben blij dat beide ministers er zijn. Hier lijkt wat verwarring te zijn ontstaan. De huidige Wet natuurbescherming is eigenlijk nog maar net op stoom wanneer deze vervangen wordt door de Aanvullingswet natuur. De minister geeft in de beantwoording van de vragen aan dat de regering pas vijf jaar na de start van de Omgevingswet de Wet natuurbescherming en de Aanvullingswet natuur zal evalueren. Dat zou in de praktijk neerkomen op het jaar 2027. Dat is meer dan tien jaar na de invoering van de Wet natuurbescherming. Dat lijkt ons niet de bedoeling. Het is een heel gevoelig dossier. We moeten hier echt bovenop zitten om te voorkomen dat wij over één, twee of drie jaar een derde stikstofcrisis om de oren krijgen. Wij vragen de minister of zij bereid is om in 2020/2021 een analyse te doen van de leerpunten die uit de Wet natuurbescherming naar voren komen.
Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 12, blz. 9-19
De heer Rietkerk (CDA):
Dan monitoring en toezicht, voorzitter. Ik ben bij mijn op een na laatste blokje. Het monitoren van Natura 2000 — andere fracties hebben daar al eerder over gevraagd — vraagt ook aandacht als het gaat om de kwaliteiten van Natura 2000-gebieden. Op welke wijze heeft de monitoring tot nu toe plaatsgevonden? Op welke wijze worden de kwalitatieve ontwikkelingen en de investeringskosten maatschappelijk afgewogen? En betrekt de minister de uitkomsten ook bij het strategisch lokaliseren? En het monitoren is een rijksverantwoordelijkheid als het gaat om Natura 2000. Dan zijn de provincies verantwoordelijk voor het nationaal natuurnetwerk. Hoe monitoren de provincies aansluitend op de monitoring van het Rijk, zodat wij een integraal overzicht hebben van het nationaal natuurnetwerk? En dan hebben we ook nog het Netwerk Ecologische Monitoring. Wie houdt daar toezicht op? Dan gaat het over het terreinbeheer en de organisaties, zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Hoe is dat de laatste vijf jaar gegaan? En hoe houdt de minister van LNV beide Kamers hiervan op de hoogte?
(…)
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
(…)
In de beantwoording lees ik dat de Omgevingswet binnen vijf jaar zal worden geëvalueerd. Dat is een gebruikelijke termijn, maar ook wel een behoorlijk lange tijd. Mevrouw Kluit wees er ook al op: als we de termijn van de WMB daarbij optellen, dan spreken we over een hele lange tijd. Wil de minister ingaan op de vraag hoe zij de monitoring en evaluatie van deze wet voor zich ziet? Zal de evaluatie door een onafhankelijke commissie plaatsvinden?
(…)
Mijn fractie kan beide gedachtegangen volgen. Op dit punt geven wij het wetsvoorstel het voordeel van de twijfel, maar wij dringen erop aan dat bij de monitoring en bij de evaluatie, waar ik al eerder naar verwees, expliciet naar dit punt gekeken wordt. Wordt het natuurbelang voldoende meegenomen? Wordt de natuur voldoende beschermd?
(…)
Minister Ollongren:
(…)
Dat in het algemeen. Ik wilde daar nog wat specifieks aan toevoegen, maar ik zie de heer Rietkerk naar de interruptiemicrofoon lopen. O, hij wacht mijn toevoeging af. We spreken hier over de Aanvullingswet natuur, dus we hebben al in beeld over welke onderwerpen die monitoring zou moeten gaan. Dat zijn tal van onderwerpen. Het kan gaan over het participatieproces, de rechtsbescherming en het DSO. Maar we hebben goed geluisterd vandaag en het lijkt ons heel goed dat die monitoring ook specifiek ziet op natuur en dat de evaluatiecommissie daar aan de voorkant aandacht voor vraagt.
(…)
Minister Ollongren:
(…)
Ik zei net al dat dat we bij de monitoring ook zorgvuldig zullen kijken naar het onderwerp natuur. Dat betekent dat als er tussentijds aanleiding is, we dat zullen aanpakken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 34, item 12
-
behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 34, item 4
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
11 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Natuur en Stikstof -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Natuur en Stikstof -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit -
30 juni 2020
toezegging gedaan
Toezegging Brede financiële consequenties van het DSO voor decentrale overheden (34.985) (T03000)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor de voorhang van het inwerkingtredings-KB inzake de Omgevingswet.
| Nummer | T03000 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 30 juni 2020 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister voor Natuur en Stikstof Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Aanvullingswet natuur Omgevingswet Digitaal Stelsel Omgevingswet natuur Omgevingswet |
| Kamerstukken | Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34.985) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 12, blz. 6-20
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Dan de uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten zijn wat de CDA-fractie betreft nog onvoldoende in beeld en om een antwoord te geven op de vraag of dat haalbaar en betaalbaar is, is dat wel nodig. In de memorie van antwoord geeft de minister een deelantwoord op de vragen van de CDA-fractie met betrekking tot meerjarige investeringen. De fractie van het CDA vraagt de minister om bij de jaarlijkse evaluatie meerjarig inzicht te geven in de noodzakelijke kosten voor aankoop, inrichting en beheer van natuurgebieden. We begrijpen dat het overzicht bij de beantwoording van de vragen nog tot 2027 liep, maar deze investering reikt tot 2040 of 2050. Kunnen de provincies bij het aannemen van deze wetsvoorstellen de natuur goed in het digitale systeem voegen, in het DSO, en zijn ze daar financieel toe geëquipeerd? Dat zijn vragen die voorgangers ook stelden. Kan de minister ook ingaan op de brief van de VNG namens de gemeenten waarin staat dat zij zorgen hebben over de financiering van de uitwerking van het DSO? Kunnen de extra middelen — ik dacht 300 miljoen per jaar — die volgens mij door minister Schouten zijn gepresenteerd namens het kabinet ook ingezet worden voor het oplossen van knelpunten specifiek met betrekking tot Natura 2000, zodat je natuurherstel krijgt, maar er ook ontwikkelruimte komt?
(…)
De heer Rietkerk (CDA):
Natuur is een van de onderdelen van het DSO. Kan de minister toezeggen dat de brede financiële consequenties van het DSO voor provincies, gemeenten en waterschappen in december in beeld komen, of in ieder geval voor het slaan van het KB?
Minister Ollongren:
Ja, zeker. Dat klopt. We hebben daar eigenlijk wel goede afspraken over gemaakt met de provincies. Zij hebben daar een reservering voor opgenomen. Wij staan voor het centrale deel en de medeoverheden staan voor het decentrale deel. Dat gaat goed.
De heer Rietkerk (CDA):
De VNG-brief die wethouders bij ons onder de aandacht brengen als het gaat om de uitvoering, geeft een wat ander perspectief. Zij geven zorgen weer in brede zin, en over corona. Daarin worden ook de omgevingswetgeving, de uitvoering, kwaliteit en capaciteit van mensen, en het DSO genoemd. Herkent deze minister dat, of niet?
Minister Ollongren:
Het coronapunt herken ik zeker. Dat is ook een van de redenen waarom we na onderling overleg met alle betrokken overheden gezegd hebben: laten we kiezen voor een latere inwerkingtredingsdatum. Corona heeft de boel namelijk een tijd stilgelegd. Dat herken ik dus zeker.
Over de financiën: provincies hebben hier gewoon middelen voor vrijgemaakt. Gemeenten hebben in het geheel van hun financiën soms wel knelpunten. Dat herken ik, in die zin dat dat niet per se gerelateerd is aan dit traject. Sommige gemeenten moeten überhaupt nog eens heel goed kijken naar de gemeentelijke financiën. Daarover is het kabinet in gesprek met zowel de VNG als met individuele gemeenten.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 34, item 12
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 juni 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 juni 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Natuur en Stikstof -
24 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Natuur en Stikstof -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit -
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 juni 2020
toezegging gedaan
Toezegging Bij de evaluatie van de natuurdoelensystematiek duidelijker definiëren wat de instandhoudingsdoelen, behouddoelen en uitbreidingsdoelen zijn (34.985) (T03005)
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe bij de evaluatie van de natuurdoelensystematiek duidelijker te definiëren wat de instandhoudingsdoelen, behouddoelen en uitbreidingsdoelen zijn.
| Nummer | T03005 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 30 juni 2020 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister voor Natuur en Stikstof Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Aanvullingswet natuur Omgevingswet instandhoudingsdoelen natuur Omgevingswet verbeterdoelen |
| Kamerstukken | Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34.985) |
Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 12, blz. 4-32
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
De doelensystematiek van Natura 2000 zijn naar ons idee technocratisch vertaald en daarnaast gejuridificeerd. Daarbij sluiten we ons aan bij Frans Evers, Rabbinge en Kalder. De minister geeft aan dat er sprake kan zijn van strategisch lokaliseren. Hoe werkt dat op nationaal niveau? Waarom kan dat alleen op nationaal niveau? Is het niet verstandig om dat wellicht ook op Europees niveau te bekijken, gelet op het feit dat er Europese richtlijnen zijn? Hoe kan er bij de natuurdoelensystematiek, die eind jaren negentig ontwikkeld is, pas na twintig jaar zicht zijn op een actualisatie of een heroriëntatie? Kan de minister toezeggen dat de heroriëntatie en actualisatie, zoals we hebben gelezen, in 2020 wordt afgerond? En wat gaat dat betekenen in de uitvoering van de beheerplannen op provinciaal niveau? Wat betekent de actualisatie van de natuurdoelensystematiek voor de aanpak van de stikstofproblematiek? Bij het uitvoeren van het natuurbeleid is het van belang duidelijk te zijn over de instandhoudingsdoelen, de behouddoelen en de verbeterdoelen. Dit is een drietrap. De minister geeft daar in de derde memorie van antwoord een heel goede uitleg bij. Dit is van belang bij de uitvoering van natuurbeleid en ook bij de aanpak van het stikstofprobleem. Kan de minister toezeggen dat bij de evaluatie van de natuurdoelensystematiek en de evaluatie van de beheerplannen duidelijker wordt gedefinieerd wat instandhoudingsdoelen, behouddoelen en verbeterdoelen zijn?
(…)
Minister Schouten:
(…)
Kan ik toezeggen dat we bij de evaluatie van de natuurdoelensystematiek duidelijker gaan definiëren wat de instandhoudingsdoelen of verbeterdoelen zijn? Dat kan ik toezeggen. Er wordt gekeken hoe we de instandhoudingsdoelen kunnen verduidelijken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2019/2020, nr. 34, item 12
-
15 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van LVVN over de natuur in Nederland en de evaluatie van de natuurdoelensystematiek
Voor kennisgeving aangenomen op 15 april 2025.
EK, V
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Natuur en Stikstof -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Natuur en Stikstof -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit -
30 juni 2020
toezegging gedaan
Toezegging Cumulatief effectonderzoek MER (34.682) (T03063)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kluit (GroenLinks) en Crone (PvdA), toe nog eens na te zullen denken over een cumulatief effectonderzoek met betrekking tot de milieueffectrapportages (MER’s) van gemeenten en provincies.
| Nummer | T03063 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 1 december 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | cumulatieve effecten milieueffectrapportage Nationale Omgevingsvisie |
| Kamerstukken | Nationale Omgevingsvisie (34.682) |
Kamerstukken I 2020/21, 34682, G, p. 9
Mevrouw Kluit (GroenLinks): Dank aan de minister. De MER van de NOVI liet zien dat er met name op het vlak van leefomgevingskwaliteit heel veel kansen liggen met het beleid in de NOVI, maar ook heel veel risico's. Het is dus geen gelopen race wat dat betreft. We beginnen ook niet op nul. Daar zit met name de zorg van mijn fractie. Als je gaat kijken naar de biodiversiteit, dan zie je dat 90% van ons habitattype al ernstig onder druk staat. We moeten er dus heel snel voor zorgen dat we die kwaliteit gaan verbeteren. U wilt de cumulatieve effecten in beeld gaan brengen. Mijn vraag is eigenlijk of dat gaat op basis van de MER's die ze lokaal maken. Want ik heb een beetje zorg daarover. We gaan nu allemaal plannen maken. Die krijgen effecten. Voordat die terug te zien zijn in de monitor, ben je vijf, zes jaar verder. Dat kan de ontwikkeling op biodiversiteitsniveau eigenlijk niet meer hebben. Hetzelfde geldt natuurlijk voor klimaat. We moeten eigenlijk meteen de handen aan de kraan hebben zitten. Daar zou het instrument van de planMER's op gemeentelijk niveau een rol kunnen spelen. Ik heb in het debat over de Omgevingswet gevraagd of alle gemeentes en provincies gevraagd kunnen worden om een MER te maken. Wij wachten nog op de antwoorden daarop. Ik weet dus niet of daar al zicht op is. Als dat er is, horen we dat natuurlijk graag. Hoe brengen we de cumulatieve effecten in beeld? Dat is de ene vraag. De andere is inderdaad hoe het bij de gemeentes staat.
(…)
Kamerstukken I 2020/21, 34682, G, p. 10-11
Minister Ollongren: Ik kijk even wat dit is. Ik krijg van alles aangereikt, voorzitter. Gelukkig maar! Ja, dan ga ik een poging doen om de vraag van mevrouw Kluit over de cumulatieve effecten van decentrale plannen te beantwoorden. Ik kijk even of dit goed is. Ik hoor wel van mevrouw Kluit of ze dit antwoord voldoende vindt. Ik heb in mijn inleiding al gezegd dat we afspraken hebben in het RES-proces over de analyse door het PBL over effecten op natuur, landschappen et cetera. We hebben ook nog gezegd dat we naar de samenwerkingsafspraken kijken, waarin afgesproken wordt om voldoende aandacht te schenken aan de kwetsbare aspecten van de leefomgeving. Daarnaast hebben we een tweejaarlijkse monitor. Ik hoorde mevrouw Kluit net spreken over vijf à zes jaar en zeggen dat dat te lang is. Dat begrijp ik ook. De tweejaarlijkse monitor brengt de cumulatieve effecten in beeld. Dat betekent dat je dus, met die frequentie, ook in staat bent om het bij te stellen, als dat mogelijk is. In afzonderlijke RES'en is vaak sprake van een planMER. Datzelfde geldt ook voor omgevingsplannen.
(…)
Kamerstukken I 2020/21, 34682, G, p. 11-13
Mevrouw Kluit (GroenLinks): Dank voor de beantwoording, maar dat was niet helemaal mijn vraag. Die ging niet specifiek over de RES'en, maar over de omgevingsplannen en de omgevingsvisies van de gemeentes. Volgens uw invaller -- ik weet niet precies hoe ik die moet noemen -- zouden gemeentes en provincies in principe zowel voor hun omgevingsvisie als hun omgevingsplan een MER hebben moeten maken. Daaruit blijken dan al bepaalde effecten. De vraag is: doen gemeentes en provincies dat al? De tweede is: houden jullie de cumulatieve effecten daarvan in beeld? En misschien nog het volgende, want dit is belangrijk: ook al monitor je iets elke twee jaar, er zit vijf, zes jaar tussen de planvormvorming en de effectmeting. In de biodiversiteitsstudies komt dus eigenlijk naar voren: als je nu beleid uitzet en de doelen daarvan wil realiseren door te meten hoe het later gaat, dan ben je voor biodiversiteit in ieder geval te laat. Je moet eigenlijk al aan de voorkant toetsen: wat zijn de effecten en wat kunnen wij nu doen om te zorgen dat het goed gaat?
Minister Ollongren: Ja, ik begrijp de vraag van mevrouw Kluit nu beter. Het klopt inderdaad wat zij zegt. Wat dat betreft kan ik haar zorg niet helemaal wegnemen, want wij hebben niet afgesproken dat er ook nog centraal toezicht komt op de decentrale plannen. Er is ook geen goedkeuringsplicht vooraf of iets dergelijks, dus ook niet op de decentrale MER's. Ik denk dat dat haar zorg is. Ik zei net dat we de cumulatieve uitkomst meten via de PBL-monitor. Tot op zekere hoogte, als je het op het centrale niveau bekijkt, is de zorg van mevrouw Kluit inderdaad een zorg, maar je moet natuurlijk hopen en ook afspreken dat daar op het decentrale niveau in voldoende mate rekening mee wordt gehouden, want de biodiversiteit is voor het hele land, maar juist ook lokaal natuurlijk ongelofelijk belangrijk.
Mevrouw Kluit (GroenLinks): Dan zou ik de minister toch een beetje willen prikkelen op dit vlak, want het gaat niet goed met de biodiversiteit, niet in het stedelijk gebied en niet in het agrarisch gebied. Is het mogelijk om toch zo'n cumulatief effectonderzoek te doen op die MER's? Want we hebben gewoon echt niet meer de tijd om hiermee te wachten.
De voorzitter: De vraag is even of dat onderdeel is van de NOVI, waar we het nu over hebben.
Mevrouw Kluit (GroenLinks): Nou, het is er wel onderdeel van, omdat uit de MER van de NOVI heel duidelijk blijkt dat er uit het NOVI-beleid grote negatieve effecten en grote voordelige effecten kunnen komen. Maar die moeten dus grotendeels lokaal naar boven komen drijven. Mijn pleidooi is dat we dat nu doen en dat we dat niet aan de monitor koppelen, omdat we dan te laat zijn.
Minister Ollongren: Ja, maar de vraag is … Maar goed, ik ben nu ook zoekende naar wat de oplossing is. De gewone regels, Natura 2000 et cetera, gelden natuurlijk gewoon. Het is niet zo dat decentraal zomaar wat kan gebeuren. Ik denk dat het belang van het verbeteren van de biodiversiteit decentraal juist heel erg op het netvlies staat. Ik ben een beetje op zoek -- maar ik zal het nog nader overwegen -- hoe je dat in de monitoringsystematiek kunt verbeteren, of dat je dat meer in het lokale en het decentrale moet hebben. Maar goed, ik ga dat nog even op me laten inwerken. Ik heb nu het eerlijke antwoord gegeven. Zo zit het.
Mevrouw Kluit (GroenLinks): Dank. Eerlijke antwoorden hebben altijd mijn voorkeur, dus dat is sowieso fijn. Dat het op het lokale niveau goed op het netvlies staat, durf ik te betwijfelen. Als we kijken …
De heer Crone (PvdA): Mag ik mevrouw Kluit op dit punt bijvallen? Want het is natuurlijk toch vaak zo dat de wethouder of de gedeputeerde denkt: ja, maar als ik nu hier dat datacenter of die blokkendoos voor de distributie krijg, dan is het oké. Ze belijden het soms meer met de mond dan in werkelijkheid. Ik ben het dus met mevrouw Kluit eens. Het moderne thema is nu, naast grootschalige veeteelt, de "chemificatie" van het platteland. Dat is natuurlijk op dit moment het thema van biodiversiteitsaantasting, dat we dadelijk geen insecten meer hebben. Het gevolg daarvan is natuurlijk helemaal vreselijk.
De voorzitter: Ik heb de minister volgens mij horen zeggen dat zij nu antwoord heeft gegeven voor zover dat op dit moment kan en dat zij nog even doordenkt. Ik neem aan dat ze dus terugkomt op deze vraag van mevrouw Kluit, die ondersteund wordt door de heer Crone. Ik heb meteen een nieuw woord geleerd: "chemificatie".
De heer Crone (PvdA): Ja, een nieuw onderzoek.
Brondocumenten
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
31 maart 2022
Voortgang: -
8 februari 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
8 februari 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
7 januari 2022
Voortgang: -
23 november 2021
nieuwe deadline: 30 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
15 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 15 juni 2021 voor kennisgeving aangenomen.
EK, I
-
-
2 maart 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 februari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
1 december 2020
toezegging gedaan
Toezegging Regelen drietal aspecten rondom de invoering van de Omgevingswet (33.118 / 34.986) (T03130)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat een drietal aspecten rondom de invoering van de Omgevingswet geregeld moeten zijn, te weten:
-
1.dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) werkt;
-
2.dat de financiële afspraken tussen de decentrale overheden en het Rijk ten aanzien van de uitvoering van het stelsel en ten aanzien van het beheer en onderhoud van het DSO zijn gemaakt, en dat deze ook zijn geborgd voor zover het over de Rijksbijdrage gaat in de begrotingen van het Rijk;
-
3.dat verschillende uitvoeringsorganisaties — zoals de rechtspraak en de VTH-kolom — hebben aangegeven dat zij gereed zijn voor de uitvoering en dat daartoe ook een uitvoeringstoets is gedaan.
| Nummer | T03130 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 13 januari 2021 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | decentrale overheden Digitaal Stelsel Omgevingswet handhaving inwerkingtredings-KB Koninklijk Besluit Omgevingswet toezicht Uitvoeringstoets vergunningverlening |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2020-2021, nr. 19, item 3, blz. 24
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Ik pak even door. Ik heb in mijn inbreng een drietal dingen genoemd. Ik wil bij de minister toetsen of zij met mij eens is dat dit de dingen zijn waar helderheid en afspraken over moeten zijn. Het eerste is: er is een aangetoond werkend DSO bij decentrale overheden. Het tweede is: de financiële afspraken tussen de decentrale overheden en het Rijk ten aanzien van de uitvoering van het stelsel en ten aanzien van het beheer en onderhoud van het DSO zijn gemaakt, maar zijn ook geborgd voor zover het over de rijksbijdrage gaat in de begrotingen van het Rijk. Tot slot: de verschillende uitvoeringsorganisaties — wij denken expliciet aan de rechtspraak en de VTH-kolom — hebben aangegeven dat zij gereed zijn voor de uitvoering en daar is ook een uitvoeringstoets toe gedaan.
Minister Ollongren:
Ik herken de punten van mevrouw Kluit. Ik denk dat dit eigenlijk precies de punten zijn waar de Kamer ook vragen over heeft gesteld, die we ook in het verleden met elkaar hebben besproken en die ik op mijn beurt ook weer bespreek met de medeoverheden en alle betrokken organisaties. Dus als zij zegt "'dit zijn de punten waarop wij vanuit de Eerste Kamer graag voldoende zekerheid willen hebben"', dan herken ik die en begrijp ik het ook heel goed. Dat zijn ook, denk ik, de belangrijkste punten voor de implementatie van de Omgevingswet.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Ik vat de woorden van de minister samen als een toezegging dat de minister zonder deze drie punten geen besluit naar de Koning gaat sturen tot invoering. Klopt dat?
Minister Ollongren:
Wat klopt, is dat ik de instemming van uw Kamer nodig heb en dat ik denk dat het over deze punten gaat. Ik kan mij voorstellen dat uw Kamer zegt op deze punten voldoende zekerheid te willen hebben opdat zij zou kunnen instemmen met het voorstel dat de minister doet. Dus als ik het zo interpreteer, zijn we het helemaal eens. Alleen heeft u vragen aan mij gesteld en die ga ik beantwoorden. Dat wilde ik eigenlijk ook aan het slot van mijn termijn zeggen: de inhoudelijke vragen die mevrouw Kluit vooral heeft gesteld, maar die ook door anderen zijn gesteld, snap ik heel goed. Ik zeg u dus toe dat deze beantwoording u deze week zal bereiken. Dan kunt u oordelen, ook op deze punten, in hoeverre u vindt dat dit u voldoende inzicht en zekerheid biedt. Daar ga ik ook heel graag het debat over aan.
(…)
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Dit is eigenlijk precies waarom we hier vanavond staan. Want u geeft aan de ene kant aan dat u snapt dat dit de issues zijn die er leven in de Eerste Kamer. Dit is Kamerbreed. Ik kijk even rond — sta op als u het er niet mee eens bent — ik sta hier namens de hele Kamer. Dit zijn de punten waarvan wij denken: dit is waarom u nog niet klaar bent voor het koninklijk besluit. U hoeft mijn vragen niet meer te beantwoorden als u hier vanavond zegt: dit ga ik regelen. Daarna geven wij onze zegen, want dan krijgt u die ook. Dan zijn we gewoon klaar voor vanavond, want dan is de toezegging hard en is de angel eruit. Dus ik daag u toch echt uit. Als we het eens zijn dat dit de punten zijn die goed geregeld moeten zijn, zeg gewoon toe dat u aan deze drie punten gaat voldoen.
Minister Ollongren:
Dit zijn de punten die we moeten regelen. Maar ik neem aan dat uw Kamer er ook aan hecht dat u op de vragen die u medio december hebt gesteld, die vooral zien op deze punten, denk ik, gewoon een inhoudelijk antwoord krijgt, met alle feiten zoals ze nu zijn. Ja, daar beschikt u nu niet over.
(…)
Minister Ollongren:
En ik zeg u toe: die komen eraan. Ik verheug me erg op het debat dat we dan aan de hand daarvan met elkaar zullen hebben. Of u vervolgvragen hebt, nogmaals, en hoe u dat wilt inrichten ... Ik kan me echt niet voorstellen dat mevrouw Kluit mij hier op mijn blauwe ogen wil geloven als ik nog een hele stapel antwoorden schuldig ben aan de Eerste Kamer. Maar het zijn de punten en ik wil u overtuigen op die punten, omdat ik denk dat het kan. Ja, die overtuiging heb ik, absoluut.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Dank voor de toezegging dat deze drie punten geregeld gaan worden.
Brondocumenten
-
behandeling Voorhang koninklijk besluit inwerkingtreding Omgevingswet Verslag EK 2020/2021, nr. 19, item 3
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
4 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FK
-
-
7 februari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 mei 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
8 februari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
8 februari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 mei 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 januari 2021
toezegging gedaan
Toezegging Impactanalyse bij decentralisatie (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03214)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Nicolaï
(PvdD), toe bij nieuwe decentralisaties of bij heroverweging van bestaande decentralisaties een (financiële) impactanalyse te laten uitvoeren door een onafhankelijk instituut.
| Nummer | T03214 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 mei 2021 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Centraal Planbureau decentrale overheden Financiële beoordeling |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2021 (35.570 VII) Begrotingsstaat provinciefonds 2021 (35.570 C) Begrotingsstaat gemeentefonds 2021 (35.570 B) |
Handelingen I 2020-2021, nr. 36, item 10, blz. 44
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik hoor de minister zeggen dat ze een aantal dingen zal meenemen in het kader van de aanpassing van het IAK. Ik zou toch heel graag de toezegging van de minister willen hebben dat — anderen hier in het huis hebben hier ook naar gevraagd — er een financiële beoordeling wordt gemaakt van de middelen die nodig zijn voor het decentraal toebedelen van taken. De Raad van State dacht in de voorlichting aan het Centraal Planbureau, maar het kan ook een andere instantie zijn. Dat is toch echt wel iets wat essentieel is als we het hebben over onze toetstaken als Eerste Kamer en wat ook essentieel is voor het toetsen door de Raad van State. Op dat punt mis ik duidelijkheid van de kant van de minister.
Handelingen I 2020-2021, nr. 36, item 10, blz. 44
Minister Ollongren:
Ik hoop dat ik het nu over hetzelfde punt heb als de heer Nicolaï, want wat ik juist heb willen zeggen, is dat ik vind dat we in de toekomst, dus bij nieuwe decentralisaties of bij heroverweging van bestaande, die impactanalyse aan de voorkant moeten doen en daar hoort dit bij. Wie dat precies moet doen aan de financiële kant, daarnaar wil ik inderdaad nog kijken. Moet dat het CPB zijn of doen we dat op een andere manier? Maar het is wel onderdeel van die impactanalyse.
Handelingen I 2020-2021, nr. 36, item 10, blz. 44
De heer Nicolaï (PvdD):
Het is goed dat de minister dit antwoordt — ik ben daar ook blij om — maar waar het om gaat, is dat de Raad van State zegt dat het een instantie moet zijn die onafhankelijk is van het departement. Dat is het essentiële punt.
Handelingen I 2020-2021, nr. 36, item 10, blz. 44
Minister Ollongren:
Daar zijn we het over eens. Het CPB ligt best voor de hand, zou ik willen zeggen, maar misschien zijn er ook andere suggesties voor. Ik vind het zeer het overwegen waard om te zeggen dat standaard een onafhankelijk instituut ernaar moet kijken.
Brondocumenten
-
voortzetting debat over de verhouding tussen de centrale overheid en decentrale overheden Verslag EK 2020/2021, nr. 36, item 10
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 mei 2021
toezegging gedaan
Toezegging Met de landen te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Kamer daarover te informeren (35.570 IV) (T03273)
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe met de Caribische landen van het Koninkrijk te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Kamer daarover te informeren.
| Nummer | T03273 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 6 april 2021 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | homohuwelijken |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2021 (35.570 IV) |
Handelingen I 2020-2021, nr.33, item 7, p.49
De heer Dittrich (D66)
Voorzitter, tot slot één ding dat ik niet heb kunnen bespreken. Wij hebben op 1 april hier — in Nederland bedoel ik — de openstelling van het huwelijk gevierd. Daar werden allerlei mensen geïnterviewd, ook van de eilanden. Die zeiden tegen ons: "Het is toch echt heel jammer dat wij, paren van gelijk geslacht, niet op Curaçao of Aruba kunnen trouwen. Wij moeten dan naar Bonaire, terwijl wij wel gelijke rechten willen hebben en daar ook recht op hebben volgens de uitspraak van de Hoge Raad." Dus mijn vraag aan de staatssecretaris is: welke invloed kan Nederland uitoefenen, zodat gelijke rechten ook echt gelijke rechten zullen zijn in heel het Koninkrijk?
Handelingen I 2020-2021, nr.33, item 7, p.54
Knops:
De heer Dittrich vroeg wat voor invloed Nederland kan uitoefenen om ervoor te zorgen dat gelijke rechten, in dit geval dat partners van gelijk geslacht kunnen trouwen, in heel het Koninkrijk gelijke rechten zijn. Ik ben bereid om dit punt met de landen te bespreken. Als ik daar nu meer info over had, had ik dat gezegd. Maar ik heb nu niet meer info dan dit, dus ik kom erop terug.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2020/2021, nr. 33, item 7
-
14 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
1 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK met beantwoording toezegging Dittrich over huwelijk tussen personen van gelijk geslacht in het Caribisch deel van het Koninkrijk
Voor kennisgeving aangenomen op 1 oktober 2024
EK, I
-
-
11 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
19 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
27 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
12 september 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 juli 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
30 mei 2023
nieuwe deadline: 15 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
13 december 2022
nieuwe deadline: 1 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
21 juni 2022
nieuwe deadline: 1 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 35.925 VII / 35.925 IV, I
-
-
6 april 2021
toezegging gedaan
Toezegging Met de landen in gesprek te treden over de uitvoering van de Eerste Kamermotie-De Graaf en de Tweede Kamermotie-Van Raak inzake de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het Koninkrijk der Nederlanden (35.570 IV) (T03275)
De staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens (SP), toe in gesprek te treden met de Caribische Landen van het Koninkrijk over de uitvoering van de Eerste Kamermotie-De Graaf en de Tweede Kamermotie-Van Raak inzake de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
| Nummer | T03275 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 6 april 2021 |
| Deadline | 31 december 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A.M.V. Gerkens (SP) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Koninkrijk verantwoordelijkheidsverdeling |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2021 (35.570 IV) |
Handelingen I 2020-2021, nr. 33, item 7, p.4
Mevrouw Gerkens (SP):
Dan iets anders. Nederland is dankzij het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden verantwoordelijk voor een onduidelijke waslijst aan zaken in de landen. Dat leidt volgens onze fractie tot onduidelijkheid, ongelijkwaardigheid en ruzie. Dat is de reden waarom mijn partij aan de overkant in 2019 een motie indiende waarin wij vroegen om een gezamenlijk overleg, om meer duidelijke invulling te geven aan de taken van de landen afzonderlijk en van het Koninkrijk als geheel. Op 2 oktober 2019 heeft de staatssecretaris aan de Eerste Kamer toegezegd invulling te geven aan de motie-De Graaf uit 2016 door de motie-Van Raak uit 2019 uit te voeren. Hoe staat het nu met deze invulling? Daarna was er de motie-Van Raak van vorig jaar, die aan alle landen vraagt om een visie te geven op het Koninkrijk en aan te geven wie verantwoordelijk is voor wat. Hoe staat het met de uitvoering van die moties?
Handelingen I 2020-2021, nr. 33, item 7, p.30-31
Knops:
Daarmee kom ik meteen op die positie van de coördinerend staatssecretaris. Daarover is natuurlijk ook in het verleden al het een en ander gezegd. Ik heb het geluk gehad dat ik veel collega's in het kabinet had die ontvankelijk waren voor mijn observaties na mijn eerste bezoeken, toen ik daar was, en toen ik zei: er moet echt iets gebeuren. Ik noem eerst Tamara van Ark, maar na haar zijn er anderen gevolgd. Ik zou een nieuw kabinet toewensen dat men dat misschien nog wat sterker verankert, om te voorkomen dat de mensen op de eilanden met "de torens van Van Raak" geconfronteerd worden. Laat ik de ministeries in Den Haag zo maar even noemen. De heer Van Raak van de SP had het daar altijd heel beeldend over. Waar is mevrouw Gerkens? O, ze zit daar. De heer Van Raak heeft, vind ik, wel een beetje gelijk als hij het heeft over " die torens in Den Haag". We hebben dus geprobeerd om een soort "eenloketfunctie" te maken, met een stuurgroep en zo. Dat is dus echt wel vebeterd, maar er zou nog een slag overheen kunnen, niet in de laatste plaats door het IBO-rapport waar de heer Recourt niet over wilde spreken. Maar daarmee doet hij zichzelf onrecht aan, want de heer Recourt was daar voorzitter van. In dat rapport worden echt een aantal concrete handreikingen gedaan om het de mensen op de eilanden beter te laten gaan en om die overbodige bureaucratie weg te halen.
Het ongevraagde advies van de Raad van State van toen, en het IBO-rapport gaan op een heel concrete manier in op de vraag hoe je die verhoudingen kunt veranderen. Ook op dat vlak is toen in 2010 de keuze gemaakt om het op een bepaalde manier te organiseren, met alle goede bedoelingen. Maar na tien jaar is het echt wel tijd om eens te kijken naar wat er anders kan, en vooral naar wat er beter kan.
En soms gaat het gewoon ook heel plat om muntjes, om geld. Met de VNG hebben we natuurlijk vaak de discussie over de vraag of gemeenten voldoende middelen uit het Gemeentefonds krijgen. Ik weet één ding zeker: de eilanden hebben op dit moment structureel te weinig ruimte in die vrije uitkering. We hebben dat continu incidenteel bijgeplust. Nou, ik begeef me een beetje op glad ijs door hier nu allerlei wensenlijstjes te gaan voorlezen, maar ik zou zeggen: aan die vrije uitkering moet echt wat gebeuren door een nieuw kabinet. Dat moet anders geregeld worden. Daarbij raken we ook aan de positie van de Rijksvertegenwoordiger.
Ik ben overigens best positief, ik ben eigenlijk heel positie over wat we de afgelopen jaren op de BES-eilanden hebben bereikt. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat de departementen, zoals VWS en OCW, gewoon hun dingen daar op een goede manier doen, zodat er voor de bestuurders daar minder verantwoordelijkheden zijn dan in de autonome landen. Dus kleinschaligheid is soms ook een voordeel. Maar beste mensen, het is heel ver weg en als je een orkaan over je dak krijgt, dan kun je dat echt niet allemaal zelf betalen. Dus dat heeft dit kabinet ook moeten doen om ervoor te zorgen dat die eilanden kunnen functioneren, maar ik ben echt onder de indruk van de veerkracht, maar ook van de bestuurskracht van de eilanden.
Handelingen I 2020-2021, nr. 33, item 7, p.47
Mevrouw Gerkens (SP):
Ik mis in de beantwoording ook hoe de staatssecretaris kijkt naar het idee om samen met de bewoners invulling te gaan geven aan de taak- en rolverdeling in het Koninkrijk. Ik verwees hierbij naar de moties van de leden De Graaf en Van Raak. Misschien heb ik het gemist, maar volgens mij heb ik daar geen reactie op gehad. Ik besef terdege dat de staatssecretaris demissionair is, maar hij kan natuurlijk een richtlijn meegeven in een overdrachtsdossier, als dat er komt, want we weten natuurlijk niet hoe de toekomst eruitziet. Ik heb daarom ook de motie van de heer Rosenmöller gesteund.
Handelingen I 2020-2021, nr. 33, item 7, p.54
Knops:
Mevrouw Gerkens vroeg hoe het stond met de invulling van de motie-Van Raak over de verantwoordelijkheidsverdeling. Volgens mij heb ik die vraag al beantwoord in eerste termijn. In het najaar van 2019 heb ik met de premiers van de landen overleg gehad. De landen hebben positief gereageerd op het verzoek om daarover in gesprek te gaan, maar vanwege corona is dat nog niet gelukt. Hopelijk kunnen we rond de zomer met een werkgroep van start gaan. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van een aantal zaken. Zo zijn er nu ook weer verkiezingen in Aruba. Zo is er altijd wat. Ook wij hebben natuurlijk verkiezingen gehad. Die waren wel gepland, maar die in Aruba niet, althans: ze waren niet voor juni gepland maar oorspronkelijk voor september. Ik weet niet in hoeverre dat invloed zal gaan hebben, maar er wordt uitvoering gegeven aan deze motie. Dat zeg ik u toe.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2020/2021, nr. 33, item 7
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 31 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 januari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 juni 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
19 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
30 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
13 december 2022
nieuwe deadline: 1 maart 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
4 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 juni 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 juni 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 35.925 VII / 35.925 IV, I
-
-
6 april 2021
toezegging gedaan
Toezegging Inventarisatie van het Rijksvastgoedbedrijf naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen (35.925 VII) (T03355)
De Minister van VRO zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe de Kamer medio 2022 te informeren over de inventarisatie van het Rijksvastgoedbedrijf naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen.
| Nummer | T03355 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 december 2021 |
| Deadline | 1 juli 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | inventarisatie Rijksvastgoedbedrijf statushouders vergunninghouders |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 (35.925 VII) |
Handelingen I 2021/22, nr. 12, item 4, blz. 3.
De heer Van Hattem (PVV):
Verder heeft het Rijksvastgoedbedrijf met het COA locaties in eigendom geïnventariseerd die met spoed gereedgemaakt kunnen worden voor tijdelijke bewoning door vergunninghouders. Ook heeft het Rijksvastgoedbedrijf met het COA, het ministerie van Defensie, Aedes, de branchevereniging voor woningcorporaties, en commerciële partijen zoals Koninklijke Horeca Nederland en bouwbedrijven in bredere zin bestaand vastgoed geïnventariseerd dat eenvoudig geschikt kan worden gemaakt voor tijdelijke bewoning door statushouders. Is de minister bereid om deze inventarisaties ook beschikbaar te stellen aan het parlement? Zijn de gemeenteraden waar deze ontwikkelingen voorzien zijn, aan de voorkant op de hoogte gebracht van deze plannen? Zo nee, waarom wordt de lokale democratie hierover niet geïnformeerd? Welke mogelijke rechtsmiddelen kunnen omwonenden nog inzetten tegen zo'n tijdelijke inzet voor huisvesting voor statushouders? Graag een reactie van de minister.
Handelingen I 2021/22, nr. 12, item 4, blz. 9.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik heb toch nog een openstaande vraag die niet beantwoord is door de minister. Ik overweeg in tweede termijn daarover een motie in te dienen als daar geen duidelijk antwoord op komt. Ik had gevraagd naar de inventarisatie die het Rijksvastgoedbedrijf, dat onder de portefeuille van deze minister valt, heeft gedaan naar de mogelijke locaties om statushouders of vergunninghouders op te vangen. Is de minister bereid om die inventarisatie te verstrekken? In hoeverre zijn de gemeenteraden van de betreffende gemeenten waar eventueel locaties voorzien zijn op de hoogte gesteld?
Minister Ollongren:
Excuses, die ben ik inderdaad vergeten. Het Rijksvastgoedbedrijf is nog volop bezig — dat doen ze in nauw overleg met de gemeenten — om geschikte locaties te vinden. Dat is een zorgvuldig proces en dat gaat ook echt in overleg met de gemeenten. Ik kan deze Kamer toezeggen dat zij daarover zal worden geïnformeerd, maar dat zal medio volgend jaar zijn.
Brondocumenten
-
behandeling van het onderdeel 'wonen' van de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 Verslag EK 2021/2022, nr. 12, item 4 herdruk
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over opvanglocaties voor asielzoekers in rijksvastgoed
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, L
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 januari 2025
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
16 januari 2025
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
16 januari 2025
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
16 januari 2025
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
7 februari 2023
Voortgang: -
6 februari 2023
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor VRO over het aanbod van rijksvastgoed dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft gedaan ten behoeve van het opvangen van vluchtelingen
EK 35.925 VII, K
-
-
Beslisnota bij het verslag van een schriftelijk overleg over het aanbod van rijksvastgoed dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft gedaan ten behoeve van het opvangen van vluchtelingen
-
-
29 november 2022
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 december 2021
toezegging gedaan
Toezegging Aansluitplan voor PLOOI (33.328/35.112) (T03360)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens, toe de Kamer, eind 2021 dan wel begin 2022, te informeren over het aansluitplan voor PLOOI en de verschillende organisaties daarbij.
Deze toezegging wordt telkens in samenhang met toezegging T03362 behandeld.
| Nummer | T03360 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A.M.V. Gerkens (SP) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | aansluitplan strategie PLOOI |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 63
Mevrouw Gerkens (SP): Dank u wel, voorzitter. Dank voor de antwoorden van de drie personen daar, achter de tafel. Dank ook voor de toezegging dat er hard wordt gewerkt aan een aansluitstrategie. Mijn vraag aan de minister is of zij dat plan voor die aansluitstrategie of ten minste een brief daarover wil sturen naar deze Kamer wanneer deze fase is afgerond.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 69
Minister Ollongren:
Een aantal sprekers hebben geen vragen aan mij gesteld, maar ik heb wel goed naar hen geluisterd. Mevrouw Gerkens heeft wel een vraag gesteld. Ik zeg graag toe dat ik de Eerste Kamer zal informeren over het aansluitplan voor PLOOI en de verschillende organisaties daarbij. Ik heb gezegd dat we dat dit jaar afronden. Ik hoop dat het lukt om de Kamer nog dit jaar te informeren. Anders wordt het begin volgend jaar. Er wordt nu heel hard aan gewerkt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
17 mei 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 april 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Wet open overheid
Op 17 mei 2022 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie BiZa/AZ.
EK 33.328 / 35.112, AC
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Belemmeringen Verdrag van Tromsø in kaart brengen (33.328/35.112) (T03361)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort, toe de belemmeringen voor het Verdrag van Tromsø in kaart te brengen en dit in het voorjaar van 2022 gereed te hebben.
| Nummer | T03361 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | belemmeringen Verdrag van Tromsø |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 1
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
Concreet is dan natuurlijk de vraag op welke punten de Wet open overheid nog zal moeten worden bijgesteld om aan Tromsø te voldoen. We begrijpen dat het in elk geval gaat om de absolute weigeringsgrond voor concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens en om de uitzonderingsgrond onevenredige benadeling. We snappen natuurlijk dat zulke afwijkingen van Tromsø het gevolg kunnen zijn van het politieke proces van amendering van de wet die nu voorligt. We zullen hier moeten stemmen over de voorliggende wet en maken dat niet afhankelijk daarvan. Maar mijn vraag is wel: zijn er nu dwingende, juridische redenen waardoor we op deze punten van Tromsø moeten afwijken? Anders gezegd: wanneer we het verdrag zouden ondertekenen, kunnen we dan deze wet alsnog in overeenstemming brengen met het verdrag of stuit dat op problemen? En — dat is een wetstechnische vraag aan de regering — komt de rechtsgeldigheid van de Woo in gevaar als we Tromsø zouden ondertekenen en ratificeren? Graag wat meer advies van de regering op dat punt. Ik sluit dit onderdeeltje af met een verzoek. Is de regering bereid om na invoering van de Wet open overheid te onderzoeken of wel vervolgstappen nodig zijn om te voldoen aan de standaarden van de Tromsø Conventie en de uitkomst daarvan binnen een jaar met de Kamers te delen, zodat het gesprek over eventuele toetreding verder kan worden gebracht? Dat is mijn eerste vraag.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 55
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
Ik zou net één stap verder willen gaan. We weten dat er nog discrepanties zijn. Er zijn vandaag al een paar punten van de wet genoemd die volgens de verdedigers zouden moeten worden aangepast als we het Verdrag van Tromsø zouden ondertekenen. Maar de vraag welke belemmeringen er zijn om het Verdrag van Tromsø überhaupt te ondertekenen en te ratificeren, kunnen we toch zakelijk stellen en onderzoeken? De vraag die ik zou willen stellen aan de minister is of zij bereid is om toe te zeggen dat ze wil verkennen welke belemmeringen er zijn om het verdrag te ondertekenen of te ratificeren, en of ze ons daarover wil informeren.
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
Dank, dat waardeer ik heel erg. Misschien is het ook goed als we daar … Dat is niet zo heel erg veel werk volgens mij. Is een termijn van zes maanden realistisch?
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 67
Minister Ollongren:
Dan de derde vraag van de heer Ganzevoort. Hij herinnerde mij nog even aan de vraag die hij mij in eerste termijn had gesteld. Ik heb gezegd dat wij voor het Verdrag van Tromsø de belemmeringen in kaart brengen. Ik denk inderdaad dat de termijn die de heer Ganzevoort schetste, haalbaar is. Ik zeg de Kamer toe dat ik zal zorgen — ik ga dat nu in ieder geval in gang zetten — dat dat in het voorjaar van volgend jaar gereed is. Dat correspondeert ongeveer met die zes maanden.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
25 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
7 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
1 april 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang uitvoering verschillende maatregelen en toezeggingen open overheid
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.328 / 35.112, AM
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Gefaseerde inwerkingtreding van de actieve openbaarmaking (33.328/35.112) (T03362)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer (D66), toe de Kamer te informeren over de gefaseerde inwerkingtreding van de actieve openbaarmaking.
Deze toezegging wordt telkens in samenhang met toezegging T03360 behandeld.
| Nummer | T03362 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 31 december 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Jhr.mr. J.P. Backer (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | actieve openbaarmaking gefaseerde inwerkingtreding |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 49-50
De heer Backer (D66):
Even vanuit de wetgevingstechniek of het mechanisme. Er staat eigenlijk heel vaak dat er op enig tijdstip een deel van de wet alsnog in werking treedt. Nu begrijp ik uit de discussie dat er geen automatisme in zit. Ik heb het over de actieve openbaarmaking. Maar wat is nou het triggerpoint? Ik las bij de voorbereiding in de stukken dat de heer Van Weyenberg een keer over vier jaar sprak. Maar ik begrijp dat het niet aan tijd gebonden is. Het is veel meer functioneel gebonden: is men er klaar voor? Hoe werkt dat dan? Wie rapporteert er? Is dat de adviescommissie? Is het de minister die aan de Tweede Kamer rapporteert en zegt: nu zijn we zover? Ik wil er even iets meer gevoel voor krijgen.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 50
Minister Ollongren:
Zoals ik het voor mij zie, maken we samen met de koepelorganisaties een plan. Daar zijn we al mee in overleg. Dat platform wordt tegelijkertijd doorontwikkeld. We hebben dan een plan en dan kunnen we gefaseerd afspreken wanneer wat in werking treedt, zoals het in de wet staat. Ik denk dat het meest logische is als de minister daarover rapporteert aan de Kamer, zodat de Kamer inzicht heeft in het plan en of het netjes op die manier wordt uitgevoerd. Ik meen dat er bij die gefaseerde inwerkingtreding iedere keer als er een volgende fase ingaat een KB hoort. Laat me dat nog even wetstechnisch checken. Dat lijkt me de manier om dit te doen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 31 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over motie actieve openbaarmaking en openstaande toezeggingen Wet open overheid (Woo)
Op 9 juli 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.328 / 35.112, AL
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoek naar ratificatie verdrag van Tromsø (33.328/35.112) (T03364)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole, toe onderzoek te starten naar het al dan niet ratificeren van het Verdrag van Tromsø.
| Nummer | T03364 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | onderzoek ratificatie Verdrag van Tromsø |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 55
De heer Koole (PvdA):
De minister kan op dit moment geen tegenstrijdigheden uitsluiten. Ze zegt: het is aan een volgend kabinet om daarnaar te kijken, maar daar is ook onderzoek voor nodig. De minister had het in een eerdere fase over ander internationaal vergelijkend rechtsonderzoek. Heeft zij twee verschillende onderzoeken op het oog? Een demissionair kabinet kan wel alvast een onderzoek laten starten, zodat het volgende kabinet de resultaten daarvan kan gebruiken om een eigen afweging te maken.
Minister Ollongren:
In mijn beleving zijn het twee verschillende dingen. Het eerste is een feitelijk en wetenschappelijk internationaal vergelijkend onderzoek. Dit onderzoek heeft een specifiek doel dat ook politiek-bestuurlijk relevant is, namelijk: zouden we het verdrag kunnen ratificeren, ja dan wel nee? Omdat die vraag natuurlijk schuilgaat achter het onderzoek hebben wij als kabinet geoordeeld dat het aan een volgend kabinet is om dat in gang te zetten en om daarna te besluiten of het dat verdrag al dan niet zou willen ratificeren.
De heer Koole (PvdA):
Kan de minister nu nog geen enkele indicatie geven van de problemen die er op dit moment zijn waardoor het Verdrag van Tromsø niet kan worden ondertekend? Ik heb daar ook om gevraagd in mijn bijdrage.
Minister Ollongren:
Ik gaf een voorbeeld: bedrijfsgevoelige informatie. In de wetenschappelijke literatuur zijn aandachtspunten genoemd. Vanuit de ambtelijke organisaties is ons meegegeven dat dat echt nadere studie vereist. De ambtelijke bevindingen liggen klaar, dus een volgend kabinet kan zich daar snel mee bedienen. Maar er zijn wel een paar haken en ogen waardoor we denken dat het verstandig is om nader onderzoek te doen alvorens we die afweging maken.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 55
De heer Koole (PvdA):
Ik heb tot slot de vraag of dit huidige demissionaire kabinet dat onderzoek niet alvast kan laten starten, waardoor een volgend kabinet daar zijn voordeel mee kan doen.
Minister Ollongren:
Laten we het als volgt doen. Als je alvast wat voorbereidend werk kunt doen, dan moet je dat natuurlijk niet laten. Datgene wat al bekend is, kunnen we ambtelijk op een rijtje laten zetten zodat we alvast het voorwerk hebben gedaan dat nodig is mocht het nieuwe kabinet zeggen: wij zouden graag willen weten of we het verdrag al dan niet kunnen ratificeren.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
25 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
1 april 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang uitvoering verschillende maatregelen en toezeggingen open overheid
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.328 / 35.112, AM
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Wetswijzigingen op het punt van Waterschappen in artikel 5.2 derde lid Woo (33.328/35.112) (T03366)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Koole, toe de wet te wijzigen zodat ook waterschappen onder artikel 5.2, derde lid, Wet open overheid vallen, zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet.
| Nummer | T03366 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 september 2021 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | amendementen evaluaties waterschappen wetswijziging |
| Kamerstukken | Novelle Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (35.112) Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid (33.328) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 7
De heer Koole (PvdA):
Het is bovendien vreemd dat in de opsomming in het derde lid van dat artikel 5.2 de waterschappen niet zijn genoemd. In antwoord op een vraag hierover zeggen de initiatiefnemers geen goede reden te zien om de waterschappen niet op te nemen, maar ja, dat is nu eenmaal niet gebeurd. Daarom hebben we de minister gevraagd om na mogelijke aanname van dit wetsvoorstel een wijziging voor te bereiden die de waterschappen ook opneemt in artikel 5.2, derde lid. Het antwoord van de minister bevreemdt nogal. De strekking van dat derde lid is dat de inhoudelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de formele bestuurlijke besluitvorming transparant moeten zijn en dat dit in het bijzonder geldt voor bestuursorganen die politiek verantwoording afleggen aan de democratisch verkozen organen over beleid en wetgeving, aldus de minister. So far, so good. Maar dan vervolgt de minister: "Die overwegingen spelen in mindere mate een rol bij waterschappen." Nu breekt mijn klomp, zou ik bijna willen zeggen. In tijden waarin de waterschappen ook zelf vinden dat hun belang vooral door de klimaatcrisis is toegenomen en zij al een kwarteeuw beschikken over democratisch verkozen organen is er toch geen enkele reden om de waterschappen niet op te nemen in dat artikel 5.2, lid 3? Dus vraag ik de minister of zij het met de indieners eens is dat er geen goede reden is om de waterschappen niet op te nemen. En kan zij alsnog toezeggen om na de mogelijke aanname van dit wetsvoorstel een wijziging voor te bereiden die de waterschappen ook opneemt in artikel 5.2, lid 3?
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 52
Minister Ollongren:
De waterschappen vallen ook gewoon onder de Woo, geen misverstand daarover. Maar ze vallen niet onder dat specifieke onderdeel dat er via het amendement in is gekomen. Ik denk dat het in het grote geheel echt een klein accentverschil is. Ik heb niet de neiging om dat nu meteen te gaan repareren door een wetswijziging. Op een gegeven moment wordt de wet geëvalueerd en dat leidt vermoedelijk nog tot verbeteringen en aanpassingen. Dat zou misschien een goed moment zijn om dit onderdeel te corrigeren.
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 52
De heer Koole (PvdA):
Ik dank de minister dat zij over het belangrijke onderwerp van de waterschappen ook spreekt. Ik begrijp dat de minister zegt niet geneigd te zijn dit gelijk na aanname van de wet te repareren. Maar kan de minister misschien toezeggen dat, als de wet om andere redenen toch wordt aangepast, dit element ook zal worden meegenomen?
Handelingen I 2021-2022, nr. 1, item 11, blz. 52
Minister Ollongren:
Laten we dat afspreken. Ik suggereerde al dat te doen bij de evaluatie, maar er zou wellicht al een eerder moment kunnen zijn. Ik wil graag zeggen wat de heer Koole suggereert, namelijk dat we dit doen zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet. Dat lijkt mij verstandig.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 1, item 11
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 31 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
13 september 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de implementatie van de Wet open overheid
EK 33.328 / 35.112, AD
-
-
28 september 2021
toezegging gedaan
Toezegging Bevoegdheidsverdeling kwaliteitsborger en bevoegd gezag (34.453) (T03368)
De Minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (PvdA), toe haar schriftelijk te informeren over de bevoegdheidsverdeling tussen het bevoegd gezag en de kwaliteitsborger.
| Nummer | T03368 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 9 november 2021 |
| Deadline | 1 juli 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bevoegd gezag bevoegheidsverdeling kwaliteitsborger |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 5-6
De heer Crone (PvdA):
Het borgen van de kwaliteit helpt de aannemer maar vooral de vergunningvrager om een betere kwaliteit te krijgen. Dat willen we allemaal. Maar het komt niet in de plaats ván. Ik zie in de stukken dat dit onduidelijk is. In het laatste antwoord dat we in september hebben gekregen, staat op de ene pagina dat de gemeente de stukken van de kwaliteitsborger alleen maar procedureel mag beoordelen, dus of het dossier compleet is. Maar de gemeente mag niet zeggen dat er iets ontbreekt of dat er een draagmuur wordt doorgebroken terwijl de lateibalk niet zwaar genoeg is. Dat mag dus niet. De gemeente mag alleen maar de omgevingsaspecten, zoals ruimtelijke ordening, beoordelen.
(…)
De tweede vraag is dan: wie mag dat wel? Mag de aanvrager, de aannemer of het bevoegd gezag in beroep gaan tegen een besluit van de kwaliteitsborger? Als de kwaliteitsborger zegt dat het huis niet goed is, mag je er niet in. Dat is nieuw; dat is nu nog niet zo. De kwaliteitsborger is bepalend. 6 Dus wie mag dan zeggen: u mag toch uw huis in? Want dan overrule je toch inhoudelijk de kwaliteitsborger. Ik begrijp dat dat volgens de wet niet mag. Zo lees ik het zelf ook.
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 18
De voorzitter:
Tot slot zou ik u nog een vraag willen stellen. U hebt gezegd dat de monitoringsrapportage voor de kerst komt. U hebt aan de commissie ook de toezegging gedaan dat er nog schriftelijk ingegaan wordt op de bevoegdheidsverdeling. Krijgen we daar ook voor de kerst een reactie op?
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 7
Minister Ollongren:
Er is ook een heel lange variant van, maar misschien is die niet dienstig voor deze vergadering. Ik kan het desnoods nog een keer op schrift zetten als uw commissie daar prijs op stelt.
Kamerstukken I 2021/22, 34453, Z, p. 18
Minister Ollongren: Zeker. Misschien reageer ik ook nog even als volgt op de heer Meijer. Natuurlijk gaan we proberen dat zo veel mogelijk namens partijen te doen. We werken al met de partijen samen. Als er iets naar de Kamer gaat, is dat uiteindelijk mijn verantwoordelijkheid, maar we doen dat met alle partijen samen. Ik ga er ook niemand van weerhouden om apart nog brieven aan u te sturen, want daar ga ik niet over. Maar de samenwerking is belangrijk. Ik zal ervoor zorgen dat dat heel helder is in de rapportage.
Brondocumenten
-
21 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
26 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 november 2021
toezegging gedaan
Toezegging Geen inhoudelijke of procedurele inmenging regering bij nieuwe adviesaanvraag Adviescollege ICT-toetsing (33.118/34986) (T03419)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks) en een opmerking van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de regering zich niet zal bemoeien met de inhoud of de procedure van de nieuwe adviesaanvraag bij het Adviescollege ICT-toetsing inzake de werking van het DSO-LV.
| Nummer | T03419 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 juni 2022 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Adviescollege ICT-toetsing werking DSO-LV |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 2
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
Naast de vragen over de beslisnotitie heb ik nog een aantal andere vragen aan de minister. Wil hij toezeggen dat het kabinet en de programmaorganisatie zich op geen enkele wijze zullen bemoeien met de opzet en de resultaten van het onderzoek van het Adviescollege ICT-toetsing en dat ze zich beperken tot het leveren van gevraagde informatie? Ik
vraag dit omdat er in een eerdere fase discussie was tussen het ministerie en het adviescollege. Toen werd een onderzoek juist afgehouden. Het lijkt me goed om dat te voorkomen.
Ik hoor graag van de minister welke criteria hijzelf gaat hanteren wat betreft het rapport van het adviescollege, los van de criteria die wij hier in de Eerste Kamer hanteren.
Welke minimale eisen stelt het kabinet zelf aan de invoeringsgereedheid van de Omgevingswet in oktober? Is er een scenario denkbaar waarbij het kabinet op basis van een breed palet aan informatiebronnen zelf tot de conclusie komt dat de invoeringspraktijk nog niet gereed is voor invoering? En zo ja, waar wordt dan aan gedacht? En is er
een mogelijkheid dat u ook verder gaat kijken dan alleen naar het DSO?
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 5-6
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Wij dienen een motie in, zodat er ruimte is voor een halfjaar oefenen met bestuurlijke borging met medeoverheden, waarbij de resultaten van de actualisatie van de adviescommissie AcICT in oktober 2022 van belang zijn, en waarbij het indringend testen van werking en stabiliteit van de DSOketen aan de orde is, op basis van de dan beschikbare informatie, en waarbij de gefaseerde invoering voor het onderdeel planketen mogelijk is, waarbij bevoegde gezagen nog geruime tijd gebruik kunnen maken van bestaande systemen, en waarbij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 het uitgangspunt is en blijft, zodat de bevoegde gezagen hun voorbereidingen daarop
kunnen inrichten en de uitvoering geen vertraging oploopt.
(…)
De voorzitter: Door de leden Rietkerk, Van der Linden, Klip-Martin, Verkerk, Van Dijk, Dessing, Frentrop, Bezaan en Raven wordt de volgende motie voorgesteld:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Omgevingswet het benodigde instrumentarium levert om de grote fysieke opgaven integraal aan te kunnen pakken en ruimtelijke procedures aanzienlijk kan verkorten;
constaterende dat Deloitte in haar tussenrapportage op 16 juni jongstleden heeft vastgesteld dat verbeteracties geadviseerd door het Adviescollege ICT-toetsing voor het overgrote deel in opzet in gang zijn gezet en zowel de vergunningsketen als de toepasbareregelsketen stabiel functioneert;
overwegende dat ruimtelijke opgaven en dienstverlening aan burgers en bedrijven ook na inwerkingtreding goed gefaciliteerd moeten blijven en dat daar zekerheid over moet bestaan;
overwegende dat de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen uitspreken dat zij de ingangsdatum van 1 januari 2023 willen blijven hanteren;
overwegende dat gefaseerde invoering voor het onderdeel van de planketen mogelijk is door de inzet van tijdelijke alternatieve maatregelen, waardoor bevoegd gezagen bij inwerkingtreding voor het onderdeel planketen nog geruime tijd gebruik kunnen blijven maken van bestaande systemen, waardoor gebiedsontwikkeling in alle gevallen doorgang kan vinden;
spreekt uit dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 het uitgangspunt is en blijft, zodat de bevoegd gezagen hun voorbereidingen daarop kunnen inrichten en de uitvoering geen vertraging oploopt;
spreekt uit dat het wenselijk is dat het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) in oktober 2022 een geactualiseerd advies uitbrengt met het oog op inwerkingtreding per 1 januari 2023 (uitwerking geschiedt via de Voorzitter namens de Eerste Kamer);
verzoekt de regering om in oktober de voortgangsinformatie vanuit het interbestuurlijke programma over performance, stabiliteit, integrale ketentesten en tijdelijke alternatieve maatregelen aan te leveren, met als doel de Eerste Kamer kennis te laten nemen van de uitslagen van de testen en de verbeteringen van de keten die daarmee zijn georganiseerd met het oog op inwerkingtreding per 1 januari 2023,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt letter DZ (33118, 34986).
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 6
Mevrouw Moonen (D66):
Ik heb één vraag aan de heer Rietkerk. In de zin over het Adviescollege ICT-toetsing geeft hij aan dat de uitwerking van de inwerkingtreding geschiedt via de voorzitter namens
de Eerste Kamer. Kan hij deze zin verduidelijken? De zin loopt namelijk niet. Wat bedoelt hij met de rol die de voorzitter van de Eerste Kamer heeft?
De heer Rietkerk (CDA):
Het is zo dat de voorzitter van de Tweede Kamer en de voorzitter van de Eerste Kamer namens die Kamers, of de minister zelve namens het kabinet, een opdracht kunnen
geven aan een adviesorgaan. De indieners hebben nadrukkelijk willen aangeven dat de Eerste Kamer aan zet is en dat die de regie wil voeren. Vandaar de zin die er staat.
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 12
Minister De Jonge:
(…)
Dan de bemoeienis met het AcICT. Het AcICT is een onafhankelijk adviescollege. Wij zullen hen uiteraard bedienen waar dat nodig is om hun werk te kunnen doen, maar het AcICT is onafhankelijk.
(…)
Handelingen I 2021-2022, nr. 35, item 8, blz. 13
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
Ik ben ook dankbaar voor de toezegging dat de minister zich niet gaat bemoeien met de inhoud van het Adviescollege ICT-toetsing, noch met het proces, noch met de inhoud.
Het is goed dat dat geborgd is.
Brondocumenten
-
stemming motie ingediend tijdens het Debat naar aanleiding van een mondeling overleg Omgevingswet Verslag EK 2021/2022, nr. 38, item 8 (herdruk)
-
Debat naar aanleiding van een mondeling overleg Omgevingswet Verslag EK 2021/2022, nr. 35, item 8
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
8 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over de voortgang van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EK
-
-
28 juni 2022
toezegging gedaan
Toezegging Uitkomsten van Integrale Ketentesten over Fase I en van de opvolgende fasen (33.118/34.986) (T03422)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe de Kamer in een voortgangsrapportage te informeren over de uitkomsten van de Integrale Ketentesten over Fase I, die in juli beschikbaar komen, alsmede de uitkomsten van iedere opvolgende fase waarin een ketentest is afgerond.
| Nummer | T03422 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 juni 2022 |
| Deadline | 1 februari 2023 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 18
Mevrouw Fiers (PvdA):
(…)
Het ICT-college geeft ook aan dat het, naast de kritiekepadplanning, heel belangrijk is om de hele planketen indringend door te testen. In antwoorden op onze vragen zegt de minister: ik heb twee fases van integraal planketentesten. Eentje loopt van 19 april tot 1 juli en de tweede loopt vanaf 8 juli voor acht weken. Dit zou betekenen dat begin september de integrale planketentoets klaar is. De eerste fase zou nu bijna klaar zijn. Ik ben wel benieuwd hoe het daarmee staat. Kan de minister al een tipje van de sluier oplichten over de resultaten van die testen?
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 27
Minister De Jonge:
(…)
We hebben fase 1 begin juli afgerond. De verbeterpunten worden dan doorgevoerd. Vervolgens wordt in fase 2 het vervolg getest. Maar ik wil daarmee door blijven gaan in fase 3 en eigenlijk ook over de jaargrens heen. En waarom? Omdat je natuurlijk telkens weer nieuwe releases hebt. Je wilt telkens zo'n systeem blijven testen.
Even voor het beeld: ja, het is een groot en complex systeem, maar laten we ook niet doen alsof we binnen de overheden niet nog veel grotere en nog veel complexere systemen hebben. Neem even het systeem van de Belastingdienst. Dat is een veel complexer systeem. Aangifte doen gaat doorgaans heel erg prima. Dat is een veel complexer systeem, omdat daar veel meer op wordt ingelogd bijvoorbeeld. Daarmee is het een veel complexer systeem. Dat geldt dus niet voor dit systeem. Overigens zijn dat soort testen wel gedaan: in welke mate kun je het maximaal belasten en blijft het ook dan nog draaiende? Het antwoord op die vraag is ja, want dat type testen is natuurlijk geweest. Maar we blijven dus ook de hele tijd dat type testen doen. We zullen ook bij iedere uitkomst, dus bij iedere fase waarin we de ketentest hebben afgerond, de Kamer informeren. We zullen überhaupt, ook als we aan de slag zijn met de Omgevingswet, dat soort dingen altijd totaal transparant maken, want dat doen we namelijk het hele invoeringstraject lang.
Kamerstukken I 2021-2022, nr. XXX, item XXX, blz. 28-29
Minister De Jonge:
(…)
Mevrouw Fiers had een vraag over de eerste fase van het Indringend Ketentesten: wat zijn eigenlijk de resultaten van de eerste fase? Fase 1 van het Indringend Ketentesten wordt op dit moment uitgevoerd. Die bestaat uit vier testweken, tot en met begin juli. Testweek één en twee zijn afgerond. De testrapportages daarvan zijn publiekelijk toegankelijk via de website aandeslagmetdeomgevingswet.nl. Er zijn geen blokkerende bevindingen. Een groot deel van de bevindingen tot nu toe heeft betrekking op de decentrale softwarecomponenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lokale plansoftware, lokale regelsoftware of lokale VTH-software. Een aantal andere bevindingen heeft betrekking op de centrale software, bijvoorbeeld de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen, LVBB, en DSO-LV. Die genoemde bevindingen betreffen hoofdzakelijk functionaliteiten die wel werkbaar zijn, maar echt verbeterd kunnen worden. De totale rapportage over fase 1 zal in juli beschikbaar komen. Die zal ik dan ook met u delen. Vervolgens gaan we dus door in fase 2. We blijven volcontinu testen om alle nieuwe releases ook telkens goed door te testen. Dat is gewoon gebruikelijk bij grote ICT-projecten.
-
9 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
18 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
16 januari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 december 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FY
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
4 juli 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
30 juni 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, FK
-
-
23 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 mei 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over het proces richting inwerkingtreding van de Omgevingswet
Op 23 mei 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FH
-
-
7 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
26 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over voortgang van de implementatie van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EU
-
-
6 december 2022
nieuwe deadline: 1 februari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 november 2022
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over de voortgang van de Omgevingswet
EK 33.118 / 34.986, EK
-
-
21 juni 2022
toezegging gedaan
Toezegging Experiment in middelgrote gemeente (35.455) (T03427)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Baay-Timmerman (50PLUS) en Van Hattem (PVV), toe om te bekijken of een experiment in een middelgrote gemeente ook mogelijk is.
| Nummer | T03427 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 mei 2022 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr. M.H.H. Baay-Timmerman (50PLUS) A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | stembiljetten verkiezingen |
| Kamerstukken | Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (35.455) |
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item 8, p. 5
De heer Van Hattem (PVV):
Het blijft vreemd dat de minister op de eerste plaats wil gaan experimenteren in kleinere gemeenten, met minder dan 25.000 inwoners, bij de voorgenomen herindelingsverkiezingen in november van dit jaar. Juist bij de raadsverkiezingen in zulke kleinere gemeenten zijn zeer uitgebreide kandidatenlijsten met veel partijen en veel kandidaten helemaal niet op orde. Het grote stembiljet ligt daar helemaal niet op tafel. Het wordt dus een experiment in een setting die volstrekt niets zegt over het gestelde probleem. Wat denkt de minister dan wijzer te kunnen worden van een experiment in zulke gemeenten?
(…)
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item 8, p. 8.
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
(…)
Terug naar model 2. De lijst met kandidaat nummers is zichtbaar in het stemhokje, zodat de kiezer het nummer van zijn kandidaat niet hoeft te onthouden. Welke consequenties brengt dit met zich mee? Heeft de kiezer meer tijd nodig in het stemhokje? Hoe voorkom je dat de lijsten bekrast worden? Hoe groot wordt het formaat van zo’n lijst en blijven de kandidaat namen en -nummers wel goed leesbaar voor iedereen? Is de minister het met 50PLUS eens dat het van cruciaal belang is om diversiteit in de proefgemeenten te hanteren, dus niet alleen gemeenten met hoogopgeleiden maar ook gemeenten waarin zich veel laaggeletterden bevinden, zodat je een representatief beeld krijgt van het experiment? Heel generiek zou je namelijk kunnen stellen dat Nederlanders die woonachtig zijn in het buitenland in zijn algemeenheid voldoende geletterd en digitaal vaardig zijn, waardoor de tot op heden aangetoonde resultaten misschien wat té gunstig gekleurd zijn.
(…)
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item 10, p. 8.
Minister Bruins Slot:
(…)
Mevrouw Baay vroeg — dat is ook belangrijk — in hoeverre wordt gekeken naar mensen die laaggeletterd zijn en of ervoor wordt gezorgd dat als je zo'n experiment doet, voldoende laaggeletterde mensen kunnen stemmen. Ik had inderdaad in de memorie van toelichting geschreven dat we het vooral in kleinere gemeenten willen gaan testen, dus gemeenten met minder dan 25.000 inwoners. De heer Van Hattem had het daar ook over. Ik vind het, gehoord het debat hier in de Kamer, wel goed om te kijken of we ook een experiment zouden kunnen doen in een middelgrote gemeente, omdat dat een aantal zaken ondervangt die verschillende leden naar voren hebben gebracht.
(…)
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 29, item 10
-
stemming Handelingen TK 2021/2022, nr. 10, item 8
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang:documenten: -
10 december 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
3 december 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
18 november 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
24 mei 2022
toezegging gedaan
Toezegging Evaluatie (35.455/35.670) (T03429)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Koole (PvdA) en Baay-Timmerman (50PLUS), toe om de evaluatie van de eerste stemming met model 2 aan de Kamer te sturen. Na deze evaluatie zal de minister de mogelijke vervolgstappen afwegen, waaronder de mogelijkheid om na bevredigend resultaat niet meer te experimenteren met model 1. Voorts zal de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen met de Kamer worden gedeeld.
| Nummer | T03429 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 24 mei 2022 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Mr. M.H.H. Baay-Timmerman (50PLUS) Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | stembiljetten verkiezingen |
| Kamerstukken | Definitieve invoering van het nieuwe stembiljet voor kiezers buiten Nederland (35.670) Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (35.455) |
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item. 10, p. 10.
De heer Koole (PvdA):
Omdat de minister naar het volgende blokje gaat, nog even een vraag over die modellen. Een van de vragen die ik had gesteld, was hoe lang we doorgaan met het experimenteren met model 2. Als dat niet succesvol zou blijken te zijn, is er dan nog voldoende tijd om binnen de wettelijke termijn, die maximaal tien jaar is, geloof ik, nog te experimenteren met model 1? Wanneer houdt het op? Is er dan nog voldoende tijd over voor een eventueel ander model?
Minister Bruins Slot:
Die verwachting heb ik wel. Sowieso wil ik de evaluatie van de eerste stemming met model 2 met deze Kamer delen, dat wilde ik nog zeggen. Dat lijkt me ook het geëigende moment om met de Kamer het gesprek aan te gaan over het verder doorontwikkelen van model 1.
De heer Koole (PvdA):
Dus ik begrijp het goed dat de minister na het experiment met model 2, wat de uitkomst ook is, altijd opnieuw het gesprek aangaat met beide Kamers?
Minister Bruins Slot:
Ik wil in ieder geval de evaluaties aan de Kamer toesturen. Dan is het natuurlijk aan de Kamer om wel of niet daarover met mij in gesprek te gaan.
(…)
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item. 10, p. 11.
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
Ik had de minister ook nog gevraagd of ze, mocht uit de evaluatie blijken dat model 2 eigenlijk zeer succesvol is, dan bereid is om model 1 volledig te schrappen. Of blijft dat altijd nog boven de markt hangen?
Minister Bruins Slot:
Ik heb net toegezegd dat ik na het eerste experiment en de evaluatie zal wegen welke vervolgstappen ik ga zetten. Daar wil ik niet op vooruitlopen. De conclusie kan bijvoorbeeld ook zijn dat ik het eerste model niet meer test, omdat het tweede model gewoon goed gaat. Maar in deze fase wil ik dat eigenlijk nog niet geheel uitsluiten, omdat we natuurlijk eerst in de praktijk moeten kijken hoe het werkt.
Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):
Uit de woorden van de minister begrijp ik dat zij altijd nog de mogelijkheid wil behouden om model 1 ook in te voeren of daarmee te experimenteren, maar ik denk toch — ik weet niet in hoeverre de minister dat met mij eens is — dat dat een veel gecompliceerdere structuur vergt dan model 2.
Minister Bruins Slot:
Er is inderdaad een geëigende reden waarom we met model 2 beginnen. Dat is tot nu toe het beste beproefd en getest en heeft de beste basis. Wanneer niet alleen ik als minister, maar ook de Kamers concluderen dat model 1 eigenlijk geen toekomstbestendig model is, dan kunnen we altijd de AMvB weer wijzigen, maar ik wil in deze fase niet zeggen dat ik model 1 schrap. Het is namelijk ook aan de Kamer om een afweging over deze wet te maken. Om het samen te vatten: we beginnen met model 2 en als blijkt dat model 1 niet nodig is, kunnen we dat altijd uit het experimentenbesluit halen.
De heer Koole (PvdA):
Toch even voor de duidelijkheid. Ik had uit de beantwoording van de schriftelijke vragen begrepen dat als model 2 succesvol is, er dus niet meer wordt overgegaan naar model 1. De minister leek nu nog open te houden of dat dan nog moet. Het kan niet meer worden gedaan. Maar uit de beantwoording van de vragen heb ik begrepen dat als model 2 succesvol is, er verder niet meer wordt geëxperimenteerd.
Minister Bruins Slot:
Voorzitter. Als inderdaad uit de eerste experimenten blijkt dat model 2 succesvol is, ben ik niet van plan om model 1 in te zetten. Ik kan in deze fase natuurlijk nog niet voluit concluderen dat model 2 succesvol is. Ik zeg ook tegen deze Kamer dat model 1 nog niet in het experimentenbesluit zit dat ik voor ga leggen. Ik kom met het experimentenbesluit alleen met model 2 naar de Kamer toe.
(…)
Handelingen I 2021/22, nr. 29, item. 10, p. 13.
Minister Bruins Slot:
Dan kom ik bij een aantal algemene vragen die verder zijn gesteld over de samenhang van de diverse wetsvoorstellen. Ik wil toezeggen aan deze Kamer dat ik de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen ook aan deze Kamer stuur. Dan zal ik iets zeggen over de samenhang van de voorstellen die in de Verkiezingsagenda 2030 zitten, om daar een beeld van te geven. Daarbij geldt sowieso dat we bij de diverse wetsvoorstellen naar elkaar verwijzen welke verschillende verhoudingen die hebben.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 29, item 10
-
3 maart 2026
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 februari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
18 november 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
nieuwe deadline: 1 augustus 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 december 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, B
-
-
24 mei 2022
toezegging gedaan
Toezegging Toesturen digitale werkagenda (36.200) (T03506)
De minister-president zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Jorritsma-Lebbink (VVD), toe dat de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering, mevrouw Van Huffelen, binnenkort de digitale werkagenda aan beide Kamers zal sturen.
| Nummer | T03506 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 18 oktober 2022 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A. Jorritsma-Lebbink (VVD) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Digitale werkagenda veiligheid vrijheid van meningsuiting |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2023 (36.200) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 4 item 4 – blz. 9.
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
(…)
“Voorzitter. Ik kom hiermee op mijn eerste inhoudelijke punt. Het blijft gelukkig in dit huis nog redelijk binnen de perken, maar breder in de samenleving en zeker ook bij de collega's aan de Bezuidenhoutseweg is bedreiging en bijbehorende beveiliging aan de orde van de dag. Er is een verruwing gaande van het publieke debat, en met het risico dat het klinkt als "grootmoeder vertelt", moet ik toch constateren dat er met de komst van sociale media veel is veranderd op dat vlak. Veel goeds, maar het is ook een katalysator voor deze verruwing. Social media vergroten het kleine, maar ze steunen ook complottheorieën en fakenieuws. De eerste vraag die ik aan het kabinet zou willen stellen namens mijn fractie, is of het kabinet echt bereid is veel harder in Europa aan de bel te trekken om te bewerkstelligen dat we de anonimiteit terug gaan dringen op Twitter, Facebook, TikTok, Instagram et cetera. Want het publieke debat is een heel groot goed. De mogelijkheid om daarin meer mensen te betrekken, is echt fantastisch, maar mijns inziens is er echt geen enkele reden om dat geanonimiseerd te doen, helemaal niet als dat ertoe leidt dat anderen niet meer normaal over straat kunnen.
In het verlengde daarvan ben ik ook benieuwd hoe het kabinet aankijkt tegen het online gebiedsverbod. Het is een wat verwarrende term, maar dit werd geopperd na de ongeregeldheden met de boerendemonstraties. Hoe kunnen we mensen die online oproepen tot ellende op een bepaalde plek aanpakken? Via het strafrecht duurt dat veel te lang. Daar hebben burgemeesters inmiddels ervaring mee. Dan is het kwaad al geschied. De burgemeester van Utrecht heeft het al geprobeerd via het bestuursrecht, met een soort gebiedsverbod. Inmiddels wil ook de burgemeester van Amsterdam dat heel graag gaan hanteren. Is het kabinet van plan om het lokale bestuur daarin tegemoet te gaan komen met een wettelijke basis voor een dergelijk ingrijpen? Ik hoor daar graag een reactie op.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 4 item 12 – blz. 71.
Minister Rutte:
(…)
“Dan was er los van asiel, maar wel op het punt juridisch, de volgende vraag. Zou je in Europa niet veel harder aan de bel kunnen trekken wat betreft het terugdringen van de anonimiteit op bijvoorbeeld Twitter, TikTok, Instagram et cetera? Ik ben nu dus even weg van asiel. Dit is een heel ander thema, maar het valt wel onder juridisch. Ik denk dat het van belang is dat de anonimiteit op sociale media juridisch geborgd is. Dat is nou eenmaal zo. Dat geldt ook voor de veiligheid. Zou je dat willen veranderen, dan heb je wettelijke bevoegdheden en andere verantwoordelijkheden nodig. Dat zijn bijvoorbeeld bevoegdheden van opsporingsdiensten om op te treden tegen haatzaaien en verantwoordelijkheden bij platforms, onder andere op basis van EU- regelgeving, om content te modereren en zo nodig te verwijderen. Daar gebeurt natuurlijk wel heel erg veel.
Het gaat hier iedere keer om de balans tussen privacy en veiligheid. Maar het is niet zomaar mogelijk om te zeggen: je moet voortaan met vermelding van je naam en van wie je bent op sociale media actief zijn. Ook daar geldt dan weer dat als daar dingen zouden gebeuren die de aandacht van de opsporingsdiensten krijgen, er wel degelijk meer mogelijk is. Maar je kunt niet zonder meer persoonsgegevens van gebruikers registreren, verzamelen of verwerken, tenzij dat natuurlijk wenselijk is in het kader van de veiligheid, bijvoorbeeld als het gaat om haatzaaien.
Ik ben het eerlijk gezegd veel meer eens met de onderliggende boodschap van mevrouw Jorritsma. Dit is een beetje haar praktische voorstel. Maar onderliggend is ook mijn gedachte dat we in een mooi land leven. Mijn vraag aan Nederland zou zijn: laten we nou ook op sociale media een beetje op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan, met enige mildheid en enige humor. Dat zou al zo helpen. Soms gaat er allemaal zo grof aan toe, dat ik denk: wie denk je daar nou eigenlijk mee te bereiken, behalve een paar andere mensen die dat ook leuk vinden? Je zet je dan zo buiten de publieke discussie. Dat is zo weinig zinvol.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik bedoelde het toch een beetje serieuzer. Ik denk dat een deel van waar we nu mee zitten, dat politici bedreigd worden, dat allerlei mensen bedreigd worden, echt veroorzaakt wordt door de dynamiek die met anonimiteit op met name Twitter aan de orde is. Ik vind echt dat je moet weten wie de afzender is. Ik bedoel, het is makkelijk hoor: ik verwijder altijd al meteen alles waar een hondenkop op staat. Het is heel raar: waarom zou je op Twitter niet willen laten weten wie je bent? Ik heb ook gewoon mijn eigen naam op Twitter. Ik denk dat wij hier allemaal onze eigen naam gebruiken en niet een of andere fake naam. De verspreiders van fake news zijn zelf meestal ook fake. Overigens zijn dat ook vaak trollen. Die kun je op dit moment, als je er niks aan doet, helemaal niet achterhalen. Ik zou dus toch willen vragen of het kabinet daar ietsje serieuzer naar zou willen kijken.”
Minister Rutte:
“Ja. Mijn eerste indruk is ... Dat zullen we dan natuurlijk doen. Als er een kwestie is van haatzaaien of, laten we zeggen, wetovertredend gedrag, dan hebben opsporingsdiensten alle mogelijkheden om op te treden.
Twee. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de platforms zelf. Er is ook EU-regelgeving om ervoor te zorgen dat je als platform de inhoud in de gaten houdt en zo nodig verwijdert. Als mevrouw Jorritsma echt wetgeving zou willen die zegt dat je met naam en toenaam op social media moet, dan is mijn eerste informatie dat dat heel ingewikkeld is vanwege de twee grote belangen die dan met elkaar moeten worden gewogen. Dat zijn namelijk de privacy aan de ene kant en de veiligheid aan de andere kant.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik denk dat iemand de namen moet weten. Of je ze altijd helemaal op het account moet kunnen zien ... Maar nu weet in heel veel gevallen niemand wie de exacte afzender is, ook het platform niet. Mijn opvatting is dat dat niet meer zou moeten kunnen. Dat is de opvatting van mijn fractie. Nogmaals, ik vind dat er nu heel veel ellende voortvloeit uit dat feit, uit het feit dat niemand weet wie de afzender is. Het mooiste is natuurlijk dat je gewoon je naam erop zet. Als je dat niet durft omdat dat onveilig is voor je, dan moet ergens iemand weten dat jij de afzender bent.”
Minister Rutte:
“Dan komt nu mijn derde verzoek aan ambtelijk Algemene Zaken. Dat is om voordat ik in tweede termijn op de moties reageer, even één spaan dieper te kijken wat hier nog zou kunnen. Mijn eerste informatie is: ik wil geen verwachtingen wekken, want als het gaat om privacy versus veiligheid moeten echt verschillende grote juridische belangen met elkaar in balans gehouden worden. Maar deze aanvullende informatie gaan we nog even opnieuw wegen. We gaan kijken wat er kan.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 5 item 9 - blz. 24-25.
Minister Rutte:
(…)
“Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Jorritsma. Dat is het derde en laatste blokje, namelijk overige vragen. Haar vraag was: zou je in Europa niet veel harder aan de bel kunnen trekken wat betreft het terugdringen van de anonimiteit door bijvoorbeeld Twitter, TikTok, Instagram et cetera? Dat is een terechte vraag, denk ik. Het is wel ingewikkeld en veelzijdig, zoals in de eerste termijn betoogd. Gebruikers gaan een civielrechtelijke overeenkomst aan als ze gebruikmaken van zo'n dienst op een online platform. Dat doen ze dan met zo'n platform. Het platform heeft met gebruikersvoorwaarden het recht om grenzen te stellen aan het soort content dat het toelaat. Maar zij hebben ook het recht om bepaalde eisen te stellen. Dat civielrechtelijke karakter is ook van toepassing op de eisen die ze stellen aan de anonimiteit. Uiteraard gaat de gebruiker daar dan mee akkoord. Dat is eigenlijk de juridische kant.
Als die voorwaarden niet in strijd zijn met de wet, dan kun je er als Nederlandse overheid heel lastig nadere voorwaarden aan stellen of dat nou wel of niet mag. Dat valt dan weer onder de vrijheid van ondernemerschap en de contractsvrijheid. Wij zouden het wel wenselijk vinden dat mensen anoniem kunnen zijn op sociale media indien zij dat wensen. Tegelijkertijd zouden wij het wenselijk vinden dat de veiligheid van gebruikers geborgd wordt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de gebruiker op sociale media te verifiëren, waarbij de gebruiker slechts delen van zijn identiteit prijsgeeft en daardoor toch anoniem kan zijn. Daarvoor zijn technieken beschikbaar. Het kabinet zou het een goede zaak vinden als socialemediaplatforms die gebruiken. Dit heeft betrekking op de sociale media.
Wat betreft het gehele internet is het natuurlijk belangrijk dat mensen op zich anoniem kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan journalisten in landen waar geen sprake is van vrije meningsuiting. Vaak wordt van een trade-off gesproken: óf we borgen de privacy óf we borgen de veiligheid. Dat moet op de een of andere manier natuurlijk geen trade-off zijn; dat moet op de een of andere manier met elkaar samengaan.
Wanneer het gaat om illegale content, moeten we met elkaar in staat zijn om socialemediaplatforms aan te spreken, zodat zij die verwijderen. De overheid werkt daarom ook samen met de sector. De sector is ook welwillend, merk ik overigens in de gesprekken die ik daarover heb gevoerd met de mensen die die gesprekken voeren; die voer ik niet zelf. Vanuit Europa is daarom ook een zelfregulering in gang gezet. Die is erop gericht illegale content na notificatie zo snel mogelijk te kunnen verwijderen. Dat doen we dus met de Europese Commissie en de sector om te kijken naar de effectiviteit van dit soort maatregelen en instrumenten.
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering, mevrouw Van Huffelen, zal binnenkort de digitale werkagenda aan beide Kamers sturen. Ook hierin zal het debat over die waardenspanning, dus tussen vrijheid van meningsuiting aan de ene kant en veiligheid aan de andere kant, verder worden gestimuleerd. Dat is misschien een eerste reactie op de vraag, maar u ziet ook dat het wel een zoektocht is. Het is wel een worsteling.”
Brondocumenten
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 5, item 9
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 4, item 12
-
Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 4, item 4
-
11 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 april 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
30 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.200 VII / 36.200 IV, G
-
-
18 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Casuïstiek opnemen in de memorie van toelichting (35.657) (T03540)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe in de memorie van toelichting van de nieuwe Wet financiering politieke partijen casuïstiek op te nemen rondom het onderwerp giften.
| Nummer | T03540 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | casus giften memorie van toelichting |
| Kamerstukken | Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (35.657) |
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 38.
Minister Bruins Slot:
Volgens mij is het goed om in het gesprek dat we met elkaar hebben ook verder te praten over die snijvlakken. Zoals ik eerder heb aangegeven, wil ik ook een handreiking maken over de uitvoering van deze wet. Ik vind het in dat kader heel zinvol om, zoals de heer Koole aangeeft, een aantal van dit soort casus verder uit te werken in de handreiking om een handvat te bieden aan politieke partijen waar ze zich aan kunnen houden.
De heer Koole (PvdA):
Ik vind de toezegging heel prettig, maar ik zou daar nog aan willen toevoegen: niet alleen in de handreiking aan politieke partijen, maar ook in de memorie van toelichting bij de nieuwe wet die gaat komen. Het gaat erom dat je op dat soort casuïstiek een bepaalde ordening hebt "wat geldt wel en niet als gift, waar liggen de grenzen", en dat een aantal voorbeelden wordt uitgewerkt, zodat je er bij die wet toch wat meer zicht op hebt dan op dit moment.
Minister Bruins Slot:
Dat is zinvol om te doen. Eens.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 10
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Evaluatieopdracht in concept aan beide Kamer (35.657) (T03541)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe de evaluatieopdracht inzake de Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen te delen met de Eerste Kamer.
| Nummer | T03541 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | concept evaluatieopdracht |
| Kamerstukken | Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (35.657) |
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 3, p. 7.
De heer Dittrich (D66):
Voorzitter. De werking van het wetsvoorstel wordt al een jaar na de Tweede Kamerverkiezingen geëvalueerd. Graag hoor ik van de minister waar specifiek op gelet gaat worden bij de evaluatie. Kan de evaluatieopdracht met de Eerste Kamer worden gedeeld, zodat wij er ook nog invloed op kunnen uitoefenen, mocht dat nodig zijn? Ik begreep dat de heer Ganzevoort ook al over die evaluatie gesproken heeft. Ik sluit me bij zijn vragen daarover aan.
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 21.
Minister Bruins Slot:
Dat zal dan gaan om de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Gezien het feit dat een groot aantal amendementen van de Tweede Kamer is aangenomen, vind ik het niet onlogisch om in dit geval de evaluatieopdracht in concept aan beide Kamers te sturen. Ook omdat er vanuit de Kamer een behoorlijke beïnvloeding is geweest op een aantal aspecten van de wet.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 10
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 3
-
26 november 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand -
1 april 2025
nieuwe deadline: 15 maart 2028
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de stand van zaken van drie toezeggingen
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, H
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 15 maart 2028
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Handreiking over de uitvoering van de wet (35.657) (T03542)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe een handreiking aan politieke partijen mee te geven over de uitvoering van de wet.
| Nummer | T03542 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | economische waarde giften handreiking |
| Kamerstukken | Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (35.657) |
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 19.
De heer Koole (PvdA):
Dan mijn slotopmerking. Ik herhaal mijn vraag, want ik vond dit ook veel te streng. Mijn vraag aan het eind van mijn eerste termijn was: wil de minister onderzoeken, misschien in samenspraak met de partijen, of er een mildere interpretatie mogelijk is van deze bepaling die het in ieder geval mogelijk maakt dat het verkeer tussen zusterpartijen daar niet door wordt geschaad?
Minister Bruins Slot:
Wat ik wil onderzoeken, is het volgende. Het beste wat je daarbij kan doen, is een aantal dingen concreet in een handreiking opnemen, waarvan je ontegenzeggelijk kan zeggen dat er níet sprake is van een onevenredige tegenprestatie. Het beste is dat je de voorbeelden uit het normale gebruik, dat er onderling gewoon is, ergens neerlegt, maar wel datgene wat eigenlijk in de normale verhoudingen goed gebruik is.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar wat wel nieuw is, is dat deze wet dergelijke bijdragen uit het buitenland gaat verbieden. Dan kom je op een hellend vlak terecht. Wanneer is het een bijdrage uit het buitenland? Als bij wijze van spreken een schrijver uit Engeland hier een lezing komt houden bij een partijcongres, wanneer moet dat dan in bepaalde gevallen als gift worden aangemerkt en wanneer niet? Als het als gift wordt aangemerkt, is het dan ook meteen een verboden gift en daarmee ook een verboden activiteit? Moet dit dan zo ver worden doorgetrokken?
Minister Bruins Slot: Dan gaat het om de waardering van de economische waarde en datgene wat goede praktijk is. Daarvan zegt de heer Koole: doordenk daarin een aantal casuïstieken. Ik heb toegezegd om handreikingen aan de partijen mee te geven om daar gezamenlijk afspraken over te maken.
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 38.
Minister Bruins Slot:
Volgens mij is het goed om in het gesprek dat we met elkaar hebben ook verder te praten over die snijvlakken. Zoals ik eerder heb aangegeven, wil ik ook een handreiking maken over de uitvoering van deze wet. Ik vind het in dat kader heel zinvol om, zoals de heer Koole aangeeft, een aantal van dit soort casus verder uit te werken in de handreiking om een handvat te bieden aan politieke partijen waar ze zich aan kunnen houden.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 10
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Indexering van giften in de wet politieke partijen (35.657) (T03543)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een motie van het lid Koffeman (PvdD), toe om in het kader van de Wet politieke partijen ook naar een indexering van giften en schulden te kijken.
| Nummer | T03543 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. N.K. Koffeman (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | giften indexering politieke partijen |
| Kamerstukken | Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (35.657) |
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 31.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het opnemen van gefixeerde maximumbedragen in de Wet financiering politieke partijen zich slecht verhoudt tot situaties van inflatie;
overwegende dat automatische indexatie gerelateerd aan het prijsindexcijfer om die reden gewenst is;
verzoekt de regering indexatie van genoemde maxima op zo kort mogelijke termijn in de wet op te nemen, en gaat over tot de orde van de dag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt letter I (35657)
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 39.
Minister Bruins Slot:
De heer Koffeman vraagt om te indexeren in de Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen. Ik kan de heer Koffeman wel volgen als het erom gaat om voor de toekomst in de Wet politieke partijen te bekijken of er een indexering van giften en schulden moet plaatsvinden, om zo het bedrag op een goede hoogte te houden. Dus ik wil hem wel toezeggen om in het kader van de Wet politieke partijen inderdaad ook naar een indexering van giften en schulden te kijken. Ik kan zijn argument wel volgen dat na verloop van jaren, zeker bij een hogere inflatie, het reële bedrag steeds minder wordt. Ik zou de motie onder letter I dus willen ontraden, maar wel de toezegging willen doen om dat in de Wet politieke partijen op te pakken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 10
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Termijn in de Wet politieke partijen betreft werkdagen (35.657) (T03544)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een motie van de leden Koffeman (PvdD) en Prast (PvdD), toe voor de Wet politieke partijen helder te maken dat het bij de driedagentermijn werkdagen betreft en geen zaterdag, zondag en feestdagen.
| Nummer | T03544 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. N.K. Koffeman (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | feestdagen werkdagen wet politieke partijen zaterdag zondag |
| Kamerstukken | Evaluatiewet Wet financiering politieke partijen (35.657) |
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 31.
De heer Koffeman (PvdD):
Wij hebben ook gewisseld over de driedagentermijn, die we algemeen toch wel als tamelijk onuitvoerbaar zien, niet alleen omdat je, als je een huis erft, dat binnen drie dagen getaxeerd en gemeld moet hebben, maar ook omdat het, als er weekenden en feestdagen in vallen, niet helemaal duidelijk is of de dag waarop de gift binnenkomt ook meetelt. Daarom zouden we duidelijkheid willen hebben. Die duidelijkheid zou ik willen zoeken via de volgende motie.
De voorzitter:
Door de leden Koffeman en Prast wordt de volgende motie voorgesteld:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de termijn waarbinnen politieke partijen giften boven een bepaald minimum moeten melden in de Wet financiering politieke partijen omschreven wordt als "binnen drie dagen";
overwegende dat deze bepaling als onuitvoerbaar beschouwd kan worden in situaties waarbinnen zon-, zater- en feestdagen vallen;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de termijn gewijzigd wordt in drie werkdagen, ook wanneer daarvoor een novelle noodzakelijk zou zijn, en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt letter J (35657).
Handelingen I 2022/23, nr. 3, item 10, p. 39.
Minister Bruins Slot:
In de motie onder letter J vraagt de heer Koffeman om in een novelle in ieder geval zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdagen uit te sluiten. Ik heb betoogd dat op basis van de huidige wetgeving in de Algemene termijnenwet de zaterdag en zondag níet worden meegeteld en ook aangegeven dat op basis van de huidige Algemene termijnenwet ook voor feestdagen de termijn wordt opgeschort. In die zin kan ik tegen de heer Koffeman zeggen: het is al geregeld, er is geen novelle voor nodig. Ik heb toegezegd voor de Wet politieke partijen helder te zullen maken dat we het over werkdagen hebben. Daar zal ik dat dus sowieso doen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 10
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Brief over de invoering van de Algemene wet gelijke behandeling van de BES (35.741) (T03546)
De minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe dat een afschrift van de brief aan de Tweede Kamer, met betrekking tot de verkenning van de Algemene wet gelijke behandeling, wordt verstuurd aan de Kamer.
| Nummer | T03546 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 20 december 2022 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene wet gelijke behandeling Caribisch Nederland |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Hammelburg, Bromet en De Hoop Handicap en seksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond (35.741) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 14, item 25 - blz. 18
De heer Dittrich (D66):
“Ik dank de minister voor dit antwoord. Kunt u ook een tijdsplanning geven? We spreken hier al vrij lang over. Er zijn Kamerdelegaties geweest naar Bonaire, naar Sint-Eustatius, naar Saba. We spreken daar met de mensen. Dan komen we terug in Nederland en zeggen we "er wordt aan gewerkt". Nu hoor ik u zeggen dat er een verkenning komt. Dat is allemaal prima, maar op een gegeven moment moeten we ook boter bij de vis leveren. Wanneer is dit afgerond en wanneer kunnen de mensen daar gelijke rechten krijgen en gelijke toegang?”
Minister Bruins Slot:
“Ik zit even in m'n geheugen te graven als het gaat om de verkenning van de Algemene wet gelijke behandeling. Ik wil de Tweede Kamer in ieder geval binnenkort informeren waar we precies staan. Mijn bedoeling is om dat begin 2023 te doen. Wellicht kan ik hierbij toezeggen dat ik een afschrift van die brief aan de Eerste Kamer stuur, gezien de belangstelling op dit onderwerp.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 14, item 25 - blz. 36
Minister Bruins Slot:
(…)
“Verder heb ik toegezegd dat er een brief komt over de invoering van de Algemene wet gelijke behandeling van de BES in het eerste gedeelte van dit jaar.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 14, item 25
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
20 december 2022
toezegging gedaan
Toezegging Informeren wijze waarop het democratisch tekort in het Koninkrijk wordt opgepakt middels twee brieven (36.071) (T03555)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe dat de staatssecretaris van BZK de Kamer binnenkort zal informeren over de wijze waarop het kabinet voornemens is om dit onderwerp, het democratisch tekort in het Koninkrijk, op te pakken.
| Nummer | T03555 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 oktober 2022 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Caribisch Nederland democratisch tekort Koninkrijk volksvertegenwoordigers |
| Kamerstukken | Wet kiescollege niet-ingezetenen (36.071) |
Handelingen I 2009-2010, nr. 3, item 11 - blz. 3
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
(…)
“Voorzitter. Dat ongemak vraagt nadere bezinning, zeker omdat ten aanzien van de verhoudingen binnen ons Koninkrijk toch al, en niet ten onrechte, het gevoel bestaat dat Nederland alles bepaalt en dat de stem van Nederlanders in het Caribisch deel van het Koninkrijk nauwelijks telt. We begrijpen dat die discussie te groot is voor dit wetsvoorstel, maar ik moet deze hartenkreet wel echt kwijt. Ik hoop dat de minister de noodzaak van die fundamentele bezinning op het democratisch tekort ook ziet en dat ze bereid is om het gesprek daarover in Koninkrijksverband verder te brengen. Dan gaat het niet alleen over vertegenwoordiging van de landen bij de behandeling van rijkswetten, zoals de regering al wil gaan voorstellen, maar om het bredere punt dat ik hier maak: dat Nederlanders die in het Caribisch deel van het Koninkrijk wonen, als enigen van alle Nederlanders geen invloed hebben op de samenstelling van de volksvertegenwoordiging.”
Handelingen I 2009-2010, nr. 3, item 11 - blz. 16
Minister Bruins Slot:
(…)
“Voorzitter. Dan het democratisch tekort in het Koninkrijk. De heer Ganzevoort vroeg daarnaar. Het was vooral een pleidooi om daar iets aan te doen. Het staat natuurlijk een beetje los van dit wetsvoorstel, maar laat ik gewoon zeggen wat ik op dit moment weet. De staatssecretaris van BZK is primair verantwoordelijk voor dit onderwerp, omdat het met name Koninkrijksrelaties raakt. Maar omdat het ook gaat om democratie in brede zin, heb ik natuurlijk een medeverantwoordelijkheid. De staatssecretaris zal de Kamers binnenkort informeren over de wijze waarop het kabinet voornemens is om dit onderwerp op te pakken. De bedoeling is natuurlijk dat dit gebeurt in nauw overleg met de Caribische landen van het Koninkrijk.”
Handelingen I 2009-2010, nr. 3, item 11 - blz. 16
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Ik weet dat er informatie aankomt over hoe men met de rijkswetten wil omgaan; dat was namelijk aangekondigd in het regeerakkoord. Maar mijn verzoek ging over de bredere vraag over Nederlanderschap in de Caribische landen. Hoe werkt dat hierin door? Dat is een principiële discussie. Het is inderdaad buiten de orde van vandaag, dus ik houd gauw mijn mond. Maar als u dat breder dan de rijkswetten kunt meenemen in de brief, heel graag.”
Handelingen I 2009-2010, nr. 3, item 11 - blz. 17
Minister Bruins Slot:
“Ik heb begrepen dat over beide onderwerpen een brief komt.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 3, item 11
-
11 februari 2025
nieuwe commissie: commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) -
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 februari 2025
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
14 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
11 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging TAM-IMRO eventueel verlengen (33.118/34.986) (T03557)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat er bereidheid is om de TAM-IMRO eventueel met een of twee jaar te verlengen in het geval gemeenten hierom vragen.
| Nummer | T03557 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Omgevingswet verlengingen TAM-IMRO |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 28
Mevrouw Moonen (D66):
(…)
“Dan kom ik op mijn volgende punt: de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen, de zogenaamde TAM's, afgekort. Ik heb recent ook heel veel afdelingen gesproken in het land, van Maastricht tot Drachten en van Leeuwarden tot Terneuzen. Ik ben overal geweest. Ik heb daar ook een beeld opgehaald dat er inderdaad nog gemeentes zijn die zeggen dat zij nog niet zo ver zijn, dat zij 1 januari 2024 niet gaan halen. Ik hoorde steeds dat zij dan graag gebruik willen maken van die Tijdelijke Alternatieve Maatregelen, die TAM's, die overbruggingsmaatregel. Nu is het interessant dat het Adviescollege ICT-toetsing en ook GISkit eigenlijk zeggen dat zij een beetje kritisch zijn op die TAM's, want als je dat heel lang volhoudt en doorzet, dan gaan deze gemeentes niet mee in die transitie, want ze leunen op dat oude systeem. Mijn vraag is wat de visie van de minister hierop is. Tegelijkertijd heb ik zelf ervaren dat er in het land behoefte is aan die TAM's. Die behoefte vond ik zelfs zo sterk dat ik alvast in eerste termijn een toezegging vraag aan de minister, ook al krijgen we nog de visie van de minister, om de TAM's voor twee jaar beschikbaar te houden, en dus niet voor een of anderhalf jaar, maar voor twee jaar, conform het advies van het Kennislab, temeer daar het Kennislab eigenlijk opschreef wat ik zelf ook heb opgehaald en herkende bij mijn rondgang door het land.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 31
Minister De Jonge:
(…)
“Zou TAM-IMRO ook langer kunnen gaan werken, vragen mevrouw Klip en mevrouw Moonen. De tijdelijke alternatieve maatregelen zijn in het leven geroepen voor het geval een bevoegd gezag onverhoopt klem zou lopen, bijvoorbeeld als de leverancier van een gemeente nog niet de ondersteuning van hun software zou kunnen bieden. Dan kan het bevoegd gezag nog even gebruik blijven maken van de oude IMRO-standaard om plannen voor urgente gebiedsontwikkeling doorgang te laten vinden, zij het dat de functionaliteit dan natuurlijk wel minder is; het is wel suboptimaal. Die optie is aanwezig. Eerst, de vorige keer dat wij die bespreking hadden, was het nog de vraag: weten we dan heel zeker dat het werkt? Nou, toen nog niet, maar nu wel. Dus het gebruik van TAM-IMRO werkt, maar het heeft ook wel nadelen, zoals dubbel werk — straks moet je uiteindelijk toch over op de nieuwe standaard — en ook wel verminderde dienstverlening. TAM-IMRO heeft ook nadelen, dus je zou er eigenlijk ook niet langer mee door moeten gaan dan strikt genomen noodzakelijk is.
Ik zou graag zien dat ieder bevoegd gezag met zijn eigen softwareleverancier die overstap zo snel mogelijk maakt. Maar ik wil nog wel de optie openhouden om langer dan een jaar gebruik te maken van TAM-IMRO, omdat ik weet dat een aantal gemeenten daarop aandringen. Laten we de vinger aan de pols houden. Laten we kijken wat er nodig is. Als we in de loop van volgend jaar ontdekken dat een aantal gemeenten het noodzakelijk achten om die tijdelijke alternatieve maatregel te gebruiken, kan ik medio 2024 alsnog besluiten om dat met een jaar te verlengen.
Vooralsnog hoop ik en verwacht ik dat het niet langer dan een jaar nodig zal zijn. U verwijst ook naar het AcICT. Dat zegt zelf: omdat je wat later in de tijd zit met je invoering, is de kans ook groter dat de meeste gemeenten veel minder gebruik gaan maken van TAM-IMRO dan men van plan zou zijn als de invoeringsdatum 1 januari afgelopen jaar of 1 juli dit jaar zou zijn geweest. Kortom, ik verwacht een verminderd gebruik van die tijdelijke alternatieve maatregelen, liefst niet langer dan een jaar. Maar als het volgend jaar echt nodig zou blijken te zijn, dan wil ik hier niet de grootste showstopper van maken.”
Mevrouw Moonen (D66):
“De minister zegt: we kijken medio volgend jaar wat er nodig is. Maar we zien nu al heel duidelijk bij een aantal gemeentes de behoefte aan en de noodzaak van een langere overbruggingsregeling. Wij nemen deze week of volgende week een besluit over die invoeringsdatum. Het geeft toch veel meer comfort om zekerheid te hebben over die twee jaar beschikbaarheid van die tijdelijke overbruggingsmaatregel? Ik heb daarover ook een toezegging gevraagd. Dat is voor onze fractie belangrijk.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 32
Minister De Jonge:
“Dat snap ik. Die bereidheid zeg ik graag toe. Als dat nodig mocht blijken, volgend jaar, ben ik bereid om dat besluit te nemen. Waarom niet nu al? Omdat ik denk: zullen we nou eerst eens kijken hoe ver gemeenten kunnen komen ter voorbereiding op 1 januari aanstaande? Ik denk met AcICT dat het gebruik van tijdelijke alternatieve maatregelen echt minder aan de orde zal zijn dan als we eerder tot invoering hadden besluiten.
Mijn inschatting is ook dat men binnen dat jaar best graag over wil stappen op die nieuwe standaard, omdat de eigen softwareleverancier dan sowieso ondersteunt, omdat geen enkele gemeente zit te wachten op dubbel werk, omdat elke gemeente het bedrijven en burgers gunt om de maximale functionaliteit van dat DSO daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Ik denk dat die nieuwe standaard uiteindelijk ook de gewenste standaard zal blijken te zijn voor heel veel gemeenten. Maar u vraagt om een toezegging of ik daartoe bereid ben als dat niet zo is. Als een serieuze bos gemeenten het nodig heeft om die tijdelijke alternatieve maatregel langer te gebruiken dan een jaar, dan ben ik daar natuurlijk toe bereid. Ik denk dat we die invoering schouder aan schouder moeten doen. Dus die toezegging heeft u.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
13 mei 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
9 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
25 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over ontwikkelingen in de implementatie van de Omgevingswet
Voor kennisgeving aangenomen op 9 juli 2024.
EK 33.118 / 34.986, GB
-
-
23 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
5 maart 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Voortzetting ondersteuning omgevingsdiensten (33.118 / 34.986) (T03558)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Klip-Martin (VVD), toe dat in ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning aan de omgevingsdiensten op verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet, waaronder dat het programma Aan de slag met de Omgevingswet in ieder geval anderhalf jaar blijft voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat.
| Nummer | T03558 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2029 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Omgevingsdiensten Omgevingswet ondersteuning |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 11
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
“Onze tweede vraag luidt als volgt. Tijdens het halfjaar oefenen zal ongetwijfeld ook het programma Aan de slag met de Omgevingswet betrokken zijn. Overheden vragen met klem om dit programma substantieel langer dan één jaar na inwerkingtreding voort te zetten. De minister spreekt in zijn recente antwoorden over anderhalf jaar. Het Adviescollege ICT-toetsing pleit voor het behoud van de expertise van dit programma. Kan de minister op beide punten een wat royalere toezegging doen? Omgevingsdienst Nederland pleit voor een periode van drie tot vier jaar, waarin het ministerie van BZK de omgevingsdiensten ondersteunt om de Omgevingswet goed in de vingers te krijgen. Ook de kleinere gemeenten trekken aan de bel met het verzoek aan de minister om extra hulp. Dat vraagt om een wat uitgebreidere reactie van de minister op deze punten, die allemaal met ondersteuning te maken hebben.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 40
Minister De Jonge:
(…)
“Allereerst ondersteunen we bij het werken met de wet en bij de landelijke voorziening door het aansluiten en het vullen van het omgevingsloket, het oefenen met en het inregelen van systemen en werkprocessen. Dat gebeurt in de vorm van de regionale implementatiecoaches, de RIO's, die nu al werkzaam zijn en de experts op verschillende onderwerpen. Dat loopt al, dat werkt al en daar gaan we gewoon mee door voorlopig, nog zeker anderhalf jaar via dat programma Aan de slag met de Omgevingswet. De ondersteuning loopt vijf jaar als geheel door. Ik ga daar zo meteen nader op in.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 42
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Even voor de zekerheid: hebben wij u horen zeggen dat het totale pakket van alles wat onder service valt, zeker vijf jaar doorgaat en dat naar behoefte besproken wordt met alle partners en medeoverheden waar die behoefte dan ligt en hoe je die kunt invullen? De omgevingsdiensten vragen bijvoorbeeld om drie of vier jaar door te gaan met het programma Aan de slag met de Omgevingswet. U zegt anderhalf; dat stond ook in de schriftelijke antwoorden. Stel dat er partners zijn die zeggen dat zij dat echt langer nodig hebben, dan is die ruimte en bereidheid er bij de minister?”
Minister De Jonge:
“Ja. Heel precies: de ondersteuning moet een aantal jaren na de invoeringsdatum op orde blijven. Daarvoor heb ik het getal van vijf jaar genoemd. Het programma Aan de slag is nu voorzien voor anderhalf jaar; dat was mijn eerdere toezegging aan uw Kamer. Mijn veronderstelling is dat de implementatieondersteuning in de vorm van een programma na verloop van tijd daadwerkelijk geborgd zal moeten worden in de lijn, zoals dat in organisatietermen heet. Dat is mijn veronderstelling nu, maar als dat een halfjaar later moet, of op onderdelen al wel kan, maar op andere onderdelen nog programmatisch moet worden vormgegeven, dan is dat helemaal prima. Mijn guideline daarin is: wat hebben medeoverheden nodig? Wat zien we uit die jaarlijkse monitoring naar voren komen als ondersteuningsbehoefte? Waar gaat het nog niet goed en waar moet echt nog worden ondersteund en welke vorm is daarin het meest passend? De vraag is dus leidend en de vorm is volgend daarin.
De volgende vraag was deze: hoe blijven we in de implementatie ondersteuning bieden? Nou, zo dus. De vraag is leidend, de vorm is volgend. We hebben nu sowieso vijf jaar voorzien voor de ondersteuning, waarvan anderhalf jaar in de vorm van het programma Aan de slag. Als dat op enig moment zou moeten worden veranderd, als de scope zou moeten worden aangepast, dan gaan we dat doen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 50
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de minister te bedanken voor al zijn uitvoerige antwoorden. Via hem bedank ik ook alle ambtenaren die aan de overkant van de gang in twee kamers hard aan het werk zijn ten behoeve van de minister, maar indirect dus ook ten behoeve van ons. Ik begin ook even met het bedanken van de minister voor zijn toezeggingen aan de VVD-fractie. Ik noem ze voor de volledigheid toch nog maar even. Ik noem de toezegging dat naast het mastertestplan dat er komt, er een centrale, integrale testomgeving komt, niet vóór de invoering, maar wel snel daarna. In ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning op allerlei verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet. En het programma Aan de slag met de Omgevingswet blijft in ieder geval anderhalf jaar voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
7 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
20 augustus 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, tweede kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GP
-
-
13 mei 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
5 november 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
17 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Realiseren centrale, integrale testomgeving (33.118/34.986) (T03562)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD), Verkerk (ChristenUnie) en Rietkerk (CDA), toe dat op korte termijn na inwerkingtreding van de Omgevingswet een centrale, integrale testomgeving wordt gerealiseerd.
| Nummer | T03562 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet testomgeving |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 10
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
“De adviescommissie ICT maakt zich zorgen over het ontbreken van een formeel, serieus mastertestplan en van een centrale integrale testomgeving. Een mastertestplan lijkt er te komen in de loop van de komende maanden. Klopt dat, vragen wij de minister. De adviescommissie ICT ziet zo'n integrale testomgeving voor softwareleveranciers als een conditio sine qua non om verschillende typen testresultaten met elkaar te verbinden. De heer Janssen had het daar ook al over. Volgens de decentrale overheden was het realiseren hiervan tot nu toe technisch heel moeilijk, maar zijn die problemen opgelost en kan zo'n centrale testomgeving er nu komen. De minister spreekt echter in zijn recente antwoorden over de noodzaak tot het doorvoeren van enkele technische wijzigingen. Kan de minister een toezegging doen over het op korte termijn realiseren van zo'n centrale integrale testomgeving en, zo ja, over welke termijn hebben we het dan?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 16
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. In het gesprek met de Adviescommissie ICT is uitvoerig gesproken over een integrale en centrale testomgeving. De minister is hier uitgebreid op ingegaan bij de beantwoording van de vragen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 18
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. In het gesprek met het Adviescollege ICT-toetsing is uitvoerig gesproken over het integraal en centraal testen. De minister is hierop uitgebreid ingegaan tijdens de beantwoording van de vragen. Eigenlijk zegt de minister: we doen het al en waar we het nog niet doen, gaan we het doen. Ik begrijp het antwoord van de minister. Toch zou ik daar meer toelichting op willen hebben. Dan gaat het mij ook met name om de rol van Axini. Als ik het goed begrijp, heeft dit bureau specifieke expertise voor het testen van complexe systemen. Dat heeft te maken met het feit dat hun aanpak gebaseerd is op bewezen formele procedures als ook op een modelmatige aanpak. Dat zou leiden tot meer gericht en efficiënt testen met als gevolg dat er meer inzicht wordt verkregen in de kwaliteit van het systeem. Ik zou hierop graag een reactie van de minister willen hebben en ook de reactie c.q. toezegging willen ontvangen dat de minister er echt voor zorgt dat er een integrale en centrale testomgeving komt. Ik sluit ook aan bij alles wat mevrouw Klip heeft gezegd.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 6
De heer Rietkerk (CDA):
“Het eerste punt gaat over de complexe gebiedsontwikkelingen. Onze fractie heeft daar vragen over gesteld, samen met een aantal fracties. Ik constateer in ieder geval dat er op dit gebied geen blokkerende bevindingen zijn geconstateerd voor de inwerkingtreding op 1 januari 2024. Dat is een belangrijk punt. Dit als eerste antwoord op een vraag van mevrouw Fiers. Wij vragen de minister: constateren we dit juist? Het AcICT heeft aangegeven dat de ontwikkeling van het DSO uitermate belangrijk is als het gaat om een integrale testomgeving. Andere woordvoerders zijn daar ook op ingegaan. Mijn vraag sluit aan bij de vragen van mevrouw Klip van de VVD-fractie. Mijn vraag aan de minister is: is de huidige situatie werkbaar en waaruit blijkt dat als het gaat om de integrale testomgeving en de overleggen die daarvoor worden gehouden?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 29
Minister De Jonge:
(…)
“De heer Rietkerk vraagt welke gesprekken er plaatsvinden voor de integrale testomgeving. Welke afstemming vindt er plaats met bestuurlijke partners over de vormgeving, inhoud en financiering daarvan? Is de huidige situatie werkbaar en waar blijkt dat uit? AcICT adviseert ons om naast de testomgevingen die we al hebben een aanvullende integrale ketentestomgeving te realiseren voor leveranciers. Een extra omgeving waarop DSO-LV en de decentrale softwareleveranciers aanpassingen die in de gehele DSO-keten moeten worden doorgevoerd, in samenhang met elkaar kunnen testen. Ik ben het ook eens dat dat van belang is.
De integrale ketentestomgeving voor leveranciers wordt dus opgepakt en wordt gerealiseerd. Momenteel spreken we daartoe concreet met de bestuurlijke partijen over wat die ketentestomgeving zou moeten kunnen. Op basis daarvan kan ik afleiden wat daarvan de kosten zullen zij. Dat kan ik nu nog niet beantwoorden. In de huidige periode van stabilisatie voor inwerkingtreding, dus zonder nieuwe DSO-LV-ontwikkeling, kunnen we ook nog zonder. Er is dus nog tijd om die integrale ketentestomgeving te ontwikkelen. Bij verdere doorontwikkeling van het DSO is die extra testomgeving gewenst en dat is ook zo besproken met de leveranciers.”
(…)
Minister De Jonge:
“Ik probeer naar eer en geweten de vragen zo goed als mogelijk te beantwoorden. Uiteraard maak ik daarbij gebruik van ambtelijke ondersteuning. Dat zult u mij niet kwalijk nemen. Ik had u ook al opgebiecht dat ik geen ICT-deskundige ben. Overigens heb ik daarbij geconstateerd dat geen van ons in deze zaal dat is. Dat maakt dat hele technische vragen moeten worden voorzien van een heel technisch antwoord dat ik niet helemaal uit eigen werk aan u voordraag. Dat beken ik ook grif. Mevrouw Klip vraagt of ik een toezegging kan doen over het op korte termijn realiseren van zo'n integrale testomgeving. Ook de heer Verkerk vraagt dat. Ja dus, zeg ik ook in de richting van de heer Rietkerk. Die aanvullende permanente integrale ketentestomgeving moet er komen. Ik deel dat die nodig is, zij het dat dat na inwerkingtreding oké is en niet nodig is voorafgaand aan inwerkingtreding, omdat we juist die stabiliseringsperiode ingaan met het DSO.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 50
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de minister te bedanken voor al zijn uitvoerige antwoorden. Via hem bedank ik ook alle ambtenaren die aan de overkant van de gang in twee kamers hard aan het werk zijn ten behoeve van de minister, maar indirect dus ook ten behoeve van ons. Ik begin ook even met het bedanken van de minister voor zijn toezeggingen aan de VVD-fractie. Ik noem ze voor de volledigheid toch nog maar even. Ik noem de toezegging dat naast het mastertestplan dat er komt, er een centrale, integrale testomgeving komt, niet vóór de invoering, maar wel snel daarna. In ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning op allerlei verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet. En het programma Aan de slag met de Omgevingswet blijft in ieder geval anderhalf jaar voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
13 mei 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
23 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor VRO over het proces richting inwerkingtreding van de Omgevingswet
Op 23 mei 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FH
-
-
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Voortbestaan programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ (33.118/34.986) (T03564)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Rietkerk (CDA), toe dat het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ na inwerkingtreding van de Omgevingswet in ieder geval anderhalf jaar blijft voortbestaan en mogelijk langer indien gewenst.
| Nummer | T03564 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Omgevingswet programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 11
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
“Onze tweede vraag luidt als volgt. Tijdens het halfjaar oefenen zal ongetwijfeld ook het programma Aan de slag met de Omgevingswet betrokken zijn. Overheden vragen met klem om dit programma substantieel langer dan één jaar na inwerkingtreding voort te zetten. De minister spreekt in zijn recente antwoorden over anderhalf jaar. Het Adviescollege ICT-toetsing pleit voor het behoud van de expertise van dit programma. Kan de minister op beide punten een wat royalere toezegging doen? Omgevingsdienst Nederland pleit voor een periode van drie tot vier jaar, waarin het ministerie van BZK de omgevingsdiensten ondersteunt om de Omgevingswet goed in de vingers te krijgen. Ook de kleinere gemeenten trekken aan de bel met het verzoek aan de minister om extra hulp. Dat vraagt om een wat uitgebreidere reactie van de minister op deze punten, die allemaal met ondersteuning te maken hebben.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 8
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Aan de slag met de Omgevingswet is een traject dat al loopt. Er is na invoering een intensief verbetertraject nodig. De vertegenwoordiger van de PVV-fractie, mevrouw Bezaan, heeft al gevraagd naar de omgevingsdiensten. Kan de minister aangeven hoeveel jaren nodig zijn om te ondersteunen? De omgevingsdiensten willen vandaag of deze maand starten. Ze hebben wel aangegeven dat ze drie, vier jaar ondersteuning nodig hebben. Hoe ziet de minister dat? Kan de minister een toezegging doen over de ondersteuning en de voortzetting van het programma Aan de slag met de Omgevingswet met alle partners?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 40
Minister De Jonge:
(…)
“Allereerst ondersteunen we bij het werken met de wet en bij de landelijke voorziening door het aansluiten en het vullen van het omgevingsloket, het oefenen met en het inregelen van systemen en werkprocessen. Dat gebeurt in de vorm van de regionale implementatiecoaches, de RIO's, die nu al werkzaam zijn en de experts op verschillende onderwerpen. Dat loopt al, dat werkt al en daar gaan we gewoon mee door voorlopig, nog zeker anderhalf jaar via dat programma Aan de slag met de Omgevingswet. De ondersteuning loopt vijf jaar als geheel door. Ik ga daar zo meteen nader op in.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 42
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Even voor de zekerheid: hebben wij u horen zeggen dat het totale pakket van alles wat onder service valt, zeker vijf jaar doorgaat en dat naar behoefte besproken wordt met alle partners en medeoverheden waar die behoefte dan ligt en hoe je die kunt invullen? De omgevingsdiensten vragen bijvoorbeeld om drie of vier jaar door te gaan met het programma Aan de slag met de Omgevingswet. U zegt anderhalf; dat stond ook in de schriftelijke antwoorden. Stel dat er partners zijn die zeggen dat zij dat echt langer nodig hebben, dan is die ruimte en bereidheid er bij de minister?”
Minister De Jonge:
“Ja. Heel precies: de ondersteuning moet een aantal jaren na de invoeringsdatum op orde blijven. Daarvoor heb ik het getal van vijf jaar genoemd. Het programma Aan de slag is nu voorzien voor anderhalf jaar; dat was mijn eerdere toezegging aan uw Kamer. Mijn veronderstelling is dat de implementatieondersteuning in de vorm van een programma na verloop van tijd daadwerkelijk geborgd zal moeten worden in de lijn, zoals dat in organisatietermen heet. Dat is mijn veronderstelling nu, maar als dat een halfjaar later moet, of op onderdelen al wel kan, maar op andere onderdelen nog programmatisch moet worden vormgegeven, dan is dat helemaal prima. Mijn guideline daarin is: wat hebben medeoverheden nodig? Wat zien we uit die jaarlijkse monitoring naar voren komen als ondersteuningsbehoefte? Waar gaat het nog niet goed en waar moet echt nog worden ondersteund en welke vorm is daarin het meest passend? De vraag is dus leidend en de vorm is volgend daarin.
De volgende vraag was deze: hoe blijven we in de implementatie ondersteuning bieden? Nou, zo dus. De vraag is leidend, de vorm is volgend. We hebben nu sowieso vijf jaar voorzien voor de ondersteuning, waarvan anderhalf jaar in de vorm van het programma Aan de slag. Als dat op enig moment zou moeten worden veranderd, als de scope zou moeten worden aangepast, dan gaan we dat doen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 50
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
“Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de minister te bedanken voor al zijn uitvoerige antwoorden. Via hem bedank ik ook alle ambtenaren die aan de overkant van de gang in twee kamers hard aan het werk zijn ten behoeve van de minister, maar indirect dus ook ten behoeve van ons. Ik begin ook even met het bedanken van de minister voor zijn toezeggingen aan de VVD-fractie. Ik noem ze voor de volledigheid toch nog maar even. Ik noem de toezegging dat naast het mastertestplan dat er komt, er een centrale, integrale testomgeving komt, niet vóór de invoering, maar wel snel daarna. In ieder geval vijf jaar wordt doorgegaan met de ondersteuning op allerlei verschillende manieren bij de invoering van de Omgevingswet. En het programma Aan de slag met de Omgevingswet blijft in ieder geval anderhalf jaar voortbestaan, maar mogelijk langer als daar de wens toe of vraag naar bestaat.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
18 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Rentmeesterschap in nota Ruimte (33.118/34.986) (T03565)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe dat rentmeesterschap de grondtoon vormt voor de nota Ruimte. Bovendien wordt de manier waarop de dialoog wordt vormgegeven betrokken bij wijze waarop wordt gemonitord en de evaluatie wordt ingericht.
| Nummer | T03565 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Nota Ruimte Omgevingswet rentmeesterschap |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 18
De heer Verkerk (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over de techniek van de Omgevingswet. Dit debat gaat vooral over hoe wij als burgers en overheid op een verantwoorde manier met onze omgeving omgaan. Het gaat over de urgente opgaven waar we als samenleving voor staan. Het zou weleens zo kunnen zijn dat de belangrijkste vraag is: draagt het nieuwe stelsel van de Omgevingswet bij aan een betere leefomgeving voor onze kinderen en kleinkinderen? Ik zou de minister ook willen vragen om op deze vraag expliciet te reflecteren.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 63
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de heer Verkerk. Hij onderstreept nog een keer de gedachtewisseling die wij hadden over de codificatie van de morele norm dat we generaties na ons van betekenis moeten laten zijn in de beslissing die we nu nemen, het rentmeesterschap in onze traditie en gelukkig in veler tradities. Dat is meer dan het hebben van een mooie, morele uitspraak en meer dan het hebben van een wettelijke opdracht. Het is echt ons dagelijks werk. Ik vind het heel mooi hoe dat geïnstrumenteerd is in het ruimtelijk beleid, als het voorkomen dat je afwentelt op volgende generaties. De hele manier waarop we omgaan met het klimaatadaptief inrichten van de bebouwde omgeving gaat eigenlijk daarover. Natuurlijk kun je huizen bouwen in de uiterwaarden, maar je weet wel dat de mensen die daar komen te wonen, een enorme rekening gepresenteerd krijgen over 20 of 25 jaar, gegeven de klimaatverandering. Doe het dus maar niet. Dat is water en bodem sturend. In alles wat we doen, zitten dus eigenlijk dit type morele noties verweven. Het is belangrijk om dat op een goede manier met elkaar te blijven bespreken.
Ik weet één ding heel erg zeker. We gaan straks een hele route in op weg naar die nieuwe Nota Ruimte, overigens ook met een planMER-procedure. Daarom beginnen we er heel vroeg mee, want dat ding duurt verschrikkelijk lang. Daarin gaan we heel nadrukkelijk en bij herhaling dit gesprek met elkaar hebben. Wat zijn eigenlijk de belangrijkste uitgangspunten in ons ruimtelijk beleid? Rentmeesterschap, als grondtoon, is een van de allerbelangrijkste uitgangspunten in het ruimtelijk beleid, vaak geformuleerd als: niet afwentelen op een volgende generatie. Dat doe je door nu de goede keuzes te maken, door überhaupt nu keuzes te maken en die keuzes niet telkens maar uit te stellen.”
De heer Verkerk (ChristenUnie):
“Ik mag constateren dat ik het helemaal eens ben met de minister. Fijn wat u zegt over het vervolg en hoe u daarmee om wilt gaan. U zei in uw eerste termijn dat we heel goed moeten bedenken dat het DSO een stuk techniek is. Nu gebruik ik mijn woorden: dat softe — hoe werk je samen en hoe ga je normen toepassen? — is misschien nog wel veel belangrijker. Ik zou dus ook de minister willen vragen om, wanneer hij de eerste stap zet, dat op papier zet en wanneer dat in dialoog komt, dan ook rondom al dat soort dingen juist ook deze dialoog te organiseren. Ik vraag hem om daar ook iets van een toezegging te doen, zodat ook voor ons als Kamer duidelijk is dat de techniek belangrijk is, maar dat de cultuur daaromheen ook belangrijk is. Daarvoor moeten we continu vechten. Ik ben organisatiekundige. We weten hoe belangrijk dialogen zijn. We moeten het elke keer weer zeggen, want we vergeten het. Dat zit kennelijk in ons. Ik zou dus ook op dat punt willen vragen of de minister die stap zou willen zetten en iets van een toezegging zou willen doen.”
Minister De Jonge:
“Natuurlijk. Ten aanzien van die notie van rentmeesterschap geldt gewoon de toezegging dat dat een van de grondtonen zal zijn, in welke formulering dan ook, in die nieuwe Nota Ruimte. Dat is meer dan een kreet, meer dan een uitspraak, meer dan een notie. Dat moet onze houding zijn waarmee we vormgeven aan ruimtelijk beleid. Sterker nog, dat is een van de belangrijkste redenen om weer aan ruimtelijk beleid te gaan doen. De huidige verdeling van de schaarste met het ontbreken van rijksregie kent op dit moment vaak geen eerlijke uitkomsten en te vaak krijgt het recht van de sterkste voorrang. Daar moeten we mee stoppen. Dat is eigenlijk de belangrijkste notie.”
Minister De Jonge:
“Het tweede is de manier waarop we de dialoog vormgeven. Ik zou die willen betrekken bij de manier waarop we monitoren en waarop we de evaluatie inrichten. Daar gaat het eigenlijk over. Hoe kun je zorgen dat waar DSO techniek is, je daarachter het gesprek organiseert om de samenwerking te verbeteren? De manier waarop de wet in de praktijk uitpakt, is bij uitstek iets wat je in de praktijk ook moet willen monitoren. Op die manier wil ik daar dus mee omgaan.”
De heer Verkerk (ChristenUnie):
“Ik dank u wel. Ik zie in alle eerlijkheid beide dingen even als een stukje toezegging waarop we kunnen terugkomen voor het totale debat in de Kamer.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 november 2023
nieuwe deadline: 31 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Risico’s van beïnvloeding en mogelijke ondermijning (33.118/34.986) (T03567)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dessing (FVD), toe dat de risico’s van beïnvloeding en mogelijke ondermijning, zowel systemisch als in de uitvoering van de Omgevingswet, in kaart worden gebracht.
| Nummer | T03567 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | J. Dessing (FVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | beïnvloeding Omgevingswet ondermijning |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 3
De heer Dessing (FVD):
(…)
“En dan het punt van de relatie tussen het ambtenarenapparaat en de projectontwikkelaars. Dit maakt wat ons betreft beïnvloeding of zelfs ondermijning mogelijk in het huidige systeem. De vraag is hoe de minister deze risico's bij de nieuwe Omgevingswet inschat. Zullen deze risico's worden verminderd onder de Omgevingswet of blijven ze bestaan, in meer of mindere mate? Heeft de minister hierover overleg gevoerd met zijn collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie, die de bedreiging van de rechtsstaat door ondermijning hoog op hun agenda hebben staan? Zo nee, waarom niet? Wat wil de minister doen om de omschreven gevaren in dit systeem aan te pakken? Het eventuele antwoord dat alles goed werkt, mits goed uitgevoerd, is hierbij te mager. Ieder systeem moet namelijk robuust genoeg zijn om misbruik te verminderen. Graag een uitgebreide reflectie van de minister.”
(…)
De heer Dessing (FVD):
“Ik wil hier toch op reageren, als dat mag. Ik wil namelijk de systematiek beschrijven waardoor die ambtenarenbiotoop daar kwetsbaar voor zou kunnen zijn. Ik wil op geen enkele wijze enige ambtenaar daar rechtstreeks op aanvallen. Het gaat mij juist om de robuustheid van het systeem en het onderkennen van de risico's die daarin zitten. Dat was de reden voor mijn opmerking. Mijn fractie vraagt daarbij ook om een toezegging dat de minister de risico's van beïnvloeding en mogelijke ondermijning, zowel systemisch als in de uitvoering van de Omgevingswet, in kaart gaat brengen. Dat is voor ons een belangrijk punt.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 56
De heer Dessing (FVD):
(…)
“Dan het tweede deel. Dat ging over de inmenging. Er kwam inderdaad een soort van invulling op de vraag hoe de minister de risico's inschat. De minister zei: die risico's zijn er niet. Punt. Maar mijn vraag was onder meer of die risico's systeemwise ook onder de Omgevingswet bestaan. Anders gezegd, wat is de systeemkwetsbaarheid voor die mogelijke inmenging? En de vervolgvraag: zal dat dan in meer of mindere mate onder de Omgevingswet gaan gelden? Heeft de minister hierover overleg gevoerd met zijn collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie?
Mogelijke ondermijning — ik zeg het nog een keer — is wel degelijk een punt waar we goed naar moeten kijken en waar de diverse ministeries ook aandacht voor moeten hebben. Dit is een serieus punt, waar ik ook graag een serieus antwoord op zou willen hebben. Wat gaat de minister doen om de omschreven gevaren in dit systeem aan te pakken? Ik vraag nogmaals om de toezegging dat de minister de risico's van die mogelijke beïnvloeding en ondermijning, zowel systemisch als in de uitvoering van de Omgevingswet, in kaart zal brengen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 70
Minister De Jonge:
(…)
“De heer Dessing van Forum voor Democratie was teleurgesteld over de beantwoording; laten we het eerlijk zeggen. Zo gaf u dat aan. Dat is voor mij een extra aanmoediging om dat goed te maken. Waar ik vragen niet heb beantwoord, wil ik ze nu wel beantwoorden. Eén vraag moet ik kennelijk beter beantwoorden, omdat ik denk dat ik het gewoon met u eens ben. Dat gaat over het punt van de systeemkwetsbaarheid, niet zozeer van deze Omgevingswet, maar überhaupt van de in het omgevingsrecht actieve publieke dienaren, namelijk ambtenaren. Die hebben veel samen te werken met de markt. Daarvan zegt mevrouw Kluit terecht: dat is nu eenmaal hun werk. Het is niet verwijtbaar dat ze dat doen; dat is hun werk. Maar u zegt niet onterecht: in het doen van dat werk zijn er natuurlijk wel kwetsbaarheden. Dat is ook zo. Dat is ook op andere vlakken zo, maar dat is ook wel echt zo in dit geval. Nou maakt het systeem van de Omgevingswet zelf gemeenten of provincies of andere overheden niet per se kwetsbaarder dan het huidige omgevingsrecht, omdat het niet leidt tot een andere relatie met bijvoorbeeld projectontwikkelaars of tot andere risico's voor ondermijning. Het systeem zelf van de Omgevingswet is ook gewoon robuust, kent waarborgen voor zorgvuldig handelen en voor rechtsbescherming. Daar is uitvoerig over gesproken. Ook bevat de wet een speciaal hoofdstuk over toezicht en handhaving. Maar ik ben het met de heer Dessing eens: de crux zit 'm natuurlijk in de manier waarop wetgeving wordt gehanteerd, in de manier waarop het omgevingsrecht wordt uitgeoefend en in de manier waarop de samenwerking in de praktijk daadwerkelijk vorm krijgt.
Ik denk dat het goed is om daar goed naar te kijken. Ik denk dat het goed is om daar in de toekomst ook zeker contact over te houden met mijn collega van BZK, Hanke Bruins Slot, en mijn collega van JenV. De Bibob-wetgeving blijft natuurlijk ook gewoon van toepassing. Dat biedt een extra waarborg tegen misbruik en ondermijning bij bijvoorbeeld vergunningaanvragen. Het rijksbeleid blijft natuurlijk ook gewoon van kracht. Ook dat is van toepassing op het fysieke domein. Maar ik denk dat het verstandig is … U wilt eigenlijk gewoon beter weten: hoe wordt daar dan in de uitvoeringspraktijk mee omgegaan, hoe wordt dat gemonitord en hoe weten we eigenlijk of er sprake is van ondermijning of niet? Dat is toch niet alleen maar op casuïstiek niveau? We proberen toch ook wat systematischer in kaart te krijgen of er sprake is van een risico op inmenging of anderszins?
Ik wil dat graag meenemen in de monitoring. Ik zoek nog even naar de exacte formulering waarmee we dat zullen gaan doen. Als het in de monitoring staat, kan het daarmee ook onderdeel worden van de evaluatie die wordt gedaan, omdat daar een jaarlijkse beschouwing is van de monitoring. Als ik de toezegging zo mag vormgeven, dan heel graag.”
De heer Dessing (FVD):
“Deze beantwoording is een stuk beter dan die in de eerste termijn. Dank daarvoor en dank voor de toezegging. Ik denk inderdaad dat het goed is om zeker te stellen dat het met name gaat om de kwetsbaarheid van het systeem. Als je bijvoorbeeld participatie niet goed uitvoert omdat je een een-tweetje krijgt tussen projectontwikkelaar en ambtenaren en daardoor geen participatie plaatsvindt, wordt het risico op die inmenging groter. Dat is het systeemrisico waar ik het over heb. Dat is eigenlijk de survey die je op het systeem moet uitvoeren. Anders krijg je, als je in "threat and error management"-taal praat, threat and errors die leiden tot undesired states, om het even in goed Nederlands te zeggen. Dat is waar ik op doel.”
Minister De Jonge:
“Ik weet niet of ik in dat goede Nederlands helemaal mee kan komen, maar ik snap wel heel goed uw punt. Ik wil dat dus graag onderdeel maken van de monitoring en van de evaluatie. Dus dank, ook voor de aanmoediging om de toezegging beter te doen.”
De heer Dessing (FVD):
“Dank.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
14 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Zeggenschap Kamer invoering Wkb voor Gevolgklasse 2 en 3 (33.118/34.986) (T03569)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Rietkerk (CDA), toe dat de Kamer zeggenschap krijgt met betrekking tot de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor Gevolgklassen 2 en 3.
| Nummer | T03569 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2029 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. T. Klip-Martin (VVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Gevolgklasse 2 en 3 Omgevingswet WKB zeggenschap |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 3 - blz. 11
Mevrouw Klip-Martin (VVD):
(…)
“Ook leven er bij onze fractie zorgen over de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gekoppeld is aan de invoering van de Omgevingswet. Gefaseerd invoeren — dat wil zeggen: in eerste instantie alleen voor nieuwbouw — lijkt nu een optie. Ook bij onder andere de omgevingsdiensten bestaan zorgen over invoering in één keer. Kan de minister nog eens bevestigen dat de Wkb gefaseerd zal worden ingevoerd? We hebben de indruk dat daar een toezegging over is gedaan, maar we weten dat niet zeker.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 8
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Omgevingsdiensten en ook anderen zien voordelen in een soort gefaseerde inwerkingtreding van onderdelen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Die is gekoppeld aan de gelijktijdige invoering van de Omgevingswet als we hier ja zeggen tegen januari 2024. Kan de minister aangeven hoe de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op onderdelen gefaseerd in werking treedt? Samen met collega Crone en anderen hebben we daar vragen over gesteld.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 44
Minister De Jonge:
(…)
“Dan had ik aan de implementatiekant nog vragen over de gefaseerde invoering van de Wkb. Mevrouw Klip en de heer Rietkerk hadden daar vragen over. De Wkb wordt inderdaad gefaseerd ingevoerd. Als eerste wordt de Wkb ingevoerd voor gevolgklasse 1 voor eenvoudige bouwwerken. Eerder heb ik aangegeven als eerste nieuwbouw te willen invoeren met als terugvaloptie verbouwactiviteiten zes maanden later. Of dat nog nodig is, ga ik met partijen bespreken, want daar wordt namelijk heel wisselend over gedacht. Gevolgklassen 2 en 3 treden op z'n vroegst vijf jaar na gevolgklasse 1 in werking. Ik denk dat dat al heel rustgevend is bij de fasering van de invoering. Dan kunnen we in ieder geval gevolgklasse 1 allereerst goed invoeren.”
De heer Rietkerk (CDA):
“Kan ik de minister vragen om antwoord te geven op de vraag of gevolgklassen 2 en 3 over vier of vijf jaar ook weer via een wijziging van een wetsvoorstel zullen plaatsvinden?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 21, item 9 - blz. 44-45
Minister De Jonge:
“Ik dacht dat dat niet nodig was. Ik dacht dat dat via een besluit ging, namelijk via het aanpassen van het Omgevingsbesluit. Dat is de technisch-juridische kant ervan. Ik denk dat u bedoelt of u er nog iets over te zeggen heeft. Dat wil ik wel toezeggen. Hoe ik het moet aanpassen, weet ik nog niet, dus of het een AMvB is of een besluit, maar ik zeg graag toe dat ik het aankondig, zodat u op dat moment kunt interveniëren.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 9
-
behandeling van het conceptbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 21, item 3
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) -
7 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief negatieve signalen opdracht tot compenseren IMG en NCG (35.603/36.094) (T03598)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat hij na zal gaan of de opdracht tot compenseren van het Nationaal Coördinator Groningen (IMG) en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) soms een probleem veroorzaakt. Er lijken signalen te zijn dat schadevergoedingen soms leiden tot het verliezen van toeslagen, en het kent mogelijk ook een relatie met eventuele aflossing van coronaschulden door bedrijven. De staatssecretaris zal een brief sturen, of het in de kabinetsreactie op de enquêtecommissie bespreken.
| Nummer | T03598 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Groningen Instituut Mijnbouwschade Groningen Nationaal Coördinator Groningen schaderegeling |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2-3
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“Dan de financiële aandachtspunten. Onze fracties hebben meerdere partijen gesproken die vrezen dat mensen in de problemen komen als gevolg van deze wet. Dat heeft te maken met het in één keer uitbetalen van een bijdrage. Mensen krijgen dan in één keer een groot bedrag op hun rekening. Zij vrezen toeslagenachtige fuiken. Ik heb twee voorbeelden. Iemand krijgt bijvoorbeeld een bedrag uitgekeerd en daarmee overschrijdt zijn inkomen de toeslagennormen van verschillende toeslagen. Hij verliest als gevolg daarvan deze toeslagen. Een ander voorbeeld: een ondernemer moet drie maanden zijn pand uit omdat dat gerenoveerd moet worden. Deze ondernemer heeft ook uitgestelde belastingbetalingen waarmee hij moeite heeft als gevolg van corona. Ook hij krijgt dit bedrag op zijn rekening gestort, waarna de Belastingdienst langskomt en dit meeneemt. Op papier lijken hier wel oplossingen voor te zijn, omdat er achteraf betaald kan worden. Dat betekent echter dat deze ondernemer geen inkomen heeft. De NCG merkt dat mensen in dit soort situaties de consequenties vaak niet goed kunnen overzien. Kan de staatssecretaris aangeven welke mogelijkheden hij ziet om te voorkomen dat de extra gelden die worden overgemaakt impact hebben op de toeslagenpositie, de uitkeringssituatie of de inkomenssituatie van mensen? Kan hij bijvoorbeeld toezeggen dat de Belastingdienst geen claims laat leggen op bedragen die bedoeld zijn voor schadeherstel of versterking dan wel compensatie van gerelateerde kosten?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 16
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Mevrouw Kluit van GroenLinks vroeg hoe het zit met schadevergoedingen en het verliezen van toeslagen, en ook de relatie met eventuele aflossing van coronaschulden door bedrijven. We kunnen niet aan de Belastingdienst vragen om een uitzondering te maken, want dat is te ingewikkeld. Ik heb dat in een vorig leven ook gedaan. Dat is ingewikkelde materie. Wat je wel kunt doen, is het IMG en de NCG vragen om gewoon daarna te compenseren. Die opdracht hebben ze in principe. Maar ik vertrouw dit niet helemaal. U heeft blijkbaar signalen dat dit soms een probleem is. Ik ga die signalen na en ik zal daarover later rapporteren aan de Kamer, als mevrouw Kluit dat een goed idee vindt.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Dat vindt ze, want ze snapt dat dit complexe materie is. Het komt inderdaad uit de uitvoeringsorganisaties. Ik ga ervan uit dat die goed weten wat de problemen zijn. Op welke termijn denkt de staatssecretaris dat dit mogelijk is?”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Dat zou binnen een maand moeten kunnen. Ik moet dat gewoon even navragen en dan maak ik een briefje. Als het echt een probleem is, kan ik dat zelfs nog meenemen in de kabinetsreactie op het enquêterapport. Dat komt binnen een maand, ongeveer.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Ja, dank.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang:documenten: -
5 november 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
28 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretarissen van BZK, van Financiën - F&B en Financiën - T&D over fiscale gevolgschade
Op 5 november 2024 voor kennisgeving aangenomen.
EK CLXIV / 35.603 / 36.094, C
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Gesprekken coördinatiebesluit (35.603/36.094) (T03601)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat hij in gesprek zal treden met de NCG, gemeenten en vertegenwoordigers van bewoners om te kijken of de coördinatiebepaling een probleem oplevert en hoe dit kan worden opgelost. Hier wordt de provincie bij betrokken.
| Nummer | T03601 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | gaswinning Groningen Nationaal Coördinator Groningen Omgevingswet |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“De staatssecretaris heeft hierin de afgelopen periode al het voortouw genomen en dat siert hem oprecht, al zijn we er, gezien de voorbeelden die ik net noemde, blijkbaar nog niet. Want na alle behartenswaardige woorden over het luisteren naar Groningers en met name de lange ontwikkeltijd van de novelle riep het bij onze fractie toch wel wat verbazing op dat de regio aangeeft niet zo goed uit de voeten te kunnen met de coördinatiebepaling. Sterker nog, ze vinden die onwerkbaar. De bepaling, die op 1 januari in werking moet treden en de coördinatie van samenhangende besluiten regelt, betekent in de praktijk een enorme bureaucratisering, aldus partijen als de provincie en de NCG. De regio stelt dat die bepaling de bestaande samenwerking onwenselijk doorkruist en zelfs dat die zou moeten komen te vervallen. Kan de staatssecretaris vertellen hoe hij hiermee wil omgaan? Is hij bereid om, na overleg met de regio, bijvoorbeeld voor de zomer met een nieuw voorstel te komen dat wel de steun van de regio heeft en niet de nadelen die men daar ziet? Is hij wellicht bereid om de coördinatiebepaling op te schorten tot er een werkbaar alternatief is? Graag een reactie.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 12-13.
De heer Atsma (CDA):
(…)
“Voorzitter. Dan een ander punt met betrekking tot de wet die nu voorligt. Dat heeft te maken met een recent aangenomen wet, namelijk de wet die betrekking heeft op wat collega Kluit van GroenLinks eerder naar voren bracht: de Omgevingswet stelt dat er sprake moet zijn van een coördinatiebepaling en een coördinatieregeling. Die is met alle goede bedoelingen in het leven geroepen, juist om het voor mensen en bedrijven makkelijker te maken, doordat ze maar bij één loket hoeven aan te kloppen en niet met ingewikkelde procedures van verschillende overheden geconfronteerd worden. Echter, nu zegt de provincie Groningen: "het is prachtig dat de Omgevingswet er is, maar zou het niet dienstig zijn om daar toch nog eens kritisch naar te kijken, omdat én de betrokken provincie — in dit geval Groningen — én de regio, de verschillende gemeenten en/of de waterschappen die in het gebied actief zijn, er niet om hebben gevraagd". Als je nu kijkt naar de positie van de gedupeerden, zou het best eens zo kunnen zijn dat de Omgevingswet en de coördinatiebepaling die daarin is verwoord, tot een onnodige vertraging leidt en tot nieuwe frustraties bij gedupeerden. Ik zeg dit ook in de richting van de heer Vos, want anders hadden we het wellicht nu niet geweten en is het dus misschien toch goed dat het hier nog even op tafel is gelegd. Dus de vraag van onze kant richting de staatssecretaris is of hij zou kunnen aangeven of die coördinatiebepaling voor dit specifieke geval wellicht buiten werking zou kunnen worden gesteld. En als dit niet kan, moet dit misschien via wetgeving worden georganiseerd. Ik kan me voorstellen dat, kijkend naar het argument dat de provincie Groningen in onze richting hanteert, die urgentie breed wordt gevoeld, zowel aan gene zijde als aan deze zijde. Desnoods zouden we dat via een motie aan de Kamer willen voorleggen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 24.
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“De coördinatiebepaling regelt dat de vergunningverlening tegelijkertijd met het versterkingsbesluit wordt voorbereid. Hiermee wordt geborgd dat de eigenaar alleen met de NCG te maken heeft en niet ook nog een keer met de gemeente. Maar ik hoor ook dezelfde signalen, dus wat ik mevrouw Kluit wil toezeggen, is dat ik in overleg ga met de NCG, gemeenten en vertegenwoordigers van bewoners om te kijken of dit echt een probleem is en of ik dat eventueel op een andere manier kan borgen. Dat kan ik dus toezeggen.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Dat is hartstikke mooi. Ik denk ook aan de heer Atsma, die daar ook naar gevraagd heeft. En misschien kan ook de provincie daarbij betrokken worden, want met name de provincie maakt zich hier heel druk over.”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Dat zal ik graag doen.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
25 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Kijken naar mogelijke uitzondering ondertekenen akte van cessie (35.603/36.094) (T03602)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de kabinetsreactie, en anders in komende weken, gekeken wordt naar een mogelijke uitzondering in individuele gevallen op de verplichting om een akte van cessie te tekenen.
| Nummer | T03602 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 11 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | gaswinning Groningen procederen versterking |
| Kamerstukken | Novelle verbetering uitvoerbaarheid (36.094) Versterking gebouwen in de provincie Groningen (35.603) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 2.
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
(…)
“Dan ga ik op twee punten wat meer in detail in: de akte van cessie en de fiscale, financiële impact van de operatie. Allereerst die akte van cessie. Het is voor onze fracties best wel duidelijk waarom een akte van cessie nodig is. Tegelijkertijd horen wij in het gebied grote zorgen hierover. Het gaat niet zozeer om de juridische onderbouwing ervan, maar met name over de emotionele onderbouwing. Immers, stel dat je tien jaar tegen de NAM en de overheid hebt geprocedeerd en dat je geprobeerd hebt om daar erkenning voor te krijgen, terwijl tegelijkertijd de overheid jarenlang niet een betrouwbare partner voor jou is geweest. Dan is het voor sommige mensen heel moeilijk om afscheid te nemen van een claim op de NAM. De NCG verwacht aanzienlijke problemen in de voortgang hierdoor. Niet vanwege de juridische helderheid, maar juist vanwege die emotionele impact. Wij vragen ons af: kan dit nou niet anders? Is het nou niet mogelijk om in één keer voor al die betrokkenen in het gebied standaard de claim op de NAM over te nemen, waarbij een individuele burger desgewenst kan aangeven dat deze hem wil behouden? Dan hoeft niet iedereen individueel afscheid te nemen. Graag een antwoord.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 26, item 6 - blz. 24.
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Ik denk dat ik een heel eind ben. Ik moet nog iets zeggen over de akte van cessie. Mevrouw Kluit stelde voor om generiek alle vorderingen op de NAM over te dragen op de Staat. Je kunt je afvragen of je dat wilt. Er zijn misschien bewoners die dat niet willen. Ik ga kijken — ik ben bereid om dat toe te zeggen — of er ruimte is om in individuele gevallen een uitzondering te maken op de verplichting om een akte van cessie te tekenen. Zo zouden we het kunnen proberen te doen. Het kan zijn dat dat wettelijk geregeld moet worden. Ik hoop het niet, maar daar moet ik naar kijken.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Als ik het goed begrijp, zegt de staatssecretaris om het om te keren, dus om generiek te zeggen: we nemen afscheid, en als u het wil behouden, kan dat.”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Ik moet me hier echt even in verdiepen en daarover gaan praten.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
‘Dat snap ik. Heeft de staatssecretaris enig idee hoelang dit nadenken duurt?”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Ik denk heel kort. Het liefst neem ik al deze dingen straks mee in de kabinetsreactie, want anders blijven we aan de gang. Het is eigenlijk de bedoeling dat dit de komende weken gebeurt.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks):
“Oké. Dan wacht ik nog even.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 26, item 6
-
25 november 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
11 april 2023
toezegging gedaan -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Toezegging Toekomstige technologieën die decentrale dataopslag mogelijk maken onderzoeken en gebruiken (34.972/35.868) (T03652)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe dat wanneer in de toekomst technologieën worden bedacht die decentrale opslag mogelijk zouden maken, bij het gebruik van de inlogmiddelen, die ook onderzocht en gebruikt gaan worden.
| Nummer | T03652 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | data decentraal digitale overheid inlogmiddelen opslag |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 10, item 12 - blz. 1
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
(…)
“Een struikelblok zit bij de digitale toegang tot publieke dienstverlening. Dat is wat ons betreft het belangrijkste punt. In onze ogen is ten eerste een verkeerde afslag genomen. Ten tweede is het op het punt van de decentrale opslag niet goed geregeld. Over die decentrale opslag is al heel wat uitgewisseld. Volgens de regering is een systeem met centrale opslag niet riskanter dan een systeem met decentrale opslag. Want, zo zegt de regering bij de beantwoording van de vragen, bij hacken is er altijd een risico; je moet het gewoon goed beveiligen. Dat laatste is natuurlijk waar, maar de regering miskent daarmee dat het veel aantrekkelijker is om een centrale opslag te hacken en dat een hack daarbij veel ernstigere en grootschaligere gevolgen heeft. Ik vraag de staatssecretaris waarom ze niet ook op dat punt de gevraagde verbetering heeft aangebracht. Deskundigen zeggen dat dit echt veiliger is, niet alleen als het gaat om hacken, maar ook als het gaat om dataminimalisatie en privacy by design. Had die privacy by design, die nu wel in de novelle is verankerd, niet ook vertaald moeten zijn in decentrale opslag? Dat is toch heel nauw aan elkaar verbonden? Graag een reactie van de minister.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 18
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Ik zou willen overstappen naar het onderwerp centraal-decentraal. Dat had te maken met een aantal vragen die door onder anderen de heer Ganzevoort werden gesteld over waarom ik niet kies voor een decentraal systeem. Dat vergt dat we nog even proberen heel precies te zijn. Inlogmiddelen zorgen ervoor dat je kunt inloggen bij de overheid en dat je zaken kunt doen met die overheid. Er zijn ontwerpen voor inlogmiddelen waarbij de vraag is of de gegevens dat je gisteren hebt ingelogd bij de Belastingdienst of eergisteren bij het UWV, enzovoort, enzovoort, alleen worden bewaard op je eigen smartphone. Dat betekent dat, wanneer dat nodig zou zijn, je alleen zelf nog kunt terughalen dat je contact hebt gehad of dat je een bepaalde transactie hebt gedaan met een overheidsdienst. Wij vinden dat die situatie net iets te kwetsbaar. We vinden het belangrijk dat er ook wordt geregistreerd bij partijen wanneer je hebt ingelogd om daarmee te kunnen bewijzen dat je dat daadwerkelijk hebt gedaan op het moment dat jouw smartphone er niet meer is. Ik denk wel dat het relevant is dat dat allemaal zo minimaal mogelijk is. We willen natuurlijk zorgen dat data-uitwisselingen en dataopslag zo minimaal mogelijk zijn. Een van de punten waaraan ik zou willen werken, is of je die loggingsinformatie — wanneer heb je bij welke dienst ingelogd? — op een andere manier wat meer decentraal zou kunnen vastleggen. Op dit moment zien we daar nog niet direct de mogelijkheden voor, maar het is wel goed om daar verder naar te kijken. Ik kan me namelijk ook heel goed voorstellen dat mensen het belangrijk vinden dat dit soort informatie zo decentraal mogelijk blijft en niet op een andere plek wordt vastgelegd.”
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Als ik het goed zie, zijn er drie plekken waar je het zou kunnen opslaan of zou kunnen loggen. Dat is bij de gebruiker, dus bij mijzelf op mijn eigen smartphone. Dat is bijvoorbeeld bij de Belastingdienst. En dat is in mijn geval bij DigiD of welk inlogmiddel ook. De vraag over decentrale opslag gaat natuurlijk heel erg over het inlogmiddel: waar gebeurt het? Maar de argumentatie van de staatssecretaris overtuigt me niet helemaal, omdat in dit geval de Belastingdienst hoe dan ook zal registreren dat ik ingelogd heb. Wat is er meer nodig dan dat zij weten dat ik ingelogd heb? Waarom zou de aanbieder van het inlogmiddel ook moeten registreren waar ik ingelogd heb?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Dat moet de aanbieder van het inlogmiddel om ook zeker te weten dat dat gebeurd is. Want ook bij de Belastingdienst, bij UWV enzovoort, enzovoort, wordt niet altijd alles geregistreerd. Het gaat er dus vooral om dat je zelf die loggingsinformatie kunt laten zien, en daar ook toegang toe hebt. U heeft eerder gevraagd: kan je die informatie niet ook gewoon alleen maar laten zijn bij de persoon over wie het gaat? Dan is die informatie dus niet bij het inlogmiddel en niet bij het bedrijf waar je hebt ingelogd. Het kan bijvoorbeeld ook dat je bij zo'n bedrijf wel hebt ingelogd, maar dat dat mislukt is, terwijl je dus wel degelijk een poging hebt gedaan. Wij denken dat het verstandig is om burgers te kunnen blijven helpen met hun logginsformatie. Maar we willen wel onderzoeken of je dat uiteindelijk ook op een decentrale manier kunt doen: een manier die we nu nog niet kennen, maar die we wel willen onderzoeken.”
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
"Een manier die we nog niet eens kennen." Dat is bijna transcendent. Zo vind ik het ingewikkeld worden. Voor mij is de vraag simpeler dan dat. De Belastingdienst registreert het als ik inlog of niet. Dus als de Belastingdienst niet registreert, heb ik niet ingelogd. Het werkt precies hetzelfde als ik een brief stuur naar de Belastingdienst. Als die brief daar niet aankomt, wordt die niet geregistreerd. Als ik met de post een brief stuur die wél aankomt, dan staat de brief in het postboek. De vraag is dus eigenlijk volgens mij vrij simpel: welke meerwaarde heeft nou het registreren bij het inlogmiddel? De staatssecretaris zegt daarop: dat is eigenlijk een extra zekerheid. Maar die extra zekerheid vormt ook een extra risico. Dat decentrale verdient volgens mij volgens alle privacyadviseurs de voorkeur. Waarom wordt dit dus niet losgelaten?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 18-19
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Inderdaad denkt niet iedereen daar hetzelfde over. Er zijn zeker mensen die hebben aangegeven, ook aan ons, dat het relevant is om dat te overwegen. Daarom wil ik dat ookgraag verder onderzoeken. Maar we weten ook dat het voor mensen vaak heel vervelend is als ze moeten gaan nagaan bij welke instanties ze allemaal wel of niet hebben ingelogd en wanneer dat heeft plaatsgevonden, en ze daarbij afhankelijk zijn van die aanbieders, dus van de Belastingdienst, van UWV, van een gemeente. Ze zijn er dan afhankelijk van of die instanties die logging daadwerkelijk goed hebben gedaan. Mensen vinden het vaak veel fijner als ze dat ook zelf kunnen onderzoeken, en kunnen blijven onderzoeken, ook wanneer hun telefoon gestolen is, verdwenen is, in het water gevallen is of anderszins. Dat is dus de reden waarom wij daarvoor nu de mogelijkheid willen creëren waarbij je dus die loggingsinformatie ook hebt. Maar u vroeg ook steeds: bent u wel bezig met nadenken over de vraag of er een nieuwe technologie is die op een goede manier burgers kan helpen? Nou, die technologie wil ik heel graag onderzoeken. Want als die er is, hoeft het niet meer bij het inlogmiddel te gebeuren en zou het op een andere manier kunnen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 19
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Maar het is dus alleen nodig voor die situaties waarin én de Belastingdienst het niet geregistreerd heeft, én ik mijn telefoon kwijtraak? Ik vind het wel een overkill aan regelingen. Ik zou zeggen: geef dan toch echt de voorkeur aan decentraal.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Maar heel veel burgers loggen in bij heel veel verschillende overheidspartijen. Ze moeten dan al die overheidspartijen gaan bellen om te vragen: wat is mijn inloghistorie bij u? Dat geldt ook voor de ondersteuning als het niet lukt om in te loggen, of bij het ervoor zorgen dat je hulp krijgt. Al die elementen zitten daar dan niet in. Er is dan dus geen hulp wanneer het niet lukt om in te loggen. Je weet niet bij welke partijen het was, of je moet ze allemaal bellen. Die service willen wij graag aan burgers blijven bieden. En ik maak daarbij nogmaals wel de opmerking dat het mij verstandig lijkt om te kijken of we dat niet uiteindelijk ook decentraal kunnen doen. Wat mij betreft is dat een toezegging, tenzij u zegt: wat mij betreft hoeft het niet.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 32
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
(…)
“Wat de decentrale opslag betreft zijn wij niet overtuigd. Ik ben wel blij met de toezegging — en die noteer ik toch maar graag — dat wanneer in de toekomst technologieën worden bedacht die dit probleem voor ons gaan oplossen, die ook onderzocht en gebruikt gaan worden. Maar ik ben niet overtuigd door de argumentatie dat die decentrale opslag niet gewoon überhaupt beter is. Daar ben ik dus wel van overtuigd, maar ik ben er niet van overtuigd dat een centrale opslag mogelijk zou moeten blijven.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 10, item 12
-
25 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
13 februari 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Jaarlijkse rapportage ontwikkelingen digitale overheid (34.972 / 35.868) (T03653)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Talsma (ChristenUnie) en Koole (PvdA), toe dat zij de Kamer jaarlijks een rapportage zal toesturen betreffende het functioneren van het stelsel, inclusief de capaciteit van de RDI en de samenwerking op Europees niveau betreffende de toezichthouders en overige nieuwe ontwikkelingen.
| Nummer | T03653 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.A. Koole (PvdA) mr. H.P. Talsma (VVD) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | digitale overheid Rijksinspectie Digitale Infrastructuur toezicht |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 10, item 12 - blz. 12
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. Het in de wet opgenomen verbod op het verhandelen van persoonlijke gegevens maakt op mijn fractie op het eerste oog een robuuste en effectieve indruk, zeker met de toelichting die de staatssecretaris gaf in haar reactie op vragen vanuit deze Kamer. In die reactie gaf zij aan dat zij bij overtreding van de regels zelf zal ingrijpen of zal laten ingrijpen. In het kader van de handhaafbaarheidstoets vraag ik de staatssecretaris dat wat nader en concreter toe te lichten. Artikel 17, lid 5, bepaalt dat het Agentschap Telecom belast is met toezicht. Welke vormen van optreden bij overtreding van de regels en welke mogelijke uitkomsten van dat optreden zijn eigenlijk denkbaar? Bovendien is voor controle en handhaving capaciteit nodig. Verschillende collega's hebben daar al de vinger bij gelegd. Op eerdere vragen of die capaciteit er bij het Agentschap Telecom of elders daadwerkelijk is, reageerde de staatssecretaris met de mededeling dat haar geen signalen hebben bereikt van het tegendeel. De vraag van mijn fractie is of de staatssecretaris ons in dit debat op dit punt wat gefundeerder en concreter gerust kan stellen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 24
De heer Talsma:
(…)
“Het laatste punt dat mijn bijzondere belangstelling heeft, betreft de capaciteit voor de handhaving van dit soort regels. Daar heb ik in eerste termijn iets over gevraagd. De staatssecretaris heeft eerder in de schriftelijke voorbereiding gereageerd met de mededeling dat haar geen signalen hebben bereikt dat de capaciteit niet toereikend zou zijn. Dat is op zich een heel prettige ondergrens, maar ik zou het zeer waarderen als de staatssecretaris ons hier iets concreter en iets gefundeerder gerust zou kunnen stellen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 29
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“De heer Talsma stelde een vraag over de capaciteit bij de RDI. Wij zijn veel met de mensen van de RDI in gesprek. Zeker mijn medewerkers spreken maandelijks met hen. We moeten natuurlijk inderdaad zorgen dat er voldoende capaciteit is, zowel in termen van omvang, als in termen van kennis en kunde. Er moet in die zin voldoende capaciteit zijn om ook goed te kunnen blijven toetsen. Ik wil u daarover twee dingen aangeven. In de eerste plaats zullen wij uw Kamer jaarlijks informeren over het functioneren van dit stelsel, inclusief dit onderwerp. Dus: hoe gaat het met het functioneren van de toezichthouder? En in de tweede plaats zal ik u daarbij laten weten hoe wij ook samenwerken met de andere Europese toezichthouders. Dat gebeurt nu ook al vrij intensief, omdat er ook vanuit de verschillende landen en lidstaten wordt gekeken hoe zij dat toezicht goed kunnen invullen. Daar kan ik dan ook iets meer over vertellen. Met welke van deze toezichthouders hebben we contacten? Waar gaan die over? Hoe informeren we elkaar wanneer we bijvoorbeeld zien dat inlogmiddelen die in een bepaalde lidstaat zijn toegelaten, volgens ons bijvoorbeeld problematisch zijn, of wanneer we zien dat er daarmee dingen niet goed gaan?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 29
De heer Koole (PvdA):
“Dank voor dit antwoord. Betekent dit ook dat je, zodra zo'n bigtechbedrijf zich meldt en erkenning krijgt in een ander Europees land en daarmee dus automatisch ook in Nederland, actie kunt ondernemen en de afspraak kunt maken dat je, zoals ik net beschreef, permanent kunt volgen dat dat bedrijf toezicht toelaat, ook bij zo'n land, via de peerreview of anderszins? Kun je zeggen dat er van het begin af aan toezicht moet zijn, zodat we niet overgeleverd zijn aan de specifieke regels in een bepaald land? Kun je er op Europees niveau voor zorgen dat we er met z'n allen echt alles aan gaan doen om ervoor te zorgen dat, áls een bigtechbedrijf zich meldt, er dan ook echt van het begin af aan afspraken zijn en dat er toegang van het toezicht tot hun systeem is?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Volgens mij heb ik het eerder gezegd: ik maak me ook zorgen over de vraag of er partijen zijn die misbruik willen maken van dit stelsel. In principe hebben we de instrumenten, zowel in Nederland als internationaal, om dat te voorkomen. Maar ik ben het wel met u eens dat het belangrijk is dat die instrumenten ook worden ingezet, in welk land je je ook meldt als onderneming en wat ook de aard van je onderneming is, want of het nou een bigtechbedrijf of een kleiner bedrijf is, je wilt dat misbruik sowieso wordt voorkomen. Ik kan u via de rapportage die ik wil maken, op de hoogte houden van wie zich meldt en hoe het toezicht georganiseerd is. Mochten we daar dingen in zien waarvan we zeggen dat ze onvoldoende zijn, dan kunnen we die ook met onze collega's gaan bespreken. Volgens mij is het wel goed om te weten dat de collega-toezichthouders van de RDI, die van de andere lidstaten, dit onderwerp wel degelijk hoog op de agenda hebben staan.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 32
De heer Koole (PvdA):
“Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging dat ze de Kamer op de hoogte zal houden van de voortgang op Europees niveau wat betreft de toezichthouders en wat er aan plannen wordt ontwikkeld. Mijn vraag in de tweede termijn was om de plussen die in de novelle staan ook actief op Europees niveau in te zetten. Begrijp ik goed uit de woorden van de staatssecretaris van zojuist dat dat ook het doel is van deze regering? Wil ze de plussen uit de novelle actief uitdragen in Europa en tot Europese regelgeving realiseren?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“In het algemeen zeker. Daar is gelukkig steeds meer steun voor in Europa. Die is er niet in alle opzichten, maar in grote opzichten wel. Overigens kan ik dat niet meer zomaar toevoegen aan de eIDAS-verordening waar we het vandaag over hebben en die al stamt uit 2014. Die verordening is nou eenmaal al afgerond. Maar in andere soorten regelgeving, of het nou gaat om de AI Act, de kunstmatige intelligentie, of straks ook om het realiseren van Europese identiteiten, zal ik dat altijd, zoals ik tot nu toe ook altijd heb gedaan, met heel veel verve doen, omdat ik er ontzettend veel waarde aan hecht dat dit goed geregeld wordt.
Voorzitter. Ik rond af. De wet waar we het vandaag over hebben, regelt het recht voor burgers en bedrijven om veilig en goed digitaal zaken te kunnen doen met de overheid. We zorgen voor goede veiligheidsstandaarden bij websites, voor allerlei privacywaarborgen, voor machtigingen, voor het gebruik van je DigiD, voor het gebruiken van sites als MijnOverheid. Het zorgt er vooral voor dat gevoelige gegevens, zoals medische gegevens, ook echt op een goede manier worden gebruikt. Ik vind het ontzettend belangrijk dat we dat doen en ook doen op een manier die werkt voor de hele overheid en dat de thema's waar we vandaag over gewisseld hebben niet alleen goed in de wet en de wetsteksten terechtkomen, maar dat we die ook gaan leven. Daar ga ik deze Kamer graag in onze jaarlijkse rapportages over van informatie voorzien.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 10, item 12
-
13 februari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Communiceren goedkeuring inlogmiddelen (34.972 / 35.868) (T03654)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe dat uitdrukkelijk wordt aangegeven, inclusief criteria, op grond waarvan bepaalde Nederlandse inlogmiddelen worden goedgekeurd. Hierdoor wordt meer aandacht besteed aan de communicatie richting burgers.
| Nummer | T03654 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | G. Prins (CDA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | communicatie digitale overheid erkenning Europa inlogmiddelen |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 7-8
Mevrouw Prins (CDA):
“Ik heb nog een aanvullende vraag. Ik ga uit van wat u net zei. Dat betekent dus dat de burger straks kan kiezen. Maar hoe weet de burger dan dat er bepaalde inlogmiddelen door de Nederlandse overheid zijn gecheckt, gescreend, getoetst et cetera, en dat dat bij bijvoorbeeld een inlogmiddel uit — ik noem een heel ander land — Roemenië of Bulgarije niet het geval is? Hoe zorgen we ervoor dat de burgers weten waar ze dan tussen kiezen?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Het superformele antwoord is: het wordt gepubliceerd in het Staatsblad. Dat zegt natuurlijk wel iets. Dat zegt iets over het feit dat wíj die erkenning hebben gedaan. Maar ik denk dat het van belang is dat wij aan Nederlanders ook duidelijk maken welke inlogmiddelen door ons erkend zijn, gecheckt zijn enzovoort, enzovoort. Ik hecht er dus wel aan dat Nederlanders weten welke van die inlogmiddelen ook door de Nederlandse toezichthouder, in dit geval de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, extra zijn gecheckt.”
Mevrouw Prins (CDA):
“Mag ik zover gaan dat u een duidelijke toezegging geeft dat u voor het brede publiek uitdrukkelijk gaat communiceren welke inlogmiddelen door Nederlandse autoriteiten zijn gekeurd? En kunnen we wellicht zelfs denken aan een keurmerk?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Er ís dus een keurmerk, want je bent pas erkend als je dat keurmerk hebt. Je wordt pas gepubliceerd en toegelaten in Nederland als onderdeel van het Europese stelsel als je dat keurmerk hebt. Maar ik denk dat het goed is dat we twee dingen doen. We moeten gewoon laten zien welke van die inlogmiddelen in Nederland erkend zijn, zodat het voor de Nederlandse burger helder is dat er een toets gedaan is, en niet alleen maar dat die toets is gedaan door een Nederlandse partij. Nogmaals: dat laat onverlet dat er ook andere partijen toegelaten moeten worden.”
Mevrouw Prins (CDA):
“De laatste keer. Ik zou toch graag de toezegging horen dat heel uitdrukkelijk wordt aangegeven, inclusief criteria, op grond waarvan wij de bepaalde Nederlandse inlogmiddelen goedkeuren, dus niet alleen DigiD, maar ook inlogmiddelen van private aanbieders.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Dat doe ik graag. Als we een inlogmiddel erkennen, vind ik het namelijk belangrijk dat we ook aangeven waarom we dat doen, en dat is dus op basis van de vereisten die we in deze wet vastleggen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 23
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“Ik heb als toezegging van de staatssecretaris genoteerd dat er extra aandacht wordt gegeven aan de communicatie, maar ik wil dit hier nog even extra benadrukken, omdat ik denk dat dit cruciaal is, ook voor de toekomst.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
9 september 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. over diverse voorwaarden voor toetsing bij toekomstige digitaliseringswetgeving door de Eerste Kamer en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
EK 36.382 / 36.639, H
-
-
beslisnota(s) bij verslag van een nader schriftelijk overleg inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
-
-
Bijlage 1: Lijst behandelde toezeggingen Eerste Kamer met Verzamelbrief digitalisering juli 2025 (2 p.)
-
-
Bijlage 2: ID-kaart BES - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 74 p.)
-
-
Bijlage 3: Samenvatting - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 36 p.)
-
-
13 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Blijven kijken naar betrouwbaarheid regulering digitale overheid (34.972 / 35.868) (T03657)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe dat zij voortdurend zal blijven kijken naar de veiligheid en betrouwbaarheid van de regulering, waarbij gekeken wordt naar elementen zoals algoritmische discriminatie.
| Nummer | T03657 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | algoritmen digitale overheid discriminatie |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 3
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Eerlijk gezegd zoek ik nog naar iets meer kritische reflectie, want volgens mij hebben we in de afgelopen jaren ook een aantal andere dingen gezien. We hebben gezien dat er een enorm risico is van datamaximalisatie in plaats van dataminimalisatie. Vanochtend nog las ik in de media dat de Nederlandse overheid van alle reizigers via Schiphol van alles en nog wat registreert, tot en met hun menuvoorkeur aan toe. Dat bewaren we vijf jaar, tegen alle wetten in. Worden dit soort kritische reflecties ook meegenomen? Ik zoek niet zozeer naar een staatssecretaris die gaat uitleggen dat het echt een heel goede wet is. Ik zoek veel meer naar een gesprek over de vraag: als we dit goed hebben geregeld, zijn we dan helemaal up-to-date? Of zijn er toch een aantal elementen waarvan de regering zegt: die moeten we misschien toch nog meenemen, hetzij vandaag, hetzij de komende tijd, omdat hier nieuwe zorgen zitten?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Als ik die elementen zou zien, mag u erop vertrouwen dat ik die toevoeg. Het hele werkprogramma dat ik heb als staatssecretaris over digitalisering, gaat over de vragen of iedereen kan meekomen, of je regie hebt en of je het kunt vertrouwen. Daarbij spelen allerlei elementen een rol, zoals de algoritmes waarover u het heeft. Een groot onderdeel van het belang is dat we ervoor zorgen dat algoritmes in Nederland op een ongelooflijk zorgvuldige manier worden gereguleerd, ongeacht of ze worden gebruikt door overheden of door private partijen. Dat ben ik zeer met u eens. Dat is een grote zorg en daar moeten we hard aan werken. Als het specifiek over dit inlogmiddel gaat, vind ik het heel erg belangrijk — dat zeg ik u ook graag toe — dat wij voortdurend blijven kijken naar de veiligheid en betrouwbaarheid ervan. Dat is namelijk precies wat je wilt. Je wilt dat je nu op een veilige manier kan inloggen, maar dat dat volgend jaar en het jaar daarna ook nog zo is. Je wilt ook dat je technologie kunt inzetten om dat te kunnen blijven doen als er nieuwe, betere technologie komt. Dat vind ik echt heel erg belangrijk. Op dit moment werken we met het hoogste betrouwbaarheidsniveau. Op basis van die novelle hebben we gezegd dat we nog weer scherper kijken naar privacy by design en dat we nog meer inzetten op open source om ervoor te zorgen dat nieuwe technologie en lekken in software tijdig worden herkend. Die waarborgen zitten er op dit moment in. We kiezen echter niet voor één technologie of één middel noodzakelijkerwijs, omdat we de mogelijkheid willen kunnen bieden om die ontwikkelingen te blijven doormaken. Maar laat ik er helder over zijn: met u ben ik zeer bezorgd over een aantal ontwikkelingen in de digitale samenleving en in de transformatie. Het is dus heel erg belangrijk dat we zeker weten dat jij het bent als je zakendoet met de overheid en dat je werkelijk wilt doen wat je aangeeft.”
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Dat gaat over de inlogmiddelen en daar komen we de rest van de middag nog uitgebreid over te spreken. De wet gaat echter ook over standaardisering van de infrastructuur en dergelijke. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij zou willen overwegen om, bijvoorbeeld voor de volgende tranche, te kijken hoe elementen als algoritmische discriminatie onderdeel kunnen worden van de regelgeving. Dat gaat ook over bijvoorbeeld standaardisering.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Daar wil ik zeker heel graag naar kijken, dus die toezegging doe ik graag. Of dat in een volgende tranche aan de orde is, daar moeten we goed naar kijken. We zijn natuurlijk al bezig met regelgeving op dit gebied. Er goed naar kijken of er bij een volgende tranche nog verdere waarborgen nodig zijn, dat zeg ik u graag toe.
Wat natuurlijk van belang is, is dat we voldoende blijven kijken naar de veiligheid van deze inlogmiddelen. Het is maar een kleine, maar niet onbelangrijke stap als het gaat over het vormgeven van de digitale overheid. Dat moet op een goede manier gebeuren, zodat er een goede balans zit tussen controle en ervoor zorgen dat je kunt doen wat je wilt doen. Ondanks het feit dat er mensen zijn die het moeilijk vinden om digitaal zaken te doen met de overheid — ik kom daar straks nog op terug — weten we dat er ook veel mensen zijn die het heel fijn vinden. Dat zijn niet alleen particulieren, maar ook bedrijven. Door de wet zodanig flexibel te maken dat er ook in onderliggende regelingen verder kan worden aangescherpt, hopen we een stelsel te creëren dat daadwerkelijk de komende tijd de tand des tijds kan doorstaan.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
13 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Afschrift toezichtkader Wet digitale overheid (34.972 / 35.868) (T03658)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe dat dat de Kamer een afschrift krijgt van het toezichtkader betreffende private aanbieders van inlogmiddelen onder de Wet digitale overheid wanneer deze er is.
| Nummer | T03658 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | digitale overheid toezicht toezichthouders veiligheid |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 30
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“De beste beveiliging lijkt me om die private aanbieders niet toe te laten, maar die discussie hebben we al gevoerd. Laat ik het nu wat toespitsen op de toezichthouders, in ieder geval op de Nederlandse inspectie. Op wat voor manier toetst die dat dan eigenlijk? Is dat een kwestie van een afvinklijstje, waar wat vinkjes bij moeten staan, dus waarbij wordt gezegd: als dit, dat en dat klopt, is het oké? Of wordt er ook meer kwalitatief gekeken naar wat voor soort aanbieder het eigenlijk is, en niet alleen materieel naar hoe de processen lopen?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Dat laatste dus. Er wordt inderdaad niet alleen een soort afvinklijstje gebruikt, maar er worden ook daadwerkelijk onderzoeken binnen het bedrijf gedaan. Daar moet het bedrijf dus ook toegang tot verlenen. Er is ook sprake van die peerreview. Met andere woorden, je kunt niet in Nederland worden toegelaten als je niet ook gepeerreviewd bent of als dat onderzoek niet ook bekeken is door de toezichthouders van andere lidstaten. Andersom geldt dat dus ook voor lidstaten om ons heen. Dat is dus absoluut de bedoeling. Ik hecht er ook aan om nog maar even te zeggen dat ik dat zelf ook zeer belangrijk vind. Er moeten ook controles op papier plaatsvinden, maar die zijn natuurlijk niet voldoende om er een beeld van te krijgen of het ook goed georganiseerd is. Ik hecht er dus aan dat dat gebeurt, dat de toezichthouder dat ook gaat doen en dat hij daar de middelen niet alleen zelf voor heeft, maar dat hij die zo nodig ook kan inhuren. Als er getwijfeld wordt of als er extra expertise nodig is, dan moeten die middelen ook kunnen worden ingehuurd.”
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Volgens mij delen we de intenties. We zoeken inderdaad naar de manier waarop we het binnen de omstandigheden zo veilig mogelijk maken. Is daar al een uitgewerkt toezichtkader voor ontwikkeld? Of zijn dat alleen maar de criteria zoals die algemeen in de wetgeving staan? En als er al een uitgewerkt toezichtkader is, zouden we dat dan kunnen krijgen?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Nee, dat is er nog niet, maar als dat opgesteld wordt, kan ik er natuurlijk voor zorgen dat u dat krijgt. Dat wordt opgesteld, maar dat hebben we nu nog niet.”
De heer Ganzevoort (GroenLinks):
“Dank voor die toezegging.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
13 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoek ondergrens opensourcecommunities en financiële ondersteuning (34.972 / 35.868) (T03659)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van den Berg (VVD) en Talsma (ChristenUnie), toe dat zij onderzoek zal doen naar of een ondergrens kan worden gedefinieerd voor opensourcecommunities en hoe dit juridisch kan worden verankerd. Ook zal er gekeken worden naar financiële ondersteuning.
| Nummer | T03659 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 februari 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | prof. dr. C.F. van den Berg (VVD) mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | digitale overheid opensourcecommunity |
| Kamerstukken | Novelle Wet digitale overheid (35.868) Wet digitale overheid (34.972) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 10, item 12 - blz. 12
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Een ander punt van aandacht is in dit debat al eerder aan de orde geweest. Dat blijft de invulling en toepassing van open source. Dat is iets waar mijn fractie op zichzelf positief tegenover staat. Voor dit onderwerp is er in de parlementaire behandeling al veel aandacht gewest. De antwoorden van de staatssecretaris hebben in toenemende mate helderheid geboden. Het moet gaan om software die transparant is en waarvan de broncodes gepubliceerd zijn. Ook moet er een zogeheten "community" omheen zitten, die ervoor zorgt dat er steeds weer wordt gewerkt aan het verbeteren van de software. De staatssecretaris noemde die community zelfs "superbelangrijk". Dat is een citaat. Juist dat superbelangrijke krijgt mijn fractie maar niet goed helder. Het door de staatssecretaris zelf gehanteerde fraaie voorbeeld van de cv-ketel, die geïnstalleerd moet worden en daarna regulier onderhoud krijgt, is hier niet meer bruikbaar, of de staatssecretaris moet een wel heel buitenissig onderhoudsprogramma voor haar verwarming hebben. Hoe zit het dan wel? De staatssecretaris heeft aangegeven dat zij zelf gaat stimuleren "dat er een community komt die meekijkt op alle bij inlogmiddelen gebruikte softwarecomponenten". Kan de staatssecretaris zo concreet mogelijk uitleggen wat zij hiermee bedoelt en wat we op dit punt van haar te verwachten hebben? Kan de staatssecretaris uitleggen of, en zo ja hoe, die "superbelangrijke" community's formeel worden ingebed?”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 23
De heer Van den Berg (VVD):
(…)
“Wat bij mij verder overblijft, is het punt over de community die bijdraagt aan de veiligheid van de open source en de kwaliteit van de opensourcemiddelen. De staatssecretaris geeft aan dat zij animo ziet onder vrijwilligers om die rol op zich te nemen. Zij kan bug bounty's inzetten en onze regering hecht er belang aan dat dit goed geregeld is. Ik vind dat toch vrij zacht en vrij vrijblijvend blijven, want er is nergens gedefinieerd wat dan een goede community is of wat een goed functionerende community is, noch in omvang noch in kwaliteit. Dus we weten niet wanneer dat functioneren door het ijs zou zakken. Bovendien zegt de staatssecretaris dat de regering een inspanningsintentie heeft, maar geen juridisch geregelde verantwoordelijkheid. Graag zou ik van de staatssecretaris een toezegging krijgen dat een ministeriële regeling op dit punt verder wordt aangescherpt. Die moet dan meer duidelijkheid geven over wat de ondergrens is van het functioneren van die community en duidelijkheid geven over hoe de verantwoordelijkheid voor het voldoende functioneren van die community juridisch geregeld is.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 24
De heer Talsma (ChristenUnie):
“De vragen rondom de community's die ik in eerste termijn heb gesteld, zijn zojuist ook gesteld door collega Van den Berg. Ik sluit mij omwille van de tijd aan bij de vragen die hij daarover heeft gesteld.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 20, item 8 - blz. 28
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“De heer Van den Berg en de heer Talsma vragen of er een soort ondergrens kan worden gedefinieerd voor opensourcecommunity's, zodat de kwaliteit daarvan zodanig voldoende is dat ze daadwerkelijk een functie hebben en kunnen zorgen voor het verbeteren van de software, en of dat in de ministeriële regeling kan worden opgenomen. Ik wil graag onderzoeken hoe ik dat juridisch kan verankeren. De vraag is al een paar keer gesteld en ook ik hecht eraan dat we voor onszelf definiëren wat een opensourcecommunity op z'n minst zou moeten kunnen realiseren. Ik weet niet of de ministeriële regeling daar de goede plek voor is, omdat die vooral gaat over de eisen die we stellen aan partijen die een erkenning vragen. Maar ik wil wel heel graag kijken of we dit op de een of andere manier ook juridisch kunnen onderbouwen en in ieder geval helder kunnen hebben wat onze ondergrens is, als het gaat over het functioneren van die community's. Ik ben het overigens eens met mevrouw Gerkens, die zegt dat die community's er gelukkig zijn, dat ze een hele belangrijke rol spelen en dat het over het algemeen helemaal niet nodig is om ze te stimuleren. Gelukkig is die zekerheid er in de digitale wereld.
Dan gaat het in de vraag van de heer Van den Berg nog over die financiële ondersteuning. Als het nodig is, kan ik er dus een bijdrage aan leveren, maar de onafhankelijkheid wordt natuurlijk ingewikkelder als je van tevoren ook dingen gaat regelen. Als we geld geven, wil je misschien ook nog anderszins dingen geregeld hebben. Onze ervaringen tot nu toe zijn dat dat voldoende is. Maar goed, als wij zien dat er niemand meer meekijkt naar die broncodes, is er altijd nog de mogelijkheid dat je dat op de een of andere manier anderszins gaat stimuleren. Dan lijken dingen als bug bounty's interessanter dan daadwerkelijk zeggen: doe een analyse op dit of dat. Hoewel, dat doen we op andere plekken ook. Maar zo'n bug bounty is veel onafhankelijker. Ik snap het, en ik zal het graag meenemen, in combinatie met het eerste punt dat ik net noemde.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 20, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 10, item 12
-
11 maart 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 februari 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met minister voor Rechtsbescherming betreffende IT en algoritmes meenemen in vroeg stadium nieuwe wet- en regelgeving (CXLVII) (T03662)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe dat zij in gesprek zal treden met de minister voor Rechtsbescherming aangaande het vroegtijdig meenemen van IT en algoritmes bij het ontwikkelen van nieuwe wet- en regelgeving.
| Nummer | T03662 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | G. Prins (CDA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | algoritmen wetgevingsbeleid AI-gebruik IT |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 10
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“Voorzitter. Er wordt dus gewerkt aan het beter beheersen van de inzet van algoritmen bij de ontwikkeling en uitvoering van wet- en regelgeving. Het kabinet geeft daarbij aan dat daartoe ook de werkmethodes wetsanalyse en de Calculemus-FLINT-initiatieven worden ingezet. Zo komt er een handzaam instrument voor het zogenaamde uitvoeringsgericht wetgeven, dit ter ondersteuning van beleidsmakers, wetgevingsjuristen en uitvoerders. Onze fractie ondersteunt deze aanpak en heeft nog wel een paar vragen en opmerkingen.
Bij het genoemde team dienen uitdrukkelijk ICT'ers betrokken te zijn, maar dan wel mensen die de technologie en de consequenties van de inzet ervan kunnen overzien, die dus kunnen schakelen tussen inhoud en techniek en die beseffen dat techniek toepassen betekent dat je ook ethiek toepast. Graag een toezegging in dezen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 33
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“U vroeg ook naar een thema dat ook door anderen is genoemd: hoe zorgen we ervoor dat ICT'ers in een vroeg stadium betrokken zijn bij het maken van wetgeving, zodat je niet nog een hele vertaalslag moet maken die ertoe leidt dat je wellicht niet met de wet bereikt wat je er eigenlijk mee wilde bereiken? Het gaat er ook om dat je ervoor zorgt dat de mensen die de wetten maken, voldoende technologiekennis hebben om te zien wat de consequenties zijn van bepaalde keuzes die erin zitten. Die brede toepassing van die werkmethodes, of het nou gaat over dat Calculemus-FLINT of de wetsanalyses die wij zelf aan het ontwikkelen zijn, bevorder ik heel graag, omdat het namelijk zo ontzettend nodig is. Samen met de minister voor Rechtsbescherming ga ik kijken hoe we dat kunnen vertalen in het wetgevingsbeleid, juist om te zorgen dat bij nieuwe wet- en regelgeving die we maken, we al in een heel vroegtijdig stadium de vertaling in de uitvoering meenemen, in dit geval de uitvoering in IT en in algoritmes.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 januari 2025
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
24 januari 2025
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
18 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juni 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de voortgang en afdoening van moties en toezeggingen die raken aan het onderwerp artificiële intelligentie en algoritmes
Voor kennisgeving aangenomen op 18 juni 2024.
EK, Q
-
-
30 januari 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
16 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met minister voor Rechtsbescherming betreffende evaluatiebepalingen toetsing AI-gebruik (CXLVII) (T03663)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe dat zij in gesprek zal gaan met de minister voor Rechtsbescherming aangaande het vormen van concrete evaluatiebepalingen bij toetsing AI-gebruik.
| Nummer | T03663 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | artificiële intelligentie |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 22
De heer Dittrich (D66):
(…)
“Voorzitter, ik ga weer door. Wetsvoorstellen die door de Eerste Kamer zijn aangenomen en die met behulp van AI ten uitvoer worden gelegd, zullen echt een heel heldere evaluatiebepaling moeten gaan behelzen. Het gebruik en de effecten van AI moeten daarin onder de loep worden genomen. Maar — het is ook al eerder door anderen gezegd — er zijn natuurlijk ook wetsvoorstellen, denk aan de Wet politiegegevens, die helemaal geen AI regelen. Dus we hebben ons daar in de Eerste Kamer helemaal niet over uitgesproken. De praktijk gaat het dan wel doen met dat Criminaliteits Anticipatie Systeem, het CAS. Dat is door de rechter natuurlijk opzijgezet, omdat dat ging discrimineren en aan etnisch profileren ging doen. Dus er zijn wetten die al aanvaard zijn door de Kamer, waar op zichzelf geen AI-element in zit, maar waarbij de praktijk het gaat doen. Daar moeten we natuurlijk ook een vinger achter zien te krijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe zij staat tegenover het opnemen van toetsing op AI-gebruik bij evaluaties van alle relevante wetten.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 40-41
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan heeft u ook gevraagd naar de evaluaties van relevante wetten en om daar ook de toetsing op AI in mee te nemen. Die evaluatiebepaling kan natuurlijk in wet- en regelgeving worden opgenomen. Ik vind het wel goed om samen met mijn collega voor Rechtsbescherming nog even te onderzoeken hoe we ook, mocht het een wet zijn waarbij AI bij de uitvoering een rol speelt, zo'n evaluatiebepaling kunnen uitwerken.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 48
De heer Dittrich (D66):
(…)
“Ik ben blij met de toezegging over onderzoek naar de cookieregeling en welke consequenties die heeft in relatie met het publieke goed van data-eigenaarschap. Ik ben ook blij met de toezegging van de staatssecretaris dat zij met de minister voor Rechtsbescherming om de tafel gaat zitten voor heldere evaluatiebepalingen. Zij gaat ons daar dan ook iets over berichten.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Implementatiekader voor zomer inclusief praktische overzichten Rathenau Instituut (CXLVII) (T03664)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe dat de eerste versie van het implementatiekamer voor de zomer verschijnt, inclusief de praktische overzichten gemaakt door het Rathenau Instituut.
| Nummer | T03664 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | G. Prins (CDA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | algoritmische besluitvorming artificiële intelligentie Implementatiekader overheid |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 10
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“Er zijn reeds verschillende instrumenten ontwikkeld, zoals het Impact Assessment voor Mensenrechten bij de inzet van Algoritmes, het zogenaamde IAMA, en een AI-impactassessment dat naast mensenrechten ook de nadruk legt op de technische robuustheid. De EU werkt op dit moment aan een Europese AI-verordening die onder andere een risicoanalyse verplicht bij hoogrisico-AI-systemen. In de tussentijd werkt het kabinet aan mogelijke inbedding van mensenrechtentoetsen in werkprocessen en -cultuur en komt er een implementatiekader algoritmen, dat dus ook een mensenrechtentoets bevat. Onze vraag is: geldt dit implementatiekader ook voor de diverse uitvoeringsorganisaties?
Het Rathenau Instituut heeft een praktisch overzicht gemaakt van de inzet van algoritmen, met zeven vragen met toelichting; zie hun rapport Algoritmes afwegen van 17 mei van het afgelopen jaar. Worden deze vragen meegenomen in het implementatiekader? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat het implementatiekader verplicht wordt? En welke bezwaren zouden er zijn om in de basis deze gegevens openbaar te maken, tenzij bijvoorbeeld de veiligheid en privacy van personen in het geding zijn? Graag een reactie.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 32-33
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan zijn er nog vragen gesteld over het implementatiekader dat we zelf willen maken. In dat implementatiekader willen we voor overheidsorganisaties helder en inzichtelijk maken waar je naar moet kijken als je aan de slag wilt gaan met een algoritme op basis van wetgeving die er al is, bijvoorbeeld de AVG of de Algemene wet bestuursrecht, maar ook op basis van nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de AI Act en Europese regelgeving. Zo is helder wat de normen, de eisen en de wetten zijn en wat de stappen zijn die je moet doorlopen om ervoor te zorgen dat als je een algoritme ontwikkelt, dat voldoet aan de vereisten die we eraan willen stellen en die dan ook moeten gelden voor de hele Nederlandse overheid.
U heeft ook aangegeven dat het Rathenau Instituut een aantal van die praktische overzichten heeft gemaakt. Die willen we daar natuurlijk in meenemen, want die zijn ontzettend belangrijk. We gaan zorgen dat we de eerste versie van dit implementatiekader voor de zomer maken, zodat het zich verder kan ontwikkelen. We gaan het namelijk zo veel mogelijk open source doen, zou je kunnen zeggen, door ervoor te zorgen dat iedereen mee kan kijken en dat het ook verbeterd kan worden op basis van informatie en verder gebruik door verschillende partijen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 44
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“We zijn blij met de toezegging die de staatssecretaris heeft gedaan dat het implementatiekader straks uitdrukkelijk voor de hele overheid en de uitvoeringsinstanties gebruikt moet worden. Ook zijn wij blij met de toezegging dat er regelmatig zal worden geëvalueerd om te kijken of er geen ongewenste effecten kunnen optreden.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
11 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
21 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
8 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
18 juni 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
6 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de voortgang en afdoening van moties en toezeggingen die raken aan het onderwerp artificiële intelligentie en algoritmes
Voor kennisgeving aangenomen op 18 juni 2024.
EK, Q
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren Kamer na onderzoek cookieregeling en data-eigenaarschap (CXLVII) (T03665)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe dat de Kamer geïnformeerd wordt over het onderzoek naar de cookieregeling en welke consequenties die heeft in relatie met het publieke goed van data-eigenaarschap.
| Nummer | T03665 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. B.O. Dittrich (D66) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | cookieregeling data-eigenaarschap onderzoek |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 21
De heer Dittrich (D66):
(…)
“Hoe ver reikt dataeigenaarschap? Dat is een vraag die Kathalijne Buitenweg opwerpt in haar boek over AI. Wij vinden dat individuele mensen — je kunt dat natuurlijk laten zeggen via het cookiesysteem — afstand doen van hun eigenaar- schap, maar wij zouden het vergaren van data, de profielen die daaruit voortkomen door zelflerend AI en het beheer daarover eigenlijk moeten gaan zien als een publiek goed en niet meer als een particuliere beslissing. Mijn vraag is hoe de staatssecretaris dat ziet en wat voor consequenties dat zou hebben voor onze wetgeving.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 40
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“U had ook nog een vraag die best lastig is, over data-eigenaarschap. In de digitale wereld speelt dat natuurlijk een grote rol. In heel veel gevallen geef je anderen toestemming om data die van jou, van jezelf, zijn te gebruiken. Als je bijvoorbeeld een app downloadt op je telefoon, klik je heel vaak op ja. Ook bij cookies zeg je vaak: ja, ja, ja. Daarmee geef je toestemming voor het vergaren van data, en niet alleen voor het vergaren daarvan, maar ook voor het maken van profielen daarvan en het doorverkopen van die data. Ik vind het ontzettend belangrijk dat de komende tijd veel meer mensen regie krijgen over hun digitale leven en daarmee ook over hun eigen data. Daarvoor is het introduceren van bijvoorbeeld persoonlijke datakluizen ongelofelijk belangrijk, want dan kun je je eigen gegevens in een kluis hebben. Dan deel je ze alleen met anderen wanneer je vindt dat dat echt nodig is en dan doe je dat ook heel bewust. Ik denk dat het ons allemaal wel overkomt of overkomen is — mij in ieder geval wel — dat je door ja, ja, ja te toetsen ongelofelijk veel akkoord geeft voor het delen, gebruiken en verkopen van data. Of het nou gaat over je locatie, de foto's op je telefoon, je contactprofielen of soms zelfs je toetsenbordaanslagen: we zijn er denk ik zeer ruimhartig in. Ik denk dat het vooral van belang is dat mensen zich daar niet alleen bewust van zijn — daar wil ik hen de komende tijd graag samen met de minister voor Rechtsbescherming meer over informeren — maar er ook meer regie over krijgen.”
De heer Dittrich (D66):
“Daar wil ik dan toch nog een vraag over stellen. Mevrouw Buitenweg poneert in haar boek over onder andere data-eigenaarschap de stelling dat je, als je als individu akkoord gaat met bijvoorbeeld zo'n cookievraag, meewerkt aan het verspreiden en delen van allerlei data, waaruit weer allerlei dingen gegenereerd worden. Zij hangt de stelling aan dat de overheid hierin meer aan zet moet zijn, omdat je als het ware niet meer als individu eigenaar bent van dat ene kleine stukje, maar dat het een publiek goed is geworden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus of zij, naast de datakluizen waarover ze het had, een rol voor de overheid ziet om hier iets mee te doen.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Die datakluizen zijn niet onbelangrijk, want die bepalen in sterke mate en heel specifiek aan wie je welk soort gegevens over jezelf geeft. Als je een auto huurt, maakt het autoverhuurbedrijf nu vaak een kopietje van je rijbewijs, terwijl in feite de enige informatie die ze nodig hebben, is of jij een geldig rijbewijs hebt. Dat zou ook met een vinkje kunnen. Dus dat soort dingen, dataminimalisatie en alleen maar delen wanneer je dat ook zelf wil, zijn wel een belangrijke factor. De vraag gaat vooral over die cookieregelgeving. Die is er heel erg op gericht dat je echt zelf consent geeft, dat je zelf instemt met het delen van je data, maar omdat het vaak zoveel makkelijker is om op "ja" te klikken dan op "nee", omdat je dan nog heel veel vervolgvragen moet beantwoorden, klikken veel mensen bij wijze van spreken bij het kopen van een paar sokken online heel makkelijk maar op "ja, ja, ja, ja". Daarmee geven ze inderdaad toestemming tot het delen van heel veel informatie over henzelf die helemaal geen verband houdt met hetgeen ze op internet gekocht hebben. Dat gaat vaak nog veel breder, omdat die vragen vaak worden opgerekt. Ik vind het wel interessant om de komende tijd juist die cookieregelging verder te onderzoeken. Ik denk dat het nu veel te makkelijk is om "ja" te zeggen. Daarmee deel je heel veel data. Dat doe je soms trouwens ook bij de installatie van je telefoon. Denk maar aan de vraag die je af en toe krijgt: vindt u het goed dat deze app uw locatie volgt? Veel mensen vullen dan ook "ja" in. Daarmee wordt dan voortdurend gevolgd waar je bent. Ik wil daar wat verder naar kijken, want ik denk dat het goed en relevant is dat we mensen veel duidelijker keuzes geven over dat delen van hun persoonlijke data. Ik zeg niet dat er een overheidsinstantie moet komen die die data allemaal gaat verzamelen of iets dergelijks. By far niet. Ik zeg wel dat we scherper gaan kijken naar hoe we kunnen zorgen dat dat delen van data nog veel meer gebeurt op basis van wat persoonlijk nodig is en dat mensen dat beter beseffen zonder dat ze die data allemaal gratis weggeven. Dat mag van de AVG natuurlijk. Als je zelf "ja" zegt, dan mag dat.”
De heer Dittrich (D66):
“Dat laatste is het probleem. Mag ik het als een toezegging zien dat u de Kamer informeert nadat dat onderzoek is afgerond, zodat we daarover hier verder kunnen doorpraten?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ja, zeker.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 48
De heer Dittrich (D66):
(…)
“Ik ben blij met de toezegging over onderzoek naar de cookieregeling en welke consequenties die heeft in relatie met het publieke goed van data-eigenaarschap. Ik ben ook blij met de toezegging van de staatssecretaris dat zij met de minister voor Rechtsbescherming om de tafel gaat zitten voor heldere evaluatiebepalingen. Zij gaat ons daar dan ook iets over berichten.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
27 januari 2026
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
19 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de toezegging Informeren Kamer na onderzoek cookieregeling en data-eigenaarschap
Voor kennisgeving aangenomen op 27 januari 2026.
EK, X
-
-
25 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
11 maart 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 februari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Publicatie mensenrechtentoetsen AI-gebruik (CXLVII) (T03667)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe dat mensenrechtentoetsen met betrekking tot AI-gebruik gedaan en herhaald worden. Bovendien zullen de toetsen worden gepubliceerd.
| Nummer | T03667 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. G.V.M. Veldhoen (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | artificiële intelligentie mensenrechtentoets publiek |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 27
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan de vraag van mevrouw Veldhoen over het Impact Assessment voor Mensenrechten. Wij vinden het ongelofelijk belangrijk dat dit onderdeel wordt van ons implementatiekader. Als de overheid gebruik gaat maken van algoritmes om wetten uit te voeren of besluitvorming te ondersteunen, dan vinden wij het belangrijk dat er een mensenrechtenassessment wordt gedaan.
Het idee is overigens dat diezelfde mensenrechtenassessments onderdeel zijn van de Europese besluitvorming. Dat is op dit moment opgenomen in het voorliggende voorstel. Dat voorstel is nog in discussie in het Europees Parlement; samen met de Commissie zitten wij daar in de voorfase van de triloogfase. Maar wij willen dat in ieder geval opnemen in het implementatiekader dat wij voor onszelf willen laten gelden. Dat willen wij doen door zo duidelijk mogelijk een stappenplan te maken waarbij helder is hoe en wanneer deze besluiten worden genomen. Overigens werden deze vragen over het Impact Assessment voor Mensenrechten ook door een aantal andere Kamerleden gesteld. Wij willen dus heel graag dat die mensenrechtentoets wordt gedaan.
Die toets moet ook meermalen worden herhaald. Die is juist ook zo belangrijk om te voorkomen dat je niet alleen bij de start van de inzet van algoritmes, maar ook tijdens het gebruik opnieuw toetst of er niet sprake is van ontstane bias in het systeem, of het algoritme uiteindelijk niet de besluiten neemt en als zodanig niet voldoet aan de mensen- rechten dat het niet meer kan worden ingezet of niet tot de goede resultaten leidt. Die mensenrechtentoetsen worden dus steeds herhaald.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Ik ben blij om te horen dat die mensenrechtentoetsen worden gedaan en ook steeds weer worden herhaald. Dat is een hele mooi stap. Worden de uitkomsten van die mensenrechtentoetsen ook steeds gepubliceerd? Dat was een van mijn vragen.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Wat de overheid betreft is het antwoord daarop ja. Dat is ons idee. Behalve wanneer het om heel bijzondere redenen niet zou kunnen, bijvoorbeeld als het gaat om veiligheid; bij hele specifieke onderwerpen dus. Maar in principe is het antwoord ja. In het kader van de Europese verordening is dat niet zo. De toezichthouders hebben dan wel toegang — in ons geval zou dat de Autoriteit Persoonsgegevens zijn — maar het is niet noodzakelijk dat het wordt gepubliceerd. Maar wij gaan het voor overheidsalgoritmes publiceren.
Dan het risico op profileren en strafbare feiten. Dat ging om de vraag of er een overzicht te maken is van lokale of nationale overheden die gebruikmaken van risicoprofielen om eventuele strafbare feiten of frauderisico's te detecteren. Eigenlijk zijn we dat aan het doen. We hebben het algoritmeregister gemaakt. Dat register is nog niet volledig gevuld, maar we hebben het gelanceerd. Ons idee is dat ieder algoritme dat de overheid gebruikt daarin wordt geregistreerd. Dat zijn dus ook algoritmes die tot doel hebben risico's te detecteren of te profileren, voor zover dat überhaupt mag. Nogmaals, we zullen heel terughoudend zijn als het gaat over het inzetten van profilering op basis van kenmerken die leiden tot discriminatie of anderszins. Alle algoritmes die wij gebruiken van het type hoog risico — dat zijn alle algoritmes waarin persoonsgegevens worden verwerkt — stoppen we in dat register. Het zal dus ook duidelijk zijn welke dat zijn. Een van de vakjes in het register die moeten worden ingevuld, is of er een mensenrechten- toets is gedaan en, zo ja, wat de uitkomsten daarvan zijn.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Ik wil het toch nog even specificeren. Wordt in zo'n register ook duidelijk dat het om hoogrisicoalgoritmes gaat? Met andere woorden: als je in dat register kijkt, wordt dan ook duidelijk bij welk type gebruiker er sprake is van een hoogrisicogebruik, zodat je als burger niet eerst door een enorme waslijst moet maar meteen kunt zien dat het bij- voorbeeld gaat om een risicoanalyse ten aanzien van strafbare feiten of fraude? Is het voor de burger dus inzichtelijk of er sprake is van een hoog of laag risico?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Sowieso willen we in dat register alleen hoogrisicoalgoritmes opnemen, dus niet de algoritmes die de liften in de ministeries aansturen of dat soort algoritmes die we bij de overheid ook gebruiken. Het gaat over de hoogrisicoalgoritmes. Die moeten daarin staan. Het register zal niet altijd voor een burger makkelijk toegankelijk zijn. Het is er vooral om aan ngo's, onderzoekers en wetenschappers te laten zien dat die algoritmes er zijn. Nogmaals, wat we bij individuele besluitvorming kunnen gaan overwegen — daarover hadden we het eerder al — is om voor een burger inzichtelijk te maken dat bij een genomen besluit een algoritme is gebruikt. Je kunt dat algoritme natuurlijk uitzoeken. Alleen maar zeggen dat er een algoritme is toegepast bij besluit- vorming is onvoldoende. Het register probeert ook inzicht te bieden in zo'n algoritme. Maar goed, het vergt wel enige kennis als je daar meer over wilt weten. We proberen dat zo goed mogelijk te doen door kenbaar te maken hoe het in elkaar zit en op basis van welke feiten en gegevens besluitvorming plaatsvindt, maar het zal voor burgers soms nog best lastig zijn om echt goed in dat algoritmeregister te zoeken. Maar we proberen het zo goed mogelijk te doen. Onze eerste taak is dan ook om ervoor te zorgen dat het inzichtelijk is en dat mensen die daar onderzoek naar willen”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 43
Mevrouw Veldhoen:
(…)
“Ik ben blij met de toezegging voor versterking van de ondersteuning van de rechtspraak en voor versterking van de Awb ten aanzien van kenbaarheid en motivering ten aanzien van AI-gebruik en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen. Ook ben ik blij met de toezegging ten aanzien van de publicatie van de mensenrechtentoetsen.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
27 januari 2026
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
18 december 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK betreffende de motie-Veldhoen c.s. over codering van algoritmen binnen het wetgevingsproces en de toezegging publicatie mensenrechtentoetsen AI-gebruik
Voor kennisgeving aangenomen op 27 januari 2026.
EK, W
-
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
6 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de voortgang en afdoening van moties en toezeggingen die raken aan het onderwerp artificiële intelligentie en algoritmes
Voor kennisgeving aangenomen op 18 juni 2024.
EK, Q
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Regelmatig evalueren ongewenste effecten algoritmische besluitvorming wordt onderdeel van implementatiekader (CXLVII) (T03668)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe dat algoritmische besluitvorming regelmatig zal worden geëvalueerd en dat dit wordt opgenomen in het implementatiekader.
| Nummer | T03668 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | G. Prins (CDA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | discriminatie evaluaties AI-gebruik |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 10-11
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“Voorzitter. Een van de kenmerken van algoritmische systemen is dat zij zich voortdurend doorontwikkelen. Zo kan een systeem zorgvuldig zijn gebouwd, met respect voor de fundamentele rechten van mensen. Echter, in de loop van de tijd kan het systeem door zogenaamde proxywerking toch discriminerend uitwerken. Mijn fractie verzoekt de staatssecretaris de toezegging te doen dat bestaande algoritmische besluitvorming met hoog risico voor de burger regelmatig wordt getoetst op deze ongewenste effecten.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 33
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“U vroeg of we ervoor kunnen zorgen dat als we algoritmes gebruiken, die regelmatig worden getoetst. Dat is precies wat ik ook wil. Ik weet hoe belangrijk het is dat je niet maar een keertje vooraf kijkt of een algoritme goed werkt, maar dat je ook tijdens het gebruik ervan blijft kijken of het dat doet, omdat een algoritme soms ongewenst, bijvoorbeeld door de trainingsdata die soms aan een algoritme worden gegeven, toch een bepaalde bias kan krijgen of discriminerend kan worden. Dat is iets wat je wilt voorkomen. Ik zeg u graag toe dat we daar met regelmaat een evaluatie op toepassen en dat we die onderdeel maken van het implementatiekader.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 44
Mevrouw Prins (CDA):
(…)
“We zijn blij met de toezegging die de staatssecretaris heeft gedaan dat het implementatiekader straks uitdrukkelijk voor de hele overheid en de uitvoeringsinstanties gebruikt moet worden. Ook zijn wij blij met de toezegging dat er regelmatig zal worden geëvalueerd om te kijken of er geen ongewenste effecten kunnen optreden.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
11 maart 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
4 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de toezegging Regelmatig evalueren ongewenste effecten algoritmische besluitvorming wordt onderdeel van implementatiekader
Voor kennisgeving aangenomen op 11 maart 2025.
EK, S
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
13 februari 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
22 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met minister voor Rechtsbescherming gebruik van algoritmes binnen rechtspraak (CXLVII) (T03669)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe dat zij in gesprek zal treden met de minister voor Rechtsbescherming over het gebruik van algoritmes binnen de rechtspraak.
| Nummer | T03669 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. G.V.M. Veldhoen (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | algoritmen artificiële intelligentie rechtspraak |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 26
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan ga ik in op de vragen die gesteld zijn. Nogmaals, ik zal proberen om dat per fractie te doen. Ik begin met de vragen die gesteld zijn door mevrouw Veldhoen van GroenLinks. Zij gaf aan dat zij zich zorgen maakt over het gebruik van algoritmes in de rechtsspraak en vroeg of er voldoende opleiding en ontwikkeling is binnen de rechtsspraak over de toepassing van artificial intelligence. Ze vroeg ook of ik bereid ben om met de minister voor Rechtsbescherming, Franc Weerwind, hierover in gesprek te gaan. Dat wil ik heel graag doen, want ik weet dat er allerlei mogelijkheden zijn om bij rechtsspraak gebruik te gaan maken van artificial intelligence. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat dit op de goede manier gebeurt, zodat er nog steeds uitspraken worden gedaan en recht wordt gedaan op de manier die wij, de wetgever en de rechtsspraak zelf, met elkaar beogen.”
De voorzitter:
“Mevrouw Veldhoen, wilt u hier gaan staan, met uw gezicht naar de staatssecretaris en niet met uw rug?”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
(…)
“Dank voor het antwoord op mijn vragen ten aanzien de rechtsspraak. Kan ik dat zien als een toezegging? Wordt er teruggekoppeld aan deze Kamer wat de uitkomst van dat overleg is?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ja, dat doe ik heel graag.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Dank u wel.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging Versterking van de Awb ten aanzien van kenbaarheid en motivering bij AI-gebruik en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen (CXLVII) (T03670)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe dat de kenbaarheid en motivering van AI-gebruik binnen de Awb versterkt wordt en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen.
| Nummer | T03670 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 21 maart 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. G.V.M. Veldhoen (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Algemene wet bestuursrecht artificiële intelligentie AI-gebruik |
| Kamerstukken | Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid (CXLVII) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 26
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Verder vroeg mevrouw Veldhoen of de Algemene wet bestuursrecht zou moeten worden versterkt door te verplichten dat in besluiten moet worden aangegeven dat er gebruik is gemaakt van een algoritme om tot besluitvorming te komen. Zij noemde ook nog een aantal andere elementen. Zij noemde daarbij ook de voorbeelden van Frankrijk en België. Belangrijk is dat algoritmische besluitvorming nu ook al wordt genormeerd door de Algemene wet bestuursrecht en dat daarbij ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur aan de orde zijn. Op dit moment echter wordt door de minister van BZK en de minister voor Rechtsbescherming in het kader van het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb onderzocht of er nog aanvullende waarborgen rondom algoritmische besluitvorming wenselijk zijn. Momenteel kijken we daarnaar. We hebben dat nog niet afgerond.
Eén van de varianten die wij echt willen bekijken, is inderdaad het als overheid vermelden van die algoritmische besluitvorming. Natuurlijk moeten wij er ook voor zorgen dat bij besluiten door de overheid op begrijpelijke wijze wordt vermeld hoe zo'n besluit tot stand is gekomen. Er zit dus een algemene component aan — hoe beoordelen wij bij DUO de studieleningen? — maar er zit ook een specifieke component aan. Die gaat er meer over: waarom is het in uw geval zo dat u wel of niet in aanmerking bent gekomen voor een bepaalde toeslag, uitkering of studielening?
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Ik heb nog even een aanvullende vraag. Ik heb ook het voorbeeld van Frankrijk genoemd. Daar verliest een beschikking haar geldigheid als niet aan die voorwaarden wordt voldaan. Wordt dat ook meegenomen in dat gesprek?”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ik zou dat zeker wel in het gesprek willen meenemen. Ik vind dat zelf best een lastig punt, want als het besluit gewoon goed genomen is, is het gek als dat ineens niet meer zou gelden. Ik vind dat een lastig thema, maar ik wil zeker goed naar die wetgeving kijken.
We zijn bezig om de Awb te versterken. Transparantie en inzichtelijkheid zijn daarbij belangrijk. Vooral is het voor een burger of een bedrijf belangrijk om goed kunnen vol- gen: waarom is een besluit genomen en kan ik begrijpen waarom dat besluit zo is uitgevallen? Dat is natuurlijk een heel belangrijke factor. Ik zal dus vragen om dit mee te nemen. Ik kijk zelf ook mee. Of dat ertoe leidt dat we ook dat besluit zullen nemen? Het antwoord daarop moeten we nog even openhouden. Maar uiteraard komt die wet ook weer bij u, dus dan kunnen we dat debat eventueel verder voeren.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Dank u wel.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 31
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
(…)
“Ja, ik zal het kort houden. Even terug naar het vorige punt, de aanpassing van de Awb. Ik begrijp van de staatssecretaris dat die nu in consulatie is en dat dit daarin wordt mee- genomen. Wat wordt daar dan precies in meegenomen? Is dat inderdaad de motivering zoals ik die heb aangegeven in mijn bijdrage, namelijk dat het gebruik zelf, dus de aard, de data en de analyse die plaatsvindt, wordt meegenomen in de Awb? Voor zover ik heb gezien, zat dat namelijk niet in de weergave die in de brief van de staatssecretaris van 17 februari staat.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Misschien even voor de scherpte. We zijn bezig met het ontwerpen van een aanvulling op de Awb. Die is niet in consultatie, maar in preconsultatie; die is dus nog in een heel vroegtijdig stadium. Ik heb aangegeven, ook in de gesprekken, in het debat, dat ik daarover met u had, dat we gaan kijken hoe de algoritmische besluitvorming daarin een rol moet spelen. De waarborgfunctie van de Awb, dus het feit dat besluiten helder en begrijpelijk moeten zijn, willen we daarin meenemen. Ik heb toegezegd dat we daarvoor ook zullen kijken naar wat er in de Franse wetgeving staat, om te bezien of we daarvan kunnen leren. Nogmaals, ik voegde daaraan toe dat het ook gaat om het thema van het persoonlijk contact, omdat dat ook een relevante factor is in dit soort besluitvorming. Als een burger niet begrijpt waarom een bepaald besluit is genomen, moet hij met een mens, en niet alleen tegen een apparaat, kunnen praten over een toelichting, uitleg of dat soort dingen. Maar we zijn in het kader van dit wetsvoorstel hiermee nog aan het werk.”
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
“Helder. Het ging mij inderdaad om de consultatie, maar het is de preconsultatie.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ja. We zijn nog niet aan de consultatie toe op dit moment. Wij gaan overigens gebruikmaken van een heleboel input van experts, en dus ook van voorbeelden uit het buitenland.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 23, item 9 - blz. 43
Mevrouw Veldhoen (GroenLinks):
(…)
“Ik ben blij met de toezegging voor versterking van de ondersteuning van de rechtspraak en voor versterking van de Awb ten aanzien van kenbaarheid en motivering ten aanzien van AI-gebruik en dat daarbij het Franse voorbeeld wordt meegenomen. Ook ben ik blij met de toezegging ten aanzien van de publicatie van de mensenrechtentoetsen.”
Brondocumenten
-
debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid Verslag EK 2022/2023, nr. 23, item 9
-
9 september 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK ter aanbieding van een afschriftbrief over de analyse van de opbrengst van de internetconsultatie algoritmische besluitvorming
Voor kennisgeving aangenomen op 11 september 2025.
EK, V
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 januari 2024
nieuwe commissie: commissie voor Digitalisering (DIGI) -
23 januari 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
commissie vervallen: commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
21 maart 2023
toezegging gedaan
Toezegging De Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst te vragen om een lijst met mogelijke maatregelen Caribisch Nederland op belastinggebied (36.200 IV) (T03671)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Jorritsma-Lebbink (VVD), toe dat zij aan de staatssecretaris Fiscaliteit zal vragen om een overzicht te maken met mogelijke maatregelen voor Caribisch Nederland, waarbij het voorstel tot het maken van één uitgebalanceerd pakket zal worden meegenomen.
| Nummer | T03671 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 4 april 2023 |
| Deadline | 1 juli 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A. Jorritsma-Lebbink (VVD) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | BES Caribisch Nederland fiscaliteit |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2023 (36.200 IV) |
Kamerstukken I 2022/23, 36 200 IV, R, p3.
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
(…)
“Ik maak nog een paar opmerkingen over de BES. Naast over de armoedebestrijding in directe zin heb ik ontzettend nagedacht over hoe we nou verder moeten. We hebben er natuurlijk ooit voor gekozen om heel veel wetgeving die in Nederland wel van toepassing is, vooralsnog niet op de BES-eilanden van toepassing te laten zijn. Wordt het niet tijd dat we eens wat fundamenteler gaan kijken of er niet meer wetgeving aan beide kanten van de oceaan geldig zou kunnen zijn? Ik vind het zelf nogal raar dat er op de eilanden geen winstbelasting wordt geheven. Dat vind ik best een beetje raar. Tegelijkertijd vraag ik me het volgende af. Als dadelijk blijkt dat het nodig is dat het minimumloon behoorlijk omhooggaat om de armoede werkelijk te bestrijden, zeker op Bonaire, dan kan je je ook afvragen of je niet een keer moet gaan kijken of je niet nog meer harmonisaties kunt maken. Waarom houden we dan nog een aparte AOV in stand? Moeten we er niet over nadenken om die op termijn ook gelijk te trekken? Misschien moet die commissie dat doen. Misschien is het wel een leuke taak voor de commissie om eens te kijken hoe je een gebalanceerd pakket van zuur en zoet -- zuur is betalen en zoet is krijgen -- in de fiscale sfeer zou kunnen maken. Overigens hebben we een staatssecretaris met veel ervaring op de Cariben. Die heeft zelf misschien ook wel ideeën over hoe we dit goed kunnen aanpakken. Ik heb zelf het gevoel dat we daarnaartoe zouden moeten groeien, al was het maar vanwege het beeld dat ik heb, zeker van Bonaire. Misschien ligt het iets anders op Sint-Eustatius en Saba, maar de sociaal-economische situatie op die eilanden verschilt op zich niet zo heel veel van Nederland. Je kan je afvragen of we er dan niet ook een beetje op dezelfde manier naar moeten kijken.”
Kamerstukken I 2022/23, 36 200 IV, R, p.17.
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
“Dan vroeg mevrouw Jorritsma over het thema van de wetgeving, breder dan de WolBES of FinBES: kunnen we er niet voor zorgen dat er nog veel meer uniformiteit komt in de wet- en regelgeving? We hebben natuurlijk het principe van "comply or explain", dat we nu echt willen invullen. Dat betekent dat we een inventarisatie hebben gemaakt om het principe van de legislatieve terughoudendheid, zoals dat heette, los te laten. We hebben dus sowieso gezegd dat bij alle nieuwe beleidsontwerpen of nieuwe wetgeving letterlijk moet worden nagekeken of die ook gelden voor Caribisch Nederland, maar we hebben ook een inhaalslag te maken met wetten die vanaf 2010 zijn aangenomen, maar nooit voor de BES zijn ingevoerd. Daar hebben we een lijst, een overzicht, van gemaakt. Dat overzicht hebben we ook naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarop staat prioritaire wetgeving om achterstanden in te halen. Dat lijstje zouden we ook u kunnen toesturen. Daar willen we mee aan de slag. Ook dat zal natuurlijk tijd kosten, maar dat lijstje hebben we in ieder geval gemaakt om ervoor te zorgen dat we die wetgeving kunnen aanpassen.”
Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):
“Ik heb met name geduid op de fiscaliteiten, waar volgens mij nog veel meer mogelijk zou zijn. Daarnaast hebben we dan de voorzieningen. Ik zeg altijd maar: het is zoet en zuur, wat de overheid int en wat de overheid uitgaat. Ik hoop dat we daar nog eens een pakketje van kunnen maken waarmee we nog iets meer balans kunnen krijgen.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“We zouden moeten navragen welke concrete voorstellen er nu zijn, maar in december heeft de staatssecretaris Fiscaliteit een ronde langs de BES-eilanden gemaakt om een inventarisatie te maken. Een van de thema's die hij opnieuw heeft opgehaald, is de dubbele betaling van invoerrechten. Als je bijvoorbeeld iets invoert naar Curaçao betaal je daar en vervolgens betaal je op Bonaire een tweede keer. Zo zijn er een aantal thema's waarvan de staatssecretaris een pakket wil maken om mee aan de slag te gaan. Ik kan hem vragen om nog even voor u op een rijtje te zetten welke thema's voor hem van belang zijn om aan te pakken. We zien namelijk inderdaad dat op belastinggebied verschillende onderwerpen een rol spelen. U doet de suggestie om er één pakket van te maken, van dingen die helpen en dingen die misschien geld kosten, zodat we die bij elkaar kunnen brengen. Ik ga er graag mee aan de slag om te kijken of er zo'n pakketje is en of de staatssecretaris u daarover kan informeren.”
De voorzitter:
“Dat zien wij als een toezegging en daarvoor zijn wij natuurlijk ook geïnteresseerd in dat overzicht dat de Tweede Kamer heeft en wij nog niet. Fijn dat u ons dat kunt doen toekomen. Dank daarvoor.”
Brondocumenten
-
14 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
19 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
4 april 2023
toezegging gedaan
Toezegging Op de hoogte houden uitvoering landspakketten en hervormingen in de Caribische landen (36.200 IV) (T03672)
De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rosenmöller (GroenLinks), toe dat de Kamer op de hoogte wordt gehouden van afspraken over de landspakketten en de hervormingen.
| Nummer | T03672 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 4 april 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | P. Rosenmöller (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | BES Caribisch Nederland hervormingen voortgangsrapportage |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2023 (36.200 IV) |
Kamerstukken I 2022/23, 36 200 IV, R, p.23-24
De voorzitter:
“Met het oog op de tijd -- want we hebben nog maar weinig tijd -- dank voor het antwoord. U heeft de urgentie wel begrepen van dat deel van de Kamer. Wellicht komt dat in de Tweede Kamer volgende week ook nog weer aan de orde; het zou me verbazen als dat niet zo was. Als u ons bij gelegenheid, met die urgentie, kunt informeren over datgene wat uw overleg met de ministers van Onderwijs oplevert, dan houden wij ons daar zeer voor aanbevolen.”
Staatssecretaris Van Huffelen:
“Ik wil daar twee dingen over zeggen. Ik hou u daar natuurlijk heel graag van op de hoogte. Ik zou eigenlijk willen zeggen: we hebben ook afspraken over die landspakketten en hervormingen in totaal. Het gaat dus niet alleen maar over het thema onderwijs, maar ook over de andere onderwerpen die we bespreken. We moeten ervoor zorgen dat we u daarvan op de hoogte houden.”
Brondocumenten
-
19 december 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
4 april 2023
toezegging gedaan
Toezegging Reactie EZK op Corporate Governance Code bij kabinetsreactie (CXLVI) (T03707)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Lucas Vos (VVD), toe dat zij aan EZK zal vragen in de kabinetsreactie op de Corporate Governance Code terug te komen.
| Nummer | T03707 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | L.B. Vos (VVD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bedrijfsleven discriminatie diversiteits- en integriteitsbeleid |
| Kamerstukken | Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving (CXLVI) |
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 16.
De heer Lucas Vos (VVD):
(…)
“Meneer de voorzitter. Ik had ook nog een vraag gesteld hoe de minister haar coördinerende taak opvat. Ik merk wel dat veel van de antwoorden gaan over het beleidsterrein van de minister zelf. Ik heb een voorbeeld dat ik even wil aangeven, dat ik ook al in de debatten heb aangeven. Vorig jaar is de Corporate Governance Code opnieuw herzien. In mijn bijdrage heb ik ook opgeroepen: zorg nou dat deze thematiek daar ook in voorkomt, zodat raden van bestuur en raden van commissarissen in het bedrijfsleven dit thema actief op hun radar hebben staan. Maar daar is niks mee gedaan. Het hele woord "discriminatie" is niet terug te vinden in de Corporate Governance Code. Voor mij zou dit vallen onder die coördinerende functie. Ik zou dus de gedachte aan de minister willen meegeven om daarnaar te kijken. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven. Ik zit in de tankers. Wij ondertekenen helaas niet die Verklaring van Amsterdam. Ik wist daar niets van, terwijl ik zelf toch ook tot die community behoor. Misschien kan ik er nog even voor zorgen. Maar ik weet dat het bij ons in ieder geval ook een heel moeilijk thema is, terwijl ik in de scheepvaart zit met bemanning … Het is best een groot thema, maar het blijft moeilijk om het in bestuurlijke lagen goede aandacht te laten krijgen.”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 19-20.
Minister Bruins Slot:
(…)
“In dat kader is het natuurlijk ook belangrijk dat ook het bedrijfsleven daarin het goede doet. Ik vind het in ieder geval goed dat er in de Corporate Governance Code die er nu ligt, wel bewust aandacht is voor diversiteit en inclusie; dat is echt een verbetering ten opzichte van de vorige. Eigenlijk kan je dat ook wel zien als de tegenhanger van de aanpak van discriminatie. Er is nu nadrukkelijk opgenomen dat de commissies en ook de commissarissen divers moeten zijn -- de heer Vos weet dat -- en dat elke vennootschap een diversiteits- en integriteitsbeleid moet hebben. Dat moet ook gepaard gaan met de verklaring en het plan. Het doel daarvan is het vergroten van de deskundigheid, ervaring en diversiteit in de toplagen. Je zou kunnen zeggen: het woord "discriminatie" staat er niet. Maar op het moment dat je werkt aan diversiteit en inclusie, lever je ook een hele belangrijke bijdrage aan het voorkomen van discriminatie. Ik wil eigenlijk wel toezeggen om ook op dit punt EZK te vragen in de kabinetsreactie hier nog wat verder de gedachten over te laten gaan.”
Brondocumenten
-
9 september 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
9 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK betreffende toezegging over discriminatie in relatie tot Corporate Governance Code
Door de commissie voor BIZA op 9 september 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, AG
-
-
1 april 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de stand van zaken van drie toezeggingen
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, H
-
-
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek gemeenten kwaliteit antidiscriminatievoorzieningen (CXLVI) (T03710)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Talsma (ChristenUnie) en Karakus (PvdA), toe dat zij in gesprek zal treden met gemeenten om de kwaliteit van antidiscriminatievoorzieningen te vergroten.
| Nummer | T03710 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | H. Karakus (PvdA) mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | antidiscriminatievoorzieningen discriminatie gemeenten |
| Kamerstukken | Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving (CXLVI) |
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 7-8.
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
Dat hangt een beetje samen met het punt van -- dat zijn mijn woorden -- het schijnbaar uitdijende palet aan instanties, loketten, voorzieningen en wat dies meer zij op het gebied van antidiscriminatie. Mijn vraag aan de minister is: hoe kijkt zij daarnaar? Daarbij ook de vraag: hoe blijft die aanpak slagvaardig? Hoe voorkomen we dat we straks een lokettenoerwoud hebben waarvan niemand meer weet wie nou eigenlijk wat doet, wat nog de verantwoordingslijnen zijn en 8 wie waarover nog op welk moment en op welke wijze iets te zeggen heeft of iets terug te koppelen heeft? Hoe blijft, of wordt, ook hier de aanpak slagvaardig in plaats van gefragmenteerd?
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 17-18.
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Ik wil de minister niet uitlokken om helemaal in te gaan op het Berenschotrapport, want dat komt allemaal nog. De minister kent het rapport ongetwijfeld minstens zo goed als ik, maar daar staan ook nog wel een aantal punten in waarvan ik denk: nou, als dat nu discriminatie.nl is … Het takenpakket is onvolledig, de organisatie is versnipperd en niet 18 voldoende onafhankelijk en er zijn barrières, en hoe zit het met de landelijke vereniging? Daar hebben wij als ChristenUniefractie ook nog wel enige zorg bij. Het palet is dus kennelijk minder uitgebreid, maar ik ben wel nieuwsgierig wanneer we daarover iets meer kunnen verwachten. Misschien komt dat ook wel in die grote reactie op het twintigpuntenplan. Nogmaals, ik ben erg gecharmeerd van de eenvoud, zoals de minister die nu presenteert -- dat meen ik oprecht -- maar dan moet het ook wel gaan werken. Daar ben ik dus heel nieuwsgierig naar.”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 18.
De heer Karakus (PvdA):
(…)
“Het gaat nu over de harde kant. Ik denk dat dat best goed is. Als ik de minister zo beluister, denk ik dat dat wel goed op orde komt. Ik voel althans die gedrevenheid. Maar we hebben het ook gehad over de zachte kant, namelijk het gevoel van discriminatie. Uit de gesprekken bleek toch dat dat best wel hardnekkig is. Dat heeft ook weer te maken met de bejegening van de slachtoffers door de medewerkers. Daar zou ik ook aandacht voor willen vragen. Het heeft te maken met bejegening, werkwijze, handelen et cetera, en met de brief die je verstuurt. Ik hoop dus dat de minister er ook nog even op ingaat wat we daaraan kunnen doen”
Kamerstukken I 2022/23 CXLVI, AA, p. 20.
De minister:
(…)
“Ja, ik herken wat de heer Talsma zegt: de kwaliteit en sterkte van de antidiscriminatievoorzieningen verschillen heel erg. Dat is precies waarom ik er nu extra op in ga zetten dat de lat omhooggaat, want het is gewoon een wettelijke verplichting. Gemeenten willen dat ook graag, maar zij hebben wel handvatten nodig om dat te doen; die krijgen sommige niet. Dat betekent dat ik met gemeenten het gesprek aanga om ervoor te zorgen dat zij die wel krijgen en als ze die zo niet krijgen, dan zorg ik er op een andere manier wel voor dat het gebeurt. Daarmee heb ik ook uitgelegd wat ik aan de zachte kant, waar de heer Karakus naar vroeg, wil gaan doen, maar we zullen dat aspect ook terug laten komen in de brief. Ik herken daarbij ook wat de heer Karakus aangaf, namelijk dat je niet van het kastje naar de muur gestuurd wilt worden. Een sterkere ADV zorgt daar ook voor, want vaak heeft die ook de contacten, bijvoorbeeld met de politie, om dat te doen. Overigens is de politie een van de uitvoeringsorganisaties die op dit moment heel actief werk maakt van het voorkomen van discriminatie binnen de eigen organisatie. Daarvoor is ook een boegbeeld -- ik weet niet of dat het goede woord is -- of eigenlijk een aanjager naar voren geschoven. Dat is de heer Sitalsing, als ik het goed heb. Hij is in het kader van deze kabinetsreactie ook bij ons op het ministerie langsgekomen om daarover het gesprek te voeren en te vertellen hoe hij dat vanuit het perspectief van de politie ziet.”
Brondocumenten
-
18 maart 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
4 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over antidiscriminatievoorzieningen
Op 18 maart 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, AF
-
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
24 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
5 september 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
16 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Monitoring en tussenevaluatie Wkb (34.453) (T03712)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat de kostenontwikkeling, het effect op de consumenten, dus de koper van een huis, het effect op mkb-bedrijven en in het bijzonder het effect op de kleinere bedrijven zal worden meegenomen bij de monitoring en tussenevaluatie. De minister zegt ook toe dat er een jaarlijkse monitoring zal plaatsvinden. De minister zal de Kamer over die monitoring berichten. Ook wordt toegezegd dat een jaar na ingang van de Wkb de eerste tussenevaluatie aan de Kamer wordt toegekomen.
| Nummer | T03712 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 1 september 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bouwen handhavingskadaster Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WKB |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP- blz. 4.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Een tweede vraag is: wanneer en op welke wijze zal de evaluatie en de monitoring plaatsvinden van de AMvB van de Wkb? Ik kort hem even af.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP- blz. 10-11.
Minister de Jonge:
(…)
“Over de monitoring was er een vraag van het CDA. Ik wil die monitoring intensiveren. We hadden afgesproken om dat drie jaar na de inwerkingtreding te doen. Maar gegeven de vragen die bijvoorbeeld vanuit kleine bouwers gerezen zijn -- dat zijn vragen zoals: is dit voor ons ook doable? -- wil ik eerder de vinger aan de pols houden. Dat kan er ook toe leiden dat je eerder kunt acteren. Dat betekent dat ik gewoon jaarlijks die monitoring wil hebben. Ik zal u ook jaarlijks over die monitoring berichten. Ik wil eigenlijk aan u toezeggen dat ik een jaar na ingang de eerste tussenevaluatie aan uw Kamer doe toekomen.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 12.
Minister de Jonge:
(…)
“Het is wel eerlijk om te zeggen dat kleinere bouwers, zeker nu die uitvoeringspraktijk zich nog moet zetten, het ook wel veel werk vinden om zich er helemaal toe te zetten; daar moeten we gewoon eerlijk in zijn. Daar zullen we dus gewoon heel alert op moeten zijn, ook in de evaluatie. We zullen kleinere bouwers hier ook echt bij moeten helpen. Ik heb daar oog voor en zie ook dat dit een vraagstuk is.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 13.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Het derde punt gaat over monitoring en intensivering. Ik hoorde nu een toezegging over één jaar na ingang en dan jaarlijks. Dat is sneller dan het op de papieren staat, maar dat is dus een toezegging. Gaat de minister dan bij die evaluatie in op de kostenontwikkeling, op het effect op de consumenten, dus de koper van een huis, op het effect op mkb-bedrijven en in het bijzonder op het effect op de kleinere bedrijven?”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 17.
Minister de Jonge:
(…)
“Waarom ben ik niet bezorgd over de twee weken na oplevering? Dan gaat het over een gereedmelding door een aannemer. […] Die twee weken lijken me daar dus niet het probleem. Maar laten we dat meenemen in die monitoring.”
Kamerstukken I 2022-2023, 34453, AP - blz. 17.
Minister de Jonge:
(…)
“De monitoring is dus jaarlijks. Kunnen we daar ook de kosten in meenemen? Ja, ik denk dat dat kan.”
Brondocumenten
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
17 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief overgangsrecht (34.453) (T03714)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Rietkerk (CDA) en Talsma (ChristenUnie), toe dat het overgangsrecht op papier wordt uitgewerkt.
| Nummer | T03714 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | bouwen handhavingskadaster Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WKB |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 5.
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Er wordt voor het eerst over overgangsrecht gesproken in de documenten die wij krijgen. De vraag is: kan de minister aangeven wat hij daarmee bedoelt? Is dat wat anders dan de niet gekozen, door de Raad van State voorgestelde en door onze Eerste Kamer ook wel gesteunde terugvaloptie, waar de heer Crone ook op duidt? Daar wil ik een duiding van hebben en ook een toezegging voor dat overgangsrecht. Want bij het omgevingsrecht helpt dat en het is de eerste keer dat ik daar bij de AMvB Wet kwaliteitsborging voor het bouwen over lees.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 7.
De heer Talsma (ChristenUnie):
“Dank u zeer, voorzitter.
Ik heb één aanvullende vraag. Het is misschien een detail, maar het viel me op, en ik hoorde dat collega Rietkerk er ook op is aangeslagen. In de meest recente brief, waarvoor overigens dank, al was het maar vanwege de enorme snelheid waarmee die kwam, lees ik twee keer het woord "overgangsrecht". Er wordt iets geschreven in de trant van "er is voorzien in overgangsrecht". Punt. Ik zou van de minister graag weten waar dat overgangsrecht uit bestaat. Kan hij er iets meer woorden aan besteden, naast enkel het feit dat het er is? Op zich ben ik daar een dankbaar mens voor. Maar wat houdt het in? Daar hoor ik graag iets meer over. Dank u zeer.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 17.
De heer Rietkerk (CDA):
“Dank u wel, voorzitter. Ik heb gevraagd om een toezegging op papier te krijgen over het overgangsrecht. De heer Talsma heeft het overgangsrecht twee keer terug zien komen. Het is van belang om dat ook toegelicht te krijgen op papier, omdat dat volgens mij ook de medeoverheden helpt, in ieder geval de gemeenten maar ook de bouwwereld.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 21.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan kom je bij het overgangsrecht. De heer Rietkerk vroeg ook: kan het ook op papier gezet worden? Ik denk dat het al wel op papier staat, maar ik ben zeer bereid om dat nader op papier te zetten, als dat helpt. Het overgangsrecht betekent hierbij dat alles wat vóór 1 januari 2024 tot een vergunningaanvraag leidt, nog gewoon onder de oude wetgeving gebouwd kan worden. Dus het gros van wat er gebouwd wordt, zal het hele jaar door onder de oude wetgeving vallen. Vanaf 1 januari 2024 valt de vergunningverlening onder de nieuwe wetgeving. Dat betekent dat dit een soort een ingroeimodel wordt, met een "fade-out, fade-in"-principe. Vandaar ook dat er niet echt een zorg is over het aantal kwaliteitsborgers.”
Kamerstukken I 2023/24, 34453, AP, p. 22.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de toezeggingen zoals de heer Rietkerk die heeft ontfutseld en heeft gehoord. Allereerst het overgangsrecht. Ik ben zeer bereid om even goed uit te werken, ook op papier, hoe dat in elkaar zit.”
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
26 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 september 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 september 2023
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 september 2023
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
17 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren verdeling tijdelijke extra beheerkosten (33.118 / 34.986) (T03715)
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks-PvdA), toe dat hij de Kamer zal informeren over de tijdelijke verdeling van de extra beheerkosten tot en met 2029.
| Nummer | T03715 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 juli 2023 |
| Deadline | 31 maart 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | beheerskosten Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 10 - blz. 1-2
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
(…)
“De kern is dat wij heel graag onomwonden horen dat de financiële dekking voor het uitstel, het beheer en onderhoud en de doorontwikkeling van de Omgevingswet op tijd en meerjarig beschikbaar komt, waarmee wij uiterlijk in de begroting van 2024 en verder bedoelen.”
(…)
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
“Dank u wel, voorzitter. De laatste vraag. Gaan de CA-middelen, dus de middelen uit het coalitieakkoord voor gemeenten, nog in 2024 richting de gemeentes, of niet? Er wordt een motie overwogen, maar ik hoop echt oprecht dat we het met toezeggingen afkunnen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 10 - blz. 2
Minister De Jonge:
(…)
“Op één punt is wel discussie en dat is de verdeling van die tijdelijke extra beheerkosten tot en met 2029. Dus van de hele financiële plaat gaat de discussie over de verdeling van de kosten van 43 tot 60 miljoen. We hebben er heel erg veel ambtelijke gesprekken over gevoerd en ook een aantal keren bestuurlijk, waar ik deze week weer mee verder ga. Dus ik hoop daar uit te komen en dan laat ik het u weten. We zijn elkaar wel een heel eind genaderd, maar we zijn er nog niet uit op dit punt.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 1
de Voorzitter:
(…)
“Door de leden Kluit, Van der Goot, Nanninga, Janssen, Van Rooijen en Van Langen-Visbeek wordt de volgende motie voorgesteld:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet al in 2021 heeft toegezegd om de uitvoering van de Omgevingswet financieel voldoende te instrumenteren en dat deze eerste toezegging nadien opgevolgd is door meerdere nieuwe toezeggingen die deze eerste toezegging herbevestigden;
constaterende dat in het debat over het koninklijk besluit Omgevingswet de regering heeft toegezegd voor 1 juli met een herijkt financieel beeld te komen en de Kamer voor de zomer te informeren over de financiering daarvan, zodat ruim voor het opstellen van de begroting 2024 en verder er financiële duidelijkheid is voor decentrale overheden;
constaterende dat de Kamer het belang van die toezeggingen heeft benadrukt met een breed aangenomen motie Kluit (33118, 34986, letters EY);
constaterende dat de Voorjaarsnota tegemoetkomt aan noch die motie noch deze toezeggingen en er een nieuw Integraal Financieel Beeld ligt, waaruit blijkt dat de totale kosten en de terugverdientijd van de Omgevingswet voor decentrale overheden stevig oplopen en dat de regering steeds heeft uitgesproken decentrale overheden bij te staan wanneer er kostenoverschrijdingen zouden komen;
verzoekt de regering om in de begroting Binnenlandse Zaken voor 2023 en verder de meerjarige dekking voor die bekende en nieuwe kosten voor invoering, beheer en onderhoud en doorontwikkeling van het DSO naar ambitieniveau 3 langjarig op te nemen;
verzoekt de regering om de extra middelen voor de gemeenten uit het coalitieakkoord, de zogenaamde CA-gelden, nog in 2024 aan die decentrale overheden ter beschikking te stellen, en de Kamer daarover uiterlijk 9 september 2023 te informeren, zodat de gemeenten zich komende maanden goed kunnen voorbereiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt letter FL (33118, 34986).”
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 2
De heer Rietkerk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het spitst zich op dit moment toe op de prognose beheer, van 43 miljoen in een oplopende range tot 60 miljoen. Ik vraag de minister nog eens te bevestigen dat daarover overeenstemming is met de medeoverheden. Hebben we dat als Kamer goed verstaan? De tweede en laatste vraag gaat over het samen-uit-samen-thuisprincipe. Kennelijk is daar meer tijd voor nodig dan deze Kamer in de motie had gewild. Kan de minister duiding geven wanneer dat overleg, los van de inhoud, tot een goede afronding komt? Dit vraag ik in verband met het dictum van de motie, want dat rept van 9 september. Kan de minister aangeven of het voor of na de vakantie lukt? Op welk moment komt hij met hom of kuit? Daalt het dan ook neer in de begroting van 2024 en verder? Dank u wel, voorzitter.
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 3
Minister De Jonge:
(…)
Voorzitter, dank u wel. Dank voor de ingediende motie. (…) Er staat genoeg in om naar aanleiding daarvan het een en ander te verduidelijken.
Eerst even terug naar de kosten van de Omgevingswet. Daar zijn in het verleden al financiële afspraken over gemaakt. Eigenlijk zijn die afspraken niet gewijzigd. De
basisafspraken staan dus gewoon. Voor de transitiekosten betekent dat dat iedereen zijn eigen broek moet ophouden, want uiteindelijk ga je er ook weer aan "verdienen". Dat
betekent dat je de voorinvesteringen zelf betaalt en daarna ook de revenuen mag houden. Dat is één. Twee. De kosten van de voorzieningen voor het Digitaal Stelsel zijn voor het Rijk. Voor de voorzieningen van het beheer geldt: samen uit, samen thuis. Over dat derde onderdeel gaat het nu. Daar gaat de discussie ook nog over. Ter bevestiging in de richting van de heer Rietkerk: dat gaat inderdaad over een reeks die begint op 43 miljoen in 2024 en eindigt op 60 miljoen in 2029. Daarover zijn we het eens. aarover zijn alle partijen het eens, dus aan de kant van het Rijk, het stelsel, en de rijksbevoegd gezagen: de waterschappen, de gemeenten en de provincies.
Handelingen I 2022-2023, nr. 42, item 12 - blz. 4
Minister De Jonge:
Over de verdeling ervan. Over de hoogte van de kosten, de 43, zijn we het eens. We zijn het ook eens over de kostenposten die in gezamenlijkheid de 43 bepalen. Er wordt
natuurlijk wel altijd bij gezegd: "Zou naar de toekomst toe het beheer ook niet op een andere manier kunnen worden vormgegeven? Zou het niet verder gestandaardiseerd
kunnen worden? Kan de governance niet eenvoudiger?" Dat gaan we allemaal ook doen, want als je minder geld kunt opmaken aan beheer, moet je het vooral niet na willen laten. Maar voor nu moet wel die meerjarige reeks worden gedekt, want anders heb je geen zekerheid over de beheerkosten. Over de hoogte ervan verschillen we niet van opvatting, maar over de verdeling ervan wel, namelijk over de implicatie van "samen uit, samen thuis". De oorspronkelijke afspraak is dus: samen uit, samen thuis. Als je "samen uit, samen thuis" toepast in de verdeelsleutel over die 43 tot 60 miljoen, dan zijn we het inderdaad … Althans, vier van de vijf partijen zouden daarmee kunnen leven en een van de vijf niet. Die ene is de Unie. Dan over de verdeelsleutel van de beheerkosten. 70% wordt gedragen door de gemeenten. Die zijn het dus eens. Het is dus niet de gemeente die hiervan zegt dat het niet zou kunnen. Die 70% wordt gedragen door de gemeenten en die zijn het dus eens. 6% wordt gedragen door de provincies. Die zijn het ook eens. 19% wordt gedragen door rijkspartijen. Die zijn het ook eens. Dat zijn de rijksbevoegd gezagen plus BZK als stelselverantwoordelijke, hoewel wij hier helemaal geen bijdrage aan zouden hoeven leveren, want dat past helemaal niet bij de financiële afspraken. De snelle rekenaar heeft uitgevonden dat er dan nog 5% overblijft. En over die 5%: de partij van de 5% is het niet eens. Dat om het een beetje tot de proporties terug te brengen. Daarover hebben we gewoon het gesprek met elkaar. Dat gesprek vervolg ik donderdag. Ik hoop dat ik er dan uit ben. Dan teken ik op vrijdag nog een brief aan mevrouw Kluit en iedereen in deze Kamer die dat met interesse volgt. Het zou ook zomaar kunnen zijn dat dat net niet lukt. Dan wordt het na de vakantie.
Brondocumenten
-
voortzetting interpellatie-Kluit Geactualiseerd Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 12
-
Interpellatie-Kluit Geactualiseerd Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 10
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 31 maart 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
28 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
EK 36.410 VII / 36.410 IV, C
-
-
14 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 oktober 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over de voortgang van de Omgevingswet
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.118 / 34.986, FO
-
-
14 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 juli 2023
toezegging gedaan
Toezegging Wkb verbouwactiviteiten niet voor 1 januari 2025 (34.453) (T03729)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Kemperman (BBB) en Rietkerk (CDA), toe dat de verbouwactiviteiten van de Wkb niet eerder dan 1 januari 2025 in werking zullen treden en dat een onafhankelijke partij de invoering en werking van de Wkb zal monitoren. Uit deze monitor zal moeten blijken of er voldoende kwaliteitsborgers zijn voor de verbouw.
| Nummer | T03729 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | kwaliteitsborging Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 2
De heer Kemperman (BBB):
(…)
“Ik sluit mijn eerste termijn af en wil de minister vragen om de motie-Crone alsnog volledig uit te voeren, hetgeen betekent dat de Wkb niet in werking treedt op 1 januari 2024. Ik vraag de minister te reageren op de zorgpunten die ik zojuist heb aangegeven. En ik vraag de toezegging dat de Wkb zal worden ontkoppeld van de Omgevingswet en daarmee niet in werking zal treden. Via de voorzitter zeg ik tegen de minister: het kan, omdat het moet.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 3
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Ten slotte heb ik een vraag met betrekking tot het monitoren en evalueren van de Wkb. Kan de minister toezeggen dat er een stevige, onafhankelijke evaluatie komt voor medio 2024 of nog steller? Zo ja, wanneer kan ook deze Kamer die verwachten?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 12
Minister de Jonge:
(…)
“Er is nog een vraag van het CDA, namelijk: bent u bereid om voor half 2024 een stevige evaluatie uit te voeren? Ik heb eigenlijk toegezegd sowieso vanaf 1 januari intensief te monitoren hoe het loopt. Dat doe ik met alle betrokken partijen in het stelsel, dus VNG, Bouwend Nederland, Aannemersfederatie, Vereniging KwaliteitsBorging Nederland en IPLO. Ik heb een onafhankelijk bureau gecontracteerd om dit najaar al te starten met de monitor voor de Wkb. Ik heb uw Kamer al toegezegd dat ik ten behoeve van verbouwactiviteiten een onderzoek zal doen naar het aantal kwaliteitsborgers en eventuele andere belemmeringen. Ik denk dat het heel goed is om medio volgend jaar een invoeringstoets uit te voeren om op basis daarvan te kunnen besluiten om alsnog, of juist niet, verbouw in te laten gaan per 1 januari 2025.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 18
Minister de Jonge:
(…)
“De andere vraag van de heer Kemperman was of je nog voor die invoeringstoets, die monitoring, die evaluatie zou kunnen zeggen: joh, die verbouw gaat gewoon never gebeuren. Nee, dat kan niet. Het zou wel kunnen, maar dat ga ik niet doen. We hebben namelijk gezegd dat de wet moet worden ingevoerd. Dat doen we stap voor stap. Aanvankelijk had ik uitgesproken dat we beginnen met gevolgklasse 1. De rest had ik na evaluatie naar achteren geduwd, dus echt naar achteren geduwd. Dus gevolgklasse 1. Daarop heb ik zelf, in het vorige debat dat we hadden, nog een wijziging aangebracht, overigens om aan u tegemoet te komen. Ik heb gezegd: laten we de verbouwactiviteiten een halfjaar later doen. Daarop heb ik nu weer een vervolgtoezegging gedaan in uw richting, namelijk: laten we het dan later doen, maar niet een halfjaar. Laten we een halfjaar na dato de peilstok erin steken en op basis daarvan besluiten of het per 1 januari — dat is dus minstens nog eens zes maanden later — verantwoord kan. Dat is de toezegging die ik heb gedaan. Daar laat ik het echt bij. Ik ga niet nog verder dan dat. Dat zou ik ook echt een gekke keuze vinden, want nogmaals, u heeft die wet vastgesteld met elkaar, met alle mogelijkheden daarin. Laten we dat nou even stap voor stap doen.”
Brondocumenten
-
debat over invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2023/2024, nr. 4, item 9
-
11 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over de Monitoringsrapportage Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 2024
Op 11 november 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, BC
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
17 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Invoeringstoets Wkb (34.453) (T03730)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (BBB), toe om de eerste helft van 2024 een invoeringstoets uit te voeren naar de invoering van de verbouwactiviteiten en in juni 2024 te komen met de resultaten van de invoeringstoets naar de eerste ervaringen met de Wkb tot dan toe.
| Nummer | T03730 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | invoeringstoets kwaliteitsborging Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 1
De heer Kemperman (BBB):
(…)
“Ten tweede zouden er volop pilotprojecten zijn die ons voldoende vertrouwen moeten geven dat de sector klaar is voor de invoering van de Wkb. In mijn regio informeerde ik bij een aannemerskring van 40 aangesloten aannemers en welgeteld twee van hen deden mee aan een pilotproject. Een was enthousiast en tevreden, de andere niet. 38 aannemers deden niet mee. Ik zit in de raad van commissarissen van drie woningcorporaties en informeerde bij de verantwoordelijke vastgoedmanagers van deze woningcorporaties. Immers, zij zijn als opdrachtgevers gebaat bij de Wet kwaliteitsborging en verantwoordelijk voor honderden nieuwbouwwoningen, ook al bij de start van komend jaar. Zij zijn niet klaar, weten niet waar ze aan toe zijn en geven aan dat ze nog wat dagdelen cursus moeten volgen, of proberen hun nieuwbouwprojecten voor 1 januari in de vergunningprocedure te brengen. Ik geef toe dat dit laatste netwerkonderzoekje geen representatief onderzoek is, maar het versterkt wel mijn zorgen dat deze sector aan opdrachtgeverzijde niet klaar is voor de invoering van de Wkb. Dit zijn overigens capabele, professionele organisaties. Dat wil ik gezegd hebben.
(…)
Ik sluit mijn eerste termijn af en wil de minister vragen om de motie-Crone alsnog volledig uit te voeren, hetgeen betekent dat de Wkb niet in werking treedt op 1 januari 2024. Ik vraag de minister te reageren op de zorgpunten die ik zojuist heb aangegeven. En ik vraag de toezegging dat de Wkb zal worden ontkoppeld van de Omgevingswet en daarmee niet in werking zal treden. Via de voorzitter zeg ik tegen de minister: het kan, omdat het moet.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 11
Minister de Jonge:
(…)
“Ik zou daar vandaag één ding aan willen toevoegen, omdat ik uw zorgen goed hoor. Dat betreft de stap om de hele gevolgklasse 1 onder de Wkb te laten vallen. We hebben nu gezegd: nieuwbouw erin, verbouw eruit. Ik heb u aanvankelijk geschreven dat wij de verbouw gewoon invoeren per 1 juli 2024. Dat zou eigenlijk een automatisme zijn. Dat betekent dat ik het KB moet aanpassen nog voor 1 januari, want dat moet je zes maanden van tevoren laten weten. Dan hebben we in ieder geval even de tijd om in te groeien, hebben met name kleinere bouwbedrijven nog even de tijd om zich voor te bereiden op de Wkb en kan het stof een beetje neerdalen. Dat leek mij gepast, naar aanleiding van ons vorige debat. Gehoord hebbend wat hier nu leeft, wil ik best toezeggen dat we eerst een voorafgaande invoeringstoets doen. Die moeten we dan doen in de eerste helft van 2024, opdat het besluit kan vallen voor 1 juli. Dan kan het besluit ingaan per 1 januari 2025, maar alleen natuurlijk als uit die invoeringstoets blijkt: ja hoor, dat is vertrouwd, dat kan en dat is niet spannend.
Dat is sowieso een halfjaar later dan ik van plan was en niet dan nadat we daarover een debat hebben kunnen voeren op basis van een invoeringstoets. Wel op basis van een invoeringstoets dus, en niet op basis van N=1-experiences, maar op basis van een invoeringstoets, die we grondig zullen doen. Dan hebben we met elkaar een nieuw debat en dan neem ik een besluit over de invoering van de verbouwactiviteiten.”
Brondocumenten
-
debat over invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2023/2024, nr. 4, item 9
-
11 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over de Monitoringsrapportage Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 2024
Op 11 november 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, BC
-
-
21 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Wijziging Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) (34.453) (T03731)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (GroenLinks-PvdA), toe dat hij een wijziging van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) in gang zal zetten, waardoor gemeenten voor bouwwerken, waarbij het niet proportioneel is om herstel te vorderen, een ingebruiknamebesluit kunnen nemen.
| Nummer | T03731 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Besluit Bouwwerken Leefomgeving gedoogverklaring kwaliteitsborging |
| Kamerstukken | Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 5-6.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
(…)
“De vragen — ik zeg het heel serieus — bij een gedoogverklaring zijn: onder welke procedure moet de gemeente acteren? Als de verklaring of de uitleg van de kwaliteitsborger komt dat het pand niet voldoet, wat is dan de procedure? Moet de gemeente binnen een of twee weken reageren of mag dat zes weken duren? Er is mij nog geen enkele procedurele uitspraak bekend over hoelang het moet duren. De consument wil het natuurlijk snel weten. Die wil natuurlijk snel weten: "Kan ik er nou in? Ik heb mijn huis al verkocht. Moet ik een ander huis gaan huren?"
Twee. Welk inhoudelijk beleid voeren gemeentes? Welke afwijkingen worden gedoogd? Een wc die twee centimeter smaller is dan de meter die voorgeschreven, daar zal niemand moeilijk over doen, maar moet je dat opschrijven? En als je het opgeschreven hebt, is het een precedent? Daar kom ik straks nog op terug. Dus is het een procedurele goedkeuring of afkeuring of is die ook inhoudelijk te motiveren?
De derde vraag. Mag de gemeente afgaan op informatie van de borger of dient ze op eigen waarneming af te gaan? Het is nu staande jurisprudentie dat je moet afgaan op eigen waarneming. Dat lijkt me zeker hier het geval. Anders heb je een kwaliteitsborger in dienst van de eigenaar of de aannemer. Nou, die rondt natuurlijk altijd het aantal centimeters een beetje af. Dat is dus wel belangrijk. Moet de gemeente dat zelf doen, dan vergt dat een enorme capaciteit. In het geval dat de foto van de fundering er niet is, moet je destructief onderzoek laten plaatsvinden, want je kunt niet een foto terug maken van het betonijzer.
Dat is dus een hele belangrijke vraag, die ook meteen leidt tot de vraag van de gemeentes: als we zo'n beschikking afgeven dat we niet gaan handhaven, zijn we dan ook aansprakelijk als later dat balkon eraf valt? Ik heb het meegemaakt. De eerste keer dat flats balkons verloren, was in Leeuwarden toen ik daar burgemeester was. Toen gingen mijn ambtenaren ook eerst kijken: hebben wij dat ooit goedgekeurd, hebben wij iets fout gedaan? Dat zal dan liggen bij de kwaliteitsborger, de aannemer of de gemeentelijke gedoogverklaring.
Dan is dit ook nog een beslissing die openstaat voor bezwaar en beroep. Zelfs al krijg je een gedoogverklaring van de gemeente, dan nog weet je als consument niet zeker of er iemand tegen die gedoogverklaring in beroep gaat. Stel dat de brandveiligheid niet oké is en de buurman klaagt of dat hij iets fouts heeft zien gebeuren of alleen maar boos is. Er worden ook veel processen gevoerd uit boosheid. Dan heb je de mogelijkheid van bezwaar en beroep tegen een gedoogverklaring of een handhavingsverklaring. Dus zeggen ook gemeentes, zowel vanwege de inhoudelijke risico's als vanwege dit soort procedurele langdurige risico's: "Moeten wij dit wel willen? Wij hebben een grote liability. Als wij een gedoogverklaring afgeven en na vijf jaar blijkt dat er iets misgaat, dan zeggen mensen: ja, maar u heeft toch een gedoogverklaring van de gemeente?" Ik denk dat verzekeringsmaatschappijen dan ook wel gaan denken: mag ik die eens even zien?
Inmiddels ben ik geloof ik bij vraag 7. Gemeentes mogen ook officieel geen gedoogverklaringen afgeven. Het is staande jurisprudentie bij de Raad van State dat je geen gedoogverklaring mag afgeven. In zeldzame, uitzonderlijke gevallen, als er nieuwe wetgeving komt, mag je als gemeente zeggen: u mag vooruitlopend op de nieuwe wetgeving iets wel of niet doen. Maar in normale gevallen is juridisch gesproken geen gedoogverklaring mogelijk, omdat dat dan pseudowetgeving wordt. Want zeg je de ene keer vijf centimeter, dan zegt de aannemer de volgende keer: o ja, maar ze hebben de vorige keer vijf centimeter ook geaccepteerd. Of: vorige keer zat er geen foto van de fundering in en dat heb ik nu ook niet gedaan. Wij willen als Kamer natuurlijk geen pseudowetgeving via gedoogbeleid. Overigens weet het CDA dat natuurlijk als geen ander, want daarom mochten er ook nooit coffeeshops gedoogd worden in Leeuwarden en elders. Gedogen is niet zomaar iets. Gedogen is ook een vorm van een pseudowetgeving, waarover wij het antwoord van de minister willen hebben of het nu wel mag.
Voorzitter. De bewoner blijft dus zeer lang in onzekerheid. Dat geldt ook voor de hypotheekverstrekkers, verzekeraars, notarissen en aannemers, want wordt het huis dan nog wel verzekerd? Dit moet worden opgehelderd. Als er inderdaad wel een gedoogverklaring moet komen, zoals de minister nu gelukkig schrijft, dan moet daar ook voldoende capaciteit voor zijn bij de gemeentes: qua tijd, qua inzet, eventueel om feitenonderzoek te doen. Nogmaals, ik zie daar in de concepten van de VNG helemaal niks over. Wel zie ik in de inleiding van de VNG-handreiking: de wet moet worden aangepast, want dan kunnen we dit probleem oplossen. Er staat niet bij hoe, maar ik weet dat er in het bestuurlijk overleg ook over is gesproken. Gaat er nog voor 1 januari een wetsaanpassing plaatsvinden om dit op te lossen?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 4, item 9 - blz. 19.
Minister de Jonge:
(…)
“Is het dan de bedoeling dat op enig moment, op basis van de keuze om die verklaring van ingebruikneming een formele stap te maken, de AMvB wordt aangepast? Ja, dat zou een aanpassing zijn van het Bbl. Ik heb zojuist gezegd dat ik die aanpassing in gang ga zetten. Die is natuurlijk niet gereed voor 1 januari, maar dat maakt ook niet uit. Als gemeenten het nu al mogen, en men weet dat dat de beoogde uitvoeringspraktijk is, dan kan men het al opnemen in het handhavingskader. Dan kan ik ook de wijziging van het Bbl starten. Dat zal ik ook doen. Dat komt dan op enig moment bij uw Kamer. Ik denk wel dat het een verstandig idee is om uw suggestie te volgen om dat alvast in een brief aan uw Kamer te zetten, om maar terug te komen op dat begrip van kenbaarheid en rechtszekerheid. Ik denk dat het gewoon verstandig is om dat te doen. Op basis daarvan kunnen gemeenten handelen. Dat lijkt me duidelijk.”
Brondocumenten
-
debat over invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2023/2024, nr. 4, item 9
-
13 mei 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
17 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO ter aanbieding voorhang ontwerpbesluit wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving regelen maatwerkvoorschrift ingebruikname
Voor kennisgeving aangenomen op 13 mei 2025.
EK, AZ
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
16 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek bancaire sector hospitaregeling (36.195) (T03738)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe in gesprek te gaan met de bancaire sector met betrekking tot de hospitaregeling, en zodra meer duidelijk is verkregen dit aan de Kamer te berichten.
| Nummer | T03738 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 1 januari 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | hospitaverhuur huur en verhuur huurcontract hypothecaire lening |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 5 – blz. 10
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Ten slotte, voorzitter. De CDA-fractie vraagt aandacht voor de studenten en voor de studentenhuisvesting. Kunnen de initiatiefnemers aangeven dat de studenten voldoende aanbod krijgen via tijdelijke contracten en dat onze studenten niet worden weggedrukt door de expats? Tijdens het eerste studentenhuisvestingscongres, op 2 november jongstleden, bleek dat de nood onder de studenten hoog is. Duidelijk werd dat dat met name geldt voor de particuliere verhuurders van studentenhuisvesting, aldus dagvoorzitter en studentenhuisvestingsregisseur Ardin Mourik. 47% van de studentenhuisvesting is in handen van de particuliere sector. Wat is het effect van dit initiatiefvoorstel voor deze doelgroep, vraag ik de initiatiefnemers. Hier noem ik ook het hospitavoorbeeld dat door eerdere sprekers al is aangehaald, waarbij de hospitaverhuur via een vast contract niet meer kan plaatsvinden. De bank zegt dan: ik geef alleen maar toestemming voor tijdelijke huur, want anders krijg je gewoon geen financiering. En zo kan ik nog een heleboel voorbeelden noemen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 18
Minister de Jonge:
(…)
“Hoe vaak gaat het nou voorkomen dat een hospita zijn of haar hypotheeklasten niet meer kan ophoesten en dat je het huis inclusief de inwonende huurder zou moeten verkopen? Misschien ook niet zo heel vaak. Toch is het wel nodig om dit gesprek met de bancaire sector te blijven voeren. Dat doen we dus ook. Dat zeg ik u ook graag toe. Het liefst zouden ze wellicht hebben dat we toch overstappen op een soort van koop-breekt-huurbepaling. Maar daar ben ik heel terughoudend in, want dat is echt een inbreuk op de huurbescherming. Daar ben ik dus heel erg terughoudend in. Ik wil kijken of er geen andere mogelijkheden zouden zijn om toch de hypotheekverstrekkers wat meer zekerheid te geven. Dus dat gesprek voeren we en als ik daarover meer heb, dan meld ik me uiteraard in uw richting terug.”
-
21 januari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Inwerkingtreden wetsvoorstel na voorhangprocedure AMvB (36.195) (T03740)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), toe dat zodra de voorhangprocedure van de AMvB is afgerond, het wetsvoorstel in werking kan treden. Daarbij hoeft niet gewacht te worden tot het vaste verandermoment van 1 juli.
| Nummer | T03740 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. H.A.M. Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Algemene Maatregel van Bestuur consultaties inwerkingtreding |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 5 – blz. 5
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Een vraag aan de indieners, maar ook aan de minister: hoe kijkt u nu terug op de invoering van de Wet doorstroming huurmarkt destijds in 2015? Waren er al eerder signalen dat de effecten van deze wet anders waren dan bedoeld? Wat valt er te leren uit de besluiten van 2015? Een vraag aan de minister: nu dit weer gecorrigeerd of teruggedraaid wordt, wanneer denkt u dat dit kan ingaan?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 18
Minister De Jonge:
(…)
“Wanneer zou dit wetsvoorstel in werking moeten treden? Eigenlijk zo snel als het kan, denk ik. Ik denk dat de initiatiefnemers dat ook van ons verlangen. Ik vind het wel belangrijk dat het wetsvoorstel op hetzelfde moment in werking treedt als de afronding van de besluitvorming over de AMvB. Het wetsvoorstel behandelen we vandaag en het stemmen gaat waarschijnlijk volgende week gebeuren, althans, als u dat behaagt, uiteraard. De AMvB is nu in consultatie. Als hij uit consultatie komt, gaat hij in voorhang. Daar gelden gewoon de geëigende procedures en termijnen voor. Als dat is afgerond, ben ik op zichzelf genomen best bereid om niet te wachten tot het eerstvolgende vaste verandermoment van 1 juli. Dat heb ik ook tegen de initiatiefnemers gezegd. Stel dat het op 1 april of 1 mei zou kunnen, dan vind ik dat ook best. Dus zodra de voorhang is afgerond. U heeft daar zelf ook de hand in, natuurlijk, want u bent zelf onderdeel van die voorhangprocedure.”
-
4 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Kamer informeren doelgroepencontract arbeidsmigranten (36.195) (T03741)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe dat hij de Kamer voor het einde van het jaar zal informeren over een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten.
| Nummer | T03741 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 31 maart 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | arbeidsmigranten betaalbaar huren huurprijsbescherming |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 31
De heer Van Hattem (PVV):
“Ik had nog een onbeantwoorde vraag. Ik heb in mijn tweede termijn nog de vraag aan de minister gesteld over de ontwerp-AMvB, waarin wordt gesproken over de uitwerking van het doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. In hoeverre worden daarin de Roemernorm onverkort meegenomen?”
Minister De Jonge:
“Excuus. Die zat zeker in de stapel. Ik werk nu aan een apart doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. Daarbij krijgen arbeidsmigranten dus meer huurprijsbescherming. Ik wil dus niet terug naar de generieke tijdelijke contracten voor arbeidsmigranten, maar naar een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. Voor het einde van het jaar informeer ik de Kamer hierover. Eigenlijk is dat juist om een onderdeeltje van de Roemeragenda uit te voeren. Dit geeft meer rechtszekerheid voor arbeidsmigranten.”
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 31 maart 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Kijken naar andere samenlevingsvormen bij uitzonderingsgrond in wetsvoorstel (36.195) (T03742)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Talsma (ChristenUnie), toe te gaan kijken naar andere samenlevingsvormen als uitzonderingsgrond op de hoofregel in het wetsvoorstel. Mocht daartoe aanleiding dan zal dat in een aparte veegwetsvoorstel of in het voorstel van de Wet betaalbare huur juridisch preciezer worden geregeld.
| Nummer | T03742 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 november 2023 |
| Deadline | 1 juli 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | mr. H.J.J. Talsma (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | betaalbaar huren samenlevingsvormen |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Nijboer en Grinwis Wet vaste huurcontracten (36.195) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 5 – blz. 14
De heer Talsma (ChristenUnie):
(…)
“Voorzitter. Tot slot heb ik een royale bekentenis van onbegrip en een vraag om verheldering. Aan artikel 7:274 BW wordt een zevende lid toegevoegd. Het is al een paar keer genoemd. Dat lid ziet op de situatie van wat ik maar even "proefsamenwonen" noem. Aan de mogelijkheid om bij een geslaagde proef tot verkoop van de verhuurde woning over te gaan, zijn vier voorwaarden verbonden. De voorwaarden onder A, C en D zijn mij helder, maar wat staat er eigenlijk onder B? Moeten de geliefden bij een geslaagde samenwoonproef wachten tot de laatste drie maanden van de overeengekomen termijn alvorens te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan om een beroep te kunnen doen op deze uitzondering? Wat betekent dat voor de positie van de tijdelijke huurder? En kan het slagen van de samenwoonproef uitsluitend blijken uit het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap? Graag een toelichting.
Handelingen I 2023-2024, nr. 6 item 7 – blz. 31.
Minister De Jonge:
(…)
“Dan heb ik alleen nog de vraag van de heer Talsma te beantwoorden. Die ziet op de proefhokkers. Hij heeft eigenlijk gezegd: "Je hebt het huwelijk of het geregistreerd partnerschap, dat hier nu is toegevoegd, maar dat geeft wel een hele restrictieve benadering van deze uitzonderingsgrond. Zou je daar niet toch nog een keer naar moeten kijken? Zijn er ook niet andere samenlevingsvormen mogelijk?" Wat ik zou willen doen — maar dat moet u goedvinden, ook staatsrechtelijk gezien — is dat ik daarnaar kijk. Als ik een praktische verandering in de wet zou willen aanbrengen, betekent dit een wijziging van de wet. Dat kan of een apart veegwetje zijn of ik neem het mee in de Wet betaalbare huur. Dat laatste heeft eigenlijk mijn voorkeur. Maar dat moet u staatsrechtelijk niet gaan zien als het recht op amendement in de Eerste Kamer. De novelle mocht geen recht op amendement heten van de grootvader van Piet Hein Donner, maar een veegwetje toezeggen teneinde tegemoet te komen aan een wens in de Eerste Kamer mag natuurlijk ook geen recht van amendement worden. Want ja, dan zijn de rapen gaar, zou Piet Hein Donner waarschijnlijk hebben gezegd. Dus zo mag u het dan niet lezen, maar ik zeg dat dan wel graag toe omdat dit de meest praktische manier is om hieraan tegemoet te komen. Volgens mij is het een breed gedeelde wens in de Eerste Kamer om daar iets bij te vijlen aan de wet zoals die is ingediend, zonder de stemming over het wetsvoorstel als geheel daarmee te vertragen. Want dat willen we denk ik allemaal niet. De Wet betaalbare huur en deze wet gaan ongeveer gelijktijdig in, dus ik denk dat de correctie daarin heel prima is aan te brengen. We hoeven dus ook niet op een evaluatie te wachten. Ik denk dat dit goed is.”
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
7 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren participatiebeleid bevoegde gezagen (33.118/34.986) (T03743)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB), Kluit (GroenLinks-PvdA) en Rietkerk (CDA), toe nadrukkelijk – in lijn met de motie Nooren c.s. – te monitoren in hoeverre de bevoegd gezagen hun participatiebeleid op orde hebben. Daarnaast zal de minister monitoren op welke wijze bevoegd gezagen participatie in de praktijk toepassen in zowel de planketen als bij vergunningverlening.
| Nummer | T03743 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. A. van Langen-Visbeek (BBB) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | bevoegd gezag Omgevingswet participatie participatiebeleid |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 3
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Dan burgers en bedrijven, allereerst het participatiebeleid. Bij de invoeringswet vier jaar geleden heeft de toenmalige PvdA-fractie heel veel aandacht gevraagd voor de participatieparagraaf bij gemeentes. 38 hebben die tot nu toe geregistreerd. Het is dus niet goed kenbaar voor de burgers in deze gemeenten, terwijl kenbaarheid nou juist een belangrijke motivatie was achter de motie-Nooren. De minister schrijft dat het niet verplicht is voor 1 januari, maar dan gaat hij dus echt voorbij aan het debat dat we toen gevoerd hebben, want toepassing voor de invoeringsdatum -- dat was toen een andere datum -- was wel degelijk de bedoeling. Wat gaat de minister doen om het liefst alsnog voor 1 januari, maar als dat niet mogelijk is in het eerste kwartaal, ervoor te zorgen dat alle gemeenten hun beleid gereed, kenbaar en gepubliceerd hebben?”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 11
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Participatie krijgt gelukkig wel aandacht, maar in lijn met mevrouw Moonen vraag ik de minister om eens in te gaan op de motie die destijds is aangenomen. Waterschappen en provincies hebben verordeningen aangenomen. Ik ben met mevrouw Moonen nieuwsgierig hoe gemeenten dat nu doen. Los van blauwdrukdenken hebben wij afgesproken dat zij op dat vlak een beweging zouden maken om de afstand tussen burgers, bedrijfsleven en overheid te verkleinen. Dat is het doel van die participatiemotie. Daar staat het CDA ook nog steeds achter.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 19-21
Minister De Jonge:
(…)
“Dan participatie. Laat ik daar iets over zeggen in antwoord op een eerste vraag die hoort bij het blokje medeoverheden. Dus het eerste bouwblok, de bevoegde gezagen. Die bevoegde gezagen zijn volle bak aan de slag. Dat betekent dat sinds die duidelijkheid is gegeven, er ook echt in iedere gemeente, in iedere provincie, in ieder waterschap volle bak aan de implementatie wordt gewerkt. Daar is men heel ver mee, maar je ziet ook wel echt dat die tijd nodig is geweest. Dat bracht de heer Rietkerk ook naar voren. Die periode van zes maanden was niks te ruim bemeten. Er werd gezegd: we hebben zes maanden voor de daadwerkelijke invoering duidelijkheid nodig. Die duidelijkheid is er gekomen. Dat heeft geweldig geholpen. Maar die tijd is ook wel echt nodig om er te komen. Er was nog een vraag van GroenLinks-PvdA: hoe zit het dan met de aanpassing van die verordeningen; lukt dat nou? Alle provincies en gemeenten zijn ermee bezig. Maar anders dan provincies krijgen gemeenten natuurlijk een hele ruime overgangstermijn voor het daadwerkelijk op de leest van de Omgevingswet schoeien van het omgevingsplan. Dus als men gewoon het oude bestemmingsplan zou willen omzetten, dan kan dat. En voor het daadwerkelijke omgevingsplan heeft men de tijd tot 1 januari 2032. Ik verwacht helemaal niet dat gemeenten die tijd gaan nemen, maar die tijd hebben ze wel. Dat is een heel ruim bemeten overgangsperiode die in de wet staat. Het was eigenlijk 2029, maar omdat de invoering later is, is ook deze datum later vastgesteld. Het is nu 1 januari 2032. Lokale verordeningen die naar het omgevingsplan moeten worden overgeheveld, blijven in ieder geval tot dan van kracht. Gemeenten hebben dus echt baat bij dat overgangsrecht. Maar er zijn wel zaken die nu moeten worden aangepast, die niet kunnen wachten. Dat is bijvoorbeeld de legesverordening. Maar goed, bij de legesverordening verloopt het vaak beleidsarm. Dat lukt. Ik heb geen aanleiding om te denken dat dat niet lukt, omdat dat een beleidsneutrale, meer wetstechnische exercitie is. De VNG ondersteunt gemeenten uiteraard met brochures en wegwijzers om uit te leggen wat minimaal moet worden aangepast. Dan de participatieverordening.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
“Ik wil hier nog even iets over zeggen. De reacties die terugkwamen, gingen meer over de APV, over de afvalverordening, dus over dat soort verordeningen. Die reacties gingen over de vraag of die voor 1 januari aangepast moeten worden of niet. De VNG zegt dat ze allemaal aangepast moeten worden, maar vrij veel gemeentes denken dat het in het overgangsrecht zit. Het lijkt me dus goed om daarover vandaag helderheid te krijgen. Ik wil graag een uitputtende lijst met daarop verordeningen die wel en niet voor 1 januari aangepast moeten zijn.”
Minister De Jonge:
“Ik weet niet of dit overleg daarvoor bedoeld is. Volgens mij staat dat gewoon keurig op alle invoeringssites, dus op aandeslagmetdeomgevingswet.nl of op de site van de VNG. Er geldt een overgangsrecht met betrekking tot het omgevingsplan. Daarnaast moet het stelsel werken per 1 januari. Ik geef daar een voorbeeld van. De legesverordening moet bijvoorbeeld wel eventjes worden aangepast. Maar dat is meer een beleidsneutrale exercitie. Ik heb geen aanleiding om te veronderstellen dat dat niet goed gaat.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
“Mag ik de suggestie doen om even te kijken op de LinkedIn-pagina van mevrouw Fiers? Zij heeft dit uitgevraagd. We krijgen daar gewoon verschillende antwoorden op terug, dus misschien kan daarnaar gekeken worden. Gemeenten geven antwoorden als "wij doen het niet" en "wij hebben het wel gedaan; het was heel veel werk". Er is gewoon onduidelijkheid over in het werkveld.”
Minister De Jonge:
(…)
“Het omgevingsrecht, het hele omgevingsdomein, is natuurlijk een van de domeinen waarop gemeenten participatiebeleid hebben te voeren. Wordt dat nu al helemaal ten volle gedaan in alle opzichten? Dat is de vraag. We hebben, eerlijk gezegd, ook geen uitputtend overzicht daarvan. Ik heb niet een soort dashboard waarop ik precies kan zien of er bij de 342 gemeenten daadwerkelijk sprake is van een kersvers vastgesteld participatiebeleid.
Participatie is natuurlijk wel een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Dat is uitvoerig besproken, ook hier bij de behandeling van de Omgevingswet. Ik noem in dit verband ook de motie-Nooren. Dat het een belangrijke pijler is, blijft dus staan. Dat heeft er ook toe geleid dat er een verantwoordingsplicht geldt voor die participatie van gemeenten. Men heeft zich sowieso te verantwoorden richting de gemeenteraad. Er hoort dus ook een participatieverordening te worden vastgesteld door gemeenten, waarbij ook duidelijk wordt gemaakt op welke manier men participeert. De gemeenten, provincies en waterschappen moeten vervolgens bij de vaststelling van onder meer het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening aangeven hoe zij de omgeving erbij betrokken hebben en wat de uitkomsten daarvan zijn. Dat is de manier waarop de motie-Nooren uiteindelijk vorm en inhoud heeft gekregen. Koepels helpen daar natuurlijk bij, met handreikingen. Provincies en waterschappen hebben bijna allemaal dat participatiebeleid al vastgesteld. Bij gemeenten is het wisselend. Sommige zijn er al heel ver mee. Bij sommige is het participatiebeleid dat was vastgesteld, nog wat ouder. Dat moet juist worden ververst de komende periode. Ze gaan dat dus sowieso verversen naar aanleiding van de wetswijziging die nog in de Eerste Kamer moet landen. Naar aanleiding van die wetswijziging gaan ze dat participatiebeleid sowieso nog versnellen. Ik kan niet exact aangeven welk deel van de gemeenten zijn participatiebeleid al helemaal heeft aangepast. Ik zou willen toezeggen dat ik dat meeneem in de kwartaalrapportage die we wat grondiger doen, met ook die onafhankelijke blik van die evaluatiecommissie. Laat ik nou eens een halfjaar na invoering, dus in de tweede kwartaalrapportage die wat grondiger vorm krijgt, deze vraag preciezer proberen te beantwoorden. Dat lukt mij namelijk op dit moment niet. Ik heb geen realtimeoverzicht. Ik weet wel dat alle gemeenten er flink mee aan de slag zijn.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 26-27
Minister De Jonge:
(…)
“Mijn stelling is dus dat de manier waarop we het nu hebben ingericht, er echt toe gaat leiden dat het participatiebeleid verbetert. Het verbetert door initiatiefnemers, omdat ze daartoe worden aangemoedigd. Het verbetert door gemeenten, omdat wethouders zich daartoe aangemoedigd zullen voelen door vertegenwoordigers van de bevolking, namelijk die in de gemeenteraden. Dat leidt tot een participatieverordening waarin er ook voorwaarden aan de participatie zullen worden gesteld. Of dat allemaal goed genoeg is, gaan we eventjes beschrijven in de tweede kwartaalrapportage van volgend jaar. Dat heb ik zojuist toegezegd. We zullen die dan ook van een onafhankelijke toets voorzien.”
Kamerstukken I 33 118/34 986, FQ, p. 1-2
“Tijdens het mondeling overleg van 24 oktober heb ik uw Kamer enkele toezeggingen gedaan met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet. Ik hecht er waarde aan om deze toezeggingen helder op papier te zetten, zodat voor de Kamer duidelijk is welke acties ik zal verrichten om de Kamer tot aan 1 januari alsook na 1 januari 2024 goed te blijven informeren over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet.
Toezeggingen ten aanzien van de monitoring en rapportage implementatie Omgevingswet
Samen met de bestuurlijke partijen heb ik intensief overleg over de monitoring op de voortgang van de implementatie. Ik heb de bouwblokken waarlangs wij dit in gezamenlijkheid doen benoemd. Het gaat om: hoe staan de bevoegde gezagen ervoor, in hoeverre is het DSO gereed, zijn de financiële afspraken op orde, en zijn de serviceketen en de calamiteitenorganisatie ingericht. Voor de monitoring over de uitvoeringspraktijk is door mij een evaluatie-commissie ingesteld die jaarlijks de monitoring voorziet van een onafhankelijk oordeel en daarnaast brengt de commissie na 5 en 10 jaar ook een gedegen evaluatierapport uit. Omdat ik de zorgvuldigheid en tijdigheid om bij te sturen met mevrouw Kluit deel, zal ik in aanvulling op de al voorziene voortgangsbrieven die per kwartaal worden opgesteld, de volgende zaken additioneel inregelen:
(…)
-
–Ook zal ik nadrukkelijk – in lijn met de motie Nooren c.s. monitoren in hoeverre de bevoegd gezagen hun participatiebeleid op orde hebben.
-
-Daarnaast zal ik monitoren hoe bevoegd gezagen participatie in de praktijk toepassen in zowel de planketen als bij vergunningverlening. Hiermee kom ik tegemoet aan de zorgen die mevrouw van Langen-Visbeek (BBB) uitte.
(…)”
Brondocumenten
-
-
brief van de minister van BZK over de tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 gedane toezeggingen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet EK 33.118 / 34.986, FQ Bevat bijlage
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen. -
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren uitvoering motie-Moonen (33.118/34.986) (T03745)
De minister van Binnenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe om in de eerste voortgangsbrief in 2024 de uitkomsten van lopend onderzoek naar de technische en procesmatige invulling van de motie-Moonen c.s. over het publiceren van voornemens van besluiten uiteen te zetten.
| Nummer | T03745 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Digitaal Stelsel Omgevingswet Omgevingswet participatie |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 9-10
Mevrouw Moonen (D66):
“Ik rond af. Laat ik kort zijn over de moties. Die moties moeten gewoon allemaal worden uitgevoerd. Ik noem de moties-Kluit -- dat zijn er twee -- de motieJanssen en de motie-Moonen. Ik vind het antwoord in de brief van de minister, ook over de motie-Moonen, echt heel erg onzinnig. "We gaan eens bekijken of we toch nog kennisgeving 10 kunnen opnemen in dezen." Dat was echt niet de strekking in het debat. De moties en het aannemen daarvan waren voor onze fractie cruciaal om in te stemmen met deze invoering; laat ik daar eerlijk over zijn. Er moet dus worden geleverd wat betreft de uitvoering van de moties.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 23-24
Mevrouw Moonen (D66):
“Ja. Je hebt participatie op twee niveaus. U beschrijft de motie-Nooren. Dat zit aan de beleidskant bij het opstellen van de omgevingsplannen. Het is ook verplicht dat je aangeeft hoe je aan die participatie invulling geeft. Dat moet je ook feitelijk doen. Het debat van gisteren gaat zeker helpen in de wetgeving voor de verplichting. Ik maak nu even een sprong. De motie die ik zelf heb ingediend -- een grote meerderheid heeft voorgestemd; alleen de PVV heeft tegengestemd, maar alle anderen hebben voorgestemd -- was ook ter bescherming van het punt dat de collega van BBB zojuist maakte. Daarom ben ik er ook zo voor dat die motie wordt uitgevoerd, want die beschermt de burger en het bedrijf. Het voornemen van het besluit moet in het DSO staan. Dan word je erop geattendeerd. Dan overkomt het je niet. Ter bescherming van burgers en bedrijven is het zo belangrijk dat de motie-Moonen wordt uitgevoerd. Een casus zoals zonet is beschreven, zal zich minder snel voordoen. Je wordt er namelijk op geattendeerd als er een ontwikkeling gaat plaatsvinden, bijvoorbeeld in je nabije omgeving, zodat je daar iets van kan vinden. Dat bevordert dus aan de voorkant betrokken zijn en niet verrast worden door ontwikkelingen die je misschien helemaal niet wil in je eigen omgeving.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 25-26
Minister De Jonge:
“Zeker. Ik weet dat dat voor u een belangrijke motie is.”
Mevrouw Moonen (D66):
“Zeker. Niet alleen voor mij, maar Kamerbreed.”
Minister De Jonge:
“Zeker. Ik pak 'm er even bij. Ik vergeet de vraag van mevrouw Van Langen niet, hoor.
Even over de techniek van dat DSO. Ik ga heel erg graven in mijn geheugen, maar de motie-Moonen zegt eigenlijk het volgende. Je moet twee dingen willen regelen in dat DSO. Allereerst, als je in het Omgevingsloket kijkt naar wat er op dat stukje gras waar je graag iets zou willen bouwen allemaal aan regels geldt, moet daar eigenlijk een vlaggetje omhooggaan om te weten: hé, daar is een plan incoming. Als je dat weet, weet je namelijk ook dat je rekening te houden hebt met een potentiële verandering van gegevens. Dat is het eerste. Dat is vooral techniek. Dat is volgens mij techniek die doenlijk is. Het kost alleen tijd om die te ontwikkelen. Het is ook boven op het inwerkingtredingsniveau. Het is dus niet af voor 1 januari. Dat was ook niet de bestelling in de motie. Het moest geregeld worden, zei u. Ik heb gezegd dat ik dat ga doen en dat ik dat met de medeoverheden ga bespreken. Dit is vooral de technische kant. Daar moet een nieuwe koppeling worden aangebracht.
Dan is er ook nog een inhoudelijke kant. U heeft namelijk gezegd dat u wilt dat inzichtelijk wordt gemaakt wat de ontwerpplannen zijn. Daarvan heb ik gezegd: dat is doenlijk vanaf een zekere status, namelijk op het moment dat B en W in formele zin een ontwerpverordening, een ontwerpplan, een omgevingsplan, heeft gemaakt. Dan heeft het een formele status. Dan heeft het ook een omgevingsstandaard waaraan voldaan moet worden. Dan is het doenlijk. Eerdere concepten daarvoor heb ik als onderzoeksvraag meegenomen, omdat dat veel ingewikkelder is, omdat er variatie zit in de standaarden die op dit moment worden gebruikt door de decentrale softwareleveranciers, daar nog geen standaard over afgesproken is in het DSO en het ook de vraag is of gemeenten er eigenlijk wel op zitten te wachten om daar een standaard voor af te spreken. Als je dat doet, betekent dat namelijk ook dat de ontwerpschetsen allemaal op dezelfde manier gemaakt mogen worden. Je zou de vrijheid kunnen hebben om een avond in een buurthuis met een ontwerp op schoot te zitten en lekker schetsend met elkaar het gesprek te voeren over hoe je vindt dat de buurt moet worden aangepakt. Dat is dan moeilijker te doen, omdat het allemaal aan diezelfde standaarden moet voldoen.
Ik denk dus dat het eerlijke antwoord op de motie-Moonen als volgt gaat zijn. Het vlaggetje moeten we kunnen fixen. De conceptplannen zijn mogelijk vanaf een zekere formele status. Vanaf de statussen daarvoor zijn het met name de lokale planleverancies die dat inzichtelijk zouden moeten kunnen maken. Dat is alleen in het DSO niet te ontsluiten zonder daarmee ook de ruimte van gemeenten heel erg te verkleinen. Daarom is het de vraag of we dat moeten doen. Ik kom in het eerste kwartaal bij mevrouw Moonen terug met de manier waarop ik denk dat we de motie kunnen uitvoeren. Voordat we het gaan doen, kom ik eerst met een brief. U kunt dan ook beoordelen of u dat voldoende vindt aansluiten bij de motie zoals u die heeft ingediend.”
Kamerstukken I 33 118/34 986, FQ, p. 2-3
“(…)
Toezegging ten aanzien van de motie Moonen
Tijdens het mondeling overleg heeft mevrouw Moonen nogmaals het belang van de uitvoering van haar eerdere motie benadrukt. Ik herken hiervan de urgentie. Voor een goed participatieproces is het van belang dat bevoegde gezagen de besluiten die in voorbereiding zijn, op een goede manier beschikbaar kunnen stellen en raadpleegbaar kunnen maken voor eenieder. Tegelijkertijd is de uitvoering een technisch en procesmatig complex vraagstuk. Ik wil namelijk voorkomen dat de voorbereiding van besluiten belemmeringen ondervinden door al bepaalde standaarden voor te schrijven voor de beschikbaarstelling. Het is immers aan de bevoegde gezagen om te bepalen in welk stadium van de voorbereiding, op welke wijze en in welke vorm stukken beschikbaar worden gesteld en participatiemogelijkheden worden geboden. Technische oplossingen zouden die vrijheden niet moeten beperken. Ik heb de Kamer daarom toegezegd om in de voortgangsbrief van het eerste kwartaal 2024 de uitkomsten van lopend onderzoek naar de technische en procesmatige invulling van de motie, uiteen te zetten.”
Brondocumenten
-
-
brief van de minister van BZK over de tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 gedane toezeggingen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet EK 33.118 / 34.986, FQ Bevat bijlage
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen. -
motie van het lid Moonen c.s. over het bevorderen van participatie EK 33.118 / 34.986, FB
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren over gebruik TAM's en moment uitfasering (33.118/34.986) (T03746)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB), Moonen (D66) en Rietkerk (CDA), toe in de voortgangsbrieven in te gaan op het gebruik van de tijdelijk alternatieve maatregelen (TAM’s) en in nauwe samenspraak met bevoegd gezagen te bezien wat het juiste moment is om deze uit te faseren.
| Nummer | T03746 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. A. van Langen-Visbeek (BBB) Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Omgevingswet tijdelijke alternatieve maatregelen |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 6-7
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
(…)
“Als een organisatie of een gemeente nu onvoldoende geoefend heeft met het DSO-LV, kan het bevoegd gezag terugvallen op tijdelijke alternatieve maatregelen, ofwel TAM. Dit zal echter op termijn extra inzet vragen van diezelfde organisatie. Kunt u een indicatie geven van de extra tijd die bij bijvoorbeeld gemeentes gemoeid is met het omzetten van TAM naar STOP of TPOD? Is STAM straks op tijd helemaal gebruiksklaar? Gaat de tijd die gemoeid is met het omzetten hiervan niet ten koste van -- ook een ambitie van deze minister -- het bouwen van woningen? Is het mogelijk de tijdelijke alternatieve maatregelen niet één jaar, maar twee jaar in te zetten, zodat gemeenten meer tijd en ruimte hebben voor de omschakeling naar de Omgevingswet?”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 9
Mevrouw Moonen (D66):
(…)
“Er zijn te veel gemeenten die op dit moment nog onvoldoende voorbereid zijn om te kunnen werken met zowel het Toepassingsprofiel Omgevingsdocumenten als met de standaard voor officiële publicaties. Die publicaties zijn ontzettend belangrijk. Ook hebben veel gemeenten nog geen structuur waarbinnen ze deze aanvragen digitaal goed kunnen verwerken. Dan is er ook nog eens een groot aantal gemeenten dat zowel die standaarden voor officiële publicaties niet af heeft, maar ook die toepassingsprofielen voor de omgevingsdocumenten niet. Als ze ook die structuur niet hebben, dan blijft er maar één ding voor hen over, namelijk de tijdelijke alternatieve maatregel en het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening. Dat Informatiemodel Ruimtelijke Ordening hebben we al; dat is eigenlijk de huidige praktijk. Ik was zelf natuurlijk al veel langer bezorgd over die technische uitvoering. Dat is een van de redenen waarom ik er in eerdere debatten steeds aandacht voor heb gevraagd om die tijdelijke alternatieve maatregel langer in stand te houden. Zolang als nodig is, heb ik zelfs in het debat gezegd. Je mag er helemaal geen eindtijd op zetten als je zelf als overheid als het gaat om je dienstverlening niet levert. We kunnen toch wel zeggen dat daar sprake van is en dat er op een aantal punten technisch onvoldoende wordt geleverd. De gebruikers, de bedrijven en de burgers mogen daar uiteindelijk niet het slachtoffer van zijn. Daarom vind ik dat er geen enkele eindtijd mag zitten op die tijdelijke alternatieve maatregel. Dat is namelijk hun enige ankerpunt om nog op een ordentelijke manier de burgers en bedrijven te helpen bij hun vergunningaanvraag.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 11-12
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“In het verlengde van de vraag van mevrouw Moonen: hoe staat het met de tijdelijke alternatieve maatregelen, die nu voor twee jaar mogelijk zijn, dacht ik, even los van bestemmingsplannen die nog tot 2029, dus nog een hele tijd, van kracht kunnen zijn? Is het nodig om nu of wellicht bij de jaarlijkse evaluatie, bij de reflectie, de mogelijkheid te hebben om daar goed naar te kijken? Het is immers niet een soort big bang, zoals Co Verdaas duidelijk aangaf. Het is een proces waar we middenin zitten. Tot slot monitoring en evaluatie.”
(…)
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“De motie-Rietkerk c.s. over een in te stellen evaluatiecommissie is aangenomen. Daar staat ook in dat er een jaarlijkse reflectie is, een jaarlijks moment. Jaarlijks wordt deze Kamer geïnformeerd. Kan de minister aangeven of daar ook de voortgang rondom de tijdelijke alternatieve maatregelen in zit, net als de personeelskrapte?”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 28
Minister De Jonge:
(…)
“Werken al die TAM's? Nou, ik heb de heer Rietkerk geantwoord: ja dus, behalve dat projectbesluit. Althans, dat werkt wel, maar het moet echt nog één keer getest worden om ook de laatste bevindingen er goed doorheen te helpen. We blijven dat natuurlijk monitoren.
Ik verwacht overigens het volgende. Dit was een andere vraag van mevrouw Moonen en het was volgens mij ook een vraag van mevrouw Kluit. Hoelang mogen gemeenten die tijdelijke alternatieve maatregelen gebruiken? Dat mag van mij heel lang, maar ik denk dat gemeenten dat zelf niet willen. Als je namelijk een tijdelijke alternatieve maatregel gebruikt om bijvoorbeeld een omgevingsplan te maken, dan maak je dat eigenlijk in de software van het huidige systeem. Daarvan weet je hoe het werkt en dat is voor nu even makkelijk. Maar dat betekent ook dat je ooit een keer de overstap naar die nieuwe programmeertaal moet maken. Ik zeg dus even met verschrikkelijke afkortingen: als je voor de tijdelijke alternatieve maatregel van het omgevingsplan IMRO gebruikt, dan weet je dat je ooit over moet gaan op STOP/TPOD. Ja, dit is allemaal verschrikkelijk. Ik heb die term ook niet bedacht. IT'ers weten precies waar het over gaat. De gemeenten weten ook precies waar het over gaat. Die weten: het gaat ons later meer tijd kosten als we onszelf te veel tijd gunnen om te lang met die tijdelijke alternatieve maatregelen bezig te zijn. Ik heb dus met de gemeenten afgesproken dat het in beginsel een jaar is. In de loop van dat jaar, namelijk ook weer na dat tweede kwartaal, gaan we bekijken of ze nog meer tijd nodig hebben. Ik zeg nu alvast, zoals ik ook in maart heb gezegd, dat ik daar niet vóór ga liggen. Ik vind het namelijk niet erg als het langer nodig zou zijn. Ik denk alleen dat gemeenten er zelf voor gaan liggen, omdat ze weten: dit kost ons later alleen maar meer implementatietijd. Die gaan daar dus zelf niet voor kiezen, is mijn overtuiging.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 35
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
“Tot slot. De tijdelijke maatregelen -- ik kort het even niet af -- zijn voor één jaar. Ik denk dat we dan ook in de kwartaalbrief of in de voortgangsbrief zicht krijgen op hoe het werkt. Ik zie het dilemma bij gemeentebestuurders en ook provinciale bestuurders, van: we willen geen dubbele kosten maken en we willen wat druk houden op het tempo. Maar ik heb de minister ook horen zeggen: ik ga er niet dwars voor liggen. Als de medeoverheden dit dan toch nog willen verlengen -- wat we niet hopen, omdat dat dubbele kosten met zich meebrengt -- en als dat nodig is, dan is het nodig. Dan is de enige vraag nog: wanneer krijgen we dat in beeld? Volgens mij is dat voor de uitvoeringspraktijk en ook voor de duidelijkheid, de rechtszekerheid en de kenbaarheid van belang.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 37
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de tijdelijke alternatieve maatregelen. Ik denk dat het eigenlijk zo is -- de heer Rietkerk en ook mevrouw Van Langen vatten dat zo samen -- dat ik zelf geen religieuze opvattingen heb over hoelang die tijdelijke alternatieve maatregelen zouden mogen worden gebruikt. We hebben nu de praktische afspraak gemaakt om dat voor een jaar te doen. Waarom? Een jaar is lekker lang en een jaar is ook weer kort genoeg om te voorkomen dat we eindeloos dubbel werk creëren voor daarna. Maar laten we in de loop van dit jaar kijken of het eigenlijk wel kan dat we het maar een jaar doen. Als het langer nodig is, ben ik niet degene die daarvoor gaat liggen. Dat zeg ik nu alvast. Dat heb ik ook gezegd in het debat in maart. Dat gaan we gewoon met elkaar bekijken.
Daarbij ga ik heel goed luisteren naar de uitvoeringspraktijk, naar de gemeenten. Dat zijn niet alleen de grote gemeenten. Als de VNG, die alle gemeenten vertegenwoordigt, zegt "geef ons nou nog een jaar langer", dan ga ik daar niet voor liggen, zeg ik op voorhand. Ik weet alleen niet of ze dat zullen zeggen, want misschien zeggen ze wel: joh, laten we maar een punt zetten achter die tijdelijke alternatieve maatregelen, want het levert later alleen maar dubbel werk op. Laten we dat besluit nemen als we ook de eerste observaties hebben opgedaan. Misschien zijn er op enkele fronten nog tijdelijke alternatieve maatregelen mogelijk, maar op een aantal andere fronten niet meer. Ik zou bijna willen zeggen dat ik als was ben in de handen van de uitvoeringspraktijk. Ik ga daar gewoon heel goed naar kijken. Volgens mij zit u daar ook zo in en is dat ook uw aanmoediging.”
Kamerstukken I 33 118/34 986, FQ, p. 1-2
“Tijdens het mondeling overleg van 24 oktober heb ik uw Kamer enkele toezeggingen gedaan met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet. Ik hecht er waarde aan om deze toezeggingen helder op papier te zetten, zodat voor de Kamer duidelijk is welke acties ik zal verrichten om de Kamer tot aan 1 januari alsook na 1 januari 2024 goed te blijven informeren over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet.
Toezeggingen ten aanzien van de monitoring en rapportage implementatie Omgevingswet
Samen met de bestuurlijke partijen heb ik intensief overleg over de monitoring op de voortgang van de implementatie. Ik heb de bouwblokken waarlangs wij dit in gezamenlijkheid doen benoemd. Het gaat om: hoe staan de bevoegde gezagen ervoor, in hoeverre is het DSO gereed, zijn de financiële afspraken op orde, en zijn de serviceketen en de calamiteitenorganisatie ingericht. Voor de monitoring over de uitvoeringspraktijk is door mij een evaluatie-commissie ingesteld die jaarlijks de monitoring voorziet van een onafhankelijk oordeel en daarnaast brengt de commissie na 5 en 10 jaar ook een gedegen evaluatierapport uit. Omdat ik de zorgvuldigheid en tijdigheid om bij te sturen met mevrouw Kluit deel, zal ik in aanvulling op de al voorziene voortgangsbrieven die per kwartaal worden opgesteld, de volgende zaken additioneel inregelen:
(…)
-
–In de voortgangsbrieven zal ik ingaan op het gebruik van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s) door bevoegd gezagen en in overleg met de bestuurlijke partners bezien wat het juiste moment is om de TAM’s uit te faseren. Ik hecht eraan te herhalen dat het langer dan nu voorzien in de lucht houden van deze TAM’s een negatief effect heeft op de te realiseren maatschappelijke baten en ook op de werklast voor de bevoegde gezagen.
(…)”
Brondocumenten
-
-
brief van de minister van BZK over de tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 gedane toezeggingen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet EK 33.118 / 34.986, FQ Bevat bijlage
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
-
13 mei 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
18 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
3 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over voortgang implementatie Omgevingswet - vierde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GH
-
-
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
9 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over ontwikkelingen in de implementatie van de Omgevingswet
Voor kennisgeving aangenomen op 9 juli 2024.
EK 33.118 / 34.986, GB
-
-
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
5 maart 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Invulling geven aan principes invoeringstoets Omgevingswet (33.118/34.986) (T03747)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Langen-Visbeek (BBB) en Kluit (GroenLinks-PvdA), toe invulling te geven aan de principes van een invoeringstoets door:
-
•bij de 2e en 4e voortgangsbrief in 2024, horende bij het tweede en vierde kwartaal, de onafhankelijke evaluatiecommissie te vragen om nadere duiding van de voortgang.
-
•na dit eerste jaar te bezien of een onafhankelijke duiding van de evaluatiecommissie ook na 18 maanden (2e kwartaal 2025) nog noodzakelijk is.
-
•met de minister voor Rechtsbescherming in contact te treden om de Omgevingswet op te laten nemen in het overzicht van invoeringstoetsen.
-
•de thematische opzet van de invoeringstoets ook herkenbaar in de voortgangsbrieven te borgen, waaronder signalen over de werking van de Omgevingswet vanuit het burgerperspectief.
| Nummer | T03747 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA) drs. A. van Langen-Visbeek (BBB) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | evaluatiecommissie evaluaties invoeringstoets Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 4
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik ben bijna klaar. Hoe gaat de minister dat monitoren en in de praktijk brengen? Tot slot. Ik denk serieus na over de vraag of we het nog gaan proberen te stoppen, maar mocht dat niet gebeuren en we de wetgeving invoeren, dan hebben we nog een instrument waarmee we heel snel de problemen voor burgers in beeld brengen en dat is de invoeringstoets. Dat is een van de lessen die wij getrokken hebben uit de toeslagenaffaire. Daarmee kun je heel snel wetgeving wijzigen of terugtrekken als die echt problemen veroorzaakt. Mijn vraag is dan ook of de minister samen met de koepel wil toezeggen om na zes en achttien maanden zo'n invoeringstoets te doen. Dat is niet de evaluatie na een jaar, maar een lichtere toets die specifiek bedoeld is voor wetgeving waar we ons zorgen over maken. Dan mijn laatste vraag. Ik heb 'm al vaak gesteld, maar ik stel 'm nog een keer aan de minister. Is het nou echt niet beter om het nog een keer uit te stellen? Dat zijn mijn vragen.
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 7
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
(…)
Concluderend. Acht de minister invoering van deze wet nu verantwoord, gezien de beperkte capaciteit bij lagere overheden en de vele taken waar zij voor staan? Ik noem bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen en de woningbouw. Kunt u garanderen dat de Omgevingswet daadwerkelijk zal leiden tot versnelling van ruimtelijke plannen? Op welke termijn dan? Welke zekerheden bent u bereid in te bouwen? Wij denken dan bijvoorbeeld aan een invoeringstoets of verlenging van de TAM naar twee jaar, of liefst allebei, of wellicht opnieuw uitstel. Wat vijf keer kan, kan ook zes keer. Graag uw reactie. Dank u wel.
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 14-16
Minister De Jonge:
(…)
“Laat ik beginnen met een aantal algemene vragen die zijn gesteld over de evaluatie en een eventuele invoeringstoets. Er is gevraagd hoe we daartegen aankijken. Ik begin dus even algemeen. Daarna ga ik per bouwblok door de vragen heen. Allereerst het punt van de evaluatie, waar de heer Rietkerk aan refereert. Hij refereert natuurlijk ook aan zijn motie, de motie-Rietkerk. Dit is inderdaad een van de moties die we gewoon uit te voeren hebben, om die vraag van mevrouw Kluit gelijk maar even te beantwoorden. Als een motie is aangenomen, is dat een opdracht van de Kamer aan het kabinet en heb ik me daartoe te verhouden. Dan doe ik mijn best om die zo goed als mogelijk uit te voeren. Ik zal ook toelichten wat de stand van zaken is wat betreft de moties waaraan gerefereerd is.
Ten aanzien van die evaluatie geldt het volgende. We hebben eind 2022 een evaluatiecommissie ingesteld. Die is dus al benoemd. Die evaluatiecommissie komt binnenkort met haar plan van aanpak. Dat zullen ze aan mij aanbieden en dan zal ik het uiteraard ook aan de Kamer aanbieden. Wij hebben afgesproken dat we de wettelijke bepalingen, namelijk een evaluatie na tien jaar en na vijf jaar, verrijken met een jaarlijkse monitoring en een jaarlijkse onafhankelijke blik van de evaluatiecommissie op die monitoring. Dus ja, de evaluatiecommissie zal de daadwerkelijke doeltreffendheid van de wet -- u kent al die termen -- pas na vijf jaar kunnen evalueren.
(…)
Dan de invoeringstoets. Ik ben daarvoor. U refereerde aan de toeslagenaffaire. Zelf heb ik vorige week nog de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten behandeld. Daarvan denk ik ook: als we daarbij nou eens een invoeringstoets hadden gedaan een paar maanden na de daadwerkelijke invoering in 2017 -- daar hadden we echt niet zo veel tijd voor nodig gehad -- dan hadden we echt al heel veel eerder alle niet-functionerende delen eruit kunnen halen. Die zijn er nu gewoon zes jaar lang in blijven zitten! Dat is voor de uitvoeringspraktijk echt killing geweest. Dat was nergens voor nodig. Dat hadden we echt eerder kunnen oplossen. Ik ben er dus voor om op die manier te kijken en op die manier te werken. Dat wil ik ook met de Omgevingswet doen. Vandaar ook die jaarlijkse monitoring en de onafhankelijke review van die jaarlijkse monitoring door een evaluatiecommissie, en de daadwerkelijke evaluatie na vijf jaar. Maar ik denk dat bij u en ook bij mijzelf de behoefte bestaat om daarin nog iets verder te gaan. U bent in de afgelopen periode gewend geweest per kwartaal ons eigen ambtelijke beeld te krijgen, dat door mij natuurlijk politiek gedragen wordt, van de stand van de implementatie. Dat leidt tot vrij lijvige brieven. Die stem ik natuurlijk af met de bevoegde gezagen. We voeren deze wet in gezamenlijkheid in, dus ik stem dat af met de bevoegde gezagen. Die brieven krijgt u nu per kwartaal. Ik wilde daar eigenlijk maar gewoon mee doorgaan in het nieuwe jaar, zodat u in het nieuwe jaar ook per kwartaal een brief krijgt over de stand van de implementatie. Ik zou die evaluatiecommissie -- ik moet dit nog met ze bespreken hoor, maar ik zeg dit omdat u begint over een invoeringstoets -- willen vragen om al na een halfjaar een onafhankelijke blik te hebben op de tweede kwartaalrapportage. Dan maak ik de tweede kwartaalrapportage wat grondiger dan een gemiddelde kwartaalrapportage en vraag ik de evaluatiecommissie om daar een onafhankelijke review op te doen. Ik denk dat dat helpt om met elkaar een beeld te krijgen van de uitvoering. Dat helpt ons op verschillende manieren. Het eerste punt is -- dat is het belangrijkste, want dat is het doel ervan -- dat als dingen die een relatie hebben met wetgeving, vrij snel in de praktijk niet blijken te werken, je niet tot de evaluatie, vijf jaar na dato, hoeft te wachten om die te repareren. Dat is één. Het tweede. Een zorg die ik heb, is dat we allerlei n=1-signalen als pars pro toto gaan zien. Er zal namelijk bij een gemeente iets misgaan. Ik denk dat we daar niet onmiddellijk van in de paniek moeten schieten. Dat moeten we gewoon oplossen. Dat gaan we ook doen. Daar is alles op ingericht. We moeten dan niet onmiddellijk doen alsof het gegeven dat dit bij deze gemeente misging, betekent dat het bij alle gemeenten aan het misgaan is. Het geeft ook iets meer objectivering van de feiten zoals ze ons toekomen. Dat zou ik eigenlijk als toezegging willen doen. In aanvulling op de toezegging die ik al had 16 gedaan naar aanleiding van de motie-Rietkerk, zou ik eigenlijk willen zeggen: we gaan door met de kwartaalrapportages zoals we ze maken, en de tweede kwartaalrapportage zal een grondige zijn waar ik ook een onafhankelijke review van de evaluatiecommissie op zal vragen. Ik denk dat dat helpt.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 17-18
Minister De Jonge:
(…)
“Hoort dat dan ook bij de invoeringstoetsen zoals Franc Weerwind daarover met de Kamer heeft gecommuniceerd? Ik dacht dat dit niet op zijn lijstje stond, maar ik heb eens nagezocht wat eigenlijk de definitie is van een invoeringstoets volgens het ministerie van JenV. Daar staat: "De invoeringstoets kan beschreven worden als een lichtvoetige bestudering." Nou, dat lijkt me al te veel joie de vivre voor de grondige voortgangsrapportages zoals u die van ons verwacht. Ik wilde het dus wat Duitser en degelijker aanpakken. Of collega Weerwind mijn Omgevingswet dan alsnog op zijn lijstje zou willen zetten, laat ik eventjes aan hem. Ik denk het eerlijk gezegd wel. Ik denk namelijk dat wat wij doen minstens aan deze definitie kan voldoen en eigenlijk daaroverheen gaat.
Dan achttien maanden. Ik ga in ieder geval het volgend jaar door met kwartaalrapportages. Ik ga in ieder geval jaarlijkse monitoring doen. Ik ga in ieder geval zorgen dat die onafhankelijke evaluatiecommissie de jaarlijkse monitoring van een onafhankelijke review voorziet en de tweede kwartaalrapportage ook, dus na een halfjaar. Laten we even bezien wat de behoefte is als we een jaar verder zijn. Als u zegt "mijn behoefte is gewoon na achttien maanden nog een keer", dan doen we het na achttien maanden nog een keer. Want een vinger aan de pols, wat mij betreft tien vingers aan de pols, is precies wat nodig is bij die uitvoeringspraktijk.”
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Dank. Zou de minister aan minister Weerwind willen vragen of het op het lijstje kan? Ik snap dat het misschien lastig is om dat nu te zeggen. Dan kunnen we het er inderdaad volgend jaar over hebben of het met achttien maanden ook nog nodig is.
Minister De Jonge: Als u het goed vindt dat ik het niet lichtvoetig doe.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Nee. Ik ben benieuwd naar het burgerperspectiefonderdeel, want dat zit nu nog niet in de voortgangsrapportage.
Minister De Jonge:
Nee, in de monitoring komt die wel. Laat ik het in elk geval toevoegen aan de kwartaalrapportages per halfjaar. Waarom zit het er nu niet in? Omdat er nu vooralsnog geen burgerperspectief is, omdat burgers er nog geen ervaring mee opgedaan hebben. Nu stem ik de voortgangsrapportages natuurlijk wel af met de medeoverheden.
Kamerstukken I 33 118/34 986, FQ, p. 1-2
“Tijdens het mondeling overleg van 24 oktober heb ik uw Kamer enkele toezeggingen gedaan met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet. Ik hecht er waarde aan om deze toezeggingen helder op papier te zetten, zodat voor de Kamer duidelijk is welke acties ik zal verrichten om de Kamer tot aan 1 januari alsook na 1 januari 2024 goed te blijven informeren over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet.
Toezeggingen ten aanzien van de monitoring en rapportage implementatie Omgevingswet
Samen met de bestuurlijke partijen heb ik intensief overleg over de monitoring op de voortgang van de implementatie. Ik heb de bouwblokken waarlangs wij dit in gezamenlijkheid doen benoemd. Het gaat om: hoe staan de bevoegde gezagen ervoor, in hoeverre is het DSO gereed, zijn de financiële afspraken op orde, en zijn de serviceketen en de calamiteitenorganisatie ingericht. Voor de monitoring over de uitvoeringspraktijk is door mij een evaluatie-commissie ingesteld die jaarlijks de monitoring voorziet van een onafhankelijk oordeel en daarnaast brengt de commissie na 5 en 10 jaar ook een gedegen evaluatierapport uit. Omdat ik de zorgvuldigheid en tijdigheid om bij te sturen met mevrouw Kluit deel, zal ik in aanvulling op de al voorziene voortgangsbrieven die per kwartaal worden opgesteld, de volgende zaken additioneel inregelen:
(…)
-
–Ik zal bij de 2e en 4e voortgangsbrief in 2024, horende bij het tweede en vierde kwartaal, de onafhankelijk evaluatiecommissie vragen om nadere duiding van de voortgang. Na dit eerste jaar zal ik bezien of een onafhankelijke duiding van de evaluatiecommissie ook na 18 maanden (2e kwartaal 2025) nog noodzakelijk is.
-
–Ik zal met mijn collega Weerwind in contact treden om de Omgevingswet op te laten nemen in het overzicht van invoeringstoetsen. Daarbij zal ik ervoor zorgdragen dat de thematische opzet van de invoeringstoets ook herkenbaar in de voortgangsbrieven wordt geborgd, waaronder signalen over de werking van de Omgevingswet vanuit het burgerperspectief.
(…)”
Brondocumenten
-
-
brief van de minister van BZK over de tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 gedane toezeggingen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet EK 33.118 / 34.986, FQ Bevat bijlage
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
-
7 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
23 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
20 augustus 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, tweede kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GP
-
-
13 mei 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
16 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over stand van zaken uitvoering Omgevingswet, eerste kwartaal 2025
EK 33.118 / 34.986, GJ
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
5 november 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten: -
17 oktober 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over de voortgang implementatie Omgevingswet - derde kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GE
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
10 september 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
14 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
23 april 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 april 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van BZK over voortgang implementatie Omgevingswet - eerste kwartaal 2024
EK 33.118 / 34.986, GA
-
-
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Ervaringen hanteren termijnen rondom zienswijze en beroep (33.118/34.986) (T03748)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Langen-Visbeek (BBB), toe om jaarlijks stil te staan bij de ervaringen van burgers, bedrijven en bevoegd gezagen met het hanteren van de termijnen rondom zienswijze en beroep.
| Nummer | T03748 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 24 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. A. van Langen-Visbeek (BBB) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | behandeltermijnen Omgevingswet |
| Kamerstukken | Invoeringswet Omgevingswet (34.986) Omgevingsrecht (33.118) |
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 6
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
(…)
“Dan de behandeltermijnen. We hebben de Ombudsman daar ook weleens over gehoord. Daar moeten we ook naar kijken. Hoe realistisch is de termijn van veertien weken voor gemeenten en van zes maanden voor de Raad van State, waar je nu gemiddeld anderhalf jaar moet wachten op een uitspraak? Hoe haalbaar zijn die termijnen? Er wordt gesuggereerd dat dit bij invoering van de wet zal leiden tot heel veel extra juridische procedures. Hoe schat de minister dat in? Wat zijn de gevolgen voor de genoemde termijnen? Concluderend. Acht de minister invoering van deze wet nu verantwoord, gezien de beperkte capaciteit bij lagere overheden en de vele taken waar zij voor staan? Ik noem bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen en de woningbouw. Kunt u garanderen dat de Omgevingswet daadwerkelijk zal leiden tot versnelling van ruimtelijke plannen? Op welke termijn dan? Welke zekerheden bent u bereid in te bouwen? Wij denken dan bijvoorbeeld aan een invoeringstoets of verlenging van de TAM naar twee jaar, of liefst allebei, of wellicht opnieuw uitstel. Wat vijf keer kan, kan ook zes keer. Graag uw reactie. Dank u wel.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 23
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
“Het gaat hier ook over de overheid die dus een belangrijke taak als participatie niet overlaat aan een belanghebbende partij. In die zin gaat het ook over het vertrouwen in de overheid als onafhankelijke partij. U zegt dat zo'n gemeenteraad genoeg corrigerend vermogen heeft, maar die krijgen ook allemaal jongeren die een woning willen en die tot hun 30ste bij hun ouders thuis wonen. Die zeggen dus: "Er moeten woningen gebouwd worden. We krijgen altijd de klagers aan het loket. Er is keurig participatie geweest." Dat bedoel ik dus. Dan krijg je misschien meer rechtszaken. Dan komen we op mijn verhaal over de termijnen, maar ik wacht uw beantwoording af.”
Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 37-38
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
“Ik had heel graag nog iets gehoord over de termijnen. Ik vraag er nu voor de derde keer naar. Hoe realistisch zijn die termijnen van veertien weken voor gemeenten en een halfjaar voor de Raad van State, ook gezien de huidige praktijk waarin dat gewoon anderhalf jaar is? Dat is misschien ook weer een uitvoeringsvraag.”
De voorzitter:
“Misschien dat de minister daar ook schriftelijk op kan terugkomen.”
Minister De Jonge:
“Dat kan, maar ik kan het nu ook gewoon zeggen. De uitvoeringstermijnen zijn natuurlijk uitvoerig besproken geweest in de behandeling van de wetgeving. Dat heeft tot deze keuzes geleid, die eigenlijk ook niet zo heel erg afwijken van de termijnen die ook nu al in de wetgeving zitten. Op een aantal punten, met name vergunningverlening, geldt er een kortere termijn en geldt de achtwekentermijn. Het lijkt mij, als je kijkt naar het hele proces van vergunningverlening, van planvorming, zeker met alle procedures … Eerlijk gezegd vind ik dat de termijnen, als ze al anders zouden moeten, in ieder geval heel erg veel korter zouden moeten. Ik kom daar ook op terug, zeker als het gaat over woningbouw. Ik vind alle besluitvormingstermijnen en alle bezwaar- en beroepsprocedures werkelijk ellenlang duren. Dus hoe korter, hoe beter, zou ik willen zeggen. Voor een deel zit de verandering nu al in de huidige Omgevingswet, omdat de termijn voor een vergunningsprocedure van een halfjaar naar acht weken gaat voor eigenlijk alle woningbouwprojecten. Ik denk dat dat een goed ding is. De andere termijnen wijken eigenlijk niet af. De zesmaandentermijn voor de Raad van State ga ik juist herintroduceren. Die was bij de behandeling van de Omgevingswet eruit gevallen. Ik denk dat dat niet verstandig is. Ik weet ook dat de Raad van State die termijn nu niet altijd haalt, maar laten we alsjeblieft bidden en vragen van de Raad van State om wel die termijn van zes maanden te halen. Een andere wijziging die ik ga toepassen, is beroep in twee instanties. Ik wil het hoger beroep schrappen. Er geldt beroep in één instantie daar waar het gaat over het vaststellen van het omgevingsplan. Ik wil dat het beroep in één instantie gaat gelden daar waar het gaat over vergunningverlening. Ik zie niet in waarom het van toegevoegde waarde is om daar beroep in twee instanties voor mogelijk te maken. Er wordt ook veel te vaak oneigenlijk gebruik van gemaakt door allerlei nimbyhoudingen in gemeenten. Kortom..”
De voorzitter:
“Ik ga toch pogen tot een afronding te komen, want de andere bezoekers dringen bij de deur en we moeten nu echt gaan afronden.”
Minister De Jonge:
“Laat ik zeggen: de termijnen zijn uitvoerig besproken geweest. In de Wet versterking regie volkshuisvesting, die we in de eerste helft van het nieuwe jaar gaan behandelen, gaan we een aantal termijnen nog eens wat strakker afstellen, omdat het echt nodig is.”
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
“Ik ben voor, maar kunt u ook in de evaluatie meenemen hoe dat lukt?”
Minister De Jonge:
“Natuurlijk, jazeker.”
Kamerstukken I 33 118/34 986, FQ, p. 1-2
“Tijdens het mondeling overleg van 24 oktober heb ik uw Kamer enkele toezeggingen gedaan met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet. Ik hecht er waarde aan om deze toezeggingen helder op papier te zetten, zodat voor de Kamer duidelijk is welke acties ik zal verrichten om de Kamer tot aan 1 januari alsook na 1 januari 2024 goed te blijven informeren over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet.
Toezeggingen ten aanzien van de monitoring en rapportage implementatie Omgevingswet
Samen met de bestuurlijke partijen heb ik intensief overleg over de monitoring op de voortgang van de implementatie. Ik heb de bouwblokken waarlangs wij dit in gezamenlijkheid doen benoemd. Het gaat om: hoe staan de bevoegde gezagen ervoor, in hoeverre is het DSO gereed, zijn de financiële afspraken op orde, en zijn de serviceketen en de calamiteitenorganisatie ingericht. Voor de monitoring over de uitvoeringspraktijk is door mij een evaluatie-commissie ingesteld die jaarlijks de monitoring voorziet van een onafhankelijk oordeel en daarnaast brengt de commissie na 5 en 10 jaar ook een gedegen evaluatierapport uit. Omdat ik de zorgvuldigheid en tijdigheid om bij te sturen met mevrouw Kluit deel, zal ik in aanvulling op de al voorziene voortgangsbrieven die per kwartaal worden opgesteld, de volgende zaken additioneel inregelen:
(…)
-
-Daarnaast zal ik jaarlijks stilstaan bij de ervaringen van burgers, bedrijven en bevoegd gezagen met het hanteren van de termijnen rondom zienswijze en beroep.
(…)”
Brondocumenten
-
-
brief van de minister van BZK over de tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 gedane toezeggingen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet EK 33.118 / 34.986, FQ Bevat bijlage
Op 14 november 2023 voor kennisgeving aangenomen.
-
9 december 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
24 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Bepalingen uitvoeringswet eerlijke informatievoorziening en desinformatie (36.160) (T03760)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Roovers (GroenLinks-PvdA), toe dat bij de uitvoeringswet wordt stilgestaan bij een concrete en specifieke bepaling voor het bestrijden van desinformatie. Daarnaast wordt in de uitvoeringswet een concrete en specifieke bepaling opgenomen over een eerlijke informatievoorziening en de manier waarop dit geregeld en georganiseerd wordt.
| Nummer | T03760 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 3 oktober 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | dr. D.M.G. Roovers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | desinformatie referendum uitvoeringswet |
| Kamerstukken | Initiatiefvoorstel-Marijnissen en Temmink Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum (36.160) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 22
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Die brief schuiven we dan nu even terzijde. Ik heb nu via de voorzitter rechtstreeks een vraag aan de indiener. Kunnen de indieners dan toezeggen dat ze in die uitvoeringswet een substantiële, concrete en specifieke paragraaf opnemen over de informatievoorziening en hoe die geregeld gaat worden?”
Mevrouw Temmink:
“Dat kunnen wij zeker toezeggen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 34
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Ik wil daar nog heel even iets specifieker op doorvragen. Natuurlijk zijn er allerlei dingen die nu al gebeuren en die ook van belang zijn bij gewone verkiezingen die we binnenkort gaan hebben. Ik heb geprobeerd te betogen dat referenda toch net iets gevoeliger zijn, niet zozeer om die informatie te verspreiden, maar wel om de uitslag te beïnvloeden. Er zijn namelijk maar twee keuzes: ja of nee. Daarom lijkt een referendum mij net iets gevoeliger voor dat soort beïnvloeding of misleiding. Ik heb de volgende vraag aan de minister. Die hele rijksbrede agenda die we nu hebben, is prachtig, maar ook een beetje globaal. Is dit niet een uitgelezen kans om dat specifiek en concreet te maken in een plan van aanpak rondom referenda?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 34-35
Minister De Jonge:
“Ik weet niet of er een plan van aanpak moet komen. Laten we in ieder geval met onszelf en elkaar afspreken dat we daar bij de uitvoeringswetgeving op een goede manier op terugkomen om de reden die u noemt. Referenda zouden een grotere magneet kunnen zijn voor bijvoorbeeld statelijke actoren of überhaupt voor desinformatie. Dat heeft een aantal redenen. Het onderwerp leent zich daartoe. Ook is er misschien wel minder een eigenaar van de uitkomst van het product dat daar voorligt. Bij verkiezingen zijn er partijen die opvattingen hebben over waar het naartoe moet met Nederland. Zij zijn zelf de actoren die dat met verve naar voren brengen. Als daar bijvoorbeeld door iemand iets wordt beweerd wat niet klopt, dan zijn de partijen zeer gedreven om dat te corrigeren. Bij een uitkomst van wetgeving die toch meer een compromis is, is dat misschien wat minder het geval. Ook dat hebben we trouwens gezien bij eerdere referenda: van wie was op dat moment eigenlijk die Europese Grondwet? Het kabinet deed erg zijn best, maar het was niet alleen maar overtuigend. Dus van wie was eigenlijk de uitkomst van dat compromis? In een correctief referendum zou dat element ook kunnen spelen. Ik denk dus dat je bij referenda goed moet nadenken over de informatievoorziening als zodanig. Dat is een element. Daar waar het gaat om de aanpak van desinformatie zijn er op z'n minst die elementen die nu ook al gelden. De socialmediabedrijven werken namelijk ook met de trusted flagger status van bijvoorbeeld BZK of andere departementen. De diensten hebben een aanpak op interstatelijke actoren, met een offensief cyberprogramma. De aanpak die we nu heb- ben, geldt natuurlijk ook voor desinformatie bij een referendum. Maar laten we bij de uitvoeringswet stilstaan bij de meer specifieke dingen die je voor referenda zou moeten willen regelen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 35
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“Kan ik dit opvatten als een toezegging dat we daar specifiek op terugkomen …”
Minister De Jonge:
“Zeker.”
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
“… bij de bespreking van de uitvoeringswet, niet alleen op de informatievoorziening, maar ook op de desinformatieverspreiding?”
Minister De Jonge:
“Ja, laten we dat doen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 39
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Vandaar dat ik blij ben met de toezegging van de indieners om in de uitvoeringswet een concrete en specifieke bepaling op te nemen over een eerlijke informatievoorziening en de manier waarop we die gaan regelen en organiseren. Later kwam er via de minister een toezegging over het opnemen van een bepaling over een concrete en specifieke benadering van het bestrijden van desinformatie. Ik heb daar eigenlijk maar één vraag over, namelijk: heb ik dat goed begrepen? Zo ja, dan was dat mijn enige vraag.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 52
Mevrouw Temmink:
“Daarmee kom ik op de vragen die nog gesteld zijn. Mevrouw Roovers stelde als enige vraag of zij de toezegging goed gehoord heeft. En jawel, die toezegging heeft zij zeker goed gehoord.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 2, item 8 - blz. 52
Minister De Jonge:
“Voorzitter, dank. Allereerst in antwoord op mevrouw Roovers. Ze heeft al een bevestiging van de toezegging gekregen van de indiener. Daar waar die het kabinet betreft gaat het in alle preciesheid wat mij betreft om de afspraak over hoe de informatievoorziening wordt vormgegeven in de uitvoeringswet, en bij gelegenheid van de behandeling van die uitvoeringswet ook de aanpak op het gebied van desinformatie. Volgens mij is dat de combinatie die we hebben te maken.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 2, item 8 herdruk
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
3 oktober 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014 (36.190) (T03801)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koffeman (PvdD), toe een brief te sturen waarin nader wordt ingegaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden van artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014, inzake het omzetten van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte of het omgezet houden hiervan.
| Nummer | T03801 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 december 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. N.K. Koffeman (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Huisvestingswet 2014 mantelzorg woongelegenheid |
| Kamerstukken | Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36.190) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 18-19
De heer Koffeman (PvdD):
“De minister geeft aan dat het mogelijkerwijs ongelukkig geformuleerd is in de wet. In die zin zou het onderzoek waar de motie om vraagt niet lang hoeven te duren. Als de minister namelijk in een brief aangeeft dat er geen enkel bezwaar hoeft te bestaan om ín een zelfstandige woning, dus niet naast een zelfstandige woning, een zelfstandige opgang en een zelfstandige woongelegenheid te creëren in het kader van de mantelzorg, dan zijn we er helemaal uit.”
Minister De Jonge:
“Op grond van de eerste overweging, namelijk "overwegende dat artikel 21, lid d (...) het onmogelijk maakt om een woning te splitsen", had ik eigenlijk de hele motie al willen ontraden. Dat staat immers niet in artikel 21, lid d van de wet. In artikel 21, lid d staat: je mag niet splitsen als in een huisvestingsverordening is gesteld dat splitsen verboden is, in een gebied waar die huisvestingsverordening ook op van toepassing is. Niet de wet maakt splitsen dus onmogelijk, maar de verordening. Daarom zeg ik dat hij in dat opzicht onhandig is geformuleerd. Hij begint namelijk met: "Het is verboden om (...)". Vervolgens wordt dat verbod heel erg ingekaderd met: in die situaties waarin de verordening van toepassing is. Ik had hem dus eigenlijk op grond daarvan al willen ontraden. Maar nu ik u zo hoor, ga ik de motie misschien ontraden, maar u wel toezeggen om een brief te maken waarin we helder uiteenzetten wat er wel en niet mag. Is dat een behulpzame tegemoetkoming?”
De heer Koffeman (PvdD):
“Dat lijkt me uitstekend. Dan kan ik de motie aanhouden ...”
Minister De Jonge:
Bijvoorbeeld.
De heer Koffeman (PvdD):
“ ... en kan ik 'm, op het moment dat we er niet helemaal uit komen, in het beleidsdebat anders geformuleerd alsnog indienen.”
Minister De Jonge:
“Nog veel beter. Laten we dat zo doen.”
De voorzitter:
“Op verzoek van de heer Koffeman stel ik voor zijn motie (36190, letter G) aan te houden. Daartoe wordt besloten.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 11
-
-
1 april 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
11 maart 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
4 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van VRO over woongelegenheid en mantelzorg
Voor kennisgeving aangenomen op 1 april 2025.
EK, K
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
5 november 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 oktober 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
24 september 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 september 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
11 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
28 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 maart 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2023
toezegging gedaan
Toezegging Brief rapport ‘Elke regio telt!’ (36.190) (T03803)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kemperman (BBB), toe dat hij de brief met betrekking tot het rapport ‘Elke regio telt!’ ook aan de Eerste Kamer zal sturen. In de brief, die waarschijnlijk in januari 2024 wordt toegezonden, wordt ingegaan op de verruiming van de wettelijke mogelijkheden van de Rotterdamwet.
| Nummer | T03803 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 december 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | huisvesting leefbaarheid Rotterdamwet |
| Kamerstukken | Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36.190) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 12
De heer Kemperman (BBB):
(…)
“Ik heb nog wel een zorg als het gaat om de woonruimteverdeling op basis van het leefbaarheidsprincipe. Daar zit iets arbitrairs, iets subjectiefs in. Het zijn subjectieve wegingen. Ik ben wel tevreden om te horen dat daar toch een verzwaarde toets aan gekoppeld is conform de Rotterdamwet-light, noem ik het maar even, een beetje à la die figuur. Daar ben ik dus ook tevreden over. Ik maak me een beetje zorgen over de rol van de provincies en de zware verantwoordelijkheid die bij de gemeenten komt te liggen als het gaat om de huisvestingsverordening op lokaal niveau. We weten allemaal dat gemeenten zwaar leunen op de omgevingsdiensten en dat de provincies niet zijn uitgerust voor deze nieuwe taak om met wonen bindende afspraken te maken in de keten tussen Rijk en lokale overheden. Ik maak me dus wel zorgen of daar voldoende kennis en kunde is om die rol in te vullen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 17
Minister De Jonge:
(…)
“Dan de leefbaarheid en de toets. Even heel precies: leefbaarheid wordt als criterium toegevoegd voor het kunnen maken van woonruimtevoorraadbeheerelementen in de verordening. Dat doen we expres. Soms is schaarste namelijk aanleiding om tot een huisvestingsverordening te komen, maar soms is het de leefbaarheid, die je bijvoorbeeld zou willen bevorderen door overbewoning tegen te gaan. Leefbaarheid als zelfstandig criterium voegen we dus bewust toe. Dat zit gewoon in deze wet. Dat zit gewoon in de mogelijkheid die de Huisvestingswet 2014 biedt. Dat is ook voortgekomen uit de evaluatie.
Daarnaast zou ik eigenlijk willen dat de mogelijkheden die de Rotterdamwet biedt, namelijk om nog veel nadrukkelijker te kunnen sturen in een gebied wie er komt wonen en wie niet, ook van toepassing zouden moeten kunnen zijn op regio's aan de grens. Dat betekent dus meer wettelijke mogelijkheden om vanuit een stapeling van problematiek in een bepaald gebied te kunnen opereren. Daarvoor geldt wel de verzwaarde toets. Dat dient natuurlijk ook de leefbaarheid, maar daarvoor geldt wel die verzwaarde toets. De minister zal daar echt goedkeuring voor moeten geven, voorafgaand aan de inzet van die bevoegdheden. Dat zal overigens komen te staan in een brief die gaat over het rapport Elke regio telt! en de manier waarop we dat programmatisch vorm willen geven. Die brief volgt, denk ik, in januari. Ik zal die ook aan de Eerste Kamer zenden. Daarin zullen we ingaan op de verruiming van de wettelijke mogelijkheden van de Rotterdamwet.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 11
-
8 juli 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
26 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over herziening Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
Op 8 juli 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK 33.340 / 36.190, B
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 mei 2024
nieuwe deadline: 1 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 mei 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over (deels) openstaande toezeggingen
Op 14 mei 2024 door de commissie voor IWO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.410 IV, I
-
-
5 december 2023
toezegging gedaan
Toezegging Evaluatie beperkingen eerste verkoop en betaalbaarheidsgrens (36.190) (T03804)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) en Rietkerk (CDA), toe dat na drie jaar de beperking tot eerste verkoop en de beperking door de betaalbaarheidsgrens worden geëvalueerd.
| Nummer | T03804 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 5 december 2023 |
| Deadline | 1 juli 2027 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. H.A.M. Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | betaalbaarheidsgrens huisvesting |
| Kamerstukken | Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (36.190) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 8 - blz. 5
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Ik heb de volgende vragen aan de minister. Wil hij nog eens ingaan op deze twee aspecten: de beperking tot eerste verkoop en de beperking door de betaalbaarheidsgrens? Maken deze beperkingen de wet niet buitenproportioneel? Lost het nog wel een probleem op waar de wetswijziging voor was bedoeld? De evaluatietermijn is gesteld op vijf jaar na invoering van deze wetswijziging. Gezien de onzekerheid of dit allemaal gaat werken, zou een evaluatie na twee of drie jaar naar ons oordeel beter zijn. Kan de minister een eerdere evaluatie toezeggen? Ik wil daar eventueel in de tweede termijn een motie voor indienen, die door meerdere partijen gesteund zal gaan worden.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 8 - blz. 11
De heer Rietkerk (CDA):
(…)
Het amendement van Tweede Kamerlid Peter de Groot zorgt voor een beperking van de reikwijdte van dit wetsvoorstel. De CDA-fractie vindt deze beperking, met de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, jammer. Het vraagt wellicht om een eerdere evaluatie van dit wetsvoorstel dan over vijf jaar.
Verder zijn sommige gemeenten voorstander van een overheveling van hoofdstuk 4 van de Huisvestingswet naar de Omgevingswet. Anderen vinden juist het tegenovergestelde. De minister is tot de conclusie gekomen de wetten nu nog niet technisch samen te voegen, om het zo te zeggen. Wel is de minister bereid om dit punt mee te nemen en te betrekken bij de evaluatie, zoals de VNG vraagt.
Ten slotte, voorzitter. De vijf jaar voor de evaluatie duurt wat ons betreft vrij lang, zeker als de twee wetten nog naast elkaar bestaan. Om redenen die mevrouw Janssen-Van Helvoort eerder heeft genoemd, vraagt ook onze fractie om de evaluatie te vervroegen. We sluiten ons aan bij de vragen van de PvdA-fractie op dit punt.
Handelingen I 2023-2024, nr. 10, item 11 - blz. 2-3
Minister De Jonge:
(…)
“Het tweede misverstand was dat de gemeente zou bepalen aan wie jij je huis verkoopt. Dat is ook niet waar. Wat wel klopt, is dat als je je huis verkoopt onder de betaalbaarheidsgrens, dus onder de €355.000 en straks onder de €390.000, het de bedoeling was dat je je huis zou verkopen aan iemand met een middeninkomen. Als je dat niet doet, staan met name middeninkomens achteraan in de rij. We hebben zojuist een hele verkiezingscampagne gehad met bestaanszekerheid als een van de allerbelangrijkste thema's, met name bestaanszekerheid voor de mensen met een middeninkomen. Dit was voor de bestaanszekerheid van mensen met een middeninkomen echt een heel erg goed idee geweest. Het heeft tot 2014 ook altijd in de Huisvestingswet gestaan, geloof ik. Het is ook niet een heel erg merkwaardig of buitenissig idee. Het heeft juist altijd op een brede Kamermeerderheid kunnen rekenen. Maar goed, "gedane zaken" zeggen ze dan. Het zit nu niet meer in het wetsvoorstel, maar dat maakt natuurlijk wel dat ik me graag laat verleiden door onder andere de Partij van de Arbeid en het CDA, die vragen of we dat niet wat eerder zouden moeten evalueren. Laten we dat niet na twee jaar doen, want dat vind ik wel heel snel, maar bijvoorbeeld na drie jaar. Dat lijkt mij een verstandige gedachte. Dat zijn de vragen over het waarom. Dan begin ik aan het blokje over het eigendomsrecht.”
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
“Mag ik de woorden van de minister zo interpreteren dat hij dat inderdaad eerder gaat doen en dat hij daar geen motie meer voor nodig heeft?”
Minister De Jonge:
“Ik heb daar geen motie meer voor nodig, maar als u mij zou willen aanmoedigen middels een motie, kan dat natuurlijk wel. Dat laat ik geheel aan uw eigen inzicht over.”
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
“Dat begrijp ik …”
De voorzitter:
“Mevrouw Janssen, u moet wel de knop van de interruptiemicrofoon indrukken.”
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
“Dat deed ik de hele tijd. Wij noemen dat hier een toezegging.”
Minister De Jonge:
“Ja, een toezegging. Zo zou je het kunnen noemen. Zeker.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 11
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 10, item 8
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
5 december 2023
toezegging gedaan
Toezegging Informeren advies Raad van State omgekeerde bewijslast Commissie Mijnbouwschade (36.441) (T03873)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Langen-Visbeek (BBB), toe de Kamer te informeren over de uitkomsten van het advies van de Raad van State over de eventuele omkering van de bewijslast bij de Commissie Mijnbouwschade bij de kleine velden.
| Nummer | T03873 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 16 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | drs. A. van Langen-Visbeek (BBB) |
| Commissie | commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | gaswinning Groningen schadeafhandeling |
| Kamerstukken | Beëindiging gaswinning Groningenveld (36.441) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 9 - blz. XXX
Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):
(…)
“Verder blijkt dat nog niet alle schadeverzoeken met betrekking tot de kleine velden afgehandeld zijn, maar dat in geen enkel geval de schade vergoed is. Dat suggereert dat de groep die een schadeverzoek doet, voor 100% uit opportunisten bestaat. Dat lijkt me geen goed signaal. Wil de staatssecretaris toezeggen dat tevens aandacht wordt geschonken aan de knelpunten die zich voordoen bij de schadeafhandeling met betrekking tot de kleine velden, en dat er zal worden gestuurd op het zo snel mogelijk oplossen daarvan? Dit is geen specifiek Gronings probleem, maar het is in onze ogen wel een probleem.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 9 - blz. XXX
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Dan vroeg mevrouw ... Sorry, ik ben na een lange dag even uw naam kwijt. Het was mevrouw Van Langen. Zij vroeg of ik kan toezeggen de knelpunten bij de schadeafhandeling met betrekking tot de kleine velden op te lossen. Ik ben zelf ook steeds een beetje argwanend geweest, omdat er niks werd uitbetaald. Maar ik heb geen aanleiding om te denken dat de Commissie Mijnbouwschade haar werk niet goed doet. Wel ben ik steeds met alle projecten waarvan ik vertelde dat ik er draagvlak probeer te krijgen, in gesprek over de rol van de Commissie Mijnbouwschade en over de vraag wat je kunt doen om dat goed te laten lopen. Als ik goed ben geïnformeerd, komt er binnenkort iets aan waarmee de Commissie Mijnbouwschade wel tot uitbetaling zal overgaan. De operator zal althans zeggen dat er betaald moet worden. Ik heb nu dus geen aanleiding om daar iets aan te doen. Maar ik vertelde al dat het in beweging is, ook omdat die motie uit de Tweede Kamer er ligt om eventueel ook hier de omgekeerde bewijslast te gaan toepassen. Ik vertelde al dat ik daarover advies aan de Raad van State ga vragen. Op die weg probeer ik om daar voortgang te boeken. Misschien is het verstandig dat ik even aan deze Kamer meld wat daaruit komt.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 29, item 9
-
11 februari 2025
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG) -
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 februari 2025
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
16 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Brief kwantitatief doel uitvoeringskosten (36.441) (T03878)
De staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van den Berg (VVD) en Aerdts (D66), toe een kwantitatief doel te gaan zetten op de uitvoeringskosten. De staatssecretaris zal hierover een brief sturen.
| Nummer | T03878 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Mijnbouw |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Herstel Groningen |
| Kamerleden | mr. drs. W.J.M. Aerdts (D66) prof. dr. C.F. van den Berg (VVD) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Groningen overheadkosten schade |
| Kamerstukken | Beëindiging gaswinning Groningenveld (36.441) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 3 - blz. XXX
Mevrouw Aerdts (D66):
(…)
“Vorig jaar, tijdens het debat over de versterking van gebouwen in de provincie Groningen, op 11 april, heeft de staatssecretaris aan mijn voorganger, Henk Pijlman, de toezegging gedaan om het in eigen beheer aanpakken van de versterking onder de aandacht van de NCG te brengen en om ruchtbaarheid aan de regeling te geven. Zou de staatssecretaris kort willen ingaan op de stand van zaken betreffende deze regeling? Ik zou ook nog graag willen stilstaan bij de overheadkosten die worden gemaakt bij de versteking en het herstel. Tijdens het vorige debat in deze Kamer, maar ook al tijdens het debat in de Tweede Kamer, is er stilgestaan bij de hoge percentages. De staatssecretaris heeft toen aangegeven dat hij dit nauwlettend in de gaten gaat houden. Ik zou hem willen vragen hier wat concreter op in te gaan.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 9 - blz. XXX
Staatssecretaris Vijlbrief:
(…)
“Het uiteindelijke doel, dat ik ook aan de Tweede Kamer heb beloofd, wil ik hier nog een keer toezeggen. Uiteindelijk vind ik het verstandig dat wij een doel gaan zetten, een kwantitatief doel, op de uitvoeringskosten. Ik vind het verstandig om te zeggen dat het nooit meer moet zijn dan een bepaald percentage van het werkelijk uitgekeerde schadebedrag. Maar als ik dat het afgelopen jaar had gedaan, dan had ik voor IMG deze omwenteling onmogelijk gemaakt. Die had dan niet gekund. Ik ben er erg voor — dat is een antwoord op mevrouw Aerdts en anderen die ernaar gevraagd hebben — om daar, zoals ik in de Tweede Kamer al een keer heb toegezegd, een kwantitatief doel op te zetten. Ik wil best nog een keer een brief sturen over wat dat dan zou moeten zijn, maar ik vraag enige vergiffenis voor het IMG voor het afgelopen jaar, omdat ik zelf, en de Tweede Kamer met mij, tegen Nij Begun heb gezegd om met een ander systeem te komen. Dat kost even tijd. Dan zijn die getallen overigens nog steeds absurd hoog.”
De heer Van den Berg (VVD):
“In de eerste termijn van de Kamer hebben heel veel verschillende fracties hier aandacht gevraagd voor de overheadkosten, de proceskosten die met die schadeafhandeling te maken hebben. Die hoge kosten waren eerst 74 cent per euro en zijn opgelopen naar 78 cent. Zegt de staatssecretaris hier nu eigenlijk het volgende? "Ja, dat heeft te maken met een vertekening in de cijfers, vanwege de manier waarop er gewerkt wordt. Er zijn meer kosten gemaakt en dat is een investering geweest. We kunnen ervan uitgaan dat in de komende jaren een daling optreedt van dat percentage overheadkosten. Waar alle fracties in deze Kamer zich zorgen over maken, is een vertekening door het gevoerde proces van eerst meer kosten maken en dan meer schadeafhandelingen doen." Zegt de staatssecretaris eigenlijk dat dit een non-probleem is?”
Staatssecretaris Vijlbrief:
“Het bondige antwoord is ja. Het iets langere antwoord is: ja, maar ik zeg niet dat het een non-probleem is, want al voordat we het schadesysteem veranderden, vond ik de uitvoeringskosten van het IMG relatief hoog. Ik heb hier vorig jaar een debat gehad met een van uw voorgangers, de heer Pijlman van de D66-fractie. Hij zei toen ook dat die kosten te hoog waren. Ik heb in de Tweede Kamer al gezegd dat we daar misschien een kwantitatieve doelstelling op moeten plakken. Laat ik het nou zo doen: eind mei heb ik, formatie volente, een commissiedebat in de Tweede Kamer. Ik zal een brief maken en hier aandacht aan geven. Als de Tweede Kamer daar ook meer over wil weten, zal ik dat op dat moment ook aan de Eerste Kamer melden. Ik zal daarbij iets van een kwantitatieve doelstelling formuleren, of iets waar je naartoe zou moeten. Want een non-probleem hangt er net weer te veel naar dat ik probeer iets goed te praten door een tijdelijk iets. De kosten waren daarvoor ook al hoog.”
De heer Van den Berg (VVD):
“Ja.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 29, item 9
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 29, item 3
-
1 april 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de stand van zaken van drie toezeggingen
Op 1 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, H
-
-
11 februari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: staatssecretaris Herstel Groningen -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris Mijnbouw -
16 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Harde plancapaciteit per provincie opnemen in voortgangsrapportage Volkshuisvesting (36.410 VII) (T03905)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat hij in de jaarlijkse voortgangsrapportage op het gebied van bouwen, wonen en verduurzamen (Staat van de Volkshuisvesting) de laatste stand van zaken van de harde plancapaciteit per provincie zal weergeven en dat een afschrift van deze rapportage aan de Kamer zal worden toegezonden.
| Nummer | T03905 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | artikel 51 lid 1 RvOEK plancapaciteit provincies Staat van de Volkshuisvesting voortgangsrapportage Wonen en Bouwen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024 (36.410 VII) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 30, item 8, p. 4
De heer Rietkerk (CDA):
“Dan de aanvullende vraag. Als het niet in de 130% plancapaciteit zit, maar in de harde plancapaciteit, kan de minister dan informatie geven of verwijzen naar informatie waar we het beeld krijgen per provincie van de harde plancapaciteit?”
Minister De Jonge:
“Ik kan heel prima in de voortgangsrapportage weergeven wat de laatste stand van zaken is op dit punt. Misschien moeten we ook maar gewoon afspreken dat ik de voortgangsrapportage die ik naar de Tweede Kamer stuur ook naar de Eerste Kamer stuur. Dan kunt u heel prima per provincie zien hoe het ervoor staat en ook waar het echt noodzakelijk is om een been bij te trekken.”
Brondocumenten
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 8
-
7 april 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO ter aanbieding van de Staat van de Volkshuisvesting 2024
Op 15 april 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 32.847, M
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Analyse Platform woonopgave en woningsplitsing in brief over Nationaal Transformatieplan (36.410 VII) (T03906)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe dat hij nog voor de zomer van 2024 in een brief aan de Kamer over het Nationaal Transformatieplan zal ingaan op de analyse van het Platform Woonopgave en woningsplitsing.
| Nummer | T03906 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Nationaal Transformatieplan Platform Woonopgave Wonen en Bouwen woningsplitsingen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024 (36.410 VII) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 30, item 6, p. 10
De heer Nicolaï (PvdD):
“Is de minister bereid om in een brief in te gaan op de analyse van het Platform Woonopgave?”
Minister De Jonge:
“Dan de vraag van de heer Nicolaï of de minister bereid is om in een brief in te gaan op de analyse van het Platform Woonopgave over transformatie. Ja, graag zelfs. Ik kom nog voor de zomer met een brief over transformatie en daarin zal ik ook de analyse van dit platform meenemen.”
De heer Nicolaï (PvdD):
“Over woningsplitsing hebben diverse senatoren het gehad. Ik heb gegevens gezien waarbij wordt uitgegaan van grondgebonden koopwoningen buiten de vier grote steden, boven 150 vierkante meter en bewoond door maximaal twee personen, en van het feit dat er een potentie is van beschikbare woningen als je tot splitsing overgaat. Ik zag in een van de positionpapers het aantal van 220.000 langskomen en ook lagere aantallen. Waar moeten we nu precies van uitgaan? En is het niet zo dat bij de hoge cijfers wordt gekeken naar wat er theoretisch mogelijk is en dat bij de lage cijfers wordt gekeken wat er binnen het huidige juridische instrumentarium mogelijk is? Als dat laatste het geval is, zou ik de minister willen vragen of hij kan toezeggen dat in de nadere stukken over dat transformatieplan ook kan worden meegenomen in hoeverre het juridisch instrumentarium kan worden aangepast.”
Minister De Jonge:
“Transformeren en splitsen: wat zijn realistische aantallen? Bij splitsen gaan wij, op basis van verkennend onderzoek, uit van aantallen tussen de 80.000 en 160.000. Dat is echt geen absolute wiskunde, maar dat is verkennend onderzoek. Over optoppen zijn er verschillende onderzoeken gedaan. Het onderzoek met het laagste getal gaat uit van 100.000. Laten we zeggen dat dit het meest realistische getal is. Er zit dus echt veel potentie in die bestaande voorraad. Gebruiken we die potentie al ten volle? Nee, zeker niet. Dat staat echt nog een beetje in de kinderschoenen. Ik kan u daar beter over informeren als we u sowieso gaan informeren over de potentie die zit in transformeren en splitsen en de verdere aanpak van optoppen. Dat zal nog voor de zomer zijn, in juni.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 30, item 10, p. 17
De heer Nicolaï (PvdD):
“Ik hoor de minister zeggen dat er in juni een brief komt. Ik wou een aantal dingen nog even noemen. De minister had mij toegezegd dat hij de analyse van het Platform Woonopgave daarin mee zou nemen. Fijn. Dat is één. (…)
En wat betreft de kwestie van de woningsplitsing heb ik niet gevraagd om aantallen, maar ik heb erop gewezen dat er ook onderzoeken zijn waarin staat dat dat potentieel 500.000 woningen zou kunnen opleveren. Dat correspondeert niet met de cijfers die de minister net noemde. Maar ik zou zo graag willen weten — dat kan ook in de brief worden uitgelegd — waar dat dan aan ligt. Het kan zijn dat lagere cijfers te maken hebben met het volgende. Als je kijkt naar de huidige juridische instrumenten die er zijn, zie je dat die mogelijk een belemmering vormen. Dan zou ik van de minister willen vernemen of hij kan toezeggen of hij in de brief ook op die instrumenten zou kunnen ingaan, want dan kan je mogelijk die instrumenten aanpassen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 30, item 10, p. 18
Minister De Jonge:
“Ja. Laat ik dat gewoon toezeggen. (…) Laten we het splitsingsdebat dus hebben na de splitsingsbrief. Ik zal alle vragen meenemen die u daarover stelt.”
Brondocumenten
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 10
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 6
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
25 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO over toezeggingen woningsplitsingen en de motie-Talsma over het DAEB-vrijstellingsbesluit
Op 25 november 2025 door de commissie voor I&W/VRO voor kennisgeving aangenomen.
EK 36.410 VII / 36.496 / 36.600 XXII, Q
-
-
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoek permanente bewoning van vakantiewoningen en recreatievaartuigen (36.410 VII) (T03907)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kemperman (BBB) en het lid Van Hattem (PVV), toe dat hij in een brief aan de Kamer over de aanpak van vakantieparken een onderzoek zal toevoegen naar het potentieel van permanent gebruikmaken van vakantiewoningen en recreatievaartuigen.
| Nummer | T03907 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 23 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. E. Kemperman MBA (FVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | artikel 51 lid 1 RvOEK recreatievaartuigen vakantiewoningen Wonen en Bouwen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024 (36.410 VII) |
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 3, p. 4.
De heer Kemperman (BBB):
“Ik mis de aanpak van de vakantieparken waar permanent gewoond wordt, met stress en allerlei gedoogtoestanden. Wij vragen de minister: doe daar ook wat extra, want het lukt de gemeenten schijnbaar niet om dat probleem op te lossen. Het levert per direct 35.000 woningen voor de bestaande voorraad op.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 10, p. 14.
Minister De Jonge:
“Er komt een brief over de aanpak voor vakantieparken. Ik kan toezeggen dat ik een onderzoek naar meer permanent gebruik van vakantiewoningen aan die aanpak toevoeg. (…) Dat is dan een onderzoek naar wat het potentieel zou kunnen zijn van permanent gebruik van vakantiewoningen.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 10, p. 21.
De heer Van Hattem (PVV):
“In het verlengde daarvan: ik had nog gevraagd naar de positie van mensen die permanent willen wonen op recreatievaartuigen. Kan dat misschien in hetzelfde onderzoek meegenomen worden?”
Minister De Jonge:
“Met de recreatievaartuigen heb ik me tot op heden nog niet zo heel erg veel beziggehouden, maar dat ga ik nu wel doen. Ik ga me erin verdiepen en kom er in de brief aan de heer Kemperman op terug.”
De voorzitter:
“Gaat u een brief sturen aan de Kamer of aan meneer Kemperman?”
Minister De Jonge:
“Aan de Kamer als geheel.”
Brondocumenten
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 10
-
debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 3
-
9 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
11 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Planbatenheffing en evaluatie Leegstandswet in IBO (36.410 VII) (T03908)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Janssen (SP) en Nicolaï (PvdD), toe dat in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Woningbouw en Grond (IBO) - dat uiterlijk eind juni 2024 zal verschijnen - aandacht zal worden besteed aan de planbatenheffing. Tevens zal aan de orde zijn de evaluatie van de gebruikmaking van de Leegstandswet waarbij de leegstandsboete naar Vlaams model zal worden betrokken.
| Nummer | T03908 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | mr. R.A. Janssen (SP) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | artikel 51 lid 1 RvOEK evaluaties Interdepartementaal Beleidsonderzoek Woningbouw en Grond Leegstandwet planbatenheffingen Wonen en Bouwen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024 (36.410 VII) |
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 3, p. 18.
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
“De financiële randvoorwaarden voor gemeenten kunnen worden verbeterd door mogelijkheden om de waardeontwikkeling ook aan gemeenten ten goede te laten komen, zoals de invoering van planbatenheffing en de verbetering van de baatbelasting. Ook het invoeren van een leegstandsbelasting zou een optie kunnen zijn.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 6, p. 5.
De heer Janssen (SP):
“Voer bijvoorbeeld een leegstandsboete in voor bedrijven en bedrijfsterreinen, kantoren en woningen van — ik doe maar een voorzet — 10% van de WOZ-waarde per jaar, zodat de moraal van de winst, die nu door leegstand wordt gevoed, teruggaat naar de maatschappelijke moraal in de volkshuisvesting.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 6, p. 10.
De heer Nicolaï (PvdD):
“Aan de hand van de Landelijke Monitor Leegstand van het CBS berekende het platform dat er momenteel 39 vierkante kilometer aan nettogebouwoppervlak leegstaat en dat dit in potentie 390.000 woningen kan opleveren. Volgens de CBS-gegevens is er bij gebouwen met woonbestemming 19,7 miljoen vierkante meter leegstand, bij kantoren 3,7 miljoen vierkante meter, bij industriegebouwen 7,7 miljoen en bij retail 6,6 miljoen. Allemaal leegstand. Het verbouwen van bestaande gebouwen levert minder problemen op. Dat lijkt mij logisch. Er is geen grond nodig en ook de stikstofproblemen doen zich daar minder voor.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 8, p. 11.
Minister De Jonge:
“Waar we wat langer over na willen denken, is bijvoorbeeld de planbatenheffing. Ik denk dat het op zichzelf genomen een verstandig idee is, omdat gebiedsontwikkeling best heel veel geld kost. Als je die waardestijging in gebiedsontwikkeling helemaal bij private partijen laat en vervolgens het hele publieke tekort publiek af financiert, ga je waarschijnlijk te veel belastinggeld opmaken en heb je ondertussen heel veel private winsten waar je niks mee doet. Maar als je die interventie doet, moet je wel goed nadenken over hoe je die exact vormgeeft. Dat zit op dit moment allemaal in het ibo, het interdepartementaal beleidsonderzoek, woningbouw en grond. Dat ibo hoop ik in mei, uiterlijk juni naar de Kamer te sturen. Dit zal een van de uit te werken of uitgewerkte maatregelen zijn.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 8, p. 20.
Minister De Jonge:
“Dan de leegstandsboete. Dat is een beetje het Vlaamse model om om te gaan met leegstand. We hebben een Leegstandwet, maar daar wordt heel weinig gebruik van gemaakt. Ik geloof dat er maar een paar gemeenten zijn met een leegstandsverordening. Ik wil eerst weten waarom er maar een paar gemeenten gebruikmaken van de Leegstandwet en de leegstandsverordening die we hebben. Daarom heb ik gezegd dat ik die dit jaar nog wil evalueren. De mogelijkheid van een leegstandsheffing naar Vlaams model wil ik daarbij kunnen betrekken. Ik wil ook de ervaringen van Amsterdam en Utrecht echt eens even goed horen, want die maken er op dit moment wel gebruik van.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 10, p. 17.
De heer Nicolaï (PvdD):
“Als je kijkt naar de leegstandsmonitor, zie je veel groter aantal leegstandsmeters in beeld komen dan wat er in de brief van de minister naar voren kwam. Daar zou ik ook aandacht voor willen vragen.”
Handelingen I 2023/24, nr. 30, item 10, p. 18.
Minister De Jonge:
“(I)k ga het gebruik van de Leegstandwet evalueren (…) waarin ik ook dat Vlaamse model van de leegstandsbelasting betrek. Dus leegstand doe ik even in de brief die ik heb toegezegd aan de heer Janssen.”
Brondocumenten
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 10
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 8
-
voortzetting debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 6
-
debat over Wonen en bouwen in Nederland Verslag EK 2023/2024, nr. 30, item 3
-
23 september 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
8 juli 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
3 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over het IBO-rapport ‘Op grond kun je bouwen’
Op 23 september 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, O
-
-
1 april 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
11 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
4 maart 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
20 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van VRO ter aanbieding van het rapport 'Evaluatie van de Leegstandwet 2024'
Op 21 januari 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, K
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
23 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Bij herziening Wiv 2017 breed kijken naar toezicht en toetsing (36.263) (T03909)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kroon (BBB), toe dat in de daadwerkelijke herziening van de Wiv 2017 ook breed naar de inrichting van het toezicht en naar de toetsing moet worden gekeken.
| Nummer | T03909 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 5 maart 2024 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. ing. B. Kroon (BBB) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst herziening Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst Toetsingscommissie inzet bevoegdheden toezicht |
| Kamerstukken | Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36.263) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 64
De heer Kroon (BBB):
(…)
“We zijn nog wel wat teleurgesteld in de uitkomst van de gedachtewisseling over de samenstelling en de rotatiefrequentie van de TIB. Een snelle verbetering van het preventief toezicht lijkt noodzakelijk in het belang van de kwaliteit van het toezicht, de onderlinge verhoudingen en de dreigingsomvang. Het voorkomt mogelijk ook dat de route naar de Raad van State binnen korte tijd dichtslibt. Het is overigens wel de hygiënische werking van die route naar de Raad van State waar we veel van verwachten. We appreciëren de herkenning van de minister betreffende de inrichting van het toezicht, maar we hadden graag een wat duidelijkere toezegging gehad. Vandaar dat ik onze suggesties heb verwoord in een motie en die wil ik graag indienen. Als u nu met een stevige toezegging komt, dan kan ik haar altijd nog terughalen.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 72
Minister De Jonge:
(…)
“Tegelijkertijd denk ik dat u een terechte overweging heeft meegegeven. Dus ik ga proberen te mikken op het aanbod en de handreiking die u deed. U zei: als u nou een hele klinkende toezegging doet, is dat voor mij voldoende om de motie in te trekken. Nou laten we eens kijken of we daarin mee kunnen gaan. Wat wij heel goed hebben begrepen, is dat in die daadwerkelijke herziening van de wet ook breed naar de inrichting van het toezicht en naar de toetsing moet worden gekeken. "Daarnaar kijken" wil ook zeggen: ook naar de organisatorische vormgeving ervan. Dat wil ook zeggen dat je kijkt naar hoe de bemanning van de toetsing en het toezicht eruitziet. Hoe zorgen we ervoor dat de breedte van de expertise die je nodig hebt om het toezichtswerk op een adequate manier te kunnen uitvoeren daarin vertegenwoordigd is? Hoe zou ook de benoemingstermijn daarin op zo'n manier kunnen worden vormgegeven dat dit op de beste manier bijdraagt aan de passendheid van het toezicht? Als we het op zo'n manier doen, denk ik dat we recht doen aan uw inbreng. Dan hebben we de gelegenheid en de tijd om ook grondig te bekijken hoe we daarmee zouden kunnen omgaan. Dan kunnen we dat ook op een goede manier bediscussiëren op het moment dat we voor het eerst komen te spreken. Mijn vermoeden is dat wanneer we voor het eerst het uitvoeringsverslag hier op tafel hebben liggen, dat het eerste moment zal zijn waarop ook u als Eerste Kamer zult zeggen: deze richting willen wij nog meegeven aan het wetgevingsproces dat nu gaande is. Dat zou ook een prima gelegenheid zijn, denk ik, om deze kwestie opnieuw op schoot te trekken en te willen bediscussiëren met elkaar.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 22, item 6
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 maart 2024
toezegging gedaan
Toezegging Factoren meenemen bij brede herziening Wiv 2017 (36.263) (T03910)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Kroon (BBB), toe verschillende factoren mee te nemen naar de brede herzieningsprocedure van de Wiv 2017. Er zal gekeken worden of er bij het toezicht voldoende blikvelden betrokken worden, of er voldoende diversiteit in de toezichtcommissie aanwezig is en of de benoemingstermijnen juist zijn.
| Nummer | T03910 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 5 maart 2024 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. ing. B. Kroon (BBB) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst herziening Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst Toetsingscommissie inzet bevoegdheden |
| Kamerstukken | Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36.263) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 45
Minister De Jonge:
(…)
“Maar nogmaals, het is wel echt een rechtmatigheidstoets. Wij denken dat het bij deze vormgeving van het toezicht ook zinvol is om deze samenstelling te kiezen. Stel dat je in het kader van die herziening zou toewerken naar één toezichthouder. Zou dat dan anders kunnen worden? Ik wil de vraag of je bij het toezicht voldoende blikvelden betrekt ook echt wel daarbij betrekken, want ik vind het een reëel punt. Maar dan nog blijf ik vinden dat de toezichthouder zich wel moet richten op het rechtmatigheidstoezicht. Ik ben er heel beducht voor dat een toezichthouder anders op alle fronten het werk van de dienst gaat zitten overdoen, terwijl hij ook niet helemaal kan overzien wat die dienst wél kan overzien. Die dienst heeft natuurlijk een paar duizend medewerkers en de toezichthouder enkele tientallen. Dat moet je natuurlijk met elkaar in verhouding willen blijven zien. Als die dienst zich nou echt richt op de rechtmatigheid … Daar hebben wij het toezicht ook op te organiseren, ook op grond van internationale verdragen. Maar ik snap dat je die rechtmatigheidsoordelen ook goed kunt geven, beter kunt geven, als we, daar waar we nu redeneren dat je ook kennis van het technische domein zou moeten hebben, kijken of het wellicht ook zinvol zou zijn om te zien of er nog andere domeinen zijn die zouden kunnen helpen bij dat rechtmatigheidsoordeel. Dat zou best weleens kunnen. Maar laten we die vraag meenemen bij de brede herziening, zou ik willen zeggen.”
De heer Kroon (BBB):
“Ik heb twee vragen. Eén. Hoe hangt die rechtmatigheidstoets dan samen met het proportionaliteitsbeginsel? Twee. Bent u dan bereid om in die nieuwe wetgeving de diversiteit binnen de toezichtscommissie te verbreden langs de lijnen die ik schetste?”
Minister De Jonge:
“Allereerst: dat rechtsmatigheidsoordeel steunt natuurlijk op een aantal rechtsbeginselen, van proportionaliteit, subsidiariteit en noodzaak. Dat wordt allemaal getoetst, maar dat zijn wel allemaal juridische toetsen. Die vinden plaats in de intelcontext, die nogal technisch van aard is, en dus is er gezegd: je hebt een tweetal juristen in de commissie van drie en één techneut. Bij de TIB is dat nu zo. Stel dat je zou toewerken naar een toezichthouder die de ex ante en de ex durante toetsen zou doen, dus één toezichthouder, dan zou je misschien ook weer moeten kijken — dat is volgens mij uw suggestie — of er in dat toezicht ook mensen zitten die voldoende snappen van dat inteldomein, dus mensen die de inlichtingenwereld goed genoeg snappen. Dat zou best een goed idee kunnen zijn, maar ik wil dat eigenlijk meewegen bij die brede herziening.
Uw andere vraag ging over de benoemingstermijnen: die zijn nu vrij lang; zouden die niet veel korter moeten? Ook die vraag wil ik gewoon wegen. Want het duurt wel eventjes voordat je als toezichthouder daadwerkelijk op vlieghoogte bent. Het is nogal een ingewikkeld klusje. Het is niet iets wat je zomaar eventjes onder de knie hebt. Het is dus wel zonde van de expertise als je te snel mensen moet vervangen. Tegelijkertijd is het misschien ook niet gezond als mensen te lang op dezelfde plek zitten, zeker als het gaat om een toezichthouder met zulke grote bevoegdheden. Dat is volgens mij waar u aandacht voor vraagt. Laten we ook deze vraag, over de zittingsduur, dus meenemen bij de brede herziening.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 22, item 6
-
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2027
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 maart 2024
toezegging gedaan
Toezegging Uitvoeringsverslag rond voorjaar 2024 bij Eerste Kamer (36.263) (T03911)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Aerdts (D66), toe dat het uitvoeringsverslag aan beide Kamers wordt gestuurd, waarschijnlijk in het voorjaar van 2025.
| Nummer | T03911 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 maart 2024 |
| Deadline | 31 december 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. drs. W.J.M. Aerdts (D66) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst invoeringstoets Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst uitvoeringsverslag |
| Kamerstukken | Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36.263) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 11
Mevrouw Aerdts (D66):
(…)
“Ik ben bijna aangekomen bij het einde van mijn inbreng in eerste termijn. Ik wil graag nog even stilstaan bij de praktische implementatie van de wet. Zowel uit het evaluatierap- port van de commissie-Jones-Bos als uit het rapport van de Algemene Rekenkamer bleken de diensten eigenlijk niet voldoende toegerust op de invoering van de Wiv 2017 en 2018. In de antwoorden op de schriftelijke vragen en tijdens de besloten technische briefing over de uitvoeringstoets is mijn fractie gerustgesteld over de getroffen praktische voorzorgsmaatregelen. We zijn ook blij dat in de Tweede Kamer de motie-Hammelburg is aangenomen, waardoor er een jaar na uitvoering van deze wet een invoeringstoets kan plaatsvinden. Zo kunnen mogelijke problemen hopelijk eerder aan het licht komen en worden meegenomen in de geplande wetswijziging. We vragen nog wel aan de ministers hoe zij deze implementatie gaan monitoren. Welke instrumenten kunnen zij inzetten op het moment dat uit de uitvoeringstoets, of mogelijk zelfs al eerder, blijkt dat er toch problemen in de uitvoering zijn?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 40
Minister De Jonge:
“Ik denk dat ik al heel erg veel heb beantwoord uit de algemene vragen. Dan nog de implementatie. Mevrouw Aerdts vroeg daar terecht naar. Ik denk zeker dat de les van de Wiv 2017 is geweest dat het heel goed is om heel snel na invoering heel goed de vinger aan de pols te houden om te zien of de wet doet wat hij moet doen en we ermee kunnen wat we ermee zouden willen, of dat er in de uitvoering dusdanige knelpunten zitten die je heel snel moet oplossen. Daarom willen we komen tot een invoeringstoets. Dat gebeurt op grond van de algemene wetgevingsrichtlijnen, zoals die zijn afgesproken met de minister voor Rechtsbescherming. Wij zullen een jaar na dato een uitvoeringsverslag maken.
Dat uitvoeringsverslag zullen we uiteraard laten maken door de diensten. Er werd gevraagd hoe je dat onafhankelijk wilt doen. Dat lijkt me heel ingewikkeld, want de diensten weten hoe een wet voor hen in de praktijk werkt en dat is precies waar je naar op zoek bent. Dat kan een derde niet beoordelen. Dat zul je echt aan de diensten zelf moeten vragen. Maar je wilt natuurlijk uiteindelijk van alle ketenpartijen weten hoe de wet voor hen werkt in de praktijk. Er worden een invoeringstoets en een uitvoeringsverslag gemaakt. Het uitvoeringsverslag wil je niet alleen aan de diensten vragen. Je wilt ook aan de toezichthouders vragen stellen en in dit geval ook aan de Raad van State, denk ik. Je wilt dus alle ketenpartners vragen of de wet voor hen werkt en doet wat we beoogd hadden. Ik denk dat we het zo moeten doen. Op grond daarvan moeten wij dan tot de conclusie komen wat we daarmee doen.
Ik hoop dat we tegen die tijd al een eindje gevorderd zijn met de daadwerkelijke wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In pak 'm beet het voorjaar van 2025 komt dat verslag. Wij zullen dat overigens uiteraard ook delen met de Tweede en Eerste Kamer. Op grond van dat uitvoeringsverslag willen we kijken welke aanpassingen er daadwerkelijk in die brede herziening van de Wiv nog noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de uitvoering werkt. Zo willen we het doen. Als het goed loopt in de tijd, hebben we ook geen tussentijdse aanpassingen meer nodig tot we daadwerkelijk die herziening zullen doen.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 22, item 6
-
13 januari 2026
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
19 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 november 2025
nieuwe deadline: 31 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
5 maart 2024
toezegging gedaan
Toezegging Uitvragen ketenpartners werking wet (36.263) (T03912)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (GroenLinks-PvdA), toe een jaar na invoering van het wetsvoorstel aan de ketenpartners te vragen hoe de wet voor hen werkt.
| Nummer | T03912 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 maart 2024 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ketenpartners Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst uitvoering |
| Kamerstukken | Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36.263) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 21
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Dan tot slot nog een vraag over de invoeringstoets. Deze heb ik nog niet voorbij zien komen. Deze wordt belegd bij de MIVD en de AIVD. Dit lijkt mijn fractie niet zo'n goed idee. We hebben de afgelopen periode gezien hoeveel gedoe er is tussen de toezichthouder en de diensten. Mijn vraag aan de ministers is wat zij vinden van het idee om die invoeringstoets onafhankelijk te laten begeleiden.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 41
Minister De Jonge:
(…)
“Richting mevrouw Fiers zeg ik dat ik wel begrijp dat we niet alleen aan de AIVD en de MIVD moeten vragen "werkt het voor jullie?", maar dat we het ook aan de andere ketenpartners moeten vragen: de beide toezichthouders en de Raad van State. Laten we nou breed uitvragen hoe de wet werkt een jaar na dato. De optelsom van die vijf verslagen moet voor ons aanleiding geven om dan de wet, die inmiddels in herziening is, daadwerkelijk te tunen op de laatste stand van de uitvoering. Dat zou onze insteek zijn en een handreiking naar mevrouw Fiers.”
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
“Dat is, denk ik, in ieder geval een mooie toezegging. We hebben de wet laten evalueren door een evaluatiecommissie die ook alle partijen gehoord heeft, dus het kan denk ik wel.”
Minister De Jonge:
“Zeker, dat is dan echt een wetsevaluatie. En daarvoor is een jaar na dato wel weer een beetje vroeg. Dat is dan weer de andere kant. Dan gaan we, denk ik ...”
Handelingen I 2023-2024, nr. 22, item 6 - blz. 44
Minister De Jonge:
(…)
“Nogmaals, daags nadat deze wet zal zijn aangenomen — nou oké, we doen één dagje pauze — gaan we toch echt aan de slag met de herziening van de Wiv. Een van de belangrijkste onderwerpen daarin is het stelsel van toezicht en toetsing. Dat moet eenvoudig. Dat moet passend bij de operationele praktijk. Dat moet ook toekomstbestendig. Je moet niet iedere paar jaar opnieuw de wet hiervoor hoeven te wijzigen. Ik denk verder dat het goed is om die discussie met de Eerste Kamer te hebben als we een jaar onderweg zijn. Dan hebben we de uitvoeringsverslagen. Die zouden we ook naar de Eerste Kamer sturen. Dat is misschien een moment om eens een eerste debat te hebben met de Eerste Kamer over de vormgeving van toetsing en toezicht.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 22, item 6
-
13 januari 2026
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
19 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 maart 2024
toezegging gedaan
Toezegging Aanbestedingen voor maatschappelijke initiatieven uitdaagrecht monitoren (36.210) (T03913)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot (OPNL), toe te blijven monitoren hoe aanbestedingen voor maatschappelijke initiatieven uitdaagrecht in de praktijk uitpakken en dat ook opnemen in de participatiemonitor.
| Nummer | T03913 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 28 mei 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. A.Sj. van der Goot (OPNL) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | aanbestedingen maatschappelijke initiatieven monitoring uitdaagrecht |
| Kamerstukken | Wet versterking participatie op decentraal niveau (36.210) |
Handelingen I 2023/24, nr. 33, item 7, p 20-21.
De heer Van der Goot (OPNL):
Voorzitter. Het uitdaagrecht in het wetsvoorstel is mede ontwikkeld naar het voorbeeld van het Engelse right to challenge, dat daar in 2012 al is ingevoerd. Het aantal succesvolle overnames van publieke diensten in Engeland is tot nu toe echter beperkt gebleven. Dit zou te wijten zijn aan de ingewikkelde trajecten die inwoners moeten volgen, waarvan de gemiddelde doorlooptijd vanaf de zogeheten expression of interest tot het daadwerkelijk overnemen van de betreffende publieke dienst achttien maanden bedroeg. Inwoners die in Engeland een burgerinitiatief willen opstarten, komen hierdoor vast te zitten in een lang traject, dat uiteenvalt wanneer burgers ermee stoppen, iets waar commerciële partijen minder last van hebben. Het zijn hierdoor met name de maatschappelijke partijen met een winstoogmerk die dit traject in Engeland weten te voltooien.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Kan de minister toelichten waarom we in Nederland niet tegen hetzelfde probleem zullen aanlopen? In welk opzicht verschilt het Nederlandse uitdaagrecht van het Engelse uitdaagrecht? Anders gezegd: welke maatregelen zijn in dit wetsvoorstel getroffen om te voorkomen dat het uitdaagrecht in Nederland tegen dezelfde uitvoeringsproblemen aan zal lopen als het Engelse right to challenge?
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer lichtte de minister toe dat dit wetsvoorstel gaat over partijen zonder winstoogmerk. Maar ja, het is al gevraagd: wat is de definitie daarvan? Wat zijn maatschappelijke partijen? Stel dat een groep inwoners een stichting opricht. Doordat ze zichzelf een behoorlijk salaris uitkeren of facturen van een andere stichting betalen, is er geen nettowinst te zien op de jaarrekening. Hoe moet de gemeente deze partijen controleren? Herkent de minister het beeld van deze fracties dat commerciële en niet-commerciële partijen lang niet altijd gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn?
Voorzitter. Het vraagstuk rondom de groepen burgers die gebruikmaken van het uitdaagrecht brengt ons tot een ander punt, namelijk: wie gaat hiervan gebruikmaken? En: hoe hoog is de drempel? Het is belangrijk dat dit goed gemonitord blijft, ook in relatie tot aanbesteden en concurrentie.
In hoeverre zijn we nou positief of negatief over dit wetsvoorstel? Tja, dat is lastig. We zien bij de Wmo positieve voorbeelden van hoe het uitdaagrecht in de praktijk werkt. In de gemeente Amstelveen bijvoorbeeld — daar zit niet direct mijn achterban, maar laat ik eens een gemeente noemen die buiten mijn directe achterban valt — wordt duidelijk nagedacht over de volgende vraag: als er gebruikgemaakt wordt van het right to challenge, hoe wordt dan, in samenspraak met de gemeenteraad, het algemene belang geborgd? Dat zijn voor mij interessante zaken, die ik tot nu onvoldoende heb teruggezien in de modelverordening van de VNG. Ik hoop dat de minister kan toezeggen dat hij de VNG juist op dit punt wil ondersteunen.
Handelingen I 2023/24, nr. 33, item 7, p 36.
Minister De Jonge:
Dan was er nog een vraag over de monitoring. Kan de minister toezeggen te blijven monitoren hoe aanbestedingen voor maatschappelijke initiatieven uitdaagrecht in de praktijk uitpakken en dat ook opnemen in de participatiemonitor? Aanbestedingsregels kunnen inderdaad als knelpunt worden ervaren. Het is belangrijk dat we goed zicht houden op hoe bewonersinitiatieven zich in Nederland ontwikkelen en welke drempels en belemmeringen zij ervaren. Met een aantal partijen zijn we in gesprek over de opvolging van de Monitor Burgerparticipatie en de Monitor Burgercollectieven, onder andere met Regioplan en de VU. Ik zal daar het monitoren van ervaren knelpunten door initiatiefnemers graag in meenemen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 33, item 7
-
9 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
toezegging gedaan
Toezegging Right to challenge binnen Raad van Europa bespreken (36.210) (T03914)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot, toe na te gaan of het onderwerp ‘right to challenge’ aan de orde gesteld kan worden binnen de Raad van Europa.
| Nummer | T03914 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 28 mei 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. A.Sj. van der Goot (OPNL) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Raad van Europa uitdaagrecht |
| Kamerstukken | Wet versterking participatie op decentraal niveau (36.210) |
Handelingen I 2023/24, nr. 33, item 7, p 46.
De heer Van der Goot (OPNL):
Ik had nog één punt openstaan. Bij de totstandkoming van het verdrag inzake burgerparticipatie was het hele right to challenge nog niet in ontwikkeling bij de verschillende lidstaten. We hebben toen geprofiteerd van overleg tussen de verschillende landen binnen de Raad van Europa in de stuurgroep die daarvoor was aangewezen. Zou u willen toezeggen of er ambtelijk kan worden verkend of er ruimte is in de Raad van Europa om ook dit onderwerp, the right to challenge, met elkaar te bespreken en te zien waar dat toe kan leiden?
Handelingen I 2023/24, nr. 33, item 7, p 46.
Minister De Jonge:
Ik heb het idee dat de heer Van der Goot helemaal gepromoveerd is op dit thema. Ik niet. Ik ga dit meenemen. Ik wil best toezeggen dat ik naga of dit inderdaad aan de orde gesteld kan worden, zeker.
-
9 september 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
toezegging gedaan
Toezegging Temporiseren gemeentelijke handhaving WWS (36.496) (T03915)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA) toe dat, als de Wbh per 1 juli 2024 in werking treedt, met inbegrip van het overgangsrecht, de gemeentelijke handhaving op het nieuwe WWS wordt getemporiseerd tot in ieder geval 1 oktober 2024.
| Nummer | T03915 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 18 juni 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Gemeentelijke handhaving WWS |
| Kamerstukken | Wet betaalbare huur (36.496) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 31.
De heer Rietkerk (CDA):
De Wet betaalbare huur treedt bij vaststelling op 25 juni, als we er volgende week over kunnen stemmen, wellicht in werking per 1 juli 2024. Op deze datum worden dus het nieuwe WWS en het WWSO van kracht en wordt de middenhuurregeling ingevoerd, inclusief toewijzing, uitbreiding van de bevoegdheden van de Huurcommissie et cetera. De huidige huurprijstoetsingsprocedures blijven wat ons betreft gewoon bestaan en worden met de Wet betaalbare huur uitgebreid.
Voorzitter. De fractie heeft veel reacties gekregen vanuit het land over het tempo van de invoering van het WWS en het WWSO. De CDA-fractie ziet risico's in de te rappe invoering in verband met de verwerking van de digitale systemen en de handhaving op zo'n korte termijn door gemeenten. De woningbouwcorporaties en gemeenten uit diverse regio's hebben daar ook op gereageerd; Aedes heeft namens alle woningbouwcorporaties gereageerd. Zij hebben de fracties in de Eerste Kamer daar ook een gemotiveerde brief over geschreven; die is in ieder geval bij ons binnengekomen. Zij denken op z'n vroegst in oktober, november gereed te zijn. Ook andere verhuurders en vastgoedeigenaren uit meerdere regio's vragen hier in eigen bewoordingen aandacht voor. Namens de CDA-fractie wil ik pleiten voor een soort wen- en implementatiefase, waarin de nieuwe norm al wel geldt maar de handhaving van gemeenten niet. Dat is een geste naar de gemeenten en de verhuurders die op 1 juli nog niet klaar zijn. Verhuurders kunnen dan in ons voorstel nog geen boete krijgen en gemeenten handhaven nog niet. Dat betekent dat nieuwe gemeentelijke handhaving op de maximale huurprijzen en de maximale huurprijsverhogingen in deze wen- en implementatieperiode achterwege blijft. Wel worden de middelen voor de handhaving aan gemeenten uitgekeerd, want die zullen de handhaving op orde moeten brengen, zodat ze zich kunnen voorbereiden. Ook wordt de informatieplicht voor verhuurders om een puntentelling te verstrekken bij het aangaan van een huurcontract, uitgesteld. Ook verhuurders, zowel corporaties als institutionele investeerders, pensioenfondsen en private verhuurders, hebben de zorg geuit dat het niet haalbaar is om meteen per 1 juli alle systemen aangepast te hebben, conform het WWS en het nieuwe WWSO. De CDA-fractie stelt voor om de gemeentelijke handhaving op het nieuwe WWS en het nieuwe WWSO uit te stellen tot 1 januari 2025. Graag een reactie van de minister hierop. Gelet op het belang dat onze fractie hieraan hecht, overwegen wij een Kameruitspraak te vragen via een motie in de tweede termijn.
De heer Meijer (VVD):
Dat klinkt sympathiek. Ik heb ook zelf gevraagd om op een zorgvuldige invoering te letten. Begrijp ik het goed dat sommige verhuurders wel per 1 juli hun huur kunnen aanpassen en andere dat mogelijk per 1 januari kunnen gaan doen? Levert dat niet ongelijkheid op? Of begrijp ik uw voorstel niet goed?
De heer Rietkerk (CDA):
Ik heb het niet over de nieuwe contracten en over de situatie in het lage segment, maar over de grote bulk, en dan verwijs ik naar wat Aedes en andere verhuurders hebben geschreven. Ik ben nieuwsgierig hoe de minister reageert op het voorstel om de handhaving pas in te laten gaan, vanaf 1 januari 2025, en op de andere punten die ik net heb genoemd.
De heer Kemperman (BBB):
Ik hoor en onderschrijf de zorg van de heer Rietkerk over de uitvoerbaarheid, het klaar zijn van systemen, de complexiteit en de snelheid waarmee het allemaal moet. Ik hoor dat ook terug bij andere fracties. Waarom vragen we niet aan de minister om deze wet later in te laten gaan in plaats van met stoom en kokend water volgende week de wet erdoor te stemmen en daarna met al die reparatieachtige trucs te komen om hem uitvoerbaar te maken? We kunnen toch ook de tijd nemen en wat later over deze wet stemmen, zodat die zorgvuldig wordt voorbereid op BZK en al deze vragen over de uitvoering worden afgedaan?
De heer Rietkerk (CDA):
Nee, het is geen truc. U zegt: een truc uithalen om … Het is in feite goed kijken dat je duidelijkheid geeft aan heel veel partijen die voor deze wet zijn. Ik ga ze niet allemaal noemen. Al die partijen, zoals NEPROM en IVBN, hebben allemaal vragen, maar ze zeggen tegen de Eerste Kamer: doe ons een plezier en geef ons per 1 juli duidelijkheid over die wet, want we zijn er al maanden mee bezig en het is zaak om dat per 1 juli te doen. Wij zijn een partij die daar robuust en betrouwbaar invulling aan wil geven, medeafhankelijk van de antwoorden die de minister geeft, en we pakken er een element uit dat te maken heeft met de belasting van gemeenten. Dat is de handhaving. Wij vragen om dat goed in te regelen. We hebben de groep waarover Aedes zegt voor oktober niet klaar te zijn met de systemen. Dat betekent dat je inregelt, maar wel vanuit de bedoeling van de wet, die in de Tweede Kamer met een grote meerderheid is aangenomen, om duidelijkheid te geven aan de maatschappij dat dit hetgeen is waar ondernemers, verhuurders, maar ook corporaties mee te maken hebben. Ik zal straks nog iets zeggen over ondernemersland, waar u ook uitkomt. Ik ben ook in een aantal netwerken geweest. Zij zeggen: doe ons een plezier, kom met een robuust voorstel en geef duidelijkheid over wat er per 1 juli gebeurt.
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 38.
Minister De Jonge:
Volgens mij kan ik door naar het volgende blokje. Dat gaat over de invoeringstermijnen. U heeft natuurlijk heel veel berichten bericht, maar onder andere ook berichten over partijen die zeggen: "1 juli is heel snel. Ik moet heel veel op orde hebben voor de invoering. Dat moet allemaal per 1 juli. Voor je het weet staat de gemeente op de stoep en gaan ze kijken of ik mijn punten wel helder heb gemaakt aan mijn huurder. Dat kan ik nog helemaal niet uit mijn geautomatiseerde systemen trekken. Hoe moet dat nou allemaal?" Ik heb gehoord dat de heer Rietkerk daar iets aan wil doen.
Je moet gewoon duidelijkheid willen geven over de invoeringsdatum van de wet. De datum 1 juli moet staan. Die is heel erg belangrijk voor beleggers, voor ontwikkelaars, ook voor huurders natuurlijk en voor corporaties. Het is ongelofelijk belangrijk dat daar geen misverstand over bestaat. We zien dat de Huurcommissie prima uit de voeten kan met die datum. Iedereen is zich natuurlijk al heel lang aan het voorbereiden. We discussiëren al een dikke twee jaar over deze wet. Iedereen weet echt wel wat eraan komt. Maar inderdaad, sommige systemen zijn nog niet helemaal aangepast.
Zou je om te voorkomen dat de gemeente op 1 juli op de stoep staat en meteen met een handhavingstraject moet beginnen, met name het gemeentelijke deel van die handhavingskant wat naar achter kunnen zetten in de tijd? Dat kan. We hebben begrepen dat gemeenten het best fijn vinden als je dat doet, want gemeenten moeten natuurlijk een handhavingsapparaat inrichten. Heel veel gemeenten hebben dat al gedaan op grond van de Wet goed verhuurderschap, maar sommige gemeenten lopen ook op dat vlak nog een beetje achter en moeten daar een been bijtrekken. Die gemeenten vinden het eigenlijk wel fijn als ze iets meer tijd krijgen om de handhavingskant voor te bereiden. Ik denk dat ook verhuurders het best fijn vinden om zeker te weten dat de gemeente niet op 2 juli op de stoep staat, of in ieder geval niet afhankelijk te zijn van de ijver van gemeenten wanneer ze op de stoep staan. Dus ik kan me er eigenlijk wel wat bij voorstellen, maar we moeten dan wel heel precies zijn in twee dingen.
Het eerste is dat de wet dan wel degelijk per 1 juli ingaat. Daar moet geen enkel misverstand over bestaan. Het tweede is dat we ook niet meer tijd nemen dan strikt genomen noodzakelijk is om die uitvoeringskwesties voor de gemeentelijke handhavingskant op orde te krijgen. U noemde daarbij zelf 1 januari. Ik vraag me af of zo lang nodig is. Ik hoorde gemeenten en de verhuurders zelf meer richting oktober neigen. Maar hoe het ook zij, het gaat erom dat huurders met een huidig gereguleerd contract of een contract dat op of na 1 juli wordt afgesloten, per direct het nieuwe WWSO kunnen afdwingen, dus naar de Huurcommissie kunnen. Huurders met een lopend geliberaliseerd contract kunnen natuurlijk sowieso het nieuwe WWSO pas afdwingen na één jaar of bij een nieuw contract. Maar de gemeentelijke handhaving op het nieuwe WWS moet met enige tijd worden getemporiseerd, bijvoorbeeld tot 1 oktober of, zoals u in uw bijdrage geloof ik noemde, 1 januari. Dan krijg je een soort wen- en implementatieperiode voor de gemeentelijke handhavingskant. Dan gaat de wet wel in, maar het duurt nog wat langer voordat de gemeentelijke handhavingskant ingaat. Het overgangsrecht moet overigens wel gewoon op 1 juli ingaan, want anders gaat dat ook schuiven, en dat moeten we niet doen. De informatieplicht voor verhuurders om een puntentelling te verstrekken zou dan weer een element zijn dat wat later ingaat, omdat dat onder de gemeentelijke handhaving valt.
Ik denk dat we het zo in het besluit kunnen uitwerken. Dat kan. Dat is niet onmogelijk. De vraag is dan natuurlijk of we 1 oktober of 1 januari doen. Ik begrijp dat 1 oktober goed genoeg zou zijn. Ik begreep dat er ongeveer anderhalve maand nodig is om de IT-systemen aan te passen, dus dat zou maken dat 1 oktober voldoende zou moeten zijn. Eerlijk gezegd zou ik daar een lichte voorkeur voor hebben, om ook niet te lang te hoeven wachten op de effecten van de nieuwe wet.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 36, item 8
-
4 februari 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
18 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Invoeringstoets Wet betaalbare huur (36.496) (T03916)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA) toe over een jaar een invoeringstoets uit te voeren naar de invoering van de Wet betaalbare huur (36496).
| Nummer | T03916 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 18 juni 2024 |
| Deadline | 31 december 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | invoeringstoets Wet betaalbare huur |
| Kamerstukken | Wet betaalbare huur (36.496) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 33.
De heer Rietkerk (CDA):
“Kan de minister toezeggen dat hij na een jaar een invoeringstoets gaat doen?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 58
Minister De Jonge:
“Ik denk dat we bij deze wet zullen moeten zorgen voor een invoeringstoets, een jaar na dato. (...) Die invoeringstoets moet eigenlijk uitmaken of partijen nou een beetje uit de voeten kunnen met deze wet.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 36, item 8
-
27 januari 2026
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
13 januari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 december 2025
nieuwe deadline: 31 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
18 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Kwartaalmonitoring (36.496) (T03917)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD)en Van Hattem (PVV) toe frequent, indien mogelijk per kwartaal, te gaan monitoren hoe de Wet betaalbare huur (36496) uitpakt in de praktijk. Meer in het bijzonder zal daarbij aandacht zijn voor ontwikkelingen in de huurvoorraad (Kadastercijfers), de huurontwikkeling (waaronder aan- en verkoop door verhuurders), woningbouwplannen en nieuwbouwcijfers, en (regionale) woningtekorten.
| Nummer | T03917 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 18 juni 2024 |
| Deadline | 1 april 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) drs. H.A.M. Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) drs. H.J. Meijer (VVD) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | monitoring Wet betaalbare huur |
| Kamerstukken | Wet betaalbare huur (36.496) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 10.
Mevrouw Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA):
“Afspraken zoals in de woondeals over nieuwbouw van of verbouw tot nieuwe huurwoningen moeten ertoe leiden dat die verkoop van huurwoningen meer dan gecompenseerd wordt. Ik heb een vraag aan de minister, namelijk of er in de afspraken die de minister tot nu toe heeft gemaakt in de woondeals, op toe wordt gezien dat er voldoende huurwoningen bij komen in het lage en midden-segment.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 23.
De heer Meijer (VVD):
Kan de minister toezeggen dat de regering de vinger aan de pols houdt wat betreft uitponding, nieuwbouw van middenhuurwoningen, doorstroming en regionale verschillen op de woningmarkt? (...) Wat gaat de regering doen als de ontwikkelingen binnen die vijf jaar anders blijken te zijn dan nu verwacht? (...) Ik wil echt heel graag weten wat er de komende jaren gedaan wordt om de vinger aan de pols te houden.
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 28.
De heer Van Hattem (PVV):
“Als Eerste Kamer kunnen we de wet zelf niet meer aanpassen, maar we kunnen wel kijken naar de knoppen waaraan gedraaid kan worden bij de uitvoering van deze wet om negatieve effecten te compenseren zonder noodzakelijke wetswijzigingen. (...) Hoe wil [de minister] dit laten monitoren?”
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 56-57.
Minister De Jonge:
“Dat brengt mij bij de monitoring en de evaluatie. (...) Zeker bij deze wet moet je, denk ik, heel goed monitoren hoe de wet uitpakt in de praktijk. (...) Dat betekent dat we per kwartaal in de gaten moeten houden wat de ontwikkelingen zijn in de huurvoorraad. Dat kan ook op basis van de Kadastercijfers. Ik denk wel dat het een goed idee is om dat als cijferbasis aan te houden, om te voorkomen dat er parallelle werkelijkheden gaan ontstaan. Laten we die Kadastercijfers en de ontwikkelingen daarin aanhouden als de ontwikkelingen die we voor waar aannemen als het gaat over ontwikkelingen in de huurvoorraad. Dat is één.
Twee. De aanvangsthuurprijzen van nieuw verhuurde woningen, de verhouding tussen middenhuur en dure huur, en de hoogte van huurprijzen ten opzichte van de maxima van het WWS moeten worden gemonitord. Dat is de Huur-enquête.
Drie. In de interbestuurlijke monitoring houden we bij hoe het gaat met de woningbouwplannen. (...) Hoe weten we zeker dat er voldoende genieuwbouwd wordt? Verschilt dat nog per regio? Zijn dat sociale woningen? Zijn dat middenhuurwoningen? We hebben inmiddels heel veel beter zicht op hoe die ontwikkelingen gaande zijn, maar de hele monitoring is nog wel echt in ontwikkeling. (...) Ik denk dat we inmiddels echt toewerken naar een serieuze pijplijnmonitor. Ook om gewoon te weten: wat wordt er eigenlijk het komende jaar gebouwd? (...)
Daarnaast moeten we kijken naar de ontwikkeling van het woningtekort. Dat wordt altijd berekend. Daarbij moeten we ook de verschillen tussen de regio's goed in acht nemen. Dat is dus ook een onderwerp van de monitoring. (...)
Kortom, de echte wetsevaluatie komt pas na vijf jaar, maar monitoring, dicht op de bal zitten, doet men het liefst zo frequent mogelijk en eigenlijk bijna kwartaallijks daar waar het kwartaallijks kan.”
[…]
Minister De Jonge:
Nou, aldus, door heel goed te kijken. Het hoeft geen evaluatie te zijn, maar we kunnen ieder kwartaal de ontwikkelingen van aan- en verkoop door verhuurders bekijken en we kunnen kijken wat de nieuwbouwcijfers doen. Daar zit een veel intensiever ritme in dan eens per jaar. Het enige wat daar nog niet bij zit, zijn de ontwikkelingen in de werkelijkheid. Dat kan ook niet, want daar zul je echt jaren voor moeten nemen. Vandaar dat de evaluatie pas na vijf jaar is. Maar de monitoring kan per kwartaal wat mij betreft, daar waar die per kwartaal beschikbaar kan komen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 36, item 8
-
8 juli 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
30 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
4 februari 2025
nieuwe deadline: 1 april 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
18 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Voortgangsrapportage programma's 'Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ (36.496) (T03918)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Meenen (D66), toe de voortgangsrapportages van de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ aan de Kamer te sturen.
| Nummer | T03918 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 18 juni 2024 |
| Deadline | 1 januari 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. P.H. van Meenen (D66) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | ouderen Thuis voor iedereen voortgangsrapportage |
| Kamerstukken | Wet betaalbare huur (36.496) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 16.
De heer Van Meenen (D66):
Het is voor de fractie van D66 duidelijk dat er meer nodig is: meer regie, meer tempo en meer nieuwbouw, optoppen, splitsen en straatjes erbij. We hebben de voortgangsrapportage van het Programma Woningbouw al van de minister ontvangen. De komende tijd verwachten we rapportages van de overige programma's van de Nationale Woon- en Bouwagenda, waaronder het Programma Betaalbaar wonen. Kan de minister vooruitlopend op die rapportages aangeven hoe met name de meest kwetsbare woningzoekenden, zoals mensen die dakloos zijn, mensen met een laag inkomen, jongeren en migranten, perspectief op een betaalbaar huis wordt geboden?
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 19.
Minister De Jonge:
Dan de vraag van de heer Van Meenen in het kader van kwetsbare woningzoekenden, zoals mensen die dakloos zijn, mensen met een laag inkomen, jongeren en migranten. Hoe zit het met het programma Een thuis voor iedereen en het programma Wonen en zorg voor ouderen? Die voortgangsrapportages gaan volgens mij allemaal deze week naar de Tweede Kamer. Zal ik dus gewoon toezeggen dat ik die ook naar deze Kamer zal sturen? Heel graag.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 36, item 8
-
9 december 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
24 november 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Op 9 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
EK, A
-
-
4 februari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties en over (deels) openstaande toezeggingen
Voor kennisgeving aangenomen op 4 februari 2025.
EK, B
-
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
18 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Eventuele verlenging nieuwbouwopslag (36.496) (T03919)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat het evaluatiemoment van medio 2027 effect kan hebben per 1 januari 2028 voor de nieuwbouwopslag en voor het verlengen van die AMvB en zegt toe dat de Kamers daarover kunnen besluiten.
| Nummer | T03919 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 18 juni 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening |
| Kamerleden | drs. Th.W. Rietkerk (CDA) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Algemene Maatregel van Bestuur evaluaties Nieuwbouwopslag |
| Kamerstukken | Wet betaalbare huur (36.496) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 29.
De heer Rietkerk (CDA):
Het bouwen van meer woningen is een belangrijk onderdeel van de structurele oplossing voor het tekort aan betaalbare woningen. Ook middeninkomens zijn gebaat bij meer woningbouw door de markt en de corporaties. Kortom, er moet voldoende aanbod zijn. Daar is in het wetsvoorstel ook rekening mee gehouden, onder meer door de nieuwbouwopslag van 10% voor nieuw op te leveren middenhuurwoningen waarvan de bouw voor 2028 start. Daarvoor geldt gedurende twintig jaar na ingebruikname een nieuwbouwopslag van 10% boven op de huurprijs, zodat nieuwbouwprojecten door kunnen gaan. De CDA-fractie steunt deze opslag, maar vraagt de minister naar de definitie van "nieuwbouw". Valt volledige renovatie daar bijvoorbeeld ook onder? Voorts vraagt de CDA-fractie aan de minister of het evaluatiemoment van medio 2027 wel effect kan hebben per 1-1-2028. Of kan het via een AMvB verlengd worden naar achteren, mocht het tegenvallen? Kan de minister toezeggen dat er een redelijke termijn wordt gehanteerd in beide Kamers?
Handelingen I 2023-2024, nr. 36 – item 8, p. 49.
Minister De Jonge:
Dan de opslag. De heer Rietkerk vroeg of ook volledige renovatie onder de nieuwbouwopslag valt. Die nieuwbouwopslag is bedoeld voor nieuwbouwwoningen om vertraging te voorkomen en geeft ook een stimulans voor de businesscase. Het creëren van nieuwe woonruimte is van groot belang. Daarom is er gekozen voor deze nieuwbouwopslag. Het geld is voor nieuwe woningen. Dat kan door nieuwbouw, dat kan door transformatie, dat kan door bijbouwen. Het gaat over nieuwe vierkante meters. Bij een renovatie die geen nieuwe vierkante meters oplevert, geldt de nieuwbouwopslag dus niet. Bij een renovatie van een kantoorpand naar woningen, dus daar waar eigenlijk sprake is van transformatie, geldt de opslag wél, want die renovatie levert nieuwe vierkante meters op.
De CDA-fractie vraagt of het evaluatiemoment van medio 2027 wel effect kan hebben per 1 januari 2028 voor die nieuwbouwopslag en voor het verlengen van die AMvB en of ik kan toezeggen dat er een redelijke termijn wordt gehanteerd, zodat ook de Kamers hun rol kunnen spelen. Dat moet uiteraard, want het is de Kamer die zal moeten besluiten tot het eventueel verlengen van die nieuwbouwopslag. Het verlengen van die nieuwbouwopslag betekent overigens ook dat woningen langer — en ook méér woningen — voor een hogere huurprijs verhuurd worden, namelijk +10%. Je moet dus ook altijd de huurderskant hiervan in ogenschouw willen nemen.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 36, item 8
-
2 oktober 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
2 oktober 2024
commissie vervallen: commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
18 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met VNG over opnemen van voorkeursoptie voor elk participatietraject (36.210) (T03923)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Roovers (GroenLinks-PvdA), toe om met de VNG in gesprek te gaan om in de modelverordening een voorkeursoptie op te nemen voor elk participatietraject waarvoor bijvoorbeeld ook de Aanbestedingswet zou gelden.
| Nummer | T03923 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 28 mei 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | dr. D.M.G. Roovers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | participatietraject voorkeursoptie VNG |
| Kamerstukken | Wet versterking participatie op decentraal niveau (36.210) |
Handelingen I 2023/24, nr. 33, item 7, p 34.
Mevrouw Roovers (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor u zeggen "geen dictaten". U zegt: die gaan we niet opnemen in de wet. Dat snap ik ook, want de wet ligt er zoals die er ligt. En die gaan we hier niet veranderen. Maar er zijn natuurlijk andere manieren om de wetsgeschiedenis te beïnvloeden dan alleen door de wet te veranderen. U kunt ook een brief schrijven of met iemand in overleg gaan. Mijn tweede vraag gaat over de modelverordening van de VNG waarin dat beginselbesluit is opgenomen. Dat staat er nu en dat kan nu vrijblijvend door de gemeente aangevinkt worden. Ik hoor u eigenlijk zeggen dat u dat verstandig vindt. Als u dat zo verstandig vindt, dan lijkt het mij verstandig of raadzaam als u bijvoorbeeld zou toezeggen dat u dat ook actief zal adviseren aan de VNG. Dan lijkt het mij raadzaam om tegen de VNG te zeggen: maak hier nou eens de voorkeursoptie van voor elk participatietraject van een zekere omvang. Dus niet voor elke geveltuin, maar voor elk participatietraject waarvoor bijvoorbeeld ook de Aanbestedingswet zou gelden. Doe dat nou! Wees nou verstandig en zet dat erin als voorkeursvariant. Dan kunt u ervan afwijken, maar dan hebben we in ieder geval een richtlijn die in negen van de tien gevallen wordt overgenomen.
Minister De Jonge:
Dat vind ik verstandig. Dat wilde ik ook zeggen. Nogmaals, weer reclame voor dat blokje 3. De VNG is in de lead, maar wij helpen natuurlijk bij het maken van die modelverordening. En daar hoort deze discussie echt thuis. Dus laten we nou helpen met het maken van de bepaling die je als gemeente gewoon kunt overnemen als je inderdaad geen zin hebt in al te gretige marktpartijen die zich hierin mengen. Dit is gewoon een bepaling die je prima kunt overnemen. Dat geeft ook rust. U wilt dat, en volgens mij leeft die wens Kamerbreed. Ik ben zeer bereid om dat gesprek met de VNG te hebben, opdat dat ook in de modelverordening komt. Zeker.
-
1 juli 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
24 juni 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
11 februari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
28 mei 2024
toezegging gedaan
Toezegging Informeren Kamer over de toegang van maatschappelijke organisaties tot openbare registers met persoonsgegevens (36.382) (T03924)
De staatssecretaris van Koninkrijkrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Gasteren (BBB) en Fiers (GroenLinks-PvdA), toe de Kamer voor het einde van 2024 te informeren over de wijze waarop de primaire toegang van maatschappelijke organisaties tot openbare registers met persoonsgegevens via een AMvB geregeld zal worden.
| Nummer | T03924 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 4 juni 2024 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (GroenLinks-PvdA) mr. R.M.J. van Gasteren LLM (BBB) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | lagere regelgeving |
| Onderwerpen | openbare registers persoonsgegevens |
| Kamerstukken | Wet implementatie Open data richtlijn (36.382) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 2
De heer Van Gasteren (BBB):
(…)
Ten slotte. Er zijn ook nog zorgen dat partijen die werk doen met een maatschappelijke functie — denk even aan onderzoeksjournalisten — niet of minder gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot de data en dat is wel een zorg. Er is een artikel, namelijk — ik heb het even moeten opschrijven — het nee-tenzijartikel, artikel 2, lid 1, sub h, dat daarvoor zorgt. Dat betekent wel dat je een algemene maatregel van bestuur moet hebben die dat allemaal regelt. De vraag aan de staatssecretaris is hoe zij de situatie ziet als de wet is ingevoerd, maar de algemene maatregel van bestuur er nog niet is.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 5
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Voor de persoonsgegevens in openbare registers is in de wet een uitzondering opgenomen. Die zijn in beginsel niet beschikbaar voor hergebruik, omdat openbare registers heel veel direct herleidbare persoonsgegevens bevatten. Het hergebruik daarvan zou snel in strijd zijn met het eigenlijke doel van die registers. Dat kan dus risico's opleveren. Het wetsvoorstel bevat wel de mogelijkheid om bij wet of AMvB af te wijken van die uitzondering en bepaalde vormen van hergebruik toch mogelijk te maken. Daar ben ik ook verder over in gesprek met mijn collega-bewindspersonen.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 6
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Ik wil graag benadrukken dat deze wet zelfstandig kan worden uitgevoerd. Er zal dus nog wel worden gewerkt aan een AMvB en een ministeriële regeling, maar we hoeven daar voor de uitvoering niet op te wachten. Dus als uw Kamer akkoord gaat met deze wet, kan die ook snel daarna worden gepubliceerd en in werking treden. Dit even als algemene inleiding.
(…)
Verder was er een vraag van de BBB over de nee-tenzijbepaling en het feit dat er nog een AMvB moet worden gemaakt. Ik heb er net al iets over gezegd. De wet kan gewoon zonder die AMvB in werking treden en feitelijk worden uitgevoerd. De AMvB is er dus geen voorwaarde voor, maar we gaan wel zo snel mogelijk proberen om die daadwerkelijk te maken, want dan is het wetsvoorstel daarmee ook voltooid.
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
Wij, en ik denk iedereen, hebben hier veel mails over gekregen. Is er iets te zeggen over de termijn? We hebben namelijk best wel lang gewacht op de implementatie. Ik hoor dat er toch wel zorgen zijn als die AMvB te lang op zich laat wachten. Dus misschien dat er iets van een toezegging kan komen of zicht op die termijn.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik kom daar zo meteen op terug. Ik kan het niet nu uit mijn hoofd zeggen maar ik hoop zo snel mogelijk. Ik zal vragen aan mijn ondersteuners of wij iets duidelijker kunnen zijn in de termijn.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 10
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord. Er was nog een punt dat openlag, en dat was de vraag wanneer de AMvB eraan zou kunnen komen. Dat gaat over die openbare registers, of de belangrijkste daarvan. Dat zijn er meer dan 65. Voor al die registers moeten we onderzoeken in hoeverre hergebruik mogelijk moet zijn. Maar we gaan vooral kijken hoe we de primaire toegang van maatschappelijke organisaties tot die registers in de eigen wetgeving kunnen regelen. Ik heb de bedoeling — ik bedoel "ik" in overdrachtelijke zin — om voor het eind van het jaar uw Kamer te laten weten hoe we dit gaan implementeren.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen) Verslag EK 2023/2024, nr. 34, item 7
-
9 september 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. over diverse voorwaarden voor toetsing bij toekomstige digitaliseringswetgeving door de Eerste Kamer en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
EK 36.382 / 36.639, H
-
-
beslisnota(s) bij verslag van een nader schriftelijk overleg inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
-
-
Bijlage 1: Lijst behandelde toezeggingen Eerste Kamer met Verzamelbrief digitalisering juli 2025 (2 p.)
-
-
Bijlage 2: ID-kaart BES - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 74 p.)
-
-
Bijlage 3: Samenvatting - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 36 p.)
-
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
4 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Toesturen onderzoek over coördinerende rol ministerie BZK ten aanzien van digitalisering (36.382) (T03925)
De staatssecretaris van Koninkrijkrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (GroenLinks-PvdA), toe dat het onderzoek dat is verricht naar de coördinerende rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties ten aanzien van digitalisering naar de Kamer zal worden toegestuurd.
| Nummer | T03925 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 4 juni 2024 |
| Deadline | 1 oktober 2024 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | coördinerende rol ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoek |
| Kamerstukken | Wet implementatie Open data richtlijn (36.382) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 3
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
(…)
In de deskundigenbijeenkomst werden ook zorgen geuit over de coördinerende rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor wat betreft digitaliseringswetgeving. Die rol werd node gemist. Deelt de staatssecretaris deze constatering en welke verbeterkansen ziet zij?
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 6
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Dan de vragen naar aanleiding van de deskundigenbijeenkomst die u heeft gehouden en waarin zorgen werden geuit over de coördinerende rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken wat betreft digitaliseringswetgeving, hoe ik daarnaar kijk en hoe u daarin een rol kan spelen. Er is inderdaad gewerkt aan een hele set — u noemde het overzicht al — van Europese verordeningen en regels, ook wel het Digital Rulebook genoemd. Ik ben overigens ongelofelijk blij met die set van verordeningen, want die zijn voor een groot deel richtinggevend in hoe we met de digitale wereld willen omgaan, hoe we zorgen dat iedereen mee kan doen in de digitale wereld, hoe we zorgen dat je die kunt vertrouwen, met allerlei wetgeving op het gebied van cybersecurity en AI, en hoe we zorgen dat mensen de regie over hun eigen digitale leven houden. Die hele set van regels is, als onderdeel van de taken en het werk van de huidige Commissie, min of meer afgerond. Ook daarvoor geldt weer dat die pas echt gaat werken als we die op een hele goede manier gaan invoeren en uitvoeren in Nederland. Dat moeten we trouwens niet alleen in Nederland, maar ook elders doen. We proberen het dit keer beter te doen, met de lessen van de AVG in gedachten, dus samen met andere lidstaten en de Commissie, om ervoor te zorgen dat er geen verschillen van interpretatie zijn over hoe die wetgeving moet worden uitgevoerd. Ook ligt een deel van het toezicht op het Digital Rulebook bij de Europese Commissie en niet zozeer bij de lidstaten.
Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat ik en degene die straks de coördinerende rol voor digitalisering op zich neemt, het overzicht over die wetten behouden en goed kijken hoe we de implementatie zo veel mogelijk kunnen vereenvoudigen. Een van de kernelementen in de werkagenda die ik heb gemaakt, is dat we goed kijken naar hoe we de implementatie van de wetten zo simpel mogelijk kunnen maken voor de partijen waarvoor deze regelgeving geldt. Dat zijn niet alleen overheden, overheidspartijen, maar net zo goed private partijen. Het is een hele set van verordeningen en richtlijnen en het is best complex als je die allemaal in één keer goed wilt invoeren.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 11
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
(…)
Eén vraag uit de eerste termijn staat nog open. Ik heb de staatssecretaris heel veel zinnige dingen horen zeggen over dat het belangrijk is dat er een coördinerende rol is vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar in de deskundigenbijeenkomst was er wat zorg over de invulling daarvan. Ik heb eigenlijk niet zo veel gehoord over of zij die constatering deelt en wat daar eventueel aan te doen is.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 12-13
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Dan de vraag van mevrouw Fiers, GroenLinks-PvdA, over die coördinerende rol. Dat is misschien een wat meer algemene vraag over hoe ik die afgelopen tweeënhalf jaar in mijn nieuwe rol als coördinerend bewindspersoon voor digitalisering heb ervaren. Een paar dingen daarover. Ik denk dat het buiten kijf staat dat dit onderwerp natuurlijk een heel groot onderwerp is en eigenlijk alleen maar groter wordt. Maar dat is misschien een beetje "preaching to the converted", preken tegen degenen die al overtuigd zijn, namelijk uw leden van de commissie Digitalisering. Digitalisering neemt stap voor stap, hand over hand een steeds belangrijkere plek in in onze samenleving, in de manier waarop we werken, in de manier waarop we ons leven inrichten en in de manier waarop we ons vermaken. Dat maakt dat het ook een steeds grotere invloed heeft op de manier waarop wij als overheid met dit onderwerp aan de slag moeten.
Het is natuurlijk altijd zo — dat is denk ik een beetje het thema dat speelt bij allerlei coördinerende rollen — dat als je coördineert, je er natuurlijk altijd voor moet zorgen dat je degene met wie of voor wie je die coördinatie doet, of degenen die daaraan moeten meewerken, meekrijgt in het zorgen dat je voor elkaar krijgt wat je graag voor elkaar wil krijgen. Dat is niet altijd eenvoudig. We hebben daar onderzoek naar laten verrichten en dat zal de komende tijd beschikbaar komen. We hebben gekeken waar die coördinatietaak tot goede dingen leidt, waar de coördinatietaak tekortschiet en waar de bevoegdheden van de coördinerend bewindspersoon te gering zijn of geen versnelling in de hand werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de informatiehuishouding van het Rijk of de manier waarop we met algoritmes omgaan. Op al dit soort thema's vinden we dat we de coördinatie af en toe eens moeten versterken.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 13
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor u zeggen dat er onderzoek naar is gedaan dat binnenkort beschikbaar komt. Zouden wij dat kunnen ontvangen? Ik denk dat wij daar veel belangstelling voor hebben. Kan de staatssecretaris misschien ook tips aan de kersverse commissie Digitalisering geven? Hoe zouden wij dit vanuit de Kamer kunnen aanjagen, die tanden en die doorzettingsmacht?
Staatssecretaris Van Huffelen:
U kunt de onderzoeken die wij in dit verband laten doen door onder andere de ADR, natuurlijk krijgen zodra ze zijn afgerond. Op basis daarvan kunt u kijken wat er nodig is, wat u noodzakelijk vindt.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen) Verslag EK 2023/2024, nr. 34, item 7
-
17 december 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
28 november 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
4 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen over hergebruik van onderzoeksgegevens (36.382) (T03926)
De staatssecretaris van Koninkrijkrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe dat zij in gesprek zal treden met IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen om afspraken te maken over een inspanningsverplichting om bij extern uitgezet onderzoek de onderzoeksgegevens voor hergebruik beschikbaar te stellen.
| Nummer | T03926 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 4 juni 2024 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Unie van Waterschappen IPO VNG |
| Kamerstukken | Wet implementatie Open data richtlijn (36.382) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 2
De heer Van Hattem (PVV):
(…)
Voorzitter. Ik heb nog een vraag over de positie van de decentrale koepelorganisaties, IPO en VNG, in relatie tot dit wetsvoorstel. Deze koepelorganisaties voeren taken uit voor met publieke taken belaste instellingen. Ook in het kader van de totstandkoming van dit wetsvoorstel hebben zij onderzoeken uitgevoerd. Deze organisaties zijn echter als verenigingen privaatrechtelijk van aard. Kan de staatssecretaris aangeven hoe dit wetsvoorstel zich verhoudt tot het IPO en de VNG? Vallen de onderzoeken die door deze organisaties worden uitgevoerd en de onderzoeksgegevens binnen het kader van dit wetsvoorstel? Graag een reactie van de staatssecretaris.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 7
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
De PVV heeft een vraag gesteld over de relatie tot het IPO en de VNG. De vraag was of onderzoek en onderzoeksgegevens van deze organisaties ook binnen het kader van de wet vallen. Het IPO en de VNG zijn zelf als organisaties niet verplicht om hun documenten openbaar te maken, omdat zij verenigingen zijn en geen publiekrechtelijke instellingen. Maar alle openbare onderzoeken en alle gegevens die zij zelf publiceren, vallen wel weer onder die Who. Dat was overigens ook al het geval in de vorige versie van de wet en dat blijft zo. Wij hebben wel afgesproken dat als zij een onderzoek extern uitzetten, zij ook de inspanningsverplichting hebben om over hergebruik afspraken te maken. Dat is eigenlijk in lijn met wat ik eerder al aangaf: wanneer je als overheidspartij of in dit geval een aan de overheid gelieerde partij onderzoek uitzet, dan is het goed om ervoor te zorgen dat je daar vooraf afspraken over maakt.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 10
De heer Van Hattem (PVV):
(…)
Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik heb nog wel één klein puntje. De staatssecretaris gaf aan dat er met IPO en VNG afspraken over zijn gemaakt dat uitgezette onderzoeken wel onder de strekking van dit wetsvoorstel vallen. Mijn vraag is: staan die afspraken zwart-op-wit en zouden wij die afspraken kunnen ontvangen? Daar zou ik nog wel graag iets meer duidelijkheid over willen. Verder heb ik geen opmerkingen meer in de tweede termijn. Ik zie uit naar de afhandeling van het wetsvoorstel.
Dank u wel.
De heer Hartog (Volt):
Een hele korte vraag: zou wat de heer Van Hattem net noemde niet een soort top betekenen op de richtlijn die voorligt?
De heer Van Hattem (PVV):
Een top op de richtlijn die voorligt?
De heer Hartog (Volt):
Ik zal het verduidelijken. De wet implementeert de richtlijn een-op-een, min of meer, maar de heer Van Hattem verzoekt ook VNG en IPO om dingen daarin te brengen. Dan vraag ik me af of hij dat als een top ziet op de richtlijn in de wet of in de uitvoering van de wet?
De heer Van Hattem (PVV):
Volgens mij heeft de heer Hartog van Volt mij niet helemaal goed begrepen. Ik heb niet gevraagd om er iets bovenop te leggen. De staatssecretaris gaf aan dat er afspraken waren gemaakt met IPO en VNG. Daarom heb ik gevraagd of wij inzage kunnen krijgen in die nadere afspraken, dus in hoe hiermee wordt omgegaan. IPO en VNG zijn privaatrechtelijke organisaties, verenigingen. Het probleem was juist dat zij dan niet onder het stelsel van deze wetgeving vallen qua openbaarmaking, terwijl er ondertussen wel onderzoeken en dergelijke door IPO en VNG worden gedaan, ook namens de overheid en de verschillende overheden. Daar zit dus meer het punt. Het is niet om extra regels ergens bovenop te leggen, maar ik wil wel graag transparantie over de afspraken die zijn gemaakt.
De heer Hartog (Volt):
Dat is duidelijk, maar dan is het toch een toevoeging van een bepaalde afspraak of een bepaalde deling van gegevens die meer is dan de richtlijn zelf noodzakelijk zou maken. Dat wil ik alleen maar even vaststellen.
De heer Van Hattem (PVV):
Volgens mij ligt de richtlijn er zoals die er ligt. In de nadere uitvoering ten aanzien van onderzoeken die worden gedaan door IPO en VNG, maakt de rijksoverheid daar afspraken over met deze koepelorganisaties. Over die afspraken wil ik gewoon duidelijkheid hebben en transparantie. Dat is het enige.
Tot zover, voorzitter.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 12
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een paar punten. De PVV stelde een vraag over de afspraken met het IPO en de VNG. Het IPO en de VNG vallen inderdaad niet onder deze wet omdat het geen overheidsinstellingen in zichzelf zijn. Als zij onderzoeken uitvoeren of data verzamelen, dan is het natuurlijk wel wenselijk dat zij daarover afspraken maken met degenen door wie zij dat laten doen, als zij dat niet zelf doen, om zo daadwerkelijk te komen tot openbaarmaking of de potentie van hergebruik van die gegevens. Daartoe zijn zij niet verplicht conform deze wet. Ik heb die afspraken nog niet gemaakt met hen, maar die wil ik wel heel graag meenemen in een gesprek. Zij doen hun werk in principe altijd in lijn met, in opdracht van of samen met de overheidsorganisaties die zij vertegenwoordigen, zoals de provincies en de gemeenten. De Unie van Waterschappen zou daar ook nog bij kunnen horen. Ik wil kijken hoe we die afspraken wat steviger kunnen maken, zodat wanneer zij onderzoek uitvoeren, dat onderzoek ook beschikbaar is.
Dan was er nog de vraag…
De heer Bovens (CDA):
Ik heb nog een heel korte vraag. Klopt het dat dat private verenigingen zijn? Maar de opdrachtgevers van de VNG en het IPO zijn natuurlijk wél lokale overheden. Als die onder de wet vallen, dan spreken zij natuurlijk wel met VNG en IPO af dat de data beschikbaar zijn. De vraag is dus of het inderdaad een probleem is zolang VNG en IPO nog altijd bestaan uit alle gemeenten en alle provincies. Ik was zelf ooit voorzitter van het IPO. Volgens mij krijgt Bij12, zo'n organisatie die onderzoeken doet, gewoon opdrachten van de provincies en de data staan vervolgens ook ter beschikking van de provincies. Daarmee zou een en ander opgelost zijn. Is de staatssecretaris dat met mij eens?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ja, dat ben ik met u eens, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat de organisatie voor zichzelf of uit zichzelf bedenkt om een opdracht te geven en dat dat niet altijd is omdat ze dat dan vervolgens weer beschikbaar willen stellen. Nou ja, kort en goed, ik zou heel graag willen dat als zij onderzoeken doen, als zij data verzamelen, of dat nu is ten behoeve van deelnemers, van hun leden — dan ontstaat die situatie zoals u hem beschrijft — ofwel als ze dat meer voor zichzelf doen, er altijd de mogelijkheid is van hergebruik. Ik ga daar graag met hen nog het gesprek over aan.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen) Verslag EK 2023/2024, nr. 34, item 7
-
9 september 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 juli 2025
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. over diverse voorwaarden voor toetsing bij toekomstige digitaliseringswetgeving door de Eerste Kamer en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
EK 36.382 / 36.639, H
-
-
beslisnota(s) bij verslag van een nader schriftelijk overleg inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
-
-
Bijlage 1: Lijst behandelde toezeggingen Eerste Kamer met Verzamelbrief digitalisering juli 2025 (2 p.)
-
-
Bijlage 2: ID-kaart BES - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 74 p.)
-
-
Bijlage 3: Samenvatting - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 36 p.)
-
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
4 juni 2024
toezegging gedaan
Toezegging Gesprek met Invest-NL over investeringen voor Nederlandse mkb’ers, start-ups en andere bedrijven (36.382) (T03927)
De staatssecretaris van Koninkrijkrelaties en Digitalisering zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Gasteren (BBB), toe in gesprek te gaan met Invest-NL over investeringen die Nederlandse mkb’s, start-ups en andere bedrijven zullen ondersteunen in het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, zodat zij kunnen concurreren met niet-Europese bigtechondernemingen.
| Nummer | T03927 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 4 juni 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | mr. R.M.J. van Gasteren LLM (BBB) |
| Commissie | commissie voor Digitalisering (DIGI) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | data Invest-NL investeringen |
| Kamerstukken | Wet implementatie Open data richtlijn (36.382) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 1:
De heer Van Gasteren (BBB):
(…)
Even naar de markt kijken. Er zullen dus ook data beschikbaar worden gesteld voor bedrijven die van oorsprong niet uit de Europese Unie komen. Denk even aan Amerikaanse en Chinese IT-bedrijven. Die hebben natuurlijk bakken vol geld, dus die kunnen veel gemakkelijker en veel sneller de data omzetten in nieuwe businessmodellen en dat ten koste van het Europese en het Nederlandse bedrijfsleven. De vraag aan de staatssecretaris is of zij mogelijkheden ziet om in gesprek te gaan met bijvoorbeeld — er zijn waarschijnlijk ook wel andere trajecten te bedenken — Invest-NL om met hen tot afspraken te komen om wellicht extra impulsen in die sector te zetten op dit gebied.
Handelingen I 2023-2024, nr. 34, item 7 - blz. 9:
Staatssecretaris Van Huffelen:
(…)
Dan gaan we naar de vraag van BBB of ik bereid ben om met fondsen zoals Invest-NL in gesprek te gaan over extra focus op investeringen in dit segment. Daar ben ik zeker en graag toe bereid, want we willen natuurlijk graag dat dit allemaal zo veel mogelijk echt wordt ingezet. Overigens denk ik dat het volgende van belang is. Ik heb uit uw vraag begrepen dat het niet zo is dat u graag de bigtechondernemingen extra stimuleert, want die kunnen dit natuurlijk makkelijk betalen. Het gaat vooral over Nederlandse mkb's, start-ups en andere bedrijven die daarmee toegang kunnen krijgen tot dit soort informatie en nieuwe producten en diensten kunnen ontwikkelen die voor mensen echt van belang zijn.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen) Verslag EK 2023/2024, nr. 34, item 7
-
9 september 2025
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
22 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. over diverse voorwaarden voor toetsing bij toekomstige digitaliseringswetgeving door de Eerste Kamer en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
EK 36.382 / 36.639, H
-
-
beslisnota(s) bij verslag van een nader schriftelijk overleg inzake de uitvoering van motie-Fiers c.s. en ter aanbieding van de Verzamelbrief digitalisering
-
-
Bijlage 1: Lijst behandelde toezeggingen Eerste Kamer met Verzamelbrief digitalisering juli 2025 (2 p.)
-
-
Bijlage 2: ID-kaart BES - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 74 p.)
-
-
Bijlage 3: Samenvatting - Mogelijke scenario’s voor een toekomstbestendige ID-kaart voor Caribisch Nederland (DSP-groep, november 2024, 36 p.)
-
-
21 januari 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van BZK over de stand van zaken van diverse toezeggingen en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
Voor kennisgeving aangenomen op 21 januari 2025.
EK 26.643 / 36.382 / CXLVII, H
-
-
4 juni 2024
toezegging gedaan